Gastblog: Johan Klein Haneveld: Nog meer boeiende boeken.

johan3

Nog meer boeiende boeken

Ik heb al twee gastblogs geschreven over mijn favoriete boeken. Maar twee blogs blijken niet genoeg! Want ik hoef maar even voor mijn boekenkast te staan en ik zie er zo weer vijf die het verdienen wat meer aandacht te krijgen. Boeken die op mij indruk hebben gemaakt of me hebben geïnspireerd bij het schrijven van mijn eigen verhalen. Misschien zit er wel iets tussen waar jij nog nooit van hebt gehoord, maar dat je wel heel erg aanspreekt!

Om te beginnen de meest recente. Alastair Reynolds is bekend van zijn langere SF-series, zoals de serie ‘Poseidons children’ die begint met ‘Blue remembered earth’. Dit zijn fantastische boeken, waarin Afrika de economische wereldmacht is geworden, olifanten als intelligente wezens worden erkend, en mensen zich onder water tot zeemeerminnen en -mannen laten omvormen. Reynolds beschikt over een gedegen wetenschappelijke achtergrond, maar anders dan zijn collega Stephen Baxter, heeft hij niet een pessimistisch toekomstbeeld. De twee schrijvers hebben trouwens samengewerkt aan een vervolg op een verhaal van Arthur C. Clarke, ‘The medusa chronicles’. In dit boek ontstaat in het zonnestelsel een conflict tussen de mensheid en een beschaving van intelligente machines, met een cyborg in het midden ervan. Een afdaling tot in het hart van de planeet Jupiter was het hoogtepunt: wetenschap en fantasie gekoppeld tot een werkelijk ontzagwekkend geheel. Het beste wat ik tot nu toe van Reynolds heb gelezen, zijn echter zijn korte verhalen, verzameld in ‘Beyond the aquila rift’. Op Hebban vond de recensent van de bundel ‘Ganymedes 16’ het jammer dat ‘met name een deel van de sciencefiction vrij traditioneel is. Tijdreizigers met goed (of minder goed) advies, opstandige robots en per ongeluk in een andere dimensie belanden zijn al zo vaak gebruikt dat het moeilijk is er nog iets nieuws mee te doen.’ Reynolds laat zien dat dit onzin is. Zijn verhalen zouden volgens deze recensent ook traditioneel zijn, omdat ze gaan over ruimteschepen, verre toekomsten, robots en buitenaardse wezens. Wat Reynolds echter goed begrijpt is dat dit de aankleding is van het verhaal. Een historisch verhaal is niet ‘traditioneel’ omdat er huifkarren, hoge hoeden of musketten in voorkomen. Net zo kan een schrijver met de traditionele onderdelen van het SF-genre nog steeds heel originele verhalen schrijven. Reynolds blijft daarbij heel menselijk, al schuwt hij horror niet (een paar van deze verhalen zijn best gruwelijk). Neem bijvoorbeeld het verhaal ‘Diamond dogs’, waarbij gedreven onderzoekers steeds verder willen doordringen in een buitenaards object, maar daarvoor een hoge prijs moeten betalen. Het titelverhaal is ook onthutsend. Een piloot ontdekt dat ze veel verder heeft gereisd dan ze had gedacht. En het verhaal ‘Thousandth night’ is een prachtig beeld van een heel verre toekomst, waarbij mensen zelfs plannen maken om het melkwegstelsel te manipuleren.

Ook Nederlandse auteurs kunnen goede SF-verhalen schrijven. Dat ontdekte ik voor het eerst toen ik de boeken las van Carl Lans. Van deze Nederlandse schrijver had mijn vader twee delen in de kast staan: ‘Wedloop met een nova’ en ‘Testwerelden van de galaxie’. Hoewel vooral in de relaties tussen mannen en vrouwen duidelijk werd uit welke tijd de verhalen stamden, was op de verbeelding niks aan te merken. Levende wezens op het oppervlak van de zon, een grasplaneet waarvan het oppervlak steeds van vorm veranderde, planten die het water uit levende wezens zogen … de beelden staan me nog steeds bij. Later vond ik de verhalenbundel ‘Werelden onder de horizon’, uitgegeven in 1970, waarvan de uitgever op de achterflap zei dat het een unicum was: ‘de eerste bundel oorspronkelijke Nederlandse science-fiction verhalen’. Ik vond ze prachtig. Het begint met wat meer absurde verhalen, zoals een waarin de hoofdpersonen opeens heel klein zijn en het gevaar lopen door een waterdruppel te worden opgeslokt. Dat was zo levendig beschreven dat ik eruit putte voor een scène uit mijn debuutroman ‘Neptunus’. Maar latere verhalen gaan steeds verder de toekomst in. Ze beschrijven een wereld waar overbevolking voor problemen zorgt en mensen zijn opgesloten in piramidesteden. Naar mijn mening doen deze voorbeelden niet onder voor internationale fantastische literatuur, en laten ze zien dat van Nederlandse schrijvers niet gezegd kan worden dat het ze aan fantasie ontbreekt! Een aanrader.

Van een heel andere orde is ‘Lilith’ van de negentiende eeuwse schrijver George MacDonald. Ook dit boek kwam ik een keer in de Slegt tegen en heb ik toen direct meegenomen. Ik kende de naam van de auteur namelijk wel, want hij werd regelmatig genoemd door een paar van mijn favoriete schrijvers, G.K. Chesterton, J.R.R. Tolkien en C.S. Lewis. Hij figureert zelfs in het boek ‘De grote scheiding’ van de laatste. Gezien zijn invloed op deze auteurs en op bijvoorbeeld Lewis Carroll, kan MacDonald volgens mij gezien worden als een van de grondleggers van het fantasygenre. Hij schreef naast sprookjesverhalen ook realistische romans en theologische werken, maar die zijn minder bekend. Dit verhaal maakte heel veel indruk op me. Het gaat over een student die uit Oxford terug naar huis komt. Hij ontmoet een mysterieuze meneer Raven en ontdekt een spiegel, die hem transporteert naar een vreemde wereld. Hij raakt betrokken bij de strijd om het hart van Lilith, de eerste vrouw van Adam. Ik vond dit werkelijk een van de mooiste boeken die ik tot nu toe heb gelezen, met prachtige beelden en een sterk verhaal, dat bovendien doortrokken is van de meest genadige en liefdevolle weergave van God die ik ooit ben tegengekomen. Ik kan niet zeggen dat ik alles heb begrepen wat ik las, wel dat het me hoop gaf. Maar neem het niet van mij aan, lees wat W.H. Auden schrijft op de achterflap: ‘Door zijn vermogen zijn innerlijke leven te projecteren in beelden, gebeurtenissen, wezens en landschappen die voor iedereen van betekenis zijn, is George MacDonald een van de meest opvallende schrijvers van de negentiende eeuw.’ Wie zich wil onderdompelen in goedheid, via de weg van de verbeelding, kan dit boek niet missen.

Maar wie daarentegen meer houdt van spanning en avontuur, van actie en sabotage en nauwe ontsnappingen, van levendige beschrijvingen en heldhaftige karakters, kan terecht bij de boeken van Alistair MacLean. Ik was vanaf mijn middelbare school-tijd (alweer even geleden), groot fan van deze schrijver. Eerst haalde ik ze allemaal uit de bibliotheek, later ging ik ze zelf verzamelen, met hulp van vriendinnen van de studentenvereniging. Ik lees ze nu niet meer zo regelmatig, maar soms is het leuk er een tussendoor te pakken. Ik vind zelf dat MacLean geen gelijke heeft als het gaat om het opvoeren van de spanning, of het beschrijven van de actie zo dat het lijkt alsof je het zelf meemaakt. Hij heeft wat mindere boeken geschreven, vooral later in zijn carrière, maar het merendeel is gewoon erg goed. Puur vermaak en daar is niks mis mee. Een van de beste is ‘Booreiland X-13’, gevolgd door het bekende ‘The guns of Navarone’ maar ook genoot ik erg van ‘Ice station zebra’. Een klassieke situatie: een onderzeeër wordt erop uitgestuurd om de bemanning van een weerstation op het noordpoolijs te redden. Maar dan gebeurt er aan boort van het schip iets dat alleen maar het gevolg kan zijn van sabotage. MacLean weet heel goed te beschrijven hoe de kou van de poolwind in je gezicht kan snijden en je voelt met de mensen mee die op elkaar zitten in de benauwde ruimte in de onderzeeër. Het grootste compliment dat ik kreeg voor mijn debuutroman ‘Neptunus’ waste opmerking van een recensent dat ik me duidelijk door dit boek had laten inspireren. Daar was ik mezelf niet van bewust (de film ‘Lost in space’ was een grotere inspiratiebron), maar dat de boeken van Alistair MacLean invloed hebben gehad op mijn schrijfstijl kan ik niet ontkennen. Zelfs in de actiescènes in mijn fantasyboek ‘De Krakenvorst’ kun je die invloed waarschijnlijk wel herkennen.

Tenslotte nog een erg gave SF-roman: Coyote van Allen Steele. Eigenlijk is roman niet het juiste woord. Het is een verzameling van SF-verhalen die eerder elders zijn verschenen. Wel spelen ze zich af in hetzelfde universum en soms hebben ze dezelfde hoofdpersonen. Ze vertellen het verhaal van de eerste bemande reis naar Coyote, de bewoonbare maan van een grote gasplaneet. De kolonisten vestigen zich en beginnen hun nieuwe thuis te verkennen. Maar waar niemand rekening mee heeft gehouden, is dat ruimteschepen die later van Aarde vertrokken, snellere aandrijvingen hadden, en dus arriveren al heel snel nieuwe lichtingen. De omstandigheden thuis zijn echter niet ten goede veranderd en de oorspronkelijke Coyote-bewoners moeten al snel vechten om hun vrijheid. In latere delen breidt Allen Steele het Coyote-universum verder uit, maar dit eerste deel vond ik het boeiendst. Hij doet steeds een raam open waardoor je een stuk van de geschiedenis kunt zien. Rebellen die ervoor zorgen dat ze aan hun planeet kunnen ontsnappen, een man die als enige wakker wordt op een ruimteschip, opstandige tieners die de wildernis intrekken. Samen vormen deze inkijkjes echter een beeld van het geheel. De verkenning van een nieuwe wereld inspireerde me, en de karakters die Steele schept zijn sympathiek. Ook kreeg ik ideeën voor nieuwe verhalen. En dat mijn volgende boek ‘Conquistador’ bestaat uit losse verhalen die wel samen één geheel vormen, is op de boeken in de Coyote-reeks terug te voeren.

Nog steeds heb ik lang niet alle boeken voorgesteld waar ik enthousiast over ben. Volgende maand zal ik daarom nog een laatste gastblog voor jullie schrijven!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s