Voorproefje: Het groene kristal – Esther Wagenaar

received_21376461565515865178556163939067247.jpeg

 

‘Tansie!’ Zania rende de kleine hut binnen.

Tycho, Tansies man, kroop eerbiedig aan de kant, zodat Zania naast het bed kon zitten.

Tansie opende haar ogen en keek haar zus met een wazige blik aan. ‘Ik red het niet Zania, maar misschien het kind wel.’

‘Je moet het redden, ik kan niet zonder jou.’ Zania nam het hoofd van haar zus in haar handen en voelde de hitte van haar huid. Het was afschuwelijk om te zien hoe een sterke krijger als Tansie bijna letterlijk opbrandde door de koorts.

‘Het is mijn tweede kind.’ De woorden kwamen met moeite. ‘Je weet dat het medicijn dan niet altijd werkt.’

‘Je moet het nog een keer gebruiken. Bij een tweede kind is vaak een tweede dosering nodig, dan werkt het wel.’ Zania gaf haar water en Tansie slikte het moeizaam door. ‘Je bent er bijna. Nogéén maand en je kind is levensvatbaar. De regina zal daar toch wel begrip voor hebben?’

‘Er is niet genoeg van het medicijn en dat weet je. Vrouwen die voor het eerst zwanger zijn, gaan voor, daar kan de regina niets aan veranderen. Ik heb mijn kans gehad.’

Het klonk berustend en dat beviel Zania niet. ‘Ik zal zelf het medicijn voor je halen.’

‘Wat bedoel je?’

‘Ik zal een Groene vangen. Die is voor de Afranen genoeg doseringen van het medicijn waard om de regina te overtuigen je het nog een keer te laten innemen.’

‘Groenenjacht is gevaarlijk.’

‘Ik heb geen keus.’

Tansie greep Zania’s hand stevig vast. ‘Wees voorzichtig. Wie moet er op Tycho en Darja letten als jij er ook niet meer bent? Ik wil niet dat onze regina over hun lot beslist. Mijn dochter mag niet als krijger in het leger van de Afranen eindigen.’

‘Dat zal niet gebeuren. Hou nog een paar dagen vol. Ik kom terug, Tansie, dat beloof ik je!’

Een flauwe glimlach was alles wat Tansie als antwoord kon geven. Ze was uitgeput en viel in slaap.

Zania kuste haar zus op de wang en vertrok.

Een tocht naar het oerwoud vroeg om een goede voorbereiding. Pas na anderhalve dag reizen over de savanne zou ze de rand van het woud bereiken. Zania waste zich en voorzag haar huid van een nieuwe laag witte huidverf. De verf maakte haar toch al zeer bleke huid spierwit, maar zou haar ook beschermen tegen de felle zon van de savanne. Het korte gedeelte van haar zwarte haar, voor op haar hoofd, zette ze opnieuw rechtop, terwijl ze het lange achterste gedeelte in een zwarte doek bond. Het beschermde haar hoofd tegen de zon en voorkwam dat ze met haar haren vast zou komen te zitten in het dicht begroeide oerwoud. Met groene verf schilderde ze een verticale streep over haar voorhoofd, neus en kin. Met zwarte verf schilderde ze een horizontale streep over haar ogen en maakte ze haar lippen zwart. Ze zag er angstaanjagend uit en dat was ook precies de bedoeling.

Zania’s kleding was simpel en doelmatig. Ze droeg een zwartleren body, zwarte hoge laarzen en armkappen. Het Groene volk waarnaar zij op jacht ging gebruikte nooit wapens, maar de jungle was gevaarlijk en ze ging daarom zorgvuldig haar wapenuitrusting na. Aan haar gordel zaten steekmessen, werpmessen en andere wapens bevestigd. Ze waren veilig opgeborgen in speciale leren zakken, maar zo dat zij ze door een simpele handeling kon pakken.

Nadat ze ook eten, touw en andere noodzakelijkheden in haar zadeltas had opgeborgen, nam ze deze mee naar buiten naar haar rijdier dat, zodra ze Zania zag, onrustig werd. Blijkbaar had Lilith wel zin om erop uit te gaan. Zania streelde de zampala over haar hals waardoor ze wat kalmeerde en tuigde haar op.

Tansies man kwam eraan met iets in zijn armen. De man maakte een korte buiging voor hij Zania aansprak.

‘Het gaat heel slecht met haar, paco Zania.’

‘Ik weet het, Tycho.’

‘Ze heeft me gevraagd u deze spullen te geven, ze zullen u helpen bij uw jacht.’

Zania pakte aan wat hij in zijn armen had.

‘Wanhoop niet, Tycho. Ik zal over een paar dagen terugkeren en dan zal Tansie genezen.’

‘Ik hoop het, paco Zania.’ De man boog weer eerbiedig en vertrok naar Tansies hut.

Zania doorzocht de spullen die Tycho haar gebracht had. De boog en goedgevulde pijlenkoker bond ze meteen op haar rug. De zwart metalen wapenstok nam ze liefkozend in haar handen. Dit was het wapen dat ze het liefstgebruikte! Het was praktisch onbreekbaar, snel en makkelijk hanteerbaar door zijn lichte gewicht. Bovendien had het wapen van Tansie nog iets bijzonders: uit het bolle uiteinde van de wapenstok konden messen tevoorschijn komen, waarmee je de vijand zo nodig een doodsteek kon toedienen.

Het laatste wat ze tussen de spullen vond, was het belangrijkste. Het was een speciale helm die de Terrazones van de Afranen gekregen hadden. Hij was door de Afranen ontwikkeld om Groenen in bedwang te kunnen houden. De helm werd een caja genoemd, naar een blind dier dat op de savanne leefde. Zania wist niet hoe de caja werkte, ze wist slechts hoe ze hem moest gebruiken. Als ze een Groene te pakken had, zou ze de caja meteen op zijn hoofd zetten, zodat hij niets meer kon zien en gedwongen werd de orders op te volgen van degene die tegen hem sprak. De caja schakelde ook de telepathische en telekinetische gaven van de Groenen uit, want dat was het gevaarlijke aan de Groenenjacht. Eén blik van een Groene kon je al gek maken en er waren zelfs Terrazones gedood.

Alles was ingepakt en even twijfelde ze. Kon ze dit? Ze was geen groot krijger zoals Tansie en ze was nog nooit op Groenenjacht geweest. De jacht op Groenen was gevaarlijk en er werd dan ook in groepen op ze gejaagd, maar Zania had de hele buit nodig om een dosering voor Tansie af te dwingen bij de regina. Ze moest het alleen doen.

Ze dacht aan haar zus. Haar sterke zus die nu dreigde te overlijden alleen maar omdat ze zwanger was van haar tweede kind. Het was zo onrechtvaardig! Nee, dat kon ze niet laten gebeuren. Ze was er klaar voor. Ze zou een Groene vangen en Tansie redden!

Zania besteeg Lilith en spoorde haar aan in galop.

* * *

Het was een flinke rit over de savanne naar de rand van het oerwoud en Zania ging over in een draf om de krachten van Lilith te sparen.

Het was net voorbij het heetst van de dag toen ze een Afraanse patrouille aan zag komen. Het zwarte luchtschip tekende duidelijk af tegen de horizon. Ze reed snel naar een groepje bomen, steeg af en trok Lilith de schaduw in. Afranen kon ze maar beter ontlopen.

Natuurlijk hadden de Terrazones hen nodig voor het medicijn, maar verder bracht de Afraanse overheersing niets dan ellende. Afranen waren niet te vertrouwen. Je kreeg steeds minder van het medicijn op de markt en protesteren had geen zin. Zania had zelfs gehoord dat een Afraanse patrouille voor de lol op de rijdieren van Terrazones hadden geschoten. Het waren respectloze, barbaarse mannen.

Pas toen de patrouille geruime tijd uit zicht was, besteeg Zania haar rijdier weer.

* * *

Aan het einde van de middag veranderde het landschap. Er was steeds meer begroeiing in felle rode, gele, groene en paarse tinten. De kleuren werden versterkt door de ondergaande zon Indra. Bij het verschijnen van de manen Candara en Dagomar werd het tijd om te stoppen voor de nacht. Zania steeg af en ontdeed Lilith van haar tuig. Daarna liet ze haar los. Het dier zou zelf eten vinden en in de ochtend komen als ze geroepen werd. Zelf at Zania wat gedroogd vlees en eenpaar koeken. Morgen zou ze onderweg fruit plukken om haar maaltijd compleet te maken. Pas in het oerwoud zou het moeilijker worden om aan voedsel te komen. Hier kende ze ieder dier en iedere plant, maar van het planten- en dierenleven in het oerwoud wist ze niets.

Ze staarde in het vuur. Eigenlijk zouden we niet de Groenen moeten bevechten, maar de Afranen, dacht ze vlak voordat ze in slaap viel.

* * *

De volgende ochtend werd Zania wakker door een ritselend geluid dicht bij haar. Er bewoog iets bij haar been, maar ze kon niet duidelijk zien wat. Langzaam werd er een zwarte, gelede staart met een felrode punt zichtbaar. In een reflexbeweging pakte zij een mes van haar riem en doorboorde daarmee het dier. Het afzichtelijke spinachtige wezen gaf nog wat stuiptrekkingen en was dood.

Ik haat aracs, daar gaat mijn humeur. Met een ferme zwaai ontdeed ze zich van het beest. Even bleef ze slaapdronken zitten. Je had van die strijders die zonder veel problemen zomaar eenpaar nachten zonder slaap konden en dan ook nog zeer waakzaam bleven. Waakzaamheid was een eigenschap die Zania zich goed aangeleerd had, maar zonder voldoende slaap kon ze absoluut niet. Weer een reden om nooit een groot krijger te kunnen worden. Een diepe zucht moest haar bevrijden van haar slaap, maar toen ze opstond volgde er weer een. En dat zou voorlopig niet de laatste zijn.

Zania maakte een hoog geluid en niet veel later kwam Lilith lusteloos aanhobbelen.

‘Ook niet goed geslapen, meisje?’

Lilith snoof diep als antwoord. Zania zadelde haar snel. De warme zon Indra zou spoedig volop schijnen en ze hoopte voor het heetst van de dag in de beschutte buitenrand van het oerwoud te zijn. In volle galop reed ze weg.

Langzamerhand raakte de savanne dichter begroeid, waardoor hun gang steeds langzamer werd. Slechts één keer eerder was ze tot de rand van het oerwoud geweest en die ene keer was haar bijna fataal geworden. Gevaarlijke wezens huisden hier en Zania was op haar hoede.

* * *

Pas laat in de middag bereikten ze de rand van het oerwoud. De plantengroei was hier behoorlijk dicht. Slechts een enkele keer werd Zania’s gezicht door Indra beschenen. Moeizaam vond ze haar weg door het woud en al gauw moest ze afstappen, omdat Lilith met haar benen vast kwam te zitten in het kreupelhout. Ze besloot even uit te rusten en ging vermoeid op een boomstam zitten.

‘Ik zou hier nooit kunnen leven, Lilith. Je kunt hier nog geen paar meter ver zien’, zei ze, terwijl ze het dier over haar hoofd aaide. Lilith begon plotseling zenuwachtige bewegingen te maken.Zania pakte meteen een mes. Ze had het gevoel dat ze begluurd werd. Het gebladerte ritselde en Lilith steigerde. Een luid gekraak van brekende takken volgde, vergezeld van bewegende bladeren. Wie of wat het ook veroorzaakte: het vluchtte van haar weg. Even later was alles weer stil.

Zania was er niet gerust op. Ze sloop voorzichtig naar de plek waar ze het geluid gehoord had. Opeens klonk er een rauwe kreet enkele meters bij haar vandaan. Zania dook ineen en kroop voorzichtig verder. Haast geruisloos haalde ze het dikke bladerdek voor zich weg. Ze hield een mes voor zich uit voor het geval ze zou worden besprongen. Gebroken takken en gekneusde bladeren gaven aan dat hier iets langsgekomen was.

Zania schrok; anderhalve meter bij haar vandaan zag ze een jonge man verstrikt zitten in het web van een reuzenarac. De man was ongeveer even groot als zijzelf en hij had een tenger, maar pezig lichaam. Zijn opvallendste kenmerken waren echter zijn mooie bruine ogen en mosgroene huid.

‘Een Groene’, zei Zania zacht en ze huiverde.

De Groene zag haar niet. Hij hield zijn ogen dicht en zijn gezicht stond geconcentreerd. Zania zag tot haar verbijstering dat het web langzaam begon te smelten. Bijna was hij los. Boven in de boom bewoog iets. De maker van het web, een reusachtige zwarte arac, kwam op de Groene af en was klaar om haar prooi te bespringen. Zania reageerde onmiddellijk en wierp haar mes. Raak! Het vlijmscherpe lemmet drong met gemak door de gepantserde huid van het dier. Een laatstestuiptrekking en het beest was dood. Ze kon alleen niet voorkomen dat de dode arac tegen de Groene aanviel. De jonge man werd uit het web gesleurd en viel op de grond, met de arac boven op zich.

Zania haalde diep adem, ze had al haar moed nodig om de arac van de Groene af te halen. Ze wist bovendien niet of ze nu banger was voor hem of voor het dier. Toch lukte het haar de arac te verplaatsen.

De man bewoog zich niet en Zania zag al snel waarom. Tijdens zijn val moest hij iets scherps geraakt hebben. Op zijn voorhoofd had hij een wond en een dun streepje bloed liep over zijn mosgroene huid.

Zania kon hem nu veilig nader bestuderen. Ze schatte zijn leeftijd rond die van haarzelf. Hij had halflang, steil haar dat hij los droeg. Hij had alleen een lendendoek en sandalen aan; hij bezat geen wapens. Vooral dit laatste vond Zania vreemd. Er zaten hier toch veel gevaarlijke wezens, de reuzenarac was hier het bewijs van.

De Groene intrigeerde haar. Niet alleen omdat hij ontegenzeggelijk knap was, er was nog iets anders. Iets wat ze nog nooit gevoeld had.

De man opende zijn ogen en Zania keek hem recht aan. Ze wist dat dit gevaarlijk was, mensen konden gek worden van de geheimzinnige krachten van de Groenen. Zania hoorde geen vreemde stem in haar hoofd, maar toch voelde ze zich raar. Een zwaar gevoel ontstond in haar maag en haar hart bonsde in haar keel en in haar slapen. In haar hele lichaam voelde ze een weeïg gevoel van emotie. Ze verdronk in de ogen van de Groene.

Snel stopte ze haar gevoelens weer diep weg. Ze pasten niet bij een Terrazone. Het was sowieso misplaatst. Deze Groene moest Tansies leven redden en een gewonde Groene was minder waard dan een gezonde. Ze riep Lilith, pakte verband en wondzalf uit haar zadeltas en liep aarzelend dichter naar de Groene. Ze verbond voorzichtig zijn hoofd en zette hem half rechtop tegen een boom. Nog steeds had hij niets gezegd. Hij staarde voor zich uit, maar wel met een vastberaden blik in zijn ogen.

Nu moet ik hem de caja opzetten. Zania twijfelde. Had de Groene immers niet allang de kans gehad om haar iets aan te doen? Het was alsof hij besloten had zich aan haar te onderwerpen, maar waarom? Ze had nooit eerder gehoord dat Groenen zich bij de rand van het oerwoud waagden. Er klopte iets niet en dat maakte haar bang.

Misschien heeft hij gewoon een hersenschudding en kan hij mij daarom niets aandoen, stelde ze zichzelf gerust. Ze keek hem weer recht aan. Zou hij haar wel verstaan?

‘Wat is je naam?’ vroeg ze hem.

‘Dion’, zei een stem in haar hoofd.

Zania schrok zich rot. Niks hersenschudding! Deze Groene beschikte nog steeds over zijn telepathische gave.

‘Wees niet bang. Mijn naam is Dion. Ik wist dat jij zou komen’, klonk het weer in haar hoofd.

Dit was te veel voor Zania. Ze pakte de caja en zette die snel, voordat Dion wat kon doen, op zijn hoofd.

‘Het spijt me, Dion. Ik wil geen stemmen in mijn hoofd en zeker niet die van een man. Ik ben paco Zania, een Terrazone, en jij gaat voor mij het leven redden van mijn zuster Tansie.’ Zania hielp Dion op te staan en liep met hem naar de plek waar haar rijdier achtergebleven was. Ze gebood Dion op te stijgen en met Lilith aan de hand liep ze het oerwoud uit.