Schrijver van de maand Juni 2021: Esmeralda De Vries

Beste lezers en liefhebbers,
De afgelopen twee weken hebben jullie Achon ontmoet aan het begin van zijn avontuurlijke ontdekkingstocht. Als je die twee delen nog niet hebt gelezen raad ik je aan om dat eerst te doen.

Mijn naam is Esmeralda de Vries, schrijver van het boek Sansaar. De Hoeders. Aan het einde van dit deel 3 vertel ik je weer iets meer over mijzelf en hoe ik schrijf. Maar eerst gaan we terug naar het verhaal.

Antoinette heeft haast. De oude vrouw heeft geen tijd meer om Achon alles zelf te laten ontdekken wat hij moet weten voordat hij naar Sansaar vertrekt. Ze weet dat hij nog niet klaar is maar de jongen moet weg ondanks de gevaren die hij zal moeten trotseren. Bovendien zal het niet lang duren voordat Vapor Rosa 8 wordt ontdekt. En dan zijn ze allemaal in gevaar.

~

‘Stap in. Vlug!’
Achon aarzelde. Hij was nieuwsgierig en angstig tegelijkertijd.
‘Je moet erin gaan liggen en ontspannen,’ zei Antoinette. ‘Ik bedien de transductor.’
‘De wat?’
‘Hiermee kan ik je naar Sansaar brengen. De wereld van je opa en oma,’ antwoordde ze, in een mislukte poging om Achon gerust te stellen.
Achon twijfelde nog steeds.
‘Sansaar?’ Achon schudde zijn hoofd. ‘Hoe weet ik dat je niet volkomen getikt bent?’ vroeg hij terwijl hij met één been in de capsule stapte.
Antoinette slaakte een diepe zucht en liet haar vingers rusten op het bedieningspaneel. ‘Dat weet je niet,’ zei ze zachtjes. ‘Ik kan je niet meer vertellen, Achon, de rest moet je geloven. Vertrouw nou maar op je instinct, jongen.’ Ze keek hem bijna smekend aan. ‘Wat zegt je hart?’
Een paar seconden, die een eeuwigheid leken te duren, staarden ze elkaar aan. Achon kon alles wat hij moest weten lezen in de felblauwe ogen van Antoinette. Red hem, fluisterde ze met haar ogen.
‘Zijn zij ook op deze manier vertrokken?’ vroeg Achon uiteindelijk.
Antoinette knikte.
Het groene schijnsel in de hangar knipperde een fractie van een seconde.
‘Ga nu. Gauw!’ zei ze, terwijl ze haastig achteromkeek in de richting van de deur van Achons kamer.
Achon nam plaats in de capsule.
Antoinette drukte op een paar knoppen van het bedieningspaneel, waardoor de machine luider ging zoemen. Ze liep snel naar de capsule en snoerde een paar leren banden strak om Achons lichaam.
‘Je zult misselijk worden. Als je aankomt moet je gelijk uitstappen. Het wijst zich vanzelf. Je zult vrienden tegengekomen,’ zei ze. ‘Hoewel ze je in eerste instantie misschien niet zo vriendelijk zullen begroeten,’ peinsde ze hardop. ‘Vertrouw op je gevoel en intuïtie. Je hebt er nog nooit naast gezeten. Je zult merken dat je intuïtie daar sterker wordt, Achon. Ik zal je zo goed mogelijk helpen, maar ik weet niet of we elkaar hierna nog zien.’
‘Ik begrijp niet zo goed wat je daarmee bedoelt,’ sputterde Achon.
Maar de capsule was al dicht.
Achon zag dat Antoinette achter de wand met het bedieningspaneel verdween. Het gezoem werd luider en er klonk weer een knal, gevolgd door gekletter van metaal.
De wanden van de kubus klapten razendsnel dicht rondom Achon, de capsule en de transductor. Zodra het laatste paneel boven hem met een klap op zijn plek schoot was het aardedonker om hem heen.
De capsule bewoog, maar Achon kon niet bepalen welke kant op. Hij kon geen oriëntatiepunt vinden. Het was zo donker dat het geen verschil maakte of hij zijn ogen open of dicht had. Het zoemende geluid van de transductor werd luider en luider, tot het oorverdovend hard in zijn hoofd klonk.
Zijn hele lichaam begon misselijkmakend te trillen. Hij slikte een golf zuur braaksel weer in terwijl het gezoem bijna ondragelijk werd. Het voelde alsof elke vezel in zijn lichaam werd losgetrild.

Het geluid stopte zo abrupt dat het leek alsof zijn trommelvliezen waren gescheurd.
De capsule stond stil.
Achon worstelde zich kronkelend uit de leren riemen en duwde tegen het deksel van de capsule. Een golf van paniek ging door hem heen toen hij merkte dat het deksel muurvast zat en koppig op zijn plek bleef, hoe hard hij ook duwde. Vertwijfeld keek Achon uit het kristallen venster. Een schim schoot weg in het duister.
‘Hallo? Hallo?!’ Achon luisterde gespannen maar hoorde niets. Hij beukte zo hard hij kon tegen het deksel.
‘Hallo!!! Help me! Kan iemand me hieruit halen?’ schreeuwde hij.
Achon kreeg het benauwd. Zweetdruppels gleden langs zijn voorhoofd. Met grote moeite maande hij zichzelf tot kalmte. Hij probeerde rustig te ademen en dwong zichzelf om na te denken.
Er moet een knop zijn, een mechanisme. Iets wat maakt dat ik deze doodskist van binnenuit open kan maken.
Hij voelde met trillende vingers langs de rand van het deksel, er klonk een klik en het deksel schoot open.
‘Godzijdank!’

Achon zoog de verse lucht naar binnen en rook onmiddellijk dat hij onder de grond was. Hij keek om zich heen. De wanden waren grillig en rotsachtig. Hier en daar was een natuurlijke nis ontstaan waarin een zwak groen schijnsel flakkerde.
Achon stapte onwennig uit de capsule en sloot het deksel voorzichtig. Weer hoorde hij een klik, maar dit keer gebeurde er niets. Hij liep behoedzaam naar een van de nissen. Er lag een hoopje lichtgevende stenen, door iemand opgestapeld in een stervormig patroon. Achon raapte een van de stenen op en bekeek hem aandachtig. De steen gloeide zacht pulserend en was warm. Zodra hij hem in de palm van zijn hand plaatste, begon de steen feller te gloeien en werd hij warmer, totdat hij zo heet was dat Achon hem niet meer kon vasthouden. Vlug legde hij de steen terug.
Hij keek omhoog. Ver boven zich zag hij een streep daglicht naar binnen glippen. Om zich heen zag Achon geen trap of pad naar boven.
Er zit niets anders op, dacht hij, en hij begon te klimmen.

~

Volgende week lezen jullie hoe het verder gaat in het laatste deel van deze reeks.

Hoe komt het verhaal tot stand.
Schrijven is niet alleen nadenken. Nadenken over het verhaal dat je wilt vertellen, over de opbouw en de structuur, over de betekenis van woorden en de subtiele variaties die je daar in kunt aanbrengen.
Bij mij is schrijven ook iedere keer een verrassing. Ik schrijf met de hand. Ouderwets dus met pen en papier. Als ik begin heb ik niets dan de lege regels van mijn notitieboekje en wacht ik rustig af. Soms denk ik nog; ik ben benieuwd wat er nu gaat gebeuren. Na een poos beweegt mijn pen vanzelf over het papier. Ik hou van het krassende geluid en stoor me niet aan de regels die ik resoluut doorstreep als ik niet tevreden ben. Na verloop van tijd schrijf ik sneller en met kleineren letters. Vaak is het een spurt van 1 tot 1,5 uur. Dan is het op. Ik berg dan alles weer netjes weg en hoewel het vrijwel nooit gebeurt beloof ik mezelf plechtig dat ik later op de dag nog meer zal schrijven.
Aan het einde van de week neem ik plaats achter mijn stokoude tweedehands PC, draai een headset met microfoon vast aan mijn oor en spreek het verhaal in met behulp met mijn spraakherkenningsoftware. Ik begrijp namelijk niet waarom we nog in een wereld leven met toetsenborden. Zo werk ik dag in dag uit, week in week uit en jaar in jaar uit aan de Sansaar reeks. Achon is namelijk nog lang niet klaar…

~

Wil je meer weten over mij en hoe het verder gaat met Achon, hou deze plek dan in de gaten. Volgende week het laatste deel uit deze serie.
Sansaar. De Hoeders is te bestellen via de boekhandel of via Bol.com