Voorproefje : Onmenselijk Verliefd- Jorien Cohrs

Hoofdstuk 1

Ik zit in de auto en staar naar de voorruit. Dat sterretje moet echt gerepareerd worden; Jim heeft het nog steeds niet laten doen. Ik denk aan gisteravond en voel weer die knoop in mijn maag. Hij had het zo goed voorbereid; precies zoals ik het in mijn hoofd had bedacht. Hij had mijn favoriete restaurant gebeld en verteld dat hij me nog vóór het dessert ten huwelijk zou vragen. Al het personeel zat in het complot en ze hadden de muziek perfect uitgezocht. En toen: zijn lieve woorden, die lieve blik van hem toen hij op zijn knieën ging… Echt, het was goud waard. Zoiets maak je maar één keer in je leven mee. Tenminste, dat is de bedoeling volgens mij. Maar toen ik ja zei, voelde het niet goed. En ook al was dat gevoel er maar even; voor het eerst in al die jaren samen met Jim was er iets in mijn buik en hart wat zei: “Dit moment hoort anders te voelen dan het nu doet.”
Ik hoor getoeter en schrik. Het stoplicht is op groen gesprongen. Ik kijk in mijn spiegel en zie een boze bestuurder die naar me wuift dat ik moet doorrijden. Van schrik laat ik de motor een paar keer afslaan. Ik raak in paniek. Oké Sophie-Ann: adem in, adem uit en probeer het dan nog een keer. Gelukkig start de auto meteen en nu laat ik mijn koppeling rustig opkomen. Sorry!! Ik wuif terug naar de auto achter mij en denk aan Jim. Ik ben in de war. Sinds het aanzoek is er iets in mij wat niet goed voelt.
Ik rijd terug naar huis en bereid me alvast geestelijk voor op ons verlovingsfeestje. Ik parkeer voor de deur en zie Jim staan in de keuken. Ook het feestje was al gepland. Na zijn aanzoek gingen we samen naar huis. Hij had het huis van tevoren versierd en vertelde me dat het verlovingsfeestje de volgende avond zou zijn, vanavond dus. Hij vertelde ook dat hij alles al had geregeld. Ik hoef dus voor de verandering niks meer zelf te doen en kan nu helemaal genieten van onze verloving.
Ik draai de autosleutel om en betrap mezelf op het gevoel dat ik niet wil uitstappen.

Zodra ik binnenkom, word ik enthousiast begroet door Budd. Ik ga op m’n knieën zitten en aai zijn lieve koppie.
“Hé lieverd, daar ben je eindelijk!”
Ik kijk op en kijk recht in het gezicht van Jim. Ik zie zijn gelukkige blik, zijn verliefde ogen. Hij trekt me overeind en houdt me stevig vast. “Heb je zin in vanavond?,” vraagt hij.
“Tuurlijk,‘’ zeg ik, met mijn grootste gemaakte glimlach.
Echt: de liefde die ik voor hem voel, is oprecht. En we zijn al samen sinds de middelbare school, dus we zijn toe aan de volgende stap. Althans, dat dacht ik…
Ik geef Jim een kus en ren gauw naar boven. Vanaf de trap roep ik dat ik nog even op bed ga liggen en daarna in bad ga. Hij lacht naar me en zegt dat hij verdergaat met het opruimen van de boodschappen. Vanaf de trap zie ik dat hij heel veel boodschappen heeft gehaald. Hij heeft echt zijn best gedaan voor dit verlovingsfeest. Hij heeft het allemaal zelf gepland en georganiseerd. Het enige wat ík hoef te doen, is genieten. Van alle aandacht, mijn familie, alle andere mensen en vooral van hem.
Maar toch… Het feest, de verloving; de hele situatie maakt me duizelig. Waarom voel ik me niet gelukkig, in elk geval niet gelukkig genoeg? Ik kijk vanaf de trap nogmaals naar de keuken en zie de jongen staan die mij gelukkig hoort te maken. In gedachten loop ik naar onze slaapkamer en daar pak m’n telefoon en bel ik mama.
Ze neemt meteen op: “Lieverd, al thuis? Papa, je zus en ik staan op het punt om te vertrekken richting jullie.”
Ik zucht en antwoord: “Ik ga nog even liggen en daarna in bad. Jim laat jullie wel binnen. Tot zo!”
“Ann, lieverd? Wat is er aan de hand? Na gisteravond had ik toch wel verwacht dat je blij zou zijn? je hebt maanden zitten vissen naar zijn verrassing; dit is toch wat je wilde? Ja toch, lieverd?”
Ik denk terug aan het telefoongesprek direct na het aanzoek. Ik belde mijn ouders op om te vertellen dat Jim op zijn knieën was gegaan. Hun oorverdovende geschreeuw deed me beseffen dat zij al wisten van de verrassing. Mama was zó enthousiast en zó gelukkig dat ik niet wilde beginnen met: “Ja, het voelde toch niet zoals het zou moeten voelen…”. Mijn moeder is echt van de oude stempel. Jong trouwen, kids, een gelukkig leven leiden en vooral niet je vuile was buitenhangen, als je begrijpt wat ik bedoel.
“Ik voel me prima, mam. Gewoon een beetje moe.”
Ze lacht en zegt dat ook dit erbij hoort. Het gevoel van onzekerheid en de twijfels. “Dit is allemaal heel normaal.”
“Tuurlijk,” zeg ik. “Tot zo.”
Ik hang op, loop richting de spiegel en kijk mezelf streng aan. “Ik zou je een schop onder je kont moeten geven, Ann. Je gaat nu gewoon even lekker liggen en daarna lekker in een heet bad. Je trekt je mooiste jurk aan en gaat genieten van je avond! Van je vrienden, je familie en vooral van je verloofde! Hij is het echt waard. Geloof jezelf nou maar.” Ik glimlach breeduit naar mezelf. Als ik even later op bed lig, doezel ik meteen weg.

Ik zit weer in de auto en sta voor het stoplicht. Het regent keihard. Ik kijk in mijn binnenspiegel en herken mezelf nauwelijks: mijn huid is erg bleek. Achter me wordt er getoeterd dat ik moet doorrijden. Ik kijk in mijn spiegel en wuif: sorry! Maar ik kom niet vooruit. Mijn auto doet het niet. Ik probeer hem te starten, en nog eens, maar er gebeurt niets. Ik raak in paniek… Inmiddels is achter mij een hele stoet auto’s aan het toeteren en boos aan het zijn omdat ik stilsta. Wat moet ik doen? Ik kan niks. Ik probeer de auto nog een paar keer te starten, maar tevergeefs. Ik stap uit en sta in de stromende regen. Ik ga naast mijn auto staan en zie de andere auto’s langs me heen rijden. Er wordt gescholden en gewuifd omdat ik de boel ophoud. Net als ik weer wil instappen, stopt er een auto naast me. Het raam gaat omlaag en ik hoor: “Heb je misschien hulp nodig?” Ik draai me om en kijk naar de onbekende auto.

“Ann! Ann! Lig je lekker?” Mijn zusje staat naast mijn bed te grinniken. “Er is een feestje dat op je wacht.”
Ik schrik als ik op mijn telefoon kijk. Ik heb bijna een uur geslapen. Bizar. Alwéér die levensechte droom… Ik word meteen weer met de realiteit geconfronteerd. Ik kijk mijn zusje aan: “Nik, is mama beneden?”
“Ja, zal ik even vragen of ze naar boven komt?”
“Graag,” zeg ik, terwijl ik opsta. Ik wil even met mijn moeder praten over mijn onderbuikgevoel. Ook wil ik het met haar hebben over de droom die steeds terugkomt; ik heb haar daarover al eerder verteld. Mama heeft een tijdje geleden een cursus gevolgd over het lezen van tarotkaarten en over wat dromen kunnen betekenen. Misschien staan mijn gevoel en die droom wel met elkaar in verbinding.
Mama stapt de slaapkamer binnen en ziet aan mijn gezicht dat er iets is. “Ann, lieverd. Wat is er aan de hand?” Ze gaat op de rand van het bed zitten.
Ik sta inmiddels voor de spiegel en vertel haar wat ik voelde tijdens het aanzoek. “Mam, sinds Jim het aanzoek heeft gedaan, is er iets in mijn lichaam wat gewoon niet goed voelt. Er is een knoop ontstaan in mijn maag en ik weet gewoon niet waarom. Ik bedoel: ik ben toch altijd gelukkig met Jim? Ik weet dat we snel zijn gaan samenwonen, maar dat wilde ik omdat ik gewoon niet zoals mijn vriendinnen ben. Ik hoef niet jaren te feesten en verschillende jongens te daten. Dat zit niet in me.”
Ik snik zachtjes en mama loopt naar me toe. “Lieverd, maak je nou geen zorgen. Het komt echt allemaal wel goed. Jij en Jim zijn echt voor elkaar gemaakt; de twijfels en de onzekerheid horen erbij. Toen hij het aanzoek deed, werd het voor jou waarschijnlijk écht serieus en sindsdien twijfel je. Je praat het jezelf aan, Ann. Echt, geloof je moeder nou maar. Het komt echt goed.” Ze veegt de tranen van mijn wang en loopt naar het raam. “Weet je, Ann… Elk meisje heeft weleens twijfels over de relatie waarin ze zit, of over de keuzes die ze maakt. Maar ik geloof in het lot, net zo sterk als ik in jou en Jim geloof.”
Ik loop naar haar toe en sla mijn armen om haar heen. “Mam, ik weet dat je het allemaal goed bedoelt, maar het voelt gewoon anders dan het zou moeten voelen.” Ik kijk in haar bruine ogen. “Mam, ik heb weer zo’n droom gehad.”
Ze draait zich van me weg en vraagt: “Wanneer?”
Ik vertel dat ik was weggedoezeld en dat de droom toen is teruggekomen.
De houding van mijn moeder verandert. Ze glimlacht: “Ann, die droom is niks meer dan de weerspiegeling van wat jij zelf wilt zien.” Haar toon is koud en anders dan ik gewend ben.
‘’Maar mam, ik weet dat die droom iets betekent! Ik voel aan alles in mijn lichaam dat het ergens mee te maken heeft. Waarom voel ik me anders zo?”
Ze kijkt me aan en zegt: “Ann, ik wil dat je lekker even gaat douchen, je jurk aantrekt en naar beneden komt. De mensen wachten op je en Jim ook.”
“Mam, serieus? Ga je nou net doen alsof ik niks heb gezegd?”
Ze draait zich om en loopt mijn slaapkamer uit.
Ik blijf alleen achter en kan niet geloven dat mijn moeder gewoon is weggelopen.

Het feest is inmiddels in volle gang en iedereen vermaakt zich prima. Ook ik vermaak me; ik voel me beter dan ik had verwacht. Jim staat naast me en vertelt liefdevol aan iedereen dat hij zo blij is met deze verloving. Hij wilde me vorig jaar tijdens de zomervakantie al ten huwelijk vragen, maar twijfelde toen omdat ik nog een jaar naar school moest. Maar nu ik net mijn diploma heb behaald, is het tijd voor de volgende stap.
Ik lach lief naar iedereen en knik vrolijk met de woorden van Jim mee. Ik geef hem een kus op zijn wang en gebaar naar mijn vriendin Mel dat we naar buiten gaan. Ze loopt naar de tuin en ik volg haar.
Buiten is het donker en koud. Ik sla mijn armen om mezelf heen en Mel lacht. “Wat een feestje heeft-ie georganiseerd hè? Wist je echt helemaal nergens van?”
Ik probeer me groot te houden en lach. “Ja, hij heeft zich al maanden voorbereid op dit moment en hij heeft het echt goed gedaan.” Ik probeer zo gelukkig mogelijk over te komen en lach als een boer met kiespijn.
“Ann… Serieus? Denk je nou echt dat ik niet doorheb dat mijn beste vriendin zich ontzettend kut voelt?”
Ik kijk haar aan en stort in. Ik huil en stotter en door al mijn gesnotter heen zeg ik: “Oh Mel, sinds het aanzoek is die droom weer terug. En hij was vandaag intenser dan ooit. Ik kan het gewoon niet van me afzetten. Ik kan gewoon niet van die verloving genieten, zoals het hoort.”
Mel staat naast me en houdt me stevig vast. “Ah, liefje! Jij kunt toch helemaal niks aan die dromen doen?”
Ik huil: “Nee, dat weet ik ook wel. Maar ik probeerde er net met mijn moeder over te praten en die negeerde het volkomen.”
“Ann, je weet dat je moeder het beste met je voor heeft. Ze wil je gewoon gelukkig zien en ze wil zéker niet dat je je toekomst laat afhangen van een droom die je af en toe hebt. Dat slaat ook nergens op; dat ben ik met haar eens.”
“Ik weet het, Mel. Ik stel me ook ontzettend aan en maak mezelf helemaal gek met waarschijnlijk niks.”
“Inderdaad Ann, laat die droom rusten. Die hoort gewoon bij jou en je gekke dromenwereld.” Mel lacht en veegt de tranen van mijn wangen. “Ga lekker genieten van je feestje en van Jim. Het komt uiteindelijk allemaal goed, echt!”
Ik kijk haar aan en lach. “Je hebt gelijk, Mel. Ik maak mezelf helemaal paranoïde met die gedachtes.” “Inderdaad. Nou, veeg je tranen af. We gaan binnen nog een wijntje halen.”
“Geef me even een minuutje en dan kom ik.”
Mel lacht lief naar me en loopt naar binnen. Ik blijf nog even in de tuin. Het begint zachtjes te regenen. Ik voel me verloren en bang. Iedereen die ik wil vertellen over mijn echte gevoel en over die rare droom die steeds maar terugkomt, luistert niet naar me. Ik praat mezelf moed in en herhaal de gesprekken met Mel en mam in mijn hoofd. “Ann, je maakt jezelf gek en je praat jezelf ook van alles aan. Kap ermee en ga genieten van deze tijd! En van je eigen feestje!”
Opeens schrik ik: ik hoor iets, vlak achter me. Ik draai me snel om en zie mijn zusje. Waarschijnlijk heeft zij het hele gesprek met Mel gehoord. Ik kijk haar boos aan. “Kon je niet even laten weten dat jij er ook stond?”
Nik kijkt me ongerust aan en zegt: “Ann, ik vind dat je wél wat met die droom moet doen hoor! Een droom die niet verandert en steeds terugkomt; dat moet iets betekenen, echt!”
Ik kijk mijn zusje aan en trek mijn wenkbrauw op. “Serieus, Nik? Wat weet jíj nou!” Ik heb meteen spijt van mijn woorden.
Ze kijkt me boos aan en wil weglopen, maar ik pak haar vast en zeg dat het me spijt. “Sorry, Nik. Zo was het niet bedoeld. Ik ben een beetje gestrest en dat moet ik niet op jou afreageren.”
Ze kijkt me aan en trekt zich los. “Weet je wat jij moet doen, Ann? Ga jij maar lekker het gelukkige huisvrouwtje spelen met je vriend en je hondje. Trouw, krijg kinderen en word oud – of niet. En luister vooral niet naar je onderbuikgevoelens. Dan spreken we elkaar over tien jaar nog een keer en dan kijken we of je nog steeds zo gelukkig bent!”
Ik kijk Nik boos aan en wil wat terugzeggen, maar voordat ik de kans krijg, is ze al naar binnen gestormd. Ik blijf achter en vraag mezelf af hoe het kan dat mijn zeventienjarige zusje mijn gevoelens wél serieus neemt.

Jim en ik liggen in bed. Het feest is al een tijdje afgelopen en ik blijf maar denken aan mijn zusje. Hoe kan het dat zij mij wél gelooft en dat zij wél denkt dat die droom iets te betekenen heeft? Ik pak mijn telefoon en tik een berichtje. “Lieve Nik. Sorry, sorry, sorry voor vanavond. Ik was gewoon gestrest, boos en bang. Je hebt gelijk: ik moet er iets mee doen. Zullen we morgen samen lunchen? XX Ann.” Ik druk op de verzendknop en hoor het fluitende geluid van het verzonden berichtje. Nu maar hopen dat ze hem niet meteen verwijdert.
Jim draait zich om en vraagt met wie ik zo laat nog contact heb. ‘’Ik stuurde Nik even een berichtje. Zij en ik hadden vanavond een kleine discussie in de tuin.”
“Waarover?”
“Gewoon over zusjesdingen. Je kent het wel: geharrewar over de bruidsmeisjesjurken en zo.” Ik lach en draai me om.
Jim wrijft zachtjes over mijn rug en lacht: “Wat zusjes gewoon horen te doen dus, haha. Jullie moeten maar snel een dagje inplannen zodat jullie de band een beetje kunnen versterken!”
Ik lach en antwoord: “Ja, dat moeten we zeker doen. Morgen hebben we een lunchafspraak staan.”
“Goed zo!”
Ik zeg tegen Jim dat ik moe ben en graag wil gaan slapen. Hij geeft me een kus en draait zich om. Ik wacht tot hij slaapt en pak mijn laptop erbij. Ik zoek op internet naar ‘droom betekenis’ en scrol door pagina’s vol informatie. Hier word ik niet wijzer van. Ik klap mijn laptop dicht, ga liggen en sluit mijn ogen. Als die droom nu maar niet terugkomt. Ik probeer schaapjes te tellen: één schaapje, twee schaapjes, drie schaapjes, vier schaapjes… Mijn gedachten dwalen af naar mijn moeder, Mel en Nik. Het gesprek met mijn moeder zit me ook niet lekker. Ik zal morgenochtend bij haar langsgaan om verhaal te halen. Ik wil graag weten waarom ze mijn droom volkomen negeerde. Het voelt gewoon allemaal niet goed. Dat onderbuikgevoel is te sterk. Ik draai me om en kijk naar Jim. Hij ligt rustig te slapen en lijkt zo gelukkig. Ik streel zijn blonde haren. Ik wil hem ook helemaal niet kwijt; ons leventje, dit geluk. Ik wil onze relatie ook helemaal niet op het spel zetten voor een droom of voor mijn gevoelens. Die zijn nergens op gebaseerd. Ik praat het mezelf allemaal aan. Ik spreek met mezelf af dat het afgelopen moet zijn met dit getwijfel. Ik ben gelukkig met Jim, mijn leven en mijn verloving. Ik ga ervan genieten en ik ga Jim gelukkig maken. Mijn droom kan wel een betekenis hebben, maar dat heeft allemaal met mezelf te maken. Het is wat ík ermee doe en wat ík mezelf aanpraat. Even later val ik in slaap.

De auto start niet. Ik wacht een minuutje en probeer het dan nog een keer. Ik raak in paniek, want inmiddels staat er een hele stoet met toeterende auto’s achter me. Ik word zenuwachtig en weet niet meer wat ik moet doen. Ik kijk in mijn binnenspiegel en zie dat mijn huid bleek is; héél bleek. Ik stap uit de auto en schreeuw om hulp. Inmiddels is mijn witte jurk helemaal doorweekt door de regen. Ik sta op de weg en niemand stapt uit om me te helpen. Ik schreeuw nogmaals om hulp, maar er is niemand die me hoort of helpt. Ik kan geen kant op. Het lijkt wel of mijn voeten zijn vastgeplakt op het wegdek. Ik sta hier maar en mijn jurk schijnt inmiddels helemaal door. Het regent zo hard dat ik letterlijk niks meer kan zien. Ik probeer een stap te zetten, maar het lukt me niet. Ik kom hier nooit meer weg, denk ik bij mezelf. Ik hoor alle toeterende auto’s, maar waar ís iedereen? Waarom stapt niemand uit? Waarom helpt niemand me? Ik kijk achter me en zie een auto langzaam naar me toe rijden. De auto is donker en ook de ramen zijn geblindeerd. Hij stopt naast me en het raampje gaat langzaam naar beneden. Ik probeer door de regen heen te kijken, maar het lukt me niet. Ik probeer om hulp te vragen, maar uit mijn mond komt geen geluid. Door de regen heen hoor ik een vragende mannenstem: “Heb je misschien hulp nodig?” Ik probeer een stap te zetten om te zien wie het is. Maar niks lukt; ik kan geen antwoord geven en ook geen stap zetten. Ik wil dat deze persoon uitstapt. Ik probeer hem uit te leggen dat ik niks kan doen en dat mijn voeten zitten vastgeplakt, maar uit mijn mond komt geen geluid. Ik wil schreeuwen, ik wil rennen, ik wil kijken wie er in de auto zit, maar ik kan niks. Mijn hele lichaam is verstijfd, alsof ik van steen ben. De auto staat nog steeds naast me, maar er is niemand die uitstapt. Ik voel me verloren en bang. Help me nou, alsjeblieft! Ik snik zachtjes en probeer omhoog te kijken. Het regent zó hard dat ik inmiddels helemaal onderkoeld ben. Langzaam verdwijnen de auto’s om me heen, maar de donkere auto blijft. Het regent en het stopt maar niet. Help me… Iemand. Alsjeblieft! Ik probeer in de donkere auto te kijken, maar het lukt niet…