Voorproefje: Adem: Tsunami – Nico De Braeckeleer

1. Skye en de zee

Skye liet haar blik langs de kustlijn glijden. Op het strand lag een groepje jongeren op kleurrijke strandhanddoeken te zonnebaden. Een knappe jongen met een gespierd lichaam zat naast een meisje met lichtbruin haar. Hij smeerde haar rug in met zonneolie. De bandjes van haar bikini waren losgemaakt. Zijn hand gleed in een vloeiende beweging over haar blote rug.
Skye beeldde zich in dat zij dat meisje was en dat de jongen haar rug insmeerde. Zijn handen beroerden haar naakte huid. Een aangename huivering ging door haar heen. Ze draaide haar hoofd naar de jongen toe. Hij legde een lok van haar lange, platinablonde haar achter haar rechteroor. Met zijn wijsvinger duwde hij haar kin zachtjes omhoog. Zijn groene ogen keken diep in haar ijsblauwe ogen, haast tot in haar ziel. Ze kon onmogelijk weerstand bieden aan de aantrekkingskracht die in elke vezel van haar lichaam voelbaar was. Zijn lippen naderden die van haar. Zijn warme adem beroerde haar gezicht. Hun lippen raakten elkaar.
Er ging een schok door haar lichaam die haar de adem benam. Verrast door de intense gewaarwording schudde ze het droombeeld van zich af. De jongen zou haar nooit kussen. Zij zou hem nooit kussen.
Ze verlegde haar blik van de jongen naar de azuurblauwe lucht boven de kustlijn. Die was doorspekt met verschillende soorten vliegers, waaronder driehoekige delta’s en ruitvormige diamantvliegers. De benamingen voor de andere vliegers kende ze niet.
Lachende jongens en meisjes hielden samen met hun ouders de vliegers in bedwang. Jongeren lieten hun vlieger alleen op, maar leken er net zo van te genieten.
Anderen speelden petanque, kubb, volleybal, voetbal, en de kleinsten bouwden zandkastelen of verzamelden schelpjes in kleurrijke emmertjes. De stralende zon warmde het water op. Heel wat strandgasten waagden zich in zee. De aanspoelende golven liefkoosden hun voeten, benen en lichamen terwijl ze in het water ravotten en zwommen.
Waarom kan ik niet zo vrij zijn als zij?
Een jongetje van een jaar of vier zat in een blauwgrijs bootje. Zijn papa duwde het bootje verder de zee in. Het kind stak zijn handjes joelend in de lucht. Surfers trotseerden de golven. Verder op zee voeren zeilbootjes, motorbootjes en jetski’s. Skye stelde zich voor dat ze op een van de jetski’s door het water stoof.
Hoe is het om midden op zee het zoute water in je gezicht te voelen spetteren? Het gevoel van vrijheid moet machtig zijn…
De zilte zeesmaak op haar tong werd plots vies, licht zurig. De wansmakelijke geur van de lucht die abrupt opdook, sneed haar de adem af. Ze hoestte.
Na de korte hoestbui keek ze weer naar de vergeelde foto van het strand en de zee. Zoals zo dikwijls had ze zich ingebeeld dat ze echt op die plek was. Maar het strand, de zee, en de knappe jongen waren bijna 150 jaar geleden vastgelegd op foto. De afbeelding stond op het gebarsten display van haar apptphone. Het roestige toestel, een verre nakomeling van de smartphone, was meer dan 35 jaar oud. Het werkte nog amper.
Op het ogenblik dat de foto was genomen, roken de zee en de lucht ongetwijfeld nog lekker fris.
Kon ik maar heel even terug in de tijd reizen naar dat moment en die plaats…
Haar ogen hechtten zich weer vast aan de foto, waarop honderden mensen als mieren door elkaar krioelden. Zoals altijd als ze naar de foto keek, gleed haar blik naar het jonge meisje van een jaar of acht met honingblond haar. Met een oranje schepje vulde ze een rood emmertje met zand. Haar vader en moeder lagen met de ruggen naar elkaar op het strand met een boek in de hand. Het meisje zat tussen hen in. Het gaf Skye een gevoel van veiligheid dat ze zelf nooit had gekend. Het meisje deed haar aan zichzelf denken, al had zij nooit met een emmertje op het strand gespeeld. Toen zij in 2150 werd geboren, was het door de vervuiling veel te gevaarlijk om in de zee of op het strand te spelen. Nu, 15 jaar later, was de situatie er niet op verbeterd, ook al waren er al meer dan 35 jaar geen bedrijven, vliegtuigen of auto’s meer om koolstofdioxide in de atmosfeer te pompen.
Het weer was onvoorspelbaar. Seizoenen bestonden niet meer. Koude, warme, droge en vochtige perioden wisselden elkaar in onregelmatige cyclussen af. Officieel was het nu winter, maar de temperatuur liep op tot meer dan twintig graden. Skye droeg een korte, blauwe jeansshort met daarboven een wit T-shirt met de afbeelding van een zilverkleurig beertje op de welving van haar linkerborst. Haar blote voeten zaten in blauwe sneakers.
Ze wendde haar ogen af van haar apptphone en keek naar de zee, de zee zoals die nu was, en die in niets meer leek op de prachtige zee op de foto uit 2018.
Het zeewater was nu donker, zwart bijna, en de hoge golven slokten afval op en braakten het uit wanneer ze aanspoelden op het strand. Grote bergen afval hadden in de loop der jaren een soort van onnatuurlijke duinen gevormd.
‘Skye!’
Ze keek van de zee naar Joanna, die naast haar op de uitkijktoren stond. Joanna wees naar beneden. Aan de voet van de toren liep een man voorbij. Skye dook weg achter de houten balustrade. Alleen de wachters mochten op de torens. De man verdween in een weggetje en Skye stond weer op. Dankbaar om de verwittiging glimlachte ze naar Joanna.
Joanna was een grote, struise, donkere vrouw en een van de stoerste wachters. Een dik halfjaar geleden had ze Skye voor de eerste keer uitgenodigd om de uitkijktoren te beklimmen waarin ze wachtliep. De voorbije maanden waren ze ondanks het leeftijdsverschil bevriend geraakt. Hoe bruut de vrouw soms ook was tegen anderen, voor Skye had ze een boontje. Misschien zat er ergens diep binnenin haar toch iets moederlijks verborgen. Iedereen vond Joanna streng, hard en koel. Zelfs de burgemeester van Noord-Brussel zette een stap achteruit wanneer hij oog in oog met haar stond. Niemand in de nederzetting zou een gevecht met deze zwaargewicht aandurven. Skye had ontzag voor Joanna, die nu wachter was, maar voorheen jarenlang als speurder op pad was geweest.
‘Binnen een kwartier komt Charlie mij aflossen. Dus maak maar dat je wegkomt.’
Dat was de manier waarop Joanna praatte. Onverbloemd. To the point.
‘Als je me beu bent, mag je dat ook gewoon zeggen, hè,’ grapte Skye. Ze liep naar de ladder toe. Toen ze die bereikte, draaide ze zich nog even om naar Joanna, en kwam terug op het gesprek dat ze daarstraks hadden gevoerd. ‘En? Denk je dat het iets voor mij is of niet?’
‘Wat?’
‘Speurder zijn.’
‘Wat denk je zelf?’
Skye had daar al dikwijls over nagedacht. Heel dikwijls. ‘Als ik hier nog lang binnen deze muren zit, word ik gek.’
‘Vrijheid zit in je hoofd, Skye. Het is geen kwestie van naar buiten gaan.’
‘Voor mij wel.’
‘Dus je gaat op je achttiende een aanvraag indienen om speurder te worden?’
‘Als het mocht, deed ik het nu al.’ Skye zuchtte. Drie jaar leek een eeuwigheid. Tot dan moest ze op het land werken. Ze was het kotsbeu.
‘En Roy?’
‘Wat met Roy?’
‘Zal die jou laten gaan?’
‘Het is niet omdat hij me heeft opgevoed dat ik zijn eigendom ben. Op mijn achttiende ben ik mijn eigen baas!’
‘Roy houdt van jou, Skye. Vergeet dat nooit.’
Skye haalde haar schouders op, alsof het haar niet kon schelen.

https://baeckensbooks.com/catalogus/adem-1-tsunami/

website