Carla Scheepstra – Doodgewoon

Oh… Wat keek ik uit naar dit boek! Er zijn te weinig boeken in dit genre… Ik heb intens genoten van elke bladzijde!

Dit boek speelt zich af op en rondom een begraafplaats. Het is er niet zo doods, als je zou verwachten. Er wonen opgestanen en er zijn ook vaak Heinen te vinden. Zij houden de doden, opgestanen en zielen in de gaten en helpen ze als het nodig is. Elke begraafplaats heeft een Grafmeester. De opgestanen kiezen hem, niemand anders kan dat doen. Deze vacature is nog niet bezet.

Destiel en zijn tweelingbroer Domien wonen vlakbij de begraafplaats. Hun moeder werkt in de uitvaartbranche. Alleen met Destiel is er iets vreemds aan de hand. Zijn lichaam doet raar en hij ziet dingen gebeuren die onmogelijk waar kunnen zijn. Hij realiseert zich dan nog niet dat leven op het punt staat om voorgoed te veranderen.

Op een dag loopt Destiel een opgestane tegen het lijf. Het is Ramon, hij neemt Destiel mee naar zijn wereld. Destiel wil er niets mee te maken hebben. Maar hij is toch ook wel erg nieuwsgierig. Er gaat een hele wereld voor hem open. Destiel is geen doorsnee jongen, hij is dol op dansen en geeft dansles op een dansschool.

Helaas is zelfs de dood niet veilig! Wat volgt is een spannend verhaal. Vol met Grafhumor en zeer originele gebeurtenissen.

Het leest zo snel, dat je het boek niet meer weg kunt leggen. Je moet weten hoe het afloopt. Een echte pageturner, die je niet meer los laat.

Beeldend geschreven, dus je voelt de hele sfeer. De angst kruipt steeds dichterbij tijdens het lezen.

Het is een topic waar veel mensen niet graag over nadenken. Dat maakt het ook weer origineel en de cover is echt zo mooi!

Ik vind Ramon ook echt geweldig. Als je het dan over bookcrushes wilt hebben. Hij is er een. Een zombie. (Oh nee, die benaming vindt hij niet zo fijn). Opgestane! Dat ze dus hun menselijkheid behouden vind ik prachtig. Waarom moeten ze altijd mensen aan stukken scheuren? In dit verhaal zijn er een ander soort Jagers… En die wil je niet tegenkomen.

En Emily heeft ook mijn hart gestolen. Ik hoop ook stiekem dat het leven na de dood er echt zo uit ziet. Het is het verschil tussen de kou die ik verwacht bij de dood en de warmte in dit verhaal, dat me zo pakt. Top gedaan!

Het zet je ook aan het denken. Wat gebeurt er met je als je sterft? Is er helemaal niets meer of leef je ergens anders verder? Verander je in een geest? Of kom je terecht in de wereld van de opgestanen?

Het boek is uit voordat je het weet. Ik snak naar meer! Ik hoop echt op meer van dit soort boeken in de toekomst. Ik hou er echt heeeeel erg van.

*we want more* 5 dikke sterren*****

Advertenties

Halloween Horror Week: Anthonie Holslag – Schaduwen van angst

Schaduwen van angst

Er werd mij gevraagd wat “angst” is. Hoe ik als horror schrijver met “angst” omga. Het is een lastige vraag. Een vraag die je een horror schrijver niet dient te stellen. Als horror schrijver heb je namelijk een dubieuze relatie met angst. Je voelt het en ervaart het als mens. Maar gebruikt het ook als een middel om iets op te wekken. Laten we daarom, om te beginnen, kijken naar het woord en de enorme impact die het vaak achterlaat.

Angst, is een klein woordje, bestaande uit 5 letters, terwijl voor ieder die het ervaren heeft – voor een seconde of een minuut of zelfs nog langer – weet dat angst allesomvattend kan zijn. Het dringt zich op en laat je soms niet met rust. We kennen het allemaal. Maar hoe omschrijf je zoiets als een schrijver? Hoe zou je het kunnen omschrijven zonder het te benoemen? Of nog geslaagder: als je de lezer wilt meenemen naar die duistere plekken, waar ze eigenlijk niet willen zijn. Hoe doe je dat? En waarom lopen de lezers met je mee? Als ze weten dat aan het einde van de tunnel een slachtbank wacht?
Het is een vraag die ik me vaak stel. Misschien doen lezers het voor de adrenaline. Misschien omdat het onbekende trekt, zoals de diepte trekt voor iemand die hoogtevrees kent. De lezer gaat met je mee en jij probeert als verteller de bezienswaardigheden aan te tonen en aan te wijzen: het geheel zo te structureren, dat angst voorzichtig onder de huid van de lezer kruipt, totdat je maag als een steen is veranderd. Angst sluimert en zoekt altijd naar een warme plek om zich daar te nestelen. Als schrijver weet ik dit. Je plant een zaadje. Een suggestie. Een idee. Het is de lezer zelf die het zaadje water geeft en het doet opbloeien. Angst is immers altijd persoonlijk en subjectief. Er beslaat niet zoiets als “objectieve” angst. En het is jouw doel als schrijver om de lezer met nuances en schaduwen naar een plek te brengen, ze te besprenkelen met benzine en dan een lucifer aan te steken om te zien wat er gebeurt. Met andere woorden: je maakt jouw sociale werkelijkheid, hun sociale werkelijkheid. En dan neem je afscheid en laat je de lezer alleen in de duisternis achter, waar ze zelf de schaduwen uitdiepen en vaste vormen geven van de woorden op papier.
Lezen is een dwaalspoor door het onderbewuste.
Angst is namelijk het tegenovergestelde van het “normale”, “het dagelijkse”. Het is iets tegennatuurlijks dat diep in de kern aanwezig is en voor iedereen een andere betekenis heeft. Mijn taak als schrijver is om de lezer, jou dus, naar de diepte van de zee te varen en je vervolgens te laten springen, zonder te weten of er hamerhaaien of witte haaien onder de oppervlakte zwemmen.
Ik hoef ze zelfs niet te benoemen. Ik wijs slechts de schaduwen aan, die ik denk in het donkere blauwe water te kunnen zien. Suggesties en verwijzingen. Jouw geest als lezer doet de rest. Jij geeft er invulling aan. En probeert weg te zwemmen.
Horror is dus meer dan afgezaagde ledematen, monsters en andere bloederige partijen waarbij de hoofdpersoon veelal bij een ontdekking de boel onder kotst. Dat is gruwelen, maar geen horror. Horror is angst opwekken. De tegennatuurlijke reactie op het onbekende, die jij als schrijver voor de lezer hebt geschetst.
In deze zin is angst eigenlijk behoorlijk intiem. Een intieme afspraak tussen de lezer en de schrijver, waar de eerste zich vrijwillig overgeeft aan de handen van de auteur. Maar of dit een verstandige keuze is, dat is ten tweede. Want als jij je overgeeft, geef je mij als schrijver macht. Macht om te plagen, te confronteren, om in je hoofd te kruipen en een plek te vinden, die kwetsbaar en broos is en waar ik het zaadje met woorden plant. Ik maak degene meestander van mijn angsten, maar laat het de lezer inkleuren zodat de angst voor hem of haar persoonlijk wordt en daarmee niet langer van mij is.
Maar nooit direct. Altijd met schetsen en contouren. Het zijn de suggesties waar angst uit voortvloeit.
En dit is moeilijk. Net zoals een schrijver van komedie: het draait om het weergeven van een gevoel, een emotie. Niet om het benoemen ervan. Een lachje om een grap, waar je eigenlijk niet om zou moeten lachen. Of de lezer verrassen met een plotselinge wending waardoor alles wat hij of zij kent op zijn kop komt te staan. Het is een snaar die je bij de lezer raakt en langzaam laat vibreren. Totdat de vibraties gekmakend worden.
Ik weet dit natuurlijk omdat ik in mijn verhalenbundels (Zwarte muren, Een bloedovergoten dageraad en In het kille ochtendlicht.) angst als motief en thema heb gebruikt. Nooit duidelijkheid geven, nooit een beschuldigende vinger aanwijzen. Maar slechts schetsen en contouren aanbrengen; die jij – jij mijn beste lezer – invult en internaliseert. Ik zet de setting, maar jij doet de rest. Zo is de verbintenis tussen lezer en schrijver. De stille afspraak die je als schrijver met je publiek maakt. Mijn angst is plotseling jouw angst en daar, precies op dat kwetsbare moment, laat ik je los. En dat is intiem. De kwetsbaarheid. De broosheid. Het alleen zijn. Het is de waanzin van angst, dat angst creëert. Het zijn de schaduwen die je opvreten. Het is de grens tussen de realiteit en krankzinnigheid, waarbij het eerste langzaam verdwijnt.
In mijn bundels, maar ook in mijn de roman Toevluchtsoord laat ik je in de schemer en mist achter in de hoop dat jij je de weg zelf naar huis vindt. Zo niet dan ben je verloren in de fijne spinnendraden die ik heb geweven en weet je, voel je, dat het monster op je afkomt.
Zo heb ik in mijn verhalen diverse angsten beschreven. Normale en existentiële angsten. De angst voor de dood, het leven, relaties, ouderschap. Dingen die we allemaal herkennen, maar zelden wordt benoemd. Ik maak ze zichtbaar. Veeg de stof van de spiegel af, zodat je de nieuwe lijnen op je gezicht beter kunt aanschouwen. Mijn angsten worden jouw angsten. En als je meer dan 24 uur van deze kwetsbaarheid bewust bent, worden we langzaam gek. Dus vullen we onze dagen met werk, relaties en bezigheden om die knagende stem van het leven te negeren. Het onvermijdelijke dat altijd aanwezig is en je leven drapeert. Het is er iedere dag en het is onontkoombaar. Iedereen wilt zijn sterfelijkheid negeren. Terwijl de Dood de enige belofte is dat het leven aan je heeft gemaakt.
De dood ligt over onze levens heen. Het onvermijdelijke is altijd aanwezig.
Ook ik voel het. Het is nu zes uur in de ochtend, terwijl ik dit tik op 29 oktober. Nog precies een maand, waarin ik de vingers van het onvermijdelijke zelf heb gevoeld. Ik voel ze nu weer. Hier achter mijn schrijftafel, voel ik hoe schaduwen samenklonteren en in langwerpige klauwen veranderen en naar me reiken. Misschien laten ze mij vandaag met rust. Misschien niet. Op een dag zullen de kauwen me pakken en mij omdraaien en zal ik oog in oog met mezelf staan: de persoon die ik kon zijn, maar door keuzes niet ben. Een andere versie van mij. Hij zal glimlachen en ik kan me voorstellen dat zijn ogen zwart worden, zijn tanden vlijmscherp en dat hij zal zeggen: “Kijk me goed aan Tony. Ik ben degene die je had kunnen worden. Heb je alles gedaan wat je wilde doen? Alle verhalen geschreven die je wilde schrijven? Of ben je in gebreke gebleven en ben je slechts een aftreksel van mij en heb je het leven niet optimaal geleefd? Want is wat je dient te doen, Tony? Je dient alles uit het leven te halen, voordat de duisternis je uit het leven rukt.’
Ook bij jou zijn er samengeklonterde vingers, nagels en klauwen. Terwijl ik dit schrijf staat jouw reflectie misschien achter jou. Voel je zijn adem en zijn zachte en verleidelijke stem: “Kijk me aan. Durf in de spiegel te kijken?”
Die dag komt. Dat weet je. Voor jou. Voor mij. En ik weet dat ik zonder meer in gebreke zal blijven. Ik zal schreeuwen en schoppen en vechten, maar uiteindelijk loslaten. Vervlogen woorden en ik alleen zal weten wat ik in mijn graf meeneem.
De ultieme angst is universeel. Voor mij, voor jou. Het is je Alfa en Omega en hoe je de ruimte daartussen hebt ingevuld. Soms met vergulde dagen. Maar nog meer met grijze dagen die nauwelijks van elkaar verschillen.
De angst vreet namelijk. Holt je uit en je wacht op de dag dat de duisternis zal komen.
En het zal komen. De Alfa is altijd bekend. Het is op de Omega waarop we wachten. En hopelijk doe je daartussen in genoeg.

Hoor je de schaduwen? Net zoals bij mij, staan ze nu vlak achter jou.

Anthonie Holslag,
29 oktober 2018.
Amsterdam

Halloween Horror Week : De begraafplaats (Kort verhaal)

Ik denk dat iedereen wel eens iets engs heeft meegemaakt. Of ergens heel erg bang voor is. Deze week stond mijn blog dus voornamelijk in het teken van Horror en gaf ik het woord aan horror auteurs en liefhebbers. Ik eindig zelf, met een kort verhaaltje:

Een aantal van mijn engste momenten speelden zich af op een begraafplaats…. Ik verwerk ze in een verhaaltje, voor het slapen gaan.

Ik loop met mijn vader de begraafplaats op. We gaan wat bloemen brengen, naar onze beste vriend Piet.

Ik voel me daar nooit op mijn gemak. Het is groot, vol en gigantisch winderig. Als het hard waait, zie je geen hand voor ogen.

Het zou een mooie dag worden, het zonnetje schijnt een beetje waterig.

Als we langs de aula lopen en het oude gedeelte van de begraafplaats, krijg ik ineens de bibbers…. Er ligt een vers nieuw graf. Dat zie je aan de bloemen en het zand, dat nog niet is gezakt. Nieuwe graven geven me een zeer naar gevoel. Je weet immers niet wie er ligt, op dat moment. En omdat het zand nog niet gezakt is, hoop je maar dat ze diep genoeg liggen. Hoe hoger de berg zand, hoe slechter ik me voel…

Ik weet de weg, mijn opa en oma liggen er ook begraven. Daar loop ik eerst langs, ook zij krijgen bloemen. Er staat een bankje geparkeerd op het graf. Iedere keer weer. Waar het vandaan komt? We zetten het aan de kant tegen de heg aan, giechelende voort. Als iemand ons nu dat bankje ziet verslepen, krijgen ze waarschijnlijk heel erg vreemde ideeën. Het bankje verplaatsen is erbij gaan horen. Je weet dat hij er weer zal staan….. Iedere keer weer!

Aan de andere kant van de rij grafstenen, zijn nog een paar familieleden begraven. We maken altijd de steen en dekplaat even schoon. Ik stap tussen twee graven in en wil op mijn hurken gaan zitten. Maar ineens zakt mijn voet tot over mijn enkels weg in het stopzand. Ik wil hier weg…Nu meteen! Mijn vader trekt me zwijgend weer overeind. Hij kijkt nog maar een keer over zijn schouder. Op deze plek ben je alleen, maar zo voelt het niet. Zo voelt het nooit! Ik wil alleen maar naar huis, maar we lopen verder en gaan de hoek om naar onze vriend.

Ik zet de bloemen neer en zie vanaf het open bollenveld een dichte mist aankomen. Deze ziet er echt onwerkelijk en griezelig uit. Een angstig gevoel bekruipt me. Ik wil nu meteen op mijn fiets springen en er vandoor gaan. Maar helaas is de mist snel en het zit in een mum van tijd potdicht. Bovendien kan ik mijn fiets onmogelijk terugvinden, hij staat helemaal aan het begin van de begraafplaats, in een fietsenstalling.

Ik vind dat de wereld er heel anders uitziet als de wolken op je neerdalen. Het voelt aan als een soort tussenwereld. Eigenlijk behoorlijk creepy op een begraafplaats, realiseer ik me ineens…. Het is zo stil. Bijna magisch, maar met een heel naar randje. Je kunt een speld horen vallen.

Wat hoor ik nu? Wat is dat? Het is een mechanisch geluid, het klinkt als een kettingzaag, (en het brengt een krakend geluid te weeg) of is het een bottenzaag? Het geluid gaat door merg en been. Dit kan toch niet waar zijn? Waar ben ik in hemelsnaam (in) terecht gekomen?

Ik draai me om en mijn vader is verdwenen… Ik begin hem toch wel te knijpen. Maar ik kan me niet bewegen……

Langzaam dringt het tot me door, dat ik hier weg moet. Ik heb geen idee welke kant ik op moet, maar ik schuifel een beetje naar voren. Daar zie ik langzaam maar zeker een donkere gedaante staan… oh, help! Ik wil hier weg! En dan hoor ik op eens de kettingzaag vlak naast me. Ik denk: Dit was het dan. The end!

Er loopt een gedaante op me af…. Met een kettingzaag. Draai je om! Maar weer sta ik als versteend te kijken.

De gedaante stopt voor me en legt de kettingzaag op de grond. Hij stapt naar me toe: Ik schrok net zo erg, als u mevrouw. In dit weer verwacht je toch geen levende ziel op de begraafplaats? Ik kom langzaam weer tot mezelf en zeg: Ik dacht echt even, dat ik in een horrorfilm beland was!

De man zegt: Dat soort films kunt u beter niet kijken. Ik was bomen aan het snoeien. Maar kan bijna de traptreden van mijn ladder niet meer zien. Ik ga ook naar de uitgang.

Samen liepen we naar de uitgang, waar mijn vader bij zijn fiets stond te wachten en zei: ik hoorde die kettingzaag en dacht: weg wezen! Waarom kwam jij niet achter me aan?

Ik wist toen zeker dat ik het in een horrorfilm nooit zou overleven. Die vaak blonde dames (just like me), staan ook aan de grond genageld. Terwijl ik altijd zeg: dat overkomt mij niet….. Maar het zegt ook iets over mijn vader. Hij heeft een overlevingsalarm en rent voor zijn leven. Ieder voor zich. Hahaha. Ik dacht dat ik ook weg zou rennen, in zo’n situatie. Maar dus niet. Lol.

Dus nu snappen jullie waarom ik een haat liefde verhouding heb met begraafplaatsen. Ik hou van griezelen. Maar ben dus echt een bangeschijterd. Ik voel me er nooit en te never op mijn gemak.

Happy Halloween

Tazzy Jeninga

Halloween Horror Week: Sophia Drenth -Angst

Van kindervrees tot volwassen trauma-Sophia Drenth

Het werd al vroeg in mijn leven duidelijk dat ik het niet op babypoppen had. Toch bleven goedbedoelende, oude vrouwtjes die de apotheek van mijn ouders bezochten ze mij cadeau doen. En zo leerde ik om op jonge leeftijd mijn angst achter een geveinsde glimlach van dankbaarheid te verschuilen en het geschenk semi-enthousiast in ontvangst te nemen, want een gegeven babypop kijk je niet in de bek.
Angsten vallen onder te verdelen in reëel en irreëel van aard. Babypoppen kunnen god zij dank in het mapje irreële angsten worden onderverdeeld, want uiteindelijk heeft geen ervan mij aangevallen en me met huid en haar opgevreten (een beeld dat in mijn geheugen gegrift stond dankzij de scifi-film Barbarella). Ik ben ervan overtuigd dat ze niet hebben kunnen toeslaan doordat mijn vader net op tijd heeft ingegrepen. Op een dag kwam hij met een vuilniszak mijn kamer binnen en propte al die babypoppen erin. Wat een held vond ik hem toen! Deze actie moet het grote plan van dat legertje babypoppen hebben gedwarsboomd. Ik heb het ze horen denken, terwijl ze in de vuilniszak werden afgevoerd: ‘Het is niet voorbij. Op een dag nemen we je te grazen … Hak, hak, hak. In stukjes ga je. In stukjes.’
Het was echter niet gedaan met mijn angst, die breidde zich uit naar alles wat me met dode ogen aanstaarde en zo ontstond een rechtgeaarde beeldenvrees die zijn hoogtepunt bereikte op wat voor mijn ouders een romantische avond had moeten zijn op de Pont Alexandre te Parijs. Witte wolken joegen voorbij het licht van de bijna volle maan. Het was een kille avond in april (vermoed ik, want we maakten deze tripjes meestal in het voorjaar met Pasen of Pinksteren) ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Aan het eind van een dag sightseeing en shoppen nog even een stop op de mooiste brug van Parijs. Wat die brug zo mooi maakt naast een rij lantaarns en barokke ornamenten? Er hangt een gigantische beeldengroep aan. Duivels met drietanden die – ik zweer het! – hun hoofden naar me omdraaiden in het maanlicht.
Resultaat: ouders doen romantisch, kind sprint gillend met zwaaiende armen voorbij. Lekker sfeertje.
Op een gegeven moment moet een mens zich erbij neerleggen dat dergelijke angsten niets met de realiteit te maken hebben. Ik ben jaren later terug geweest naar die brug, tijdens de reis naar Parijs waarop we een deel van mijn vaders as hebben uitgestrooid, en die beeldengroep stelt helemaal geen duivels voor; het zijn de jaargetijden of andersoortige gratiën, dames met een lieftallige glimlach op het gelaat en bloemen in het haar. Oké, toegegeven, ze zijn zó groot dat ze doodeng blijven, maar het is wel typerend van hoe angst een beeld (in dit geval létterlijk een beeld) kan omvormen tot iets veel engers.
Naar mate de tijd vordert worden de irreële angsten verdreven door voorvallen uit het echte leven. Ik heb dingen gezien en gevoeld rond het overlijden van dierbaren die ik hier niet zal delen omdat ze té persoonlijk zijn. Vertellen dat mijn vader geen mooie dood stierf en dat ik als enige aanwezig was, zegt voldoende.
Sindsdien lach ik elke babypop vierkant uit en ontmoet ik de uitgeholde blikken van beelden met een brutale oogopslag. Ik win de staar-wedstrijden telkens weer.
Maar toch, tijdens sommige nachten wanneer het trauma-doosje opengaat en de reële angsten met me op de loop gaan, zou ik wensen, willen en zelfs bijna smeken of die babypoppen niet terug willen komen met hun glazen ogen, hun blikkerend blootgelegde porseleinen tandjes en pruikjes van echt mensenhaar.

Paul van Loon – De Griezelbus 2

Een groepje van vier vrienden gaat savonds naar een autokerkhof, om een autoradio (of meer) te zoeken. Vanuit het niets komt er een dreigende onweersbui boven ze hangen. Hierdoor moeten ze schuilen. Ze komen in de griezelbus terecht. De Griezelbus wacht al heel lang op nieuwe slachtoffers. … De deuren gaan op slot, de springt aan en P. ONNOVAL presenteert het enigste programma, wat er op de radio te vinden is. Er komen grappige reclame spotjes voorbij en bijzondere verhalen over allerlei soorten vriendschap en liefde. Sommige verhalen zijn herkenbaar, weer andere wil je nooit meemaken. Ondertussen zijn de vrienden bezig om uit de bus te ontsnappen. Maar de griezelbus brengt ze naar hun lot toe…… En dat ziet er niet goed uit.

Leuk geschreven. Perfecte mix van humor en horror. Paul van Loon is niet voor niks de uitvinder van Grumor!

Het is spannend en leest vlot. De illustraties geven een nog beter beeld van het verhaal. En ja ik moest echt heeeeeeel hard lachen om Beentjes, die iets heel stouts doet bij een politiebureau. Geweldig!

Deze boeken blijven zooooooo leuk. Ik kan ze iedereen aanraden, jong en oud! Ik geef ook deze 5*****

Halloween Horror Week: Tamara Geraeds- 2 Gedichten over angst

Ik was altijd bang in het donker. Toch zeker tot en met mijn 30e. Daarom zitten bij ons in huis de lichtknopjes bijna allemaal aan de buitenkant van de kamer. Het licht in de gang gaat vanzelf aan als je langs loopt.
De laatste jaren gaat het wat duisternis betreft gelukkig beter. Ik krijg geen rillingen meer als ik door een donkere kamer moet lopen. Hoewel… oké, soms dan. Ik vind het stiekem nog steeds wel fijn dat ik het licht aan kan doen voordat ik een kamer binnenstap. En na een horrorfilm krijg ik toch weer het gevoel begluurd te worden… Naar de wc gaan is dan geen pretje! 😉

Kleine kriebelbeestjes zijn ook niet mijn favoriet. Maar die zijn meer jakkie dan eng.
Over deze griezeldingen schreef ik twee gedichtjes.

DONKER

’t is middenin de nacht
ik zie geen hand voor ogen
het leek daarnet alsof
de schaduwen bewogen

zo zachtjes als ik kan
sluip ik de kamer uit
maar doodstil blijf ik staan
ik hoorde een geluid

m’n spieren trekken strak
ik voel mezelf verstijven
ik had vannacht gewoon
in bedje moeten blijven

ik druk gauw op het knopje
de kamer wordt verlicht
ik glip snel de wc in
en gooi de deur weer dicht

en twee minuten later
sta ik weer in de gang
en vraag me weer ’s af
waarom ben ik nou bang?

maar draai ik me dan om
dan voel ik het alweer
een rilling loopt m’n rug
plagend op en neer

wie weet wat zich verschuilt
daar in dat donker gat
wat da’lijk op me springt
vanuit het dreigend zwart

ik haast me trillend terug
kruip veilig in m’n bed
‘k ben opgelucht en moe
ik heb het weer gered

© Tamara Geraeds

BEESTJE

Een griezelig beestje
kruipt over straat;
het is er zo een
die ik vreselijk haat.

Ik walg er al van
als ik zoiets zie kruipen.
En als het dichtbij komt
dan krijg ik de stuipen.

Dus blijf ik er maar
een heel eind vandaan,
zodat ik er zeker
niet op kan gaan staan.

Zo’n glibberig beestje
onder je voet,
dat is iets
waar ik niets van hebben moet

Zo’n kriebelgeval
met een pootje of tien.
Ik doe maar alsof
ik ‘m niet heb gezien.

© Tamara Geraeds

Marieke Nijkamp & Corinne Duyvis -Het juiste spoor/ En de rest van ons wacht

Ik vond de boeken van deze auteurs heerlijk weg lezen. Dus was meteen heel erg enthousiast over nieuwe verhalen van hun hand.

Het eerste verhaal gaat over een groep vrienden. Ze gaan op vakantie en twee van hun krijgen slaande ruzie. Hierdoor vertrekt er een eerder naar huis, maar hij lijkt spoorloos te zijn verdwenen. Niemand heeft hem van het eiland af zien gaan of thuis zien komen. Wat is er aan de hand? De vrienden gaan samen naar huis met de trein. En deze trein is erg vreemd…….

Het tweede verhaal is een soort spin-off van Op de rand van het niets. Deze dystopische toekomst, ziet er echt eng uit. Groepen mensen die niet mee mochten op de ruimteschepen moeten hun onderkomen ondergronds gaan zoeken. Er staat iets vreselijks te gebeuren : een zware inslag van een meteoriet, die hele delen van Europa gaat vernietigen. Je voelt hoe het is in de schuilkelder. Wat zou jij doen om te overleven?

Vriendschap is het sleutelwoord in deze twee verhalen. Maar ook wraak, verraad en vertrouwen zijn thema’s die je kunt ontdekken.

Twee spannende verhalen om over na te denken. Hetneerste verhaal krijgt 4 sterren van mij. De tweede 4,5. Dus een gemiddelde van 4,25 sterren.

Het leest vlot, je vliegt er doorheen. Ik hoop dat ze snel weer met een nieuw boek komen. De spanning kunnen ze goed opbouwen. De trein doet twilight zone achtig aan. En van de bunker kan iedereen claustrofobisch worden! Echt heel fijn, hoe ze je erbij aanwezig laten zijn, door hun beeldend schrijven. Ik wil meer!!!

4****