Schrijver van de maand April 2019: Garvin Pouw blikt terug.

Garvin Pouw blikt terug:

Mijn debuut ‘Schaduwkoningin’ is inmiddels een dik jaar oud en met een vierde boek bij de drukker is het de hoogste tijd om te reflecteren. Toen ik eind 2017 in status werd verheven van een hobbyschrijver naar gepubliceerd auteur, was ik in de meeste opzichten zo groen als gras. Ik was geen grote lezer en nauwelijks bekend met het wereldje van de Nederlandse verbeeldingsliteratuur. Ik keek tegen heel wat mensen op en was vooral apetrots dat mijn manuscript een enthousiaste uitgever had gevonden.

Mijn verwachtingen waren laag. Ik was onzeker over de kwaliteit van en de behoefte aan mijn werk en had niet voor niets mijn verhalen al twintig jaar privé gehouden. Ik wilde vooral een eigen exemplaar met een kaft.
Toch veranderde die bescheidenheid van ambitie snel. ‘Schaduwkoningin’ ging van start met een aantal spetterende recensies, de boekverkoop ging top en een lovende biblionrecensie zorgde voor een dikke bibliotheekbestelling. We deden een heel mediacircus met kranteninterviews en signeersessies. We veroverden een Bastaardnominatie en al snel daarna een nominatie voor de (op dat moment) in mijn ogen prestigieuze Harland award boekprijs voor het fantastisch genre. Wauw! Als je debuut wordt opgenomen in zo’n positieve flow is het best lastig je hoofd nog koel te houden. Ik begon van wilde dingen te dromen. Contracten voor nieuwe boeken werden snel getekend en alles was top!
Helaas bleek heel het Harland verhaal een flop. Op de valreep van het traject stortte die organisatie in elkaar door juryconflicten en visieverschillen. Een proces dat ten koste ging van mij en mijn medeschrijvers, en uiteindelijk van veel meer.
Een eyeopener werd het wel. De wolk waarop ik zat verdween en de begrenzing van mijn bereik kwam duidelijk in beeld.
Ik leerde dat naast het spel van schrijvers en lezers een hele tussenlaag bestond van mensen die liever praten over het ‘genre’ dan dat ze er iets in produceerden. Deze mensen wilden het ‘genre’ graag groter maken, maar het liefst door het te verheffen tot iets wat in mijn optiek geen donder meer met het genre te maken heeft. Haal de F uit fantasy en zet er de onnavolgbare L van literatuur in. Alsof amusement als meerwaarde een vies woord is en ieder boek een revolutionair icoon moet willen zijn. Ons werk werd weggezet als ‘niet ambitieus genoeg’ in een wedstrijd die in zijn omschrijving niet verder ging dan: het verkiezen van het beste Nederlandstalig genreboek. Nou, ze hadden wellicht gelijk, want ik mocht concluderen dat ik ver van die ambities af sta. Ik schrijf mijn fantasyboeken in de eerste plaats voor mijzelf, in de tweede plaats voor die lezers die het willen meelezen en pas in de laatste plaats dat forum van zelfverkozen experts, die menen hun lat te moeten leggen langs werken die die lat niet eens nastreven.
Dit hele avontuur bracht mij in ieder geval terug naar de kern van de zaak en gelukkig ook naar mijn comfortzone. Ik werkte weer verder voor de fantasylezende festivalganger en zij die durven wat verder te kijken dan de standaard ingerichte vertaalplank in de gemiddelde boekhandel. Gelukkig bleef de verkoop gewoon goed doorlopen en de respons bleef in de meeste gevallen ronduit positief en lovend. Eind van de zomer werd ik zelfs nog een derde keer voor iets genomineerd. Ik eindigde tweede in de Hebban ‘beste fantasy’ categorie en moest het enkel afleggen tegen het internationale ‘Nimmernacht’ van Jay Christoff, verre van een schande.

Uiteindelijk ging ik dus verder zoals ik wilde. Ik maakte meer Valtada manuscripten klaar voor het publiek, voorzien van fraaie kaftjes. Ik leerde te accepteren tot hoever een Nederlandstalig genreboek kan reiken en van welke pretentieuze platforms en groepen ik weg moest blijven. Die revolutie van het Nederlandstalige fantasygenre kan mij in het geheel gestolen worden. Schrijven en lezers aan je binden is mij genoeg. En kijk nou toch eens! Schaduwkoningin doet het nog steeds prima. Mijn nieuwe tweeluik is net van start met een dijk van een recensie en ik popel om mijn vierde boek erbij te krijgen op de plank.
Ik weet inmiddels wie iets is en wie slechts iets lijkt, en ik oefen mijzelf in het mij niet teveel te vergelijken met anderen. Om mijzelf in mijn waarde te houden en anderen in hun waarde te laten. Ik ga een jaar in met niet 1 maar vier boeken in de etalage, met plannen te over, maar boven alles, goede zin!