Boek van de maand September 2018: Kleine Moordenaar

De geboorte van een moordenaar

Hij kijkt alsof hij nog nooit een cupcake met sprinkles en kaarsjes heeft gezien.
‘Het is feest!’ zeg ik. ‘Je bent boek van de maand bij Tazzy’s blog Ik hou van horror, fantasy en spannende boeken!!! Uitblazen die hap.’
Verbijsterd neemt hij het bord aan me het cakeje erop. Hij houdt het vast alsof het een brandende staat dynamiet is. ‘En dan?’
‘Een wens doen, natuurlijk.’
Hij blijft me verbazen, deze eeuwige puber met zijn moordenaarshart. Er is zoveel op de wereld wat hij nog nooit heeft meegemaakt – vaak doodnormale zaken, zoals kaarsjes uitblazen op zijn verjaardag – maar een leven roven, dat draait hij zijn hand niet voor om.
Ravàn werd geboren als pure bladvulling. Ik had in het eerste deel van Bloedwetten een stel monsterlijke bijpersonages nodig en kwam met een gevarieerd viertal op de proppen: de grootste en de sterkste Ath’vacii, een niet al te spraakzame bochelaar, een bloedmooie dame met een rug vol stekels en een kleine duivel met pikzwarte ogen. Ik gaf hem nog net geen staart en drietand, al heb ik die staart serieus overwogen.
In Vonnis deed Ravàn wat hij moest doen: als akelige Ath’vacii de hoofdpersoon Roan Storm flink dwarszitten, een vrij plat personage zonder geweten en een kort lontje.
Maar toen kwam het tweede deel uit de reeks, Verlossing. Als organisch schrijver had ik nog geen idee waar het verhaal heen zou gaan. Dit is zowel een vloek als een zegen. Het mooiste van organisch schrijven is dat je je als schrijver kan laten verrassen en ik geef regelmatig de regie uit handen, zodat een personage mij bij de hand kan nemen.

Ravàn deed dit met volle overtuiging en ik besloot hem te volgen en zo ontwikkelde hij zich tot een van de belangrijkste personages uit Verlossing. Hij kreeg een dragende rol, werd degene die doorhad hoe alles in elkaar stak, terwijl de anderen het te druk hadden met hun eigen sores. Ravàn bleek een verlichte ziel, gekrenkt tot op het bot vanwege de gruwelen die hij als mensenkind had doorstaan, wars van intimiteit en seks in het bijzonder.
Het werd als snel duidelijk dat zijn geschiedenis geschreven moest worden. Ik heb me er lang niet aan durven wagen. Kleine moordenaar zat meer dan een jaar in mijn hoofd voordat ik hem daadwerkelijk aan papier toevertrouwde. Was het immers wel aan mij om onderwerpen zoals kindermishandeling en incest aan te snijden? En als ik dat deed, hoever zou ik dan kunnen gaan zonder dat het sensatiebelust zou over komen? Dat was namelijk het laatste wat ik zou willen.
Zelfs tijdens het schrijven heeft lang geduurd voordat ik me aan de scène durfde te wagen. Ik draaide er omheen, terwijl ik tijdens het schrijven nooit lafhartig ben. Kon ik me er misschien uit lullen? Een goedgeplaatste witregel kan immers veel oplossen … Ik geef toe dat ik het heb overwogen, bang voor de reacties, bang dat Rafs verhaal verkeerd begrepen zou worden en dat ik daar als schrijver op zou worden aangekeken. Maar hoe ik het ook wendde of keerde, ik kón er niet omheen. Door om de hete brij heen te draaien zou ik Rafs verhaal tekort doen. De scène moest er komen. De geboorte van een moordenaar wordt niet geschreven door weg te kijken. Deze kleine moordenaar wordt juist geboren omdat zijn omgeving wegkijkt en daarom was wegkijken het laatste wat ik mocht doen.
‘Waarom zitten er twee kaarsjes in?’ vraagt hij. ‘Betekent dat dat ik twee wensen mag doen?’
‘Ah ja, dat was ik bijna vergeten. Het is dubbel feest, want je wordt op dit moment vertaald naar het Engels en daarna kan jouw verhaal in principe naar elke taal ter wereld worden vertaald.’
Opnieuw werpt hij me een blik van puur ongeloof toe. ‘Wow,’ fluistert hij.
Inderdaad wow. ‘Ik moet alleen nog een agent vinden die net zo hard in jou gelooft als ik.’
Hij sluit zijn ogen en blaast de kaarsjes uit. Vervolgens kijkt hij een paar tellen naar de omhoog kringelende rook.
Wat zou die kleine moordenaar nog te wensen hebben?
Zijn grootste wens is reeds in vervulling gegaan.