Voorproefje: Bastaardvlekken

received_23845138582361077435883886265371354.jpeg

Daeya stapte de tempel binnen. Schemerlicht viel in strepen door het plafond en streek als een gordijn over haar schouders toen ze voor het borstbeeld knielde, haar tenen pijnlijk in een barst die ze nog niet eerder had gevoeld. Langzaam trok ze de doeken van haar gezicht. Losse plukjes vielen over haar voorhoofd en het stugge uiteinde van haar vlecht landde op haar borst. Ruim een decennium geleden had ze die gemaakt, toen ze nog geheel blij was een bastaard te zijn. Ze duwde de vlecht over haar schouder.
Voor haar keek het gezichtsloze borstbeeld op haar neer. Alleen op haar. Het deerde haar niet. De andere miraku’s leefden elders. In deze tempel vulde alleen Daeya de leegte die ze ooit hadden achtergelaten, op die momenten dat ook zij de rol van gelovige op zich nam. Ze had het nooit anders gewild.
‘Godin.’ Haar stem galmde, maar er kwam geen antwoord. De tempel omarmde haar slechts met muren. ‘Ik kom tot U, in de hoop Uw zegening te ontvangen wanneer Brenn en ik ons in de echt verbinden…’
En daar haperde ze. Stapels aan boeken, verslagen en mythes had ze bestudeerd, hunkerend naar elke afdruk die de miraku’s en hun voorlopers voor haar hadden achtergelaten, maar hiervoor had ze niets; de miraku’s hadden nooit beschreven hoe men de Godin diende aan te spreken.
Ze liet haar armen langs haar lichaam zakken. Haar ademhaling werd langzaam rustiger na de gehaaste tocht door het bos. Het oogloze beeld en de bekende fresco’s vormden een vreemde geruststelling, die haar eraan herinnerde dat het niet uitmaakte dat ze de details niet wist, dat het nooit had uitgemaakt. Hier leefde de Godin nog en Zij zou Daeya aanhoren, met alle kracht die Haar restte. Verspilde Ze echter niet Haar tijd? Lang voor Brenns vertrek had Daeya al geweten dat het geen moed vereiste om hem over haar bastaardvorm te vertellen.
Ze vouwde haar vingers ineen en drukte haar lippen tegen haar duimen. In de fresco’s gluurden ogen tussen gebladerte door, pulserend met helderrode aderen. De vlakken licht over de verf kleurden steeds warmer. Het schemerrood viel op het borstbeeld en liet donkere holtes achter in de ruwe vormen van het steen. Daeya staarde naar de Godin, en hoorde gegrom. Gevolgd door gestamp. Een nial. Langzaam keerde ze haar hoofd, hoewel de oplopende gang naar buiten te snel donker werd om iets te zien. Reizigers… zo dichtbij?
Ze hield haar adem in zodat haar scherpe gehoor nog meer kon opvangen, maar in plaats van krakende wielen hoorde ze stemmen, luider dan verwacht. De wagen stond al stil. Behoedzaam kwam ze overeind. Buiten de muren van de tempel werden planten platgetrapt, varens opzij geduwd, zwaarden sloegen tegen dijen. Met elke seconde klonken de geluiden dichterbij. Haar handpalm zweette tegen de pommel van haar eigen zwaard.
Ze trok haar hoofddoek weer over haar gezicht en liep tot het einde van de gang, waar ze uit de schaduw leunde. Het gegrom van het ongeduldige trekdier kwam uit de richting van het pad verderop, waar twee gedaanten zich scherp tegen de donkere bomen aftekenden.
Het rode haar van de kleinere gloeide onder de schemering. Hij praatte met hoge stem tegen zijn metgezel, die ver boven hem uitstak, een donkerder huid had en zwart haar tot zijn schouders. Beiden hadden een rijkversierde schede aan hun riem en droegen de Remanese kruiskostuums, een in het blauw, een in het groen. Ze wandelden in de richting van de tempel, hun stemmen ontspannen.
Daeya stapte terug de duisternis in. Reizigers van en naar de hoofdstad namen met enige regelmaat de route door het bos, maar bij de tempel had ze – de goden zij gedankt – nooit eerder iemand gezien. Hun verschijning baarde haar zorgen, maar pas na een flits van ergernis dat de tempel uitgerekend door Remanezen was gevonden.
De hoge stem slaakte een kreet, gevolgd door een lagere ‘Ho’. De zwartharige man stond nu zo dicht bij de ingang dat hij zich voor het lage plafond moest bukken. Met één hand hield hij de roodharige jongen tegen, met de andere veegde hij zijn haar uit zijn gezicht, een gezicht dat Daeya ogenblikkelijk herkende. Het was jaren geleden dat ze de keizer-generaal voor het laatst had gezien, maar hij hing aan te veel muren om aan haar geheugen te twijfelen. En hij kende haar ook.
Bij alle vervloekte goden diep in deze vervloekte wereld.
De keizer tuurde met half dichtgeknepen ogen de donkere gang in. Daeya werd zich verontrustend bewust van haar hoofddoek. Vier jaar geleden was de nieuwe Remanese keizer, Ciaran IV te Fulamin, met de regentes op staatsbezoek geweest, zoals hij eerder zijn vader had vergezeld. Ze had hem gezien en begroet, en hij had haar hand gekust. Ze had gebogen en gebloosd, en hij had haar gecomplimenteerd. Daeya had altijd gehoopt dat hij nooit zoals zijn vader werd, even streng als vriendelijk. Ze was tevredengesteld: ook als keizer was hij enkel vriendelijk. Iemand onder wie Remanya kon slinken, en iemand die ze nooit wilde vrezen.
Nu had hij haar echter al als miraku gezien, een gelovige uit Briannu, het laatste stukje buitenland van de kustlijn. Het was te laat om haar mirakische kleding af te staan en hem als bondgenoot tegemoet te lopen; de Daeya die hij kende, mocht hij nooit met Briannu associëren.
Bij de ingang richtte de keizer zich op, zijn hand al op zijn wapenriem. Het brede zwaard stootte tegen zijn dijbeen. ‘Toon jezelf.’
Daeya ademde met open mond tegen de half doorschijnende sluier. De muren trokken donker over haar heen en koel zweet gleed haar kraag in. Ze greep haar eigen gevest, maar goden, haar ervaring bestond uit een geïsoleerde reeks oefenduels tegen Brenn, en dit was een Remanese krijger. Ze sloot haar ogen. Ze was Hare Hoogheid Prinses Daeya, verdomme, en weigerde Remanya te vrezen, maar de keizer mocht nooit weten wat haar moeder had gedaan.
Ze rende terug de tempel in. ‘Halt!’ klonk achter haar. Haar eigen voetstappen vielen weg onder de zijne, die zwaarder waren, sneller.
Op het punt waar de gang overging in de centrale ruimte van de tempel, sprong ze om de hoek. Een fractie van een seconde later kwam de keizer uit de schaduw, zijn zwaard getrokken. Ze ramde zijn schouder en wilde langs hem heen terug de gang in, maar hij wierp een arm om haar middel en dwong haar moeiteloos achterwaarts.
Daeya trok haar zwaard en stak naar voren. Hij pareerde de slag. Zijn wapen bleef even in de lucht hangen voor het in een schouwspel van gebroken licht het koude besef door haar aderen joeg: daar was ze, de magie in de Remanese zwaarden. Ze golfde door tot in Daeya’s armen, die begonnen te prikken alsof ze in doornstruiken viel.
Nu viel de keizer aan. Metaal flitste langs haar lichaam. Aanval na aanval volgde, gestuwd door overweldigende kracht. Bij elke slag vreesde ze dat haar eigen zwaard in tweeën zou splijten, tot de keizer het met een woeste zwaai uit haar handen sloeg. Het viel kletterend op de grond – buiten haar bereik. Ze liet zich opzij vallen, rolde weg en hoorde het gesuis van zijn zwaard. Vonken dansten als ijspegels over haar huid. Ze trapte omhoog, hij week uit. Ze wierp zich op hem en trok aan het gevest van zijn zwaard, maar zijn handen klampten zich er als staal omheen en hij stootte naar voren. Het zwaard vonkte opnieuw. Ze zette zich schrap, wetende wat er zou komen, ook al was ze er nooit eerder door getroffen.
Naalden boorden zich in haar onderarmen. Een witte flits vulde haar blik en haar armen vielen weg, ze verloor haar grip, zag niets. Godin, schenk me kracht! Schokkend zakte ze tegen de muur. De klap dreunde door haar rug. Ze wilde naar adem happen, maar haar hele lichaam stond strak. De keizer greep haar kraag en hield haar overeind tot het witte waas verdween. Langzaam keerde het gevoel terug in haar lichaam, maar ze keek pas op toen hij haar losliet. Het heft van het mes aan haar riem prikte in haar onderrug. Ze bewoog haar hand naar achteren, maar verstijfde toen de keizer tergend langzaam zijn zwaard hief en de punt op de stof tussen haar sleutelbeenderen liet rusten.Daeya stapte de tempel binnen. Schemerlicht viel in strepen door het plafond en streek als een gordijn over haar schouders toen ze voor het borstbeeld knielde, haar tenen pijnlijk in een barst die ze nog niet eerder had gevoeld. Langzaam trok ze de doeken van haar gezicht. Losse plukjes vielen over haar voorhoofd en het stugge uiteinde van haar vlecht landde op haar borst. Ruim een decennium geleden had ze die gemaakt, toen ze nog geheel blij was een bastaard te zijn. Ze duwde de vlecht over haar schouder.
Voor haar keek het gezichtsloze borstbeeld op haar neer. Alleen op haar. Het deerde haar niet. De andere miraku’s leefden elders. In deze tempel vulde alleen Daeya de leegte die ze ooit hadden achtergelaten, op die momenten dat ook zij de rol van gelovige op zich nam. Ze had het nooit anders gewild.
‘Godin.’ Haar stem galmde, maar er kwam geen antwoord. De tempel omarmde haar slechts met muren. ‘Ik kom tot U, in de hoop Uw zegening te ontvangen wanneer Brenn en ik ons in de echt verbinden…’
En daar haperde ze. Stapels aan boeken, verslagen en mythes had ze bestudeerd, hunkerend naar elke afdruk die de miraku’s en hun voorlopers voor haar hadden achtergelaten, maar hiervoor had ze niets; de miraku’s hadden nooit beschreven hoe men de Godin diende aan te spreken.
Ze liet haar armen langs haar lichaam zakken. Haar ademhaling werd langzaam rustiger na de gehaaste tocht door het bos. Het oogloze beeld en de bekende fresco’s vormden een vreemde geruststelling, die haar eraan herinnerde dat het niet uitmaakte dat ze de details niet wist, dat het nooit had uitgemaakt. Hier leefde de Godin nog en Zij zou Daeya aanhoren, met alle kracht die Haar restte. Verspilde Ze echter niet Haar tijd? Lang voor Brenns vertrek had Daeya al geweten dat het geen moed vereiste om hem over haar bastaardvorm te vertellen.
Ze vouwde haar vingers ineen en drukte haar lippen tegen haar duimen. In de fresco’s gluurden ogen tussen gebladerte door, pulserend met helderrode aderen. De vlakken licht over de verf kleurden steeds warmer. Het schemerrood viel op het borstbeeld en liet donkere holtes achter in de ruwe vormen van het steen. Daeya staarde naar de Godin, en hoorde gegrom. Gevolgd door gestamp. Een nial. Langzaam keerde ze haar hoofd, hoewel de oplopende gang naar buiten te snel donker werd om iets te zien. Reizigers… zo dichtbij?
Ze hield haar adem in zodat haar scherpe gehoor nog meer kon opvangen, maar in plaats van krakende wielen hoorde ze stemmen, luider dan verwacht. De wagen stond al stil. Behoedzaam kwam ze overeind. Buiten de muren van de tempel werden planten platgetrapt, varens opzij geduwd, zwaarden sloegen tegen dijen. Met elke seconde klonken de geluiden dichterbij. Haar handpalm zweette tegen de pommel van haar eigen zwaard.
Ze trok haar hoofddoek weer over haar gezicht en liep tot het einde van de gang, waar ze uit de schaduw leunde. Het gegrom van het ongeduldige trekdier kwam uit de richting van het pad verderop, waar twee gedaanten zich scherp tegen de donkere bomen aftekenden.
Het rode haar van de kleinere gloeide onder de schemering. Hij praatte met hoge stem tegen zijn metgezel, die ver boven hem uitstak, een donkerder huid had en zwart haar tot zijn schouders. Beiden hadden een rijkversierde schede aan hun riem en droegen de Remanese kruiskostuums, een in het blauw, een in het groen. Ze wandelden in de richting van de tempel, hun stemmen ontspannen.
Daeya stapte terug de duisternis in. Reizigers van en naar de hoofdstad namen met enige regelmaat de route door het bos, maar bij de tempel had ze – de goden zij gedankt – nooit eerder iemand gezien. Hun verschijning baarde haar zorgen, maar pas na een flits van ergernis dat de tempel uitgerekend door Remanezen was gevonden.
De hoge stem slaakte een kreet, gevolgd door een lagere ‘Ho’. De zwartharige man stond nu zo dicht bij de ingang dat hij zich voor het lage plafond moest bukken. Met één hand hield hij de roodharige jongen tegen, met de andere veegde hij zijn haar uit zijn gezicht, een gezicht dat Daeya ogenblikkelijk herkende. Het was jaren geleden dat ze de keizer-generaal voor het laatst had gezien, maar hij hing aan te veel muren om aan haar geheugen te twijfelen. En hij kende haar ook.
Bij alle vervloekte goden diep in deze vervloekte wereld.
De keizer tuurde met half dichtgeknepen ogen de donkere gang in. Daeya werd zich verontrustend bewust van haar hoofddoek. Vier jaar geleden was de nieuwe Remanese keizer, Ciaran IV te Fulamin, met de regentes op staatsbezoek geweest, zoals hij eerder zijn vader had vergezeld. Ze had hem gezien en begroet, en hij had haar hand gekust. Ze had gebogen en gebloosd, en hij had haar gecomplimenteerd. Daeya had altijd gehoopt dat hij nooit zoals zijn vader werd, even streng als vriendelijk. Ze was tevredengesteld: ook als keizer was hij enkel vriendelijk. Iemand onder wie Remanya kon slinken, en iemand die ze nooit wilde vrezen.
Nu had hij haar echter al als miraku gezien, een gelovige uit Briannu, het laatste stukje buitenland van de kustlijn. Het was te laat om haar mirakische kleding af te staan en hem als bondgenoot tegemoet te lopen; de Daeya die hij kende, mocht hij nooit met Briannu associëren.
Bij de ingang richtte de keizer zich op, zijn hand al op zijn wapenriem. Het brede zwaard stootte tegen zijn dijbeen. ‘Toon jezelf.’
Daeya ademde met open mond tegen de half doorschijnende sluier. De muren trokken donker over haar heen en koel zweet gleed haar kraag in. Ze greep haar eigen gevest, maar goden, haar ervaring bestond uit een geïsoleerde reeks oefenduels tegen Brenn, en dit was een Remanese krijger. Ze sloot haar ogen. Ze was Hare Hoogheid Prinses Daeya, verdomme, en weigerde Remanya te vrezen, maar de keizer mocht nooit weten wat haar moeder had gedaan.
Ze rende terug de tempel in. ‘Halt!’ klonk achter haar. Haar eigen voetstappen vielen weg onder de zijne, die zwaarder waren, sneller.
Op het punt waar de gang overging in de centrale ruimte van de tempel, sprong ze om de hoek. Een fractie van een seconde later kwam de keizer uit de schaduw, zijn zwaard getrokken. Ze ramde zijn schouder en wilde langs hem heen terug de gang in, maar hij wierp een arm om haar middel en dwong haar moeiteloos achterwaarts.
Daeya trok haar zwaard en stak naar voren. Hij pareerde de slag. Zijn wapen bleef even in de lucht hangen voor het in een schouwspel van gebroken licht het koude besef door haar aderen joeg: daar was ze, de magie in de Remanese zwaarden. Ze golfde door tot in Daeya’s armen, die begonnen te prikken alsof ze in doornstruiken viel.
Nu viel de keizer aan. Metaal flitste langs haar lichaam. Aanval na aanval volgde, gestuwd door overweldigende kracht. Bij elke slag vreesde ze dat haar eigen zwaard in tweeën zou splijten, tot de keizer het met een woeste zwaai uit haar handen sloeg. Het viel kletterend op de grond – buiten haar bereik. Ze liet zich opzij vallen, rolde weg en hoorde het gesuis van zijn zwaard. Vonken dansten als ijspegels over haar huid. Ze trapte omhoog, hij week uit. Ze wierp zich op hem en trok aan het gevest van zijn zwaard, maar zijn handen klampten zich er als staal omheen en hij stootte naar voren. Het zwaard vonkte opnieuw. Ze zette zich schrap, wetende wat er zou komen, ook al was ze er nooit eerder door getroffen.
Naalden boorden zich in haar onderarmen. Een witte flits vulde haar blik en haar armen vielen weg, ze verloor haar grip, zag niets. Godin, schenk me kracht! Schokkend zakte ze tegen de muur. De klap dreunde door haar rug. Ze wilde naar adem happen, maar haar hele lichaam stond strak. De keizer greep haar kraag en hield haar overeind tot het witte waas verdween. Langzaam keerde het gevoel terug in haar lichaam, maar ze keek pas op toen hij haar losliet. Het heft van het mes aan haar riem prikte in haar onderrug. Ze bewoog haar hand naar achteren, maar verstijfde toen de keizer tergend langzaam zijn zwaard hief en de punt op de stof tussen haar sleutelbeenderen liet rusten.

Een nieuw boek in het zonnetje: Bastaardvlekken

“De plicht eiste dat ze een andere manier had gevonden, maar ze had haar mes over zijn keel gehaald. Het huis van de Alden was bezocht en koningsbloed had gevloeid.”

BASTAARDVLEKKEN van Eva Gabriela: een psychologische fantasyroman over invloed en onmacht, geloof en blindheid.

In het eens grootse keizerrijk Remanya heerst onvrede onder de ondergeschikte vorsten. Daeya, de bastaarddochter van de machtigste van deze vorsten, idealiseert het volk van haar natuurlijke vader. Ze bidt tot hun godin, vertaalt de mythes over hun voorouders en accepteert niet dat Remanya hen onderdrukt. Gedreven door haar obsessie wakkert ze heimelijk een opstand aan tegen de jonge, onervaren keizer. Wanneer dit faalt en haar koninkrijk wordt verraden door degenen die ze wilde redden, realiseert ze zich dat ze een vertekend beeld heeft van hun cultuur.

Verstrikt in politieke ambities en familieconflicten wordt ze geconfronteerd met de gevolgen van haar obsessie voor de keizer, zijn broertje en haar eigen koninkrijk en familie.

Het boek verschijnt op 11 mei 2019

Een nieuw boek in het zonnetje: Bezwering

Jaren geleden zijn de ouders en zus van Cassandra ontvoerd door de demonenkoning. Waarom weet ze niet. Maar ze heeft er alles voor over om hen uit zijn klauwen te bevrijden. Elke nacht roept ze een willekeurige demon op in de hoop te weten te komen hoe ze haar familie kan redden. Tot dusver zonder succes.

Wanneer haar nachtelijke bezigheden de aandacht trekken van het vampierentribunaal en haar verboden wordt zich nog in te laten met demonen, zet ze alles op alles en roept de hulp in van de plaatselijke demonenmeester.

Dit is boek 1.

Magistrologie

Dit is een gigantisch mooi vormgegeven doeboek. Enveloppen te openen. Je kunt dingen voelen en aan plaatjes draaien, verstopte vakjes, kaarten en andere leuke dingen. Merlijn de tovenaar neemt je mee naar zijn wereld. Je wordt zijn leerling. Hij heeft er weinig vertrouwen in, dat je er iets van gaat bakken. Maar go for it!
Je leert wat meen tovenaar allemaal bezig houdt. Welke beroemde tovenaar zijn er op de wereld? Hoe ziet een werkplaats van een tovenaar eruit en wat mag er niet ontbreken aan gereedschappen. Wat draag je als tovenaar voor kleding? Tovenaars hebben huisdieren. Magische dieren en wezens. Vliegen. Drankjes brouwen en genezen. Magische voorwerpen. Waarzeggerij. Astrologie.
Het is alleen jammer dat Het boek zo snel uit is. Hij had veel dikker gemogen, met nog meer informatie en leuke dingen om uit te proberen. Een erg leuk leerzaam boek, vooral voor de lol. Want als tovenaar, bak je er toch niks van. Dat weet ik zeker. Het is moeilijker dan je denkt.
Prachtige illustraties en leuke lettertypes, maken het wel een magische reis. De cover is erg mooi en achterin zit nog een extra verrassing.
Ik geef het boek 4****

Jonas Karlsson- Het circus

In dit boek gaat een jonge man met een van zijn weinige vrienden, naar het circus. Zijn vriend Magnus doet mee aan een goochelact en verdwijnt spoorloos. Hij snapt er niets van, waar is hij gebleven? Is hij dood of leeft hij nog? Hij krijgt steeds vreemde telefoontjes van iemand die niet praat. De persoon aan de andere kant van de lijn begint muziek te draaien. En hij geeft antwoord met een ander liedje. Hij blijft zoeken naar Magnus, maar wat als hij echt verdwenen is? Hoe kan hij zijn vriend weer terughalen?

Ik had een heel ander verhaal verwacht. Werd op het verkeerde been gezet. Spannend is het niet, maar er hangt wel een vreemd mysterieus sfeertje in het hele verhaal. Ik las het boek ook vrij snel uit. Grote letters, weinig tekst op een bladzijde en het formaat is die van een pocket. Korte hoofdstukjes, waardoor je er doorheen vliegt.

Ik had een thriller verwacht. Maar het is meer een mix tussen een mysterie en psychologische roman. Wat me eigenlijk wel beviel!

Leest echt bijzonder vlot. De personages communiceren soms via muziek. De titels van een liedje of de tekst gebruiken ze om vragen te stellen en antwoord te geven. Dit is erg bijzonder. Muziekstijlen die ik niet ken, kwamen ook voorbij. Het is origineel en apart.

Als je het boek dichtslaat, ben je even helemaal De weg kwijt tussen realiteit en fantasie. Je komt er laat achter hoe het hoofdpersonage heet, want dat is echt niet duidelijk. Ik heb nog terug gebladerd. Maar hij blijft meen mysterieuze jonge man. Maar ergens ook geniaal bedacht. Want Het bleef aan me knagen. Dacht dat Ik iets gemist had.

Heerlijk luchtig tussendoortje. Ik geef het 3,5 sterren. Maar weet eigenlijk niet in welk genre het thuis hoort. Dus ik ga voor een mysterieuze roman. Lol.

Petra Doom- Overstekers: de schaduw van de sha

Mirabel komt in de problemen als ze haar huis en bedrijf ( met de prachtige pluktuin) dreigt kwijt te raken. Ze heeft geld nodig, dus ze neemt een klus aan van Snezana. Als snel komt ze tussen twee kwaden in te staan. Snezana is bestolen en Mirabel, voelt zich gedwongen om deze Oversteker te helpen. Ze komt in ruzies terecht, die ze probeert te sussen. Dat is iets waar ze heel goed in is. Haar krachten onder controle proberen te krijgen, is een taak die erg moeilijk blijkt te zijn. Ze probeert het toch, maar haar kracht lijkt sterker te worden. Hoe kan ze dit en haar omgang met een daimon nog lang geheim houden?

Pucai mogen natuurlijk niet ontbreken. Ze komen weer voorbij, deze ondeugende wezentjes en zorgen voor nog meer problemen. Mirabel krijgt veel voor haar kiezen. De kerberiden en Sha’s houden haar in de gaten. De krachten van deze wezens, zijn zeer bijzonder. Best een creepy idee wat zij met je kunnen doen. En de hellehonden, prachtig beeldend op papier gezet. Genieten.

Natuurlijk is Terya ook weer van de partij en haar liefde voor het mannelijke geslacht, is weer volop aanwezig. Mirabel moet ook maar eens met een mens daten.
Mirabel is officieel een prinses van een andere wereld, maar wil zich ergens anders thuis . Daarom heeft ze de oversteek gemaakt. Ze voelt zich echt thuis in haar huisje, omringd met natuur.

Het boek is erg dik, maar de hoofdstukken lezen vlot en het lettertype is echt heel erg fijn. De cover is prachtig en een scène uit het boek. Altijd mooi, omdat te kunnen plaatsen. De schaduw van de Sha is een mooie titel. De sha’s geven mij de kriebels. Duistere wezens hoor. Veel actie, naarmate je verder in boek komt met lezen.
Veel magische wezens en magie. Het einde is erg spannend. Natuurgeweld en prachtige fantasy creaturen, waarvan je zult smullen. Het komt wel langzaam opgang, maar dat is een goede opbouw naar de Endgame. En… dit is een echte Endgame. Filmwaardig! Daarom krijgt Het boek 4,5 sterren van mij.

Schrijver van de maand Mei 2019: Anja Maas

Sinds vorig jaar 29 september mag ik mezelf auteur noemen. Op die datum lanceerde ik mijn eerste thriller ‘Maalstroom’. Natuurlijk klopt het niet dat ik toen pas auteur werd, maar zo voel ik dat. Met mijn boek in de handen is het pas echt. Mijn droom is werkelijkheid geworden.

Ik schrijf al veel langer. Als kind kleine gedichtjes, liedjes. Later op de HBS spannende verhalen. Mijn leraar Nederlands was daar niet van gecharmeerd. De opdrachten voor een opstel voerde ik anders uit dan zijn bedoeling was. Elk aangedragen onderwerp wist ik naar mijn hand te zetten. Het een na andere bloedstollende epistel werd afgekraakt en beloond met een grote rode één. Dit droeg niet bij aan mijn wens een carrière als schrijfster te ontwikkelen. Ik vraag me nog steeds af of hij mijn schrijfsels daadwerkelijk naar behoren las. Maar het bloed kruipt…

Nadat ik niet meer werkte en de tijd had om te schrijven, was ik niet achter het toetsenbord weg te slaan. Menige maaltijd werd ’s avonds een broodje of snack. Eenmaal aan het boek begonnen, kon ik niet meer stoppen. Gelukkig had ik begeleiding, want ik had geen idee hoe ik dit moest aanpakken. Een boek is toch iets anders dan een kort verhaal. Het begin was lastig, maar al gauw had ik door hoe het werkte en vond ik mijn weg. Wat heb ik genoten van die nieuwe wereld dat boekschrijven heet.
Het manuscript bood ik aan bij Godijn Publishing. Het Boek10 concept staat me enorm aan. Het geeft beginnende schrijvers een kans.
Na acceptatie werd ‘Maalstroom’ samen met de werken van 9 andere schrijvers gelanceerd op 29 september 2018 in theater Het Park in Hoorn tijdens het SchrijfEvent van Godijn. Wat een belevenis!

Zodra het manuscript de deur uit was naar diverse uitgevers, begon het meteen te kriebelen. Er moest een nieuwe komen, zo snel mogelijk wilde ik eraan beginnen. En zo geschiedde.
Na mijn vakantie in Zuid-Frankrijk, eigenlijk moet ik zeggen tijdens, kwam het idee voor een volgend boek in mijn hoofd op. Een vrouwelijke rechercheur op vakantie in Frankrijk. Met haar moet iets gebeuren.
Zodra ik thuis achter het toetsenbord zat, openbaarde het verhaal zich alsof het al die tijd wachtte op een uitlaatklep. Het stroomde uit mijn brein als een letterwaterval. Binnen zeer korte tijd was de ruwe versie van ‘Onbegrensd’ geboren.

Hoe fijn is het om je hoofdpersonage van alles te laten beleven. Dat gevoel heb ik leren kennen in ‘Maalstroom’. Karin Buitendijk was een vriendin geworden, waarmee ik een avontuur beleefde. Ik moest haar loslaten en aan de lezer geven.
Blij toe dat ik in de krochten van mijn brein Sylvia Pronk tegenkwam. Een heel ander type vrouw, maar zeker intrigerend. Haar leven buiten haar werk gaat niet over rozen. Maar ja, wiens leven wel? Het maakt haar wie ze is.
Ik heb ook Sylvia losgelaten. Maar niet helemaal. In mijn grijze cellen speelt een vervolg. Mijn toetsenbord wacht met smart.

Op 11 mei a.s. wordt ‘Onbegrensd’ gelanceerd tijdens het SchrijfEvent van Boek10 – 2019. Wederom in theater Het Park in Hoorn. Dus nog heel even geduld!

Boek van de maand Mei 2019: 1000 Nachten

Het is 1000 nachten-maand hier op het blog van ‘Ik hou van van horror, fantasy en spannende boeken!!!’. 1000 nachten is het nieuwste deel uit de reeks Bloedwetten van Sophia Drenth. Deze reeks met ‘vampieren in een nieuw jasje’ telt ondertussen vijf boeken: drie romans en twee novelles. Een goed moment om deze reeks in het zonnetje te zetten!We beginnen met een winactie!Wat kan je winnen?De roman 1000 nachten in een cadeauverpakking, kaarten en een reageerbuisje met exclusief voor de reeks ontworpen Bloedpulverthee. Deze thee, die is gemaakt door Wortel & Cruydt, is bloedrood van kleur en is even opwekkend als de drug bloedpulver in de boekenreeks. Alleen laat op de avond drinken als je het boek ’s nachts in één ruk wilt uitlezen! ;)Wat moet je doen?- Word lid van de groep Ik hou van van horror, fantasy en spannende boeken!!! op Facebook.-Like de pagina van Bloedwetten op Facebook:https://www.facebook.com/Bloedwetten/- Laat hieronder een reactie achter.(OP DE IK HOU VAN HORROR FANTASY EN SPANNENDE BOEKEN GROEP OP FACEBOOK)Deze actie loopt t/m vrijdag 10 mei.Meer over het boek:De mooiste vrouw van het noordelijk halfrond is onderweg naar een nieuw leven. Op een continent waar de gebruiken haar vreemd zijn, zal zij in het huwelijk treden met een man die ze nog nooit heeft ontmoet.
Wanneer haar karavaan wordt overvallen, valt zij in handen van een geheimzinnige bloedcultus. Vanaf dat moment zwaait een zwarte koningin de scepter over haar leven. Deze meedogenloze heerseres geeft haar de keus om na duizend nachten dienen te sterven of het eeuwige leven te omarmen.
Zij legt zich niet bij haar noodlot neer en smeedt een plan om te ontsnappen. Tot haar verbazing lijkt dat te werken, maar ze verliest twee natuurkrachten uit het oog: de dood en de liefde.
1000 nachten vertelt hoe Katine LaSoeur, de femme fatale onder de Ath’vacii, in naam van de liefde haarmenselijkheid opoffert.Het boek is net zoals alle andere Bloedwetten-bronvertellingen uitstekend los leesbaar van de rest van de reeks.Over de schrijfster:Sophia Drenth woont en werkt in Amsterdam. Haar boeken en verhalen vielen meerdere malen in de prijzen, waaronder de Bastaard Award, The Indie Award,EdgeZero en de Millenniumprijs. Luitingh-Sijthoff, Quasis uitgevers en Dutch Venture Publishing publiceerden diverse verhalen van haar hand.Verzenden in Nederland. Naar buitenland, vraag ik bijdrage aan vezendkosten!