Boek van de maand: Heren van Twist—> een extra kort verhaal (deel 1)!

Deze maand is Heren van Twist, boek van de maand. Dat is een goede reden voor iets leuks!

Jasper schrijft een kort verhaal over mijn heldin Edison. Hier komt het eerste hoofdstuk! De rest volgt zsm. Hij is het nog aan het schrijven. Dus vandaag:Vers van de pers:hoofdstuk 1.

Jasper Polane
jasper@quasis.nl
CYBERSTAADT
door Jasper Polane

I. Cyberstaadt

De loodzware voetstappen van de looptank dreunden in een regelmatig tempo, nu en dan onderbroken door de schelle stem die uit de luidspreker schalde:

DE AVONDKLOK IS VAN KRACHT VAN ACHT UUR ’S AVONDS TOT VIER UUR IN DE OCHTEND! BLIJF BINNEN! DE POLITIE BESCHERMT DE DEMOCRATIE! WAAKZAAM EN DIENSTBAAR!

Aan weerskanten van de tank liepen politieagenten in volledige oproeruitrusting, bewapend met halfautomatische wapens. Hier schoot de politie met scherp.

Edison bleef ineengedoken achter het autowrak zitten en wachtte tot de zoeklichten haar voorbij waren. Toen haastte ze zich naar de donkere portiek van een winkel. Graffiti op de stalen rolluiken wensten de politie een gewelddadige dood toe. Auto’s in de straat waren slechts uitgebrande wrakken. Van de azuurblauwe en kanariegele neonreclames knipperde slechts een enkele letter.

Roestkleurige plekken op het asfalt lieten zien waar mensen op straat hadden liggen bloeden.
Edison veegde de blonde krullen uit haar gezicht. De paraprojector op haar borst zoemde zachtjes tijdens het opladen. Het zou nog een paar uur duren voordat hij opgeladen zou zijn en tot die tijd kon ze niet terug naar haar thuiswereld duiken. Zolang moest ze uit de schijnwerpers van de politie blijven.
De looptank sloeg een zijstraat in en de agenten volgden hem. Zodra ze uit het zicht waren stak Edison de straat over en ging een brede steeg in. Het schijnsel van de paraprojector baadde het straatje in turquoise licht. Tegen de muren lagen opengereten vuilniszakken, hun papier en plastic uitgekotst over de geplaveide weg. De zure stank van pis en kots hing in de lucht en er klonk geritsel van vluchtend ongedierte.

Misschien geen goed idee om met een felle schijnwerper rond te lopen.

Ze schakelde de paraprojector uit. Het betekende dat ze deze stad pas morgen kon verlaten, maar dat moest dan maar. Nu eerst een schuilplaats zoeken.
Het licht was nog niet uit of er werd schuin boven haar een zaklantaarn aangeknipt. Ze probeerde haar ogen met haar hand af te schermen voor de witte straal.
‘Kijk nou! Een kippetje!’
‘Tok tok tok!’
‘Lekker, lekker kippetje. Zin om een ei te leggen?’
Blijkbaar was niet ál het ongedierte gevlucht. Uit de schaduwen voor haar stapten vier mannen, jongens nog, met felgekleurde hanenkammen, leren jackie’s en gescheurde spijkerbroeken. Een van hen flipte met veel vertoon een vlindermes open en dicht. Nog een jongen liet zich van een balkon vallen en landde achter haar.
Stik, het zou eens niet zo zijn.
‘Kom op, jongens, laat me erlangs,’ zei Edison. ‘Ik heb geen zin in moeilijkheden. Het is al laat.’
‘Schijt aan de avondklok.’ De jongen spuugde op de grond. ‘Wij zijn Stalkers. Wij staan op!’
‘Wij staan récht!’
‘Je bent op ons terrein, kippetje. Je moet tol betalen.’
‘We zijn met vijf, dat past precies.’ De jongens grinnikten.
Zucht, vooruit dan maar weer. Edison sprong in actie. Een goedgerichte trap in het kruis schakelde de voorste uit. Hij liet zijn vouwmes vallen. Ze pakte het en sprong naar achter. De jongen naast haar greep mis en verloor zijn evenwicht. Ze trapte tegen zijn knie. Een schreeuw en hij was neer.
Edison flipte het vlindermes een paar keer. De drie jongens die nog stonden cirkelden om haar heen. Een van hen knipte een knipmes open en nam een dreigende houding aan.
Edison draaide naar hem toe en liet het mes nonchalant van de ene hand naar de ander buitelen. ‘Jongen, wat denk je nou? Ik heb zeker tien jaar meer ervaring met messen dan jij.’
De jongen met het knipmes aarzelde even, lang genoeg zodat Edison actie kon ondernemen. Een sprong bracht haar naast hem, buiten bereik van zijn mes. Voordat hij zich om kon draaien greep ze zijn arm. Ze plantte haar laars in zijn maag. Kuchend stortte hij op de grond en liet zijn mes vallen. Een elleboogstoot schakelde de volgende uit. Een lage trap handelde de laatste af.
Links van haar werd een putdeksel opgetild. Eronder was een zuurstokroze kleur te zien. Een vrouwenstem zei: ‘Hé, zus! Hierzo! Vlug, voordat de koppers komen!’
Meteen scheen een verblindend wit licht de steeg in.
HALT! LAAT JULLIE WAPENS VALLEN! LEG JE HANDEN IN JE NEK EN GA TEGEN DE MUUR STAAN!
‘Drek! De koppers!’ De bendeleden krabbelden op en vluchtten halsoverkop de steeg uit.
Edison aarzelde geen moment en rende naar de putdeksel.

*binnenkort meer*

Advertenties

Boek van de maand April 2018: Kimoh’ra van Dianne Arentsen

0

Eerst zal ik kort iets over mezelf vertellen. Ik ben getrouwd, moeder van drie kinderen en de auteur van Ithana en Kimoh’ra. Na het proberen van drie verschillende opleidingen (psychologie, verpleegkunde en informatica), besloot ik mijn kinderdroom weer op te pakken. Als kind was ik veel bezig met het verzinnen van verhalen en zei ik dat ik later schrijver wilde worden of stuntvrouw. Ik hou van activiteiten die zorgen voor veel adrenaline. Ik denk dat dat ergens ook wel terug te zien is in mijn boeken. Ik hou van veel vaart in een verhaal, veel actie en avontuur.
Ik schrijf voornamelijk als de kinderen op school zitten en in de weekenden. Op dit moment zit ik in een tussenfase. Ik heb net het vijfde en laatste deel van de serie afgeschreven en weet nog niet zo goed welk verhaal ik nu als eerste wil uitwerken. Ik heb meerdere ideeën liggen, maar twijfel nog welke ik wil oppakken. Deze tussenfase geeft wel de tijd om weer wat meer te gaan lezen.

Mijn inspiratie komt meestal vanzelf. De personages leiden het verhaal en ik schrijf met hen mee. De achtergrond (rassen, geschiedenis, wereldbouw) heeft veel denktijd gekost. Ik heb hier samen met mijn man veel tijd aan besteed. Dit doen we onder andere wanneer we op vakantie zijn, heerlijk met een wijntje in de zon! Ook door op Pinterest rond te kijken krijg ik ideeën. En soms doe ik het ook andersom: dan zoek ik afbeeldingen bij specifieke ideeën die ik in mijn hoofd heb.

Het boek Kimoh’ra is het vervolg op Ithana. Hierin wordt een nieuw personage geïntroduceerd: Kimoh’ra. Het verhaal van Ithana gaat ook verder in dit boek. Ik zal proberen wat over dit boek te vertellen zonder al te veel spoilers weg te geven van het eerste deel.
De serie speelt zich af in de wereld Sondar. In Sondar zijn zeven verschillende rassen, die zijn voortgekomen uit de Regenboogrivier, elk ras stamt af van een bepaalde kleur. Kimoh’ra is een safai en wordt ingehuurd voor het organiseren van feesten. Daar gaat ze stug mee door, ook al wordt Sondar steeds meer verscheurd door oorlog en geweld. Als er tijdens een van haar feesten een gevecht uitbreekt wordt Kimoh’ra door een wever meegenomen naar het Eiland Van Vuur. Vanaf dat moment verandert haar hele leven.
Kimoh’ra is een totaal ander personage dan Ithana. Waar Ithana hard en cynisch is, is Kimoh’ra juist meer open en gericht op wat anderen nodig hebben. Ze kan ook erg naïef zijn, ze wil alleen het goede zien en sluit zich af voor alles wat minder goed gaat.

De covers passen bij het verhaal en stralen heel goed de sfeer uit. Mijn schoonzusje Elena Crielaard heeft ze gemaakt. Ze heeft ook voor elk boek de hoofdpersonages uitgetekend. Wanneer je het boek bij mij bestelt, krijg je er gratis een boekenlegger van de hoofdpersonages bij. In Nederland zijn de verzendkosten gratis.

Wat ook nog een leuk feitje is. Speciaal voor het boek Kimoh’ra is er safai bier gebrouwen. Wanneer je het boek via mij bestelt en ophaalt, krijg je er ook nog een safai biertje bij.

Als je het leuk vindt om de flaptekst te lezen of extra informatie wilt weten over de personages en de boeken, neem dan een kijkje op mijn website: http://www.diannearentsen.nl

Boek van de maand : Maart 2018: Kartaalmon

0

De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon

Johan Klein Haneveld

Er zit een scène in ‘De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon’ die ik twintig jaar geleden verzon, tijdens mijn afstudeerstage aan de Universiteit Leiden waar ik Biomedische Wetenschappen studeerde. Ik werkte er in het Sylvius laboratorium op de afdeling Moleculaire biologie aan het Wilms’ Tumorsuppressor gen 1 (WT1). We hadden cellen waarin dat gen was aangezet en cellen waarin het was uitgezet. Daar isoleerde ik DNA uit, vermenigvuldigde het in een apparaat, en probeerde verschillen te vinden tussen de twee toestanden. Om die in beeld te brengen moest ik het DNA eerst koppelen met radioactieve merkers, vervolgens moest ik het scheiden in een gel, en die moest ik dan weer met een fotografische plaat in beeld brengen. Die plaat ontwikkelde ik vervolgens zelf in de donkere kamer. Nu ik erop terugkijk was het wel bijzonder: werken met radioactieve elementen (waarbij je heel zorgvuldig moet wezen) en vervolgens in het donker met fotografische platen bezig zijn. Het was beter dan achter een computer zitten.
Op het moment zelf zat ik echter tegen een overspannenheid aan. Dat lag niet alleen aan mijn stage, maar ook aan de druk die ik mezelf in mijn privé-leven oplegde. Ik kwam namelijk vanuit een strenge religieuze achtergrond en deed erg mijn best te leven op de manier die me daar geleerd werd. Dat betekende dat ik was gestopt met het lezen van spannende boeken, dat ik elke dag bijbelstudie deed en teksten uit het hoofd leerde en bovendien alle kerkdiensten bezocht waar ik maar bij kon zijn. Mijn tijd was van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat volgepland met allerlei activiteiten en ik wist tot anderhalf jaar in het voren welke boeken ik allemaal zou bestuderen en hoe lang ik daarmee bezig moest zijn. Als ik te weinig bladzijdes had gelezen op een dag viel ik in een gat, want dan moest ik mijn hele schema aanpassen. Zo’n leven is niet echt lang vol te houden. Ik begon slaapproblemen te krijgen en werd langzamerhand steeds prikkelbaarder. In het laboratorium maakte ik grapjes dat ik behoefte had aan ‘Vitamine V’ – maar vakantie hielp me niet, want ook mijn vrije dagen vulde ik al lang van te voren in.
Een van de weinige ontsnappingsmogelijkheden die ik had was de donkere kamer. Als je daar met je foto’s van gels bezig was mocht niemand je storen. Er mocht namelijk geen licht binnenkomen. Je was helemaal in het donker en het was stil. Weinig prikkels. Ik bleef er dan ook vaak langer dan strikt noodzakelijk, even helemaal afgesneden van de drukke wereld en haar verwachtingen. En in die rust verzon ik verhalen. Het bloed kruipt namelijk waar het niet gaan kan. Je kunt jezelf vertellen dat je van je geloof geen spannende boeken mag lezen of verhalen mag schrijven, maar het is deel van de menselijke natuur. Verbeelding laat zich niet tegenhouden. In mijn fantasie borrelden beelden op, complete avonturen. Een van die verhaalideeën ging over een reuzeninktvis, de kraak. Ik ben namelijk van jongs af gefascineerd door de zee, en over de legenden van boten die door vangarmen onder water worden getrokken. Mijn hoofdpersoon was een Vikingjongen (want de Vikingen vertelden elkaar al over het zeemonster, de Kraken). Ik verzon hoe hij na een aanval van de inktvis in een klein bootje overbleef, helemaal alleen. En hoe hij vervolgens met een zwaard overboord sprong om zich op het monster te storten. Het verzinnen van die scène gaf me veel plezier.
De donkere kamer was echter niet genoeg om een ‘burn out’ te voorkomen en in het voorjaar van 1998 stortte ik in. Een docente suggereerde me dat ik als ik van mijn stage thuiskwam een keer niet moest doen wat in mijn schema stond, maar dat ik bij mezelf moest nagaan wat ik op dat moment echt graag wilde. Al de eerste avond dat ik dat probeerde realiseerde ik me dat ik het liefst van alles wilde schrijven. Ik begon te werken aan ‘Neptunus’, dat uitgegeven werd in 2001. Tegen die tijd had ik ook al ‘De derde macht’ geschreven en ‘Het wrak’, dat in 2002 uitkwam als actieboek voor de maand van het spannende boek van de christelijke uitgevers. Ik was ondertussen zelf meer fantasyboeken gaan lezen en wilde me als schrijver ook eens aan dat genre wagen. Maar ga er maar eens aan staan een fantasyroman te verzinnen. Ik putte inspiratie uit verschillende bronnen. Bijvoorbeeld het land ‘Kartaalmonland’, dat ik als tiener al had verzonnen, compleet met eigen geschiedenis, en het idee van oude rassen met bijzondere gaven dat Stephen Lawhead in een van zijn boeken gebruikte maar in mijn ogen niet goed uitwerkte. En mijn oude idee van de reuzeninktvis. Want die was ik nog niet eerder in een fantasyboek tegengekomen. De scène uit ‘The fellowship of the ring’ met het monster uit het meer suggereerde dat een dergelijk wezen best kon werken in een boek.
Helaas zou het nog een tijdje duren, twaalf jaar ongeveer, voor ik het betreffende gedeelte zou kunnen schrijven. Want toen ik de eerste drie hoofdstukken van ‘De Krakenvorst, boek 1: Keruga’ op papier had staan, kreeg ik van mijn toenmalige uitgever te horen dat die het niet wilde uitbrengen. Dit omdat het manuscript wel wat kritiek bevatte op de georganiseerde kerk en de strenge interpretatie van de geschriften. Ik viel in een gat en dacht daarna dat ik mijn fantasie volledig kwijt was. Het duurde tot ik in 2012 ernstig ziek werd door een bacteriële infectie dat ik de knoop doorhakte en besloot dat wat anderen er ook van zouden vinden, ik door zou gaan met schrijven. Het eerste boek waar ik mee aan de slag ging, was natuurlijk ‘De Krakenvorst’. En in 2013 kon ik eindelijk beschrijven wat ik ooit in de donkere kamer had verzonnen, de scène met de jongen in een bootje, die door een reuzeninktvis wordt aangevallen. Het was wel een beetje raar dat iets dat al die tijd alleen maar had bestaan in mijn fantasie, opeens op papier terecht kwam. Maar uiteindelijk was ik er wel trots op. Het was in ‘De Krakenvorst’ nog spannender dan wat ik had verzonnen bij het ontwikkelen van de foto’s. Dat vind ik tenminste. Jullie mogen zelf beoordelen of ik gelijk heb. ‘De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon’ is nu uitgekomen en te bestellen bij de webshop van de uitgever (http://www.uitgeverijmacc.nl/product/krakenvorst-boek-2-kartaalmon/) of bij alle andere boekwinkels in Nederland.

Boek van de maand: Februari 2018

0

Een samenvatting van het verhaal:
Schaduwkoningin vertelt het verhaal van Nîve en Nakisa, twee nimfen, die een verloren gevecht proberen te vechten, totdat Nîve tijdens een schermutseling een magisch zwaard weet te ontfutselen aan de donkere Fellkra. Eenmaal in het bezit van Fellkra’s zwaard lijkt alles, inclusief Nîve zelf, te veranderen. In een reusachtig sprookjeswoud, de Valta genaamd, begint dan een klopjacht die Nîve naar wonderlijke bestemmingen voert, zowel in de Valta als binnenin zichzelf.

Waar haalde je de inspiratie om dit boek te schrijven vandaan?
Voornamelijk uit mijn eerdere eigen werk. Daar had ik een donker woud, (het woud van Shîm) waarop de Valta grotendeels geïnspireerd is. De Valta is voor mij “woud van Shîm XXL”. Daarnaast had ik al vaak over de nimfen geschreven, maar ik had ze nog nooit een geheel verhaal laten dragen.

Zijn er personages die lijken op mensen uit je eigen leven?
Niet dat ik het mij bewust ben. Mijn vrouw zegt dat ieder personage dat ik schrijf wel een element van mijzelf vertegenwoordigt en daar sluit ik me volledig bij aan.

Komen er nog meer boeken van je uit in de toekomst?
Dat hoop ik absoluut! ‘Schaduwkoningin’ wordt goed ontvangen en dat stimuleert mij om meer van mijn oude manuscripten klaar te stomen voor publicatie. Ik heb een serie van 14 delen klaar, waar ‘Schaduwkoningin’ een aanvulling op is. Mijn plan is om op de korte termijn de eerste twee delen van die serie te lanceren en een vervolg op ‘Schaduwkoningin’ ligt ook al op de plank.

Hoe en waar schrijf je het liefste?
Vroeger schreef ik het liefste met een schrift en een pen ergens in de natuur onder een boom. Inmiddels ben ik wat met de tijd mee gegaan en is het met een laptop op schoot, het liefst op bed. Kaarsjes aan en dan een passend muziekje op de achtergrond.

Hoe ging het schrijfproces in het werk? En hoe lang duurde het voordat dit boek af was?
‘Schaduwkoningin’ was zelfs voor mij een apart beestje. Het was de eerste roman die ik in de computer heb geschreven. Ik pendelde omstreeks 2008 in de trein tussen Arnhem en Zeist en kon door het schudden van de trein mijn handschrift niet teruglezen. In die tijd heb ik de eerste vier hoofdstukken getypt, maar daarna ging mijn aandacht weer uit naar andere boeken in mijn Valtada-reeks. In 2012 heb ik ‘Schaduwkoningin’ weer opgepakt en afgeschreven, dat duurt bij mij ongeveer een half jaar voor zo’n boek. Toen het af was heb ik het eens naar een uitgever gestuurd, maar die stuurde het ongelezen weer terug met de standaard afwijzing. Pas in 2017 durfde ik, op aanraden van Nine van boekenwinkel Anderwereld, weer eens de stoute schoenen aan te trekken en toen was het meteen raak. Nadat bekend was dat ik het boek mocht gaan uitgeven ben ik er samen met mijn taalkundige vrouw nog eens extra kritisch ingedoken. Een half jaar van redacties heeft het boek opgeleverd zoals het nu verkrijgbaar is.

In hoeverre heeft fantasy een plaats in je leven?
Misschien wel de meest centrale. Vroeger schipperde ik qua interesse nog tussen fantasy en sf, maar sinds ik mijn omstreeks 1995 mijn fantasywereld Valtada ben begonnen, ben ik alles in mijn leven daaromheen gaan inrichten. Ik heb mijn interieur ernaar gepast, maar ook al mijn hobby’s hebben wel een fantasy inslag. Muziek, filmkeuze, reizen en uitgaan. Alles gebeurt met een fantasytintje.

Heeft het boek een boodschap?
Hmm, ik denk dat uit ieder boek wel een boodschap groeit en het is ook maar wat je erin wilt lezen, maar als ik een stap uit Schaduwkoningin terugneem, dan denk ik: leren accepteren wie je bent, wat de reden ook moge zijn dat je zo geworden bent. Of jouw som nu het gevolg is van je verdienste of van een trauma, jezelf accepteren zoals je er staat is hetgeen dat je de meeste kracht kan geven.

Wil je nog iets tegen je lezers zeggen?
Haha, lees en zegt voort!

Waar kan men je boek kopen en je ontmoeten?
Het boek is overal online verkrijgbaar en ook te bestellen in ieder boekhandel, maar voor wie het liever uit de eerste hand koopt: Ik sta in maart op zondag op de fantasy-gothicbeurs en daarna op vrijwel alle grote fantasyfestivals van Nederland. Ook biedt mijn uitgever (Godijn Publishing) de mogelijkheid om bij mij in mijn fantasyhuis op bezoek te komen voor een lezing met inbegrip van het boek.

Hoe voelde het om je boek voor het eerst vast te houden?
Nogal feitelijk.

Welk boek zou jij ons aanbevelen?
Auw, nu moet ik vloeken in de kerk, maar ik ben geen grote lezer. Ik lees per definitie geen fantasy en als ik dan iets moet noemen, dan noem ik de X-wing Rogue squadron reeks (Engelstalig) uit de afgestoten Starwars canon. Daar heb ik me tot deel 9 prima mee vermaakt.

Tegen welke auteur kijk jij op? Wie zie je als je grote voorbeeld?
Hmm daar verval ik vast in een cliché, maar ik moet toch Tolkien noemen. Dat is de enige fantasy die ik WEL met plezier gelezen heb. Met name zijn Silmarillion bood een hoop inspiratie voor het creëren van een eigen wereld. Zijn verdiensten spreken voor zich, al heb ik weinig op met zijn schrijfstijl en vond ik aan de meeste van zijn verhalen een climax ontbreken. Zijn eindes voelden onaf.

Kun je iets over de cover vertellen? Hoe kwam zij tot stand?
Ahh, dat was een en al spanning en kopzorgen, maar Godinne wat is ze goed terecht gekomen. Ik had het idee zo in mijn hoofd en ik wist al snel dat Ingrid den Elzen (het model) degene was die ik hiervoor wilde vragen. Naar verluidt heeft onze vormgever heel wat moeten stoeien met al mijn wensen, maar Jen Minkman is een fantastische artiest en ze heeft mijn idee overgenomen en in de uitvoering al mijn verwachtingen overtroffen!

Hou jij zelf meer van het licht, of van de duisternis?
Ik root voor licht, maar ik flirt graag met de duisternis, er zit wel een beetje Fellkra in mij. Ik ben van mening dat een lichtpunt beter op waarde kan worden geschat wanneer het omgeven wordt door duisternis, maar ook in fantasy gaat mijn voorkeur uiteindelijk toch wel uit naar een happy end.

Schrijver van de maand Februari 2018: Sonn Franken

0

Hebben de boeken persoonlijke aspecten gekregen?

Uhmm, in deel I zitten er wel wat situaties en mensen die dicht bij me staan, zeker in het gedeelte dat in het heden gaat. Over het algemeen, in zowel deel I als wel deel II, zitten er een aantal waarden in die ik zelf hoog probeer te houden. Ook het geloof dat ’t goede altijd overwint.

Welk boek zou jij ons aanbevelen?
Natuurlijk zeg ik dan de boeken van Tolkien. Dat is mijn grote inspirator. Maar de boeken van Dan Brown vind ik ook heel goed omdat die je aanzetten tot nadenken.

Tegen welke auteur kijk jij op, of zie jij als je grote voorbeeld?
J.R.R. Tolkien, met afstand!! Geweldig vind ik dan ook dat ik een brief van zijn dochter ontvangen heb waarin ze me feliciteert met De Oversteek, en me bovendien succes wenst op het schrijverspad.

Kun je iets over de covers vertellen?
Deel I is een foto die ikzelf getrokken heb van vlakbij Calais, uitzicht op de witte krijtrotsen van Frankrijk dus. Hier stond ik toen mijn vader ondertussen een levensbedreigende operatie onderging. De wind waaide mijn hoofd leeg en toen besefte ik ook dat de Oversteek naar het eeuwige leven zo om de hoek kan liggen. De Oversteek kent voor mij veel betekenissen. Een aantal er van leer je in het boek herkennen.

Waar haalde je de inspiratie om je boeken te schrijven vandaan?
Ik heb altijd veel gelezen. Reizen deden we ook al als klein kind. Het ontdekken wat er om de hoek te vinden is, wat er “voorbij de einder” ligt, wordt al snel een uitdaging. Samen met mijn nieuwsgierigheid naar mensen en plaatsen, gebouwen en landschappen, komt ook mijn dikke duim van het verzinnen voor de dag. En ja, dus al vanaf de lagere school begonnen de verhaaltjes.

Zijn er personages die lijken op mensen uit je eigen leven?
Absoluut, want ik maak dankbaar gebruik van karaktereigenschappen, of de fysieke kenmerken van hetgeen ik in mijn omgeving zie. Het maakt je rijk alles nog een stapje verder te laten gaan, zolang je maar niemand pijn doet door het “te herkenbaar” te brengen. Zo blijven de karakters altijd een deel van mijn fantasie.

Komen er nog meer boeken van je uit, in de toekomst?
Ja, er komt nog een deel III uit om het drieluik “De Kronieken van Ginder” te completeren. Na mijn oorlogsroman “In de Schaduw van de Waarheid” waag ik me nu aan een thriller “Dossier Doel”, een boek dat ik in 2018 nog hoop uit te brengen. Wellicht volgt er ook nog een derde gedichten / foto’s bundel. Verder heeft iemand voor mij het dagboek van zijn moeder weten op te duiken. Het betreft haar ervaringen gedurende de oorlog. Hij heeft mij gevraagd of dit wellicht voedsel voor een nieuwe oorlogsroman kan betekenen. Dus, de drang om te schrijven is er zo, de kansen dienen zich aan.

Hoe en waar schrijf je het liefste?
Ik kan overal en altijd schrijven. Kan me al snel in de schrijfmodus verplaatsen 😉 Maar de waarheid gebiedt me te zeggen dat het nogal vaak laat in de avond is, of zelfs midden in de nacht. Dat is omdat ik behoorlijk druk ben met van alles en moeite heb mijn tijd te vinden.

Hoe ging het schrijfproces in zijn werk…. en hoelang duurde het voor het boek af was? In hoeverre heeft fantasy een plaats in je leven? Heeft het boek een boodschap?
Het schrijfproces qua fantasy is ook voor mijzelf altijd een hele verrassing. Zoals gezegd ben ik er gelukkig mee dat ik me altijd wel kan zetten tot het schrijven. Echter, hoe het verhaal zich ontwikkelt is vaak ook voor mij een verrassing, een ware ontdekkingstocht. Zeker met de fantasy verhalen heb ik geen omlijnd plan, het verhaal staat dan ook bol van de onverwachte wendingen die het verhaal zelf aan me voorstelt, ja opdwingt zelfs. Het is vaak voorgekomen dat ik vaag in een bepaalde richting opwilde, om er achter te komen dat ik uiteindelijk totaal tot iets anders kwam. De duur van het schrijven heeft alles te maken met de beschikbare tijd. Met een fulltime baan als KAM coördinator, een eigen nieuwssite http://www.bozinbeeld.nl waar ik zo’n 40 uur per week insteek, mijn activiteiten als freelance journalist/fotograaf voor de weekkrant en dan nog wat eigen dingetjes, heb ik soms voor mijn zin veel te weinig tijd voor het schrijven. Maar als ik ga zitten, ben ik ook in een keer weg en ben ik zo een paar duizend woorden verder.
Ik vind fantasy belangrijk, omdat het mij een ontsnappingsplek biedt uit het dagelijkse leven met alle beslommeringen. Zeg maar een soort “ontluchtingsklep”. Bovendien biedt het ook een plaats aan dromen, en zonder dromen bestaat er geen kans op verbeteringen van de wereld en van je leven.
Dat is ook wat ik mee wil geven aan de lezer; hou vol en geloof in het goede van de wereld. Ondanks dat we overspoeld worden met negatief nieuws, is er altijd de kans en hoop op verbeteringen als we maar met elkaar er voor willen strijden. Daar kan ook het geloof niks in veranderen. Zolang we geloof geen dictatuur laten worden, geen onwrikbare wet die oplegt, dan is er alle kans op vrede en voorspoed, want alles begint met respect naar elkaar en liefde voor elkaar.

Wil je nog iets zeggen tegen je lezers?
Geloof in jezelf en in je omgeving. Volg je dromen en als je iets wenst te doen, volhard in wat je wilt bereiken. Luister naar anderen, maar laat je niet dirigeren door anderen en hou vast aan wat je zelf wilt.

Waar kan men je boek kopen en je ontmoeten?
Het boek is in elke boekhandel in Nederland, België en zelfs daarbuiten te verkrijgen. Natuurlijk kunnen de boeken van De Kronieken van Ginder bij Godijn Publishing besteld worden, evenals allerlei internet adressen.
Het laatste weekend van juli ben ik te Bergen op Zoom twee middagen (vrijdag en zaterdag) te vinden bij Den Enghel tijdens de Bourgondische Krabbenfoor.
In oktober organiseer ik een Bergs Cultuur Festival in Bergen op Zoom, op een zaterdag (de juiste datum hoor je nog), waarbij naast mij nog tientallen schrijvers acte de présence zullen geven, evenals muzikanten, koren, beeldend kunstenaars, kunstschilders, dansgezelschappen en nog veel meer.
Via Godijn Publishing zal ik ook op beide Elfia’s (april en in september) aanwezig zijn met een aantal mede Boek10 schrijvers. En voorts zullen er nog wel meer momenten komen.

Het schrijfproces qua fantasy is ook voor mijzelf altijd een hele verrassing. Zoals gezegd ben ik er gelukkig mee dat ik altijd wel kan zetten tot het schrijven. Echter, hoe het verhaal zich ontwikkeld is vaak ook voor mij een verrassing, een ware ontdekkingstocht. Zeker met de fantasy verhalen heb ik geen omlijnd plan, het verhaal staat dan ook bol van de onverwachte wendingen die het verhaal zelf aan me voorstelt, ja opdwingt zelfs. Het is vaak voorgekomen dat ik vaag in een bepaalde richting opwilde, om er achter te komen dat ik uiteindelijk totaal tot iets anders kwam. De duur van het schrijven heeft alles te maken met de beschikbare tijd. Met een fulltime baan als KAM coördinator, een eigen nieuwssite http://www.bozinbeeld.nl waar ik zo’n 40 uur per week insteek, mijn activiteiten als freelance journalist/fotograaf voor de weekkrant den nog wat eigen dingetjes, heb ik soms voor mijn zin veel te weinig tijd voor het schrijven. Maar als ik ga zitten, ben ik ook in een keer weg en ben ik zo een paar duizend woorden verder.
Ik vind fantasy belangrijk, omdat het mij een ontsnappingsplek biedt uit het dagelijkse leven met alle beslommeringen. Zeg maar een soort “ontluchtingsklep”. Bovendien biedt het ook ene plaats aan dromen, en zonder dromen bestaat er geen kans op verbeteringen van de wereld en van je leven.
Dat is ook wat ik mee wil geven aan de lezer; hou vol en geloof in het goede van de wereld. Ondanks dat we overspoeld worden met negatief nieuws, is er altijd de kans en hoop op verbeteringen als we maar met elkaar er voor willen strijden. Daar kan iik het geloof niks in veranderen. Zolang we geloof geen dictatuur laten worden, geen onwrikbare wet die oplegt, dan is er alle kans op vrede en voorspoed, want alles begint met respect naar elkaar en liefde voor elkaar.

Wil je nog iets zeggen tegen je lezers?
Geloof in jezelf en in je omgeving. Volg je dromen en als je iets wenst te doen, volhard in wat je wilt bereiken. Luister naar anderen, maar laat je niet dirigeren door anderen en hou vast aan wat je zelf wilt.

Waar kan men je boek kopen en je ontmoeten?
Het boek is in elke boekhandel in Nederland, België en zelfs daarbuiten te verkrijgen. Natuurlijk kunnen de boeken van De Kronieken van Ginder bij Godijn Publishinh besteld worden, evenals allerlei internet adressen.
Het laatste weekend van juli ben ik te Bergen op Zoom twee middagen (vrijdag en zaterdag) te vinden bij Den Enghel tijdens de Bourgondische Krabbenfoor.
In oktober organiseer ik een Bergs Cultuur Festival in Bergen op Zoom, op een zaterdag (de juiste datum hoor je nog), waarbij naast mij nog tientallen schrijvers acte de présence zullen geven, evenals muzikanten, koren, beeldend kunstenaars, kunstschilders, dansgezelschappen en nog veel meer.
Via Godijn Publishing zal ik ook op beide Elfia’s (april en in september) aanwezig zijn met een aantal mede Boek10 schrijvers. En voorts zullen er nog wel meer momenten komen.

Boek van de maand : Januari 2018 : Beet

0

Interview met Marc Kerkhofs
Eerst en vooral bedankt voor deze opportuniteit. Je krijgt niet elke dag een podium om je boek in de kijker te zetten. Mezelf exposeer ik niet zo graag (zo interessant vind ik mezelf niet), maar ik begrijp dat sommige mensen misschien nieuwsgierig zijn naar de mens achter de schrijver (zij hij hoogdravend …)
Iets over mezelf:
Ik ben geboren in 1964 in Dilsen, een Belgisch Limburgse gemeente aan de Maas, grenzend aan Nederland, dus. Op mijn 14de ging ik in de leer bij een slager en werkte 11 jaar in de vleesindustrie. Daarna verhuisde ik naar Antwerpen, waar ik stomweg in een autowasstraat terechtkwam. Daar bleef ik werken tot mijn 50ste, totdat mijn rug besloot dat het genoeg was geweest. Tussendoor schoolde ik me bij als pc-technicus. De rode draad doorheen dit alles was en is echter het schrijven. Ik schrijf al van sinds ik in staat was mijn eigen naam te spellen. Rond mijn 50ste volgde ik een schrijfcursus bij Schrijfatelier Alicia, die me aanmoedigde om door te gaan. Wie me echter echt op het schrijverspad geschopt heeft is mijn vrouw, zonder haar geen schrijver, simpel. Ik deed mee aan schrijfwedstrijden, won een eerste en een tweede prijs en nu zit ik hier vragen te beantwoorden naar aanleiding van mijn tweede boek. In the picture staan interesseert me niet. Dat mensen hetgeen ik schrijf graag lezen en waarderen, des te meer. Kunnen leven van het schrijven een stille droom.
– Hoe kwam je op het idee?

Het idee voor BEET kwam vanzelf aangewaaid. Nadat ik wegens dringende medische redenen werd ontslagen uit de carwash waar ik meer dan 20 jaar werkte, zat ik me wat verweesd achter mijn computer af te vragen wat ik nu met de rest van mijn leven aan moest. Dat klinkt zwaarder dan het was, maar kom … Ik mijmerde over de vele eenzame avonden dat ik reparaties uitvoerde aan de carwashinstallatie en schreef erover, als een soort memoires. Het wat als principe kwam al gauw om de hoek kijken. Stel dat je daar op een avond een vreemd beest tegenkwam … Het perspectief veranderde van de eerste persoon TT naar de derde persoon VT en samen met mijn hoofdpersonage verbaasde ik me over zijn lotgevallen.

– Zijn de personages naar iemand vernoemd?

Geen enkel personage is naar iemand vernoemd of is gebaseerd op één bestaand persoon. De familienaam van het hoofdpersonage, Seunens, verwijst vaagweg naar “seut”, wat Vlaams is voor een brave sukkel. Ik vond die naam wel bij hem passen. De karakters zijn samenraapsels, geboetseerd uit verschillende karaktertrekken van mensen die ik ken en verzin. Ik waakte er wel over ze niet te karikaturiseren.

– Waar gaat het over?

Waar het eigenlijk over gaat zijn de beweegredenen van mensen. Waarom doet iemand wat hij of zij doet? Wat zijn de motieven, de diepere beweegredenen? Hoe reageert iemand in een bepaalde situatie? De lezer kan zichzelf afvragen hoe hij of zij zou reageren en zich vervolgens ergeren of verwonderen over de reactie van de mensen in het boek. Het is een vertelling, een verhaal, met de bedoeling de lezer enkele aangename uren te bezorgen. Het vreemde beest is een metafoor voor de vreemde veranderingen die de personages ondergaan.

– Heeft het boek een boodschap?

De enige boodschappen die ik relevant vind zijn degene die op mijn lijstje staan als ik naar de supermarkt ga … Nee, serieus: Mijn boek is fictie, amusement. Ik heb niet de pretentie er een boodschap in te steken. Als je er al een boodschap achter wil zoeken dan is het: oordeel niet te snel over anderen.

– Waarom deze (mooie)cover, is het een scene uit het boek?

De cover komt vooral uit de koker van de vormgeefster Jen Minkman bij Godijn Publishing, die trouwens alle tien de covers van BOEK10 heeft vormgegeven. Elly (Godijn – uitgeefster) was er direct laaiend enthousiast over. De jongen met de bezwerende blik kijkt de lezer aan, alsof hij hem wil waarschuwen voor het onbekende, maar speelt geen centrale rol in het verhaal. Het beest is groen, vandaar de overheersende groenen kleur; De auto met de hogedruklans en de bebloede hand komen wel degelijk in het verhaal voor. Het is een teaser, hè. Jij noemt hem mooi: doel bereikt, dus.

– Waar vindt je inspiratie?

Ik ben niet het type schrijver die voor zijn scherm gaat zitten wachten op een bezoeking van de muze. Ik schrijf, probeer een gemiddelde van 1500 woorden te voltooien, om ze daarna te wikken en wegen, te gebruiken of te deleten. Het gewone leven is inspirerend genoeg, je hoeft er maar een kleine draai aan te geven om het ongewoon? intrigerend te maken …

– Je andere boeken?

Eerder dit jaar gaf ik Verloren Tijd uit bij Boekscout. Geen thriller, maar een roman over een man die na een hele tijd terug on speaking terms komt met zijn broer na het overlijden van hun vader. Naarmate het verhaal vordert ontdekt de protagonist dat zijn leven in feite een leugen is en dat zijn vader heel iemand anders was dan hij altijd gedacht had. Het is niet autobiografisch en ik heb er geen innerlijke demonen mee bestreden. Het is fictie, ook alweer met de bedoeling om de lezer enkele ontspannende uren te bezorgen. Spijt, verwaarlozing, het instituut “huwelijk” komen aan bod. Wat dat betreft is het maatschappelijk een beetje relevant, misschien.

– En of je nog ideeën hebt voor meer boeken?

Op mijn pc staan nog enkele manuscripten en momenteel ben ik bezig aan een misdaadroman, waarin twee tegen hun pensioen aan hikkende politiemannen een zaak moeten oplossen. Ik ga er niet teveel over uitweiden, het schijnt dat dat ongeluk brengt (knipoog).

kerkhofs.marc@telenet.be

Boek van de maand : Het Carillon

0

​Superleuk om weer boek van de maand te zijn. Ik zal mezelf nog even kort voorstellen. Mijn naam is Mark van Dijk en ik ben een fervent boekenliefhebber. Ik lees ze, schrijf ze en verzamel ze. Mijn bibliotheek bestaat uit iets meer dan 1000 gesigneerde boeken (1e druk) en nog zo’n 1500 leesexemplaren. Mijn meest bijzondere boeken zijn een Britse eerste druk van A Christmas Carol, van Charles Dickens en een Franse eerste druk van Le Comte de Monte Cristo (De Graaf van Monte Cristo), geschreven door Alexandre Dumas. Beide zijn mijn lievelingsboeken. Ik mis alleen nog Schateiland, van Stevenson, dan is de heilige drie-eenheid compleet. Qua schrijven ben ik momenteel druk met het herschrijven van Kwade Geest, mijn eerste boek, dat begin volgend jaar opnieuw verschijnt bij Nimisa Publishing House en ik ben nogal druk met de vertalingen van Dickens’ kerstboeken 

Inmiddels is het zeven jaar geleden dat ik met het vertalen van de vijf Kerstboeken van Charles Dickens ben begonnen. Vorig jaar is eindelijk Een Kerstlied verschenen en twee weken geleden het tweede deel, Het Carillon. De komende drie jaar zal er iedere novembermaand nog een nieuw deel verschijnen, tot de serie compleet is en alle Dickens’ Christmas Books, zoals ze de afgelopen 150 jaar liefkozend genoemd werden, opnieuw vertaald en geïllustreerd zijn.

Het tweede verhaal, dat Het Carillon heet, is de vertaling van het in 1844 verschenen The Chimes. In dit verhaal, dat minder bekend is dan A Christmas Carol, volgen we het leven van de teleurgestelde Trotty Veck, een arme kruier in Victoriaans Londen. Trotty is zijn geloof in de mensheid verloren en denkt dat de oorzaak van zijn armoede in zijn onwaardigheid ligt. Als hij op Oudejaarsavond een ongeluk krijgt, wordt hij vergezeld door Goblins, die hem het meenemen langs het zware en soms oneerlijke leven van zijn dochter. De loodzware en onmogelijke keuzes die op haar pad komen, dreigen de jonge weduwe en haar baby teveel te worden, waarna ze ten einde raad nog maar één uitweg ziet. De tragische levensloop van zijn dochter laat Trotty inzien dat niemand slecht wordt geboren, maar dat onrecht en armoede een bepaalde wanhoop kunnen aanwakkeren, waar niet tegen te vechten is. Het is niet alleen een verhaal over hoop en inzicht, maar vooral over onvoorwaardelijke liefde.
Door de vele politieke verwijzingen en verouderde gezegden ging het vertaalproces van dit boek lang niet zo gemakkelijk als het vertalen van Een Kerstlied was gegaan. Het viel niet mee om de juiste toon vast te houden en tegelijk de tekst prettig leesbaar te houden, zodat de sfeer en de authenticiteit bewaard zouden blijven. Gelukkig is dit uiteindelijk wel gelukt, maar het was hard werken. Doordat je zo intensief met een tekst bezig bent, kan het verhaal je ook op een gegeven moment gaan tegenstaan. Maar ik moet eerlijk bekennen dat hoe vaker ik het verhaal las, hoe meer ik ervan ging houden. Het werd zelfs, op Een Kerstlied na, mijn favoriete Dickensvertelling. Het is zo’n beladen verhaal, waarin zoveel gebeurd en Trotty Veck is zo’n sympathiek personage, dat ik hoop dat u dit verhaal, na het gelezen te hebben, nog eens opnieuw wilt lezen. U zult allerlei subtiliteiten opmerken, die u de eerste keer over het hoofd hebt gezien, waardoor het verhaal over de grenzeloze vaderliefde van Trotty Veck zich in uw hart zal nestelen, net zoals het dat bij mij heeft gedaan.