Schrijver van de maand November 2020: Johan Klein Haneveld: Mijn allereerste verhaal

Mijn allereerste sciencefictionverhaal

Vanaf het moment dat ik leerde hoe letters werkten en dat geschreven teksten boodschappen kunnen overdragen, las ik alles wat los en vast zat. Tot aan de opgepropte kranten in schoenendozen toe. Wie papieren liet slingeren op tafel kon erop rekenen dat ik las wat erop stond. Ik had (en heb nog steeds) een onbeheersbare leeshonger. Al voor mijn tiende las ik de SF-bundels en romans die mijn vader in de kast had staan. Verhalen van Asimov en Heinlein … Ik was er veel te jong voor, maar ze maakten een onuitwisbare indruk.
Vanaf hetzelfde moment wilde ik schrijven. Ik wilde die magie die ik vond in boeken ook zelf uitoefenen. Dus schreef ik op mijn achtste mijn eerste boekje, getiteld ‘Fosielen en levende fosielen’ – met illustraties van eigen hand. Maar verhalen schreef ik ook. Een paar keer per jaar moesten we op school een opstel schrijven. Ik keek er steeds naar uit. Je mocht een titel kiezen en dan op basis daarvan een verhaaltje schrijven van twee kantjes. Ik schreef mijn papier altijd helemaal vol en was dan nog niet uitgeschreven. Uiteindelijk bedacht ik me dat als ik vond dat ik te weinig opstelopdrachten kreeg op school, ik ook gewoon zelf verhalen kon schrijven. Ik pakte een schrift en noteerde op de voorkant ‘Schrijven thuis’ en ging aan de slag. Het schrift heb ik natuurlijk nog steeds. Mijn eerste eigen verhaal, ‘De mosasaurus’, vind je hieronder. Ik schreef het toen ik elf jaar oud was. In de kantlijn voor het verhaal staat trots: S.F. Mijn fascinatie met dinosauriërs aan de ene kant en aquariumvissen aan de andere kant is er duidelijk in ter

ug te vinden. Ook lees ik een paar mooie natuurbeschrijvingen en verbeeldingsvolle situaties. De wortels voor wie ik nu, 33 jaar later, ben als schrijver, waren toen al te vinden.
Hieronder heb ik het voor jullie overtypt …

S.F. De mosasaurus

Op een avond in mei ± 66 miljoen jaar voor Christus borrelden belletjes vlakbij het krijteiland. De steile, witte tanden rezen uit de zee op en werden beschenen door het licht van de man. De belletjes maakten plaats voor golfjes en daar komt langzaam een spitse snuit met twee rijen scherpe tanden en vrij kleine ogen tevoorschijn. Dan schuift de kop weer het water in. Boven op de krijtrotsen beweegt iets, dan fladdert er een pterodactiel weg. Intussen schoot het ranke lijf vlak over de bodem verder, peddelend met z’n poten. Met een bocht gleed hij tussen het wier. Donkere, dreigende onweerswolken dreven over en even later viel de eerste druppel. Al snel goot en stortte het water neer. Het water goot van de rotsen af en tegelijk stak er een storm op. Het donderde en bliksemde. Het monster -uit de eerste reels van het verhaal- kwam weer boven water en tegelijk sloeg een bliksem in op de plaats waar het monster omhoogkwam. Een rode spiralende lam gaat om het monster heen, verkleurt tot geel en dan is er niets meer.

1987 10 november Alphen a/d Rijn. In zwembad “de Hoorn” is het een drukte van belang, het is ook zo heet. Opeens – een gele vlammenspiraal die verkleurt tot rood. De mensen zwemmen of lopen naar de kant, men dringt en duwt om zo snel mogelijk op de kant te komen. Uit de spiraal valt de mosasaurus in het water met een geweldige plons. De mensen keken naar het dier dat met een razende vaart vlak onder het wateroppervlak zijn weg zocht naar het diepe gedeelte van het zwembad. Dat dier was 12 meter lang en zijn poten en bek maakten de indruk van een gevaarlijk monster. Maar de mosasaurus was alleen verdwaasd van de plotselinge val en schoot dwars door het zwembad. Al snel kwam iemand met twee Astronotes oculatus (oogvlekcichlide) van 35 cm en liet ze los in het zwembad. De mosasaurus keek nieuwsgierig naar de vis en hapte toen toe. Al gauw waren alle twee de vissen verdwenen.
De volgende morgen: er stopte een zwarte, deftige wagen voor het zwembad. Er stapten verschillende wetenschapsmannen uit en die stapten het zwembad binnen. Aan het eind van de middag stonden er drie van die wagens en de wetenschappers keken en keken maar. Een wonder, dat beest. De directeur had namelijk een paar laboratoria en universiteiten gebeld. Aan de pers werd voorlopig niks gezegd. De mosasaurus intussen, zwom maar door het bad en werd gevoerd met cichliden van een kwekerij en ook werden forellen van een forellenkwekerij (de dichtstbijzijnde) gevoerd.
De mosasaurus voelde zich alles behalve lekker, dat was na drie dagen duidelijk te zien. Hij hapte vaker lucht, werd steeds wilder en at niets meer. Twee dagen later lag hij stil op de bodem. Razend snel werden gespecialiseerde dierenartsen opgebeld en werd de mosasaurus op de kant gehesen en werd er door artsen van het Rijnoordziekenhuis zuurstof toegediend. Maar de geleerden twijfelden of hij het wel zou halen. De dierenartsen waren snel gearriveerd. Toen de mosasaurus weer wat bijkwam begon hij driftig met zijn staart te slaan en werd daarom vastgebonden aan een brancard. Met sproeiers werd zijn huid natgehouden. De mensen van het ziekenhuis namen hem mee in de ambulance.
In het ziekenhuis: de mosasaurus ligt doodziek in een bad gevuld met zeewater te wachten op zijn maag-darmoperatie. Die waren namelijk niet aangepast aan het zoete water. Een uur later wordt hij afgevoerd naar de operatietafel, onder narcose gebracht. De operatie duurt lang. Met zuigers worden maag en darmen schoongemaakt. De zuurbacteriën die door het zoete water zijn afgestorven moeten opnieuw zich gaan vermeerderen en hun taak op zich nemen. Om dit vlotter te doen verlopen werden injecties met deze bacteriën gegeven. Ook de celwand van de maag was grotendeels afgestorven, dus moest er een nieuwe komen. Nieuwe celstof wordt er op gesmeerd en de operatie is afgelopen. Hij moet terug naar zijn bad. Ook zijn lever is verzwakt, maar daartegen konden wel injecties voor gegeven worden.
Twee weken later: De mosasaurus eet weer (speciaal gevangen levende haring), maar nu moet hij naar een ander tehuis. Het aquarium in Bergen aan Zee had wel een basin vrij waar de mosasaurus in kon verblijven, alleen niet zo groot, maar hij kon er een tijd in blijven. Gevoerd met haring en af en toe wat anders hield het het daar drie maanden uit. Want toen ging het onweren, de regen striemde de gezichten van de oppassers. De regen spoot naar beneden. De lucht was helder verlicht en de bliksem sloeg in op de plaats waar hij boven kwam, een rode spiralende vlam kronkelt om de mosasaurus heen, verkleurt tot geel en dan is er niets meer.

66 miljoen jaar geleden. Een gele spiraal verschijnt, verkleurt tot rood en dan valt de mosasaurus midden tussen twee jagende soortgenoten en verder leefde hij nog lang en gelukkig.