Halloween Horror Week: Sophia Drenth -Angst

Van kindervrees tot volwassen trauma-Sophia Drenth

Het werd al vroeg in mijn leven duidelijk dat ik het niet op babypoppen had. Toch bleven goedbedoelende, oude vrouwtjes die de apotheek van mijn ouders bezochten ze mij cadeau doen. En zo leerde ik om op jonge leeftijd mijn angst achter een geveinsde glimlach van dankbaarheid te verschuilen en het geschenk semi-enthousiast in ontvangst te nemen, want een gegeven babypop kijk je niet in de bek.
Angsten vallen onder te verdelen in reëel en irreëel van aard. Babypoppen kunnen god zij dank in het mapje irreële angsten worden onderverdeeld, want uiteindelijk heeft geen ervan mij aangevallen en me met huid en haar opgevreten (een beeld dat in mijn geheugen gegrift stond dankzij de scifi-film Barbarella). Ik ben ervan overtuigd dat ze niet hebben kunnen toeslaan doordat mijn vader net op tijd heeft ingegrepen. Op een dag kwam hij met een vuilniszak mijn kamer binnen en propte al die babypoppen erin. Wat een held vond ik hem toen! Deze actie moet het grote plan van dat legertje babypoppen hebben gedwarsboomd. Ik heb het ze horen denken, terwijl ze in de vuilniszak werden afgevoerd: ‘Het is niet voorbij. Op een dag nemen we je te grazen … Hak, hak, hak. In stukjes ga je. In stukjes.’
Het was echter niet gedaan met mijn angst, die breidde zich uit naar alles wat me met dode ogen aanstaarde en zo ontstond een rechtgeaarde beeldenvrees die zijn hoogtepunt bereikte op wat voor mijn ouders een romantische avond had moeten zijn op de Pont Alexandre te Parijs. Witte wolken joegen voorbij het licht van de bijna volle maan. Het was een kille avond in april (vermoed ik, want we maakten deze tripjes meestal in het voorjaar met Pasen of Pinksteren) ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Aan het eind van een dag sightseeing en shoppen nog even een stop op de mooiste brug van Parijs. Wat die brug zo mooi maakt naast een rij lantaarns en barokke ornamenten? Er hangt een gigantische beeldengroep aan. Duivels met drietanden die – ik zweer het! – hun hoofden naar me omdraaiden in het maanlicht.
Resultaat: ouders doen romantisch, kind sprint gillend met zwaaiende armen voorbij. Lekker sfeertje.
Op een gegeven moment moet een mens zich erbij neerleggen dat dergelijke angsten niets met de realiteit te maken hebben. Ik ben jaren later terug geweest naar die brug, tijdens de reis naar Parijs waarop we een deel van mijn vaders as hebben uitgestrooid, en die beeldengroep stelt helemaal geen duivels voor; het zijn de jaargetijden of andersoortige gratiën, dames met een lieftallige glimlach op het gelaat en bloemen in het haar. Oké, toegegeven, ze zijn zó groot dat ze doodeng blijven, maar het is wel typerend van hoe angst een beeld (in dit geval létterlijk een beeld) kan omvormen tot iets veel engers.
Naar mate de tijd vordert worden de irreële angsten verdreven door voorvallen uit het echte leven. Ik heb dingen gezien en gevoeld rond het overlijden van dierbaren die ik hier niet zal delen omdat ze té persoonlijk zijn. Vertellen dat mijn vader geen mooie dood stierf en dat ik als enige aanwezig was, zegt voldoende.
Sindsdien lach ik elke babypop vierkant uit en ontmoet ik de uitgeholde blikken van beelden met een brutale oogopslag. Ik win de staar-wedstrijden telkens weer.
Maar toch, tijdens sommige nachten wanneer het trauma-doosje opengaat en de reële angsten met me op de loop gaan, zou ik wensen, willen en zelfs bijna smeken of die babypoppen niet terug willen komen met hun glazen ogen, hun blikkerend blootgelegde porseleinen tandjes en pruikjes van echt mensenhaar.