Jasper Polane- Cyberstaadt deel 3, kort verhaal.

CYBERSTAADT
door Jasper Polane

III. In de Donderarena
Het geruis van stemmen klonk door de gangen, lang voordat ze de arena bereikt hadden. De tegels op de vloer en het metselwerk van de muren maakten plaats voor ruw natuursteen en de gang werd de galerij van een grot. De wanden waren verstopt onder lagen graffiti, kleurrijk en nietszeggend, kreten en namen.
‘Dit ben ik,’ zei Punkie. Ze legde haar hand op een onleesbaar woord. ‘Als je wint mag jouw tag erbij. Extra glans!’
‘En als ik verlies?’ vroeg Edison.
‘De dooien staan daar.’ Bonzer wees naar de tegenoverliggende muur. ‘Daar zet ik je bij op.’
‘De baas zelf,’ zei Punkie vol ontzag. ‘Dat heeft eer! Megaglans!’
Ze stapten het enorme lawaai in, ontelbare stemmen die door de enorme grot galmden. De ingang lag bovenin de ruimte en keek van bovenaf op de Donderarena: een circuspiste met zand, overkoepeld met een ijzeren geraamte van staven en kippengaas. Scherpe metalen bladen staken op regelmatige afstand naar buiten als zwaarden. De schuin oplopende stenen wanden rondom de kooi waren bezet door een publiek van punkers, hun gekleurde haren een golvende lapjesdeken van zuurstok- en neontinten.
Het bericht over een nieuwe kampioen was niet alleen bij de Rovers aangekomen. Terwijl Edison de trap afdaalde kreeg ze de indruk dat alle ogen op haar gericht waren. Bendeleden aan weerszijden van de trap riepen haar toe: ‘Sta op, zus!’ en ‘Sta recht!’
Punkie had haar flink onder handen genomen. Ze had een blauwe spuitbus in haar haren leeggespoten en haar gezicht met zwarte oogschaduw en lippenstift bewerkt. Edison droeg een zwaar leren jack en een spijkerbroek zonder pijpen, met daaronder een paar van Punkie’s gescheurde kousen. Haar eigen laarzen waren glitter genoeg bevonden, maar hadden met de spuitbus een fluorescerend kleurtje gekregen.
Toen ze beneden kwamen vroeg Punkie: ‘Wat is je plan, zus?’
‘Ga je de Zwarte Rune mollen?’ vroeg Bonzer.
‘Als het meezit is dat niet nodig.’ Edison haalde de schakelaar van haar paraprojector om. Het apparaat sprong met een luid gezoem tot leven. Een ster van groene ethergie verscheen in de matrijs op haar borst. Ze draaide aan de knoppen om het gewicht van haar en Rune in te stellen. Hopelijk had hij hetzelfde postuur als de Rune die ze gekend had. ‘Ik hoef alleen bij hem in de buurt te komen en dit ding te activeren.’
‘Puike cyber!’ riep Punkie, enthousiast als altijd. ‘En dan gaan jij én Rune terug naar de toekomst?’
‘Zoiets, ja,’ zei Edison met een glimlach. Ze had Punkie gisteravond proberen uit te leggen waar ze vandaan kwam en hoewel het een slimme meid was, waren alternatieve werelden voor haar geen vanzelfsprekendheid. Tijdreizen begreep ze beter.
‘En als jullie foetsie zijn zullen de secondanten moeten opstaan,’ zei Bonzer. ‘Ik en Zwerker dus. Hij is een eitje.’
‘Zachtgekookt,’ bevestigde Punkie.
Edison probeerde door de tralies van de kooi naar de andere kant te kijken, maar ze kon Rune niet ontwaren.
Er klonk een toeter en ergens schreeuwde een man door een megafoon: ‘Het is tijd! De Duivels en de Rovers zullen strijden om de westgrens! De megakampioen tegen een groentje. Dit wordt glitter!’
Het applaus zwol aan tot een oorverdovend kabaal.
‘Oké, daar ga ik,’ zei Edison.
Punkie duwde een zaklamp in haar hand. In haar eigen wereld was deze grot waarschijnlijk donker en ze zou het licht hardnodig hebben. Punkie had haar een routebeschrijving naar buiten gegeven; hopelijk zou die in die andere versie begaanbaar zijn.
‘Zie ik je nog eens?’ vroeg Punkie.
Edison schonk haar een zonnige glimlach. ‘Ik kom terug.’
Ze stapte de arena in en het lawaai leek naar de achtergrond te verdwijnen. Ze had een heet gevoel in haar maag. De Rune die zij gekend had was verdwenen, meegenomen door de heraut van de Vorstin. Dat gebeurde in een ondergrondse kamer net als deze.
Zou ze hem herkennen? Hoe zou hij eruitzien? Wat voor man zou het zijn? Zou ze hem net zo aantrekkelijk vinden?
Nee dus.
De man die de kooi binnenstapte was Rune’s dubbelaar, daar was geen twijfel over mogelijk, maar hij zag er niet uit. Zijn wangen waren ingevallen en hij had donkere wallen onder zijn ogen. Zijn hoofd was voor de helft geschoren. De haren aan de andere kant waren lang en pikzwart geverfd. Zijn brede grijns miste een paar tanden. Het resultaat van heroïnegebruik, vermoedelijk.
Oké, niet aantrekkelijk. Mooi, dan kon ze zich beter op de missie concentreren. Hem grijpen en naar de Alixwereld duiken.
‘Je gaat eraan, zus,’ zei Rune. Hij knipte zijn stiletto open. ‘Denk niet dat ik me inhoud omdat je een kippetje bent!’
Edison flipte haar vlindermes open. Ze kon aan zijn houding zien dat hij gevechtstraining had gehad. Misschien had hij in het leger gezeten. Rune kon in ieder geval beter met dat mes omgaan dan de snotjongens die ze gisteren een lesje had geleerd. Ze zou vooral buiten zijn bereik moeten proberen te blijven en hopen dat hij een gat in zijn verdediging zou laten vallen.
Plotseling klonken er schoten. Het geratel van mitrailleurvuur. Applaus veranderde in geschreeuw. Angst en pijn.
Rune keek verbluft om.
Dit was haar kans. Hem nu vastgrijpen en de paraprojector activeren. Edison deed een stap naar voren en strekte haar arm uit.
‘Vredestichters!’ riep de Zwarte Rune boven het lawaai uit. ‘Ervandoor!’
Edison negeerde het lawaai, het geschreeuw, de mitrailleurschoten. Ze legde haar hand op zijn arm. Haar andere hand ging naar de knop.
‘Vlucht! Wegwezen, zus!’ riep Punkie achter haar. ‘Auw!’
Edison vloekte en draaide zich om. Punkie was de kooi in gerend en gestruikeld. Ze lag op haar buik in het zand en probeerde wanhopig weg te kruipen van het ding achter haar: een geraamte van metaal, met een sadistische grijns blinkende tanden en rode lichtgevende ogen. De vredestichter kwam met de stijve schokken van een robot de kooi in. Op zijn rechterarm was een roterend machinegeweer gemonteerd. Dat richtte hij op Punkie.
Edison aarzelde geen moment. Het was de Zwarte Rune of Punkie.
Ze dook naar de jonge vrouw met het roze haar. ‘Pak mijn hand!’
Overal om hen heen klonk geschreeuw. Pinkie stak haar hand uit. Er kwam geklik bij de robot achter haar vandaan. Edisons hand zocht de knop. Het geklik werd geratel toen het machineweer begon te vuren. Ze greep Pinkie en dook.
De Donderarena vervaagde en werd zwart.
*
De wereld bleef zwart. De grot was in deze wereld pikdonker. Het was er ook doodstil, totdat Punkie naast haar begon over te geven.
‘De misselijkheid duurt maar even,’ zei Edison. ‘Totdat je lichaam gewend is aan deze werkelijkheid.’
‘Drek, wat goor!’ Punkie spuugde een paar keer op de grond. ‘Wat was dat?’
‘Ik moest je meenemen naar mijn wereld.’ Edison knipte haar zaklamp aan en scheen de jonge vrouw in het bleke gezicht. ‘Anders had die robot je gedood.’
‘Het waren vredestichters,’ zei Punkie. ‘Cyborgs, gemaakt om te mollen. Uitroeiers.’
‘Ik denk dat niet veel van je vrienden het overleefd zullen hebben,’ zei Edison. ‘Het spijt me.’
Punkie haalde stoer haar schouders op, maar er stonden tranen in haar ogen. ‘Kan ik terug?’
‘Zodra de paraprojector is opgeladen, als je dat wilt.’ Edison stond op en scheen met de zaklamp in het rond. ‘Je kunt ook blijven. Misschien bevalt het je hier.’
Punkie knikte. ‘Mijn gangsters zijn dooien, gemold door de vredestichters. Ik heb niks om naar terug te gaan. Ik ben solo.’
Edison nam haar hand. ‘Hier niet. Hier ben ik er.’
‘Puik.’

EINDE

Advertenties