Boek van de maand augustus 2018: Bloed

Boek van de maand augustus 2018 : Bloed

Bloed, het eerste deel van de Vertellingen van de Ondergang, is eigenlijk het boek dat ik nooit wilde schrijven. Tegelijkertijd is het het verhaal dat ik altijd al op papier wilde zetten. 😉

Nadat ik de trilogie over Lilith had geschreven, kreeg ik van lezers veel vragen of ik nog ging vertellen hoe haar verhaal verder ging. De trilogie was immers netjes afgerond, maar het einde hield ook de belofte in zich van een nieuwe begin. Ik antwoordde steevast: ‘Ik ga nooit meer over haar schrijven.’ Voor mij was het verhaal klaar. Ik had de trilogie zo opgebouwd dat je als lezer zelf een invulling kon geven aan de God Jakob. Is hij de meedogenloze God zoals Kasimirh hem afspiegelde? Of had hij ook een barmhartige kant? Jouw mening daarover beïnvloed ook hoe het Lilith verder zou vergaan. Voor mijn gevoel zou ik dat met een vervolg teniet moeten doen. Dan moest ik gaan vertellen: ‘Je dacht wel dat het zus en zo zat, maar eigenlijk is het dit en dat.’ En dat klopte niet met wat ik met de trilogie wilde bereiken.

Dus schreef ik Jager & Prooi. Maar de lezers bleven aandringen en ook Lilith begaf zich steeds meer op de voorgrond. Dat laatste snapte ik eigenlijk helemaal niet. Ik had haar al zoveel aangedaan… wilde ze nog meer?

Langzaam kreeg ik meer ideeën voor het verhaal. Als ik het zorgvuldig opbouwde en nieuwe personages introduceerde naast Lilith, dan zou dit wel eens kunnen gaan werken. En uiteindelijk werd ik zo enthousiast, dat ik het verhaal toch maar ben gaan schrijven.

Bloed (en daarmee ook de volgende delen van deze serie) zijn het meest uitdagende dat ik heb geschreven. Het begint met drie verschillende verhaallijnen: die van Lilith, van Kiril en van Nighram. Het verhaal van Nighram (een meisje dat opgroeit in de woestijn en een zorgeloos leven leidt tot daar de strijders van de Goden opduiken) heeft op het eerste gezicht niets met de anderen te maken. En hoewel Kiril en Lilith veel meer interacties hebben en te maken krijgen met dezelfde strijd, hebben zij ook allebei duidelijk hun eigen verhaal. Daarnaast moet dit al mijn andere series aan elkaar knopen en veel meer onthullen over het ontstaan van mijn wereld en de rol van Jakob en de andere zogenaamde Goden. Dat is een behoorlijke puzzel, maar wel een hele leuke.

Bovenal is de Vertellingen van de Ondergang een verhaal geworden over de zoektocht naar je eigen drijfveer. Hoelang doe je wat je wordt opgedragen? Wanneer is het genoeg en kies je je eigen pad? Het is het verhaal dat ik altijd al wilde schrijven, omdat het verenigt wat ik zelf zo goed vond aan de Lilith trilogie (het mystieke), Jager & Prooi (het psychologische) en zelfs de gekkigheid van Hydrhaga.

Nieuwsgierig geworden? Lees op http://www.kimtentusscher.com gratis de eerste 30 pagina’s van Bloed en al mijn verhalen. Kim ten Tusscher

Advertenties

Boek van de maand juli 2018: Er was eens…. Een cover!

Boek van de maand juli 2018:

Er was eens… een cover
Wanneer je boek uitgegeven wordt, moet er natuurlijk een mooie cover omheen. Deze afbeelding is ongelooflijk belangrijk. Het moet er mooi uit zien, de juiste lezers verleiden om je boek op te pakken én direct vertellen waar je verhaal over gaat. Vaak bepaalt je uitgever de cover en heb je geluk als je erover kan meepraten. Ik kreeg de kans om mee te denken met illustrator Carmen Ploeg en geef je een kijkje in de creatieve keuken.

Stap 1: De ideeënfase
Op pinterest zocht ik diverse afbeeldingen bij elkaar die ik mooi vond. Daarnaast keek ik ook naar covers die ik juist helemaal niks vond. Al snel besloten we om voor een getekende illustratie te gaan. Ik omschreef Airys en vertelde ook dat ik het belangrijk vond dat lezers haar zich zelf konden voorstellen.

Stap 2: De eerste schetsen
Na onze eerste gesprekken kwam Carmen al snel met enkele schetsen. Nummer twee had al snel de voorkeur, al vroeg ik haar ook of ze een idee kon uitwerken met Airys te paard.

Stap 3: De eerste uitwerking
Twee schetsen, twee types covers. Ik heb er bijna slapeloze nachten van gehad en vond het zooo lastig om te kiezen. Uiteindelijk gingen we toch voor het silhouet zonder paard.

Stap 4: De juiste kleur
Nu de vorm duidelijk was, gingen we kijken naar de juiste kleur van de achtergrond. Na enkele kleuren dook er ineens een maan op, die perfect leek te passen.

Stap 5: De laatste uitwerking.
Na ongelooflijk veel mailtjes, wat geschuif, spelen met enkele lettertypen en versieringen was de cover eindelijk klaar. Er werd promotiemateriaal gemaakt, het boek werd gedrukt en mijn droom kwam uit.

Stap 6: De volgende stap
Na een jaar stopte uitgeverij Scelta Publishing er helaas mee. Gelukkig wilde Dutch Venture Publishing met mij verder. We wilden dezelfde cover behouden, maar Jen Minkman wilde voor deze editie toch enkele wijzigingen aanbrengen. Met hier het resultaat!

Ik voel me nog steeds enorm gelukkig met deze cover en ik krijg er altijd leuke reacties op. Wat vind jij ervan? En hoe ziet jouw perfecte cover eruit?

@Alle afbeeldingen zijn eigendom van Carmen Ploeg en mogen niet zonder toestemming worden vermenigvuldigd.

Cathinca van Sprundel

Boek van de maand juli 2018: De vrouwe van Myrdin

Boek van de maand –De vrouwe van Myrdin Cathinca van Sprundel

Allereerst ben ik ontzettend blij dat mijn debuut ‘De vrouwe van Myrdin’ boek van de maand juli is. Wanneer je van fantasy, young adult en/of mythen en sagen houdt, is dit misschien een boek voor jou.

Waar gaat ‘de vrouwe van Myrdin’ over?
Als kind raakte Airys alles kwijt: haar vader, moeder en haar prinsdom Dyfed. Ze gaat in dienst bij koningin Aranrod, die beloofde haar na zeven jaar te helpen. Het boek begint wanneer die zeven jaar om zijn en dan gaat het grondig mis. Ze wordt verbannen naar het mythische eiland Myrdin waar ze allerlei avonturen beleeft in de hoop haar vader en haar land terug te winnen.

Wie is Cathinca?
Ik ben geboren in 1989 en verslind van kleins af aan al grootse stapels boeken. Het was jarenlang mijn grote droom om schrijver te worden en met ‘De vrouwe van Myrdin’ komt die uit. Ik studeerde film- en literatuurwetenschappen en journalistiek aan de Universiteit Leiden. Op dit moment werk ik als tekstschrijver en redacteur. Daarnaast speel ik harp en bodhrán (Ierse drum), kun je me op veel fantasyfestivals vinden en doe ik aan Iers dansen. Kijk voor meer informatie op http://www.cathinca.com.

Hoe ben je op het idee gekomen?
Ik heb altijd al een zwak gehad voor sprookjes, mythen en sagen. Vooral de minder bekende verhalen vond ik fantastisch. Toen ik voor mijn bachelor film- en literatuurwetenschappen een scriptie moest schrijven, koos ik de Mabinogion als onderwerp. Veel mensen kennen wel wat Griekse mythen en hebben van de Edda gehoord, maar de Mabinogion is niet heel bekend. Het is een collectie verhalen die in twee middeleeuwse manuscripten uit Wales zijn gevonden. Sommige verhalen zijn Welshe versies van Arthurlegenden, terwijl een paar andere verhalen uit deze verzameling uniek zijn voor Wales. Ik schreef dus die scriptie en slaagde voor mijn diploma. Toch wilde ik iets met die verhalen doen en toen begon ik te schrijven.

Hoe is het schrijfproces gegaan?
Heel hectisch. Een tijd terug kwam er een manuscriptenwedstrijd voorbij van Scelta Publishing. Om mee te doen hoefde je alleen een samenvatting en een eerste hoofdstuk in te sturen, dus dat deed ik. Ik wilde mezelf zo motiveren om eindelijk eens een compleet manuscript af te schrijven. Maar aangezien ik vrij veel hobby’s heb en net begonnen was met mijn eerste echte baan, vergat ik de wedstrijd compleet. Ineens kreeg ik te horen dat ik in de top drie van de wedstrijd zat en dat ze erg benieuwd waren naar de rest van mijn manuscript. Dat heb ik toen in drie woelige maanden geschreven. Ik hield mijn vriend ’s nachts wakker met het krassen van mijn vulpen. Klokslag 12 uur bij de deadline leverde ik het verhaal in en hoorde later dat ik gewonnen had. ‘De vrouwe van Myrdin’ kwam in juni 2017 voor het eerst uit bij Scelta Publishing en sindsdien ben ik op allerlei gave festivals en plaatsen geweest om over het boek te vertellen. Enkele maanden terug moest Scelta Publishing helaas vanwege gezondheidsredenen stoppen. Gelukkig kan ik terecht bij Dutch Venture Publishing. Daar komt het boek in september in een mooie, herziene editie uit.

Wat zijn je toekomstplannen?
Ik heb De vrouwe van Myrdin geschreven als een afgerond verhaal, maar nu krijg ik steeds meer inspiratie voor een deel twee, dus daar ga ik aan werken. Ondertussen ben ik druk met promoten en schrijf ik af en toe een kort verhaal. Enkele van deze verhalen zijn verschenen in Pure Fantasy, Fantastisch Strijdtoneel 3 & 4. Mijn laatste publicatie was ‘Valora’s kracht’ in de bundel ‘Achterblijvers’ van Godijn Publishing.

In een volgende blogpost ga ik meer vertellen over het ontstaan van de cover van ‘De vrouwe van Myrdin’. Dat is weer een compleet verhaal op zich.
http://www.cathinca.com
http://www.facebook.com/cathincavansprundelschrijver
devrouwevanmyrdin@gmail.com

Jasper Polane- Cyberstaadt deel 3, kort verhaal.

CYBERSTAADT
door Jasper Polane

III. In de Donderarena
Het geruis van stemmen klonk door de gangen, lang voordat ze de arena bereikt hadden. De tegels op de vloer en het metselwerk van de muren maakten plaats voor ruw natuursteen en de gang werd de galerij van een grot. De wanden waren verstopt onder lagen graffiti, kleurrijk en nietszeggend, kreten en namen.
‘Dit ben ik,’ zei Punkie. Ze legde haar hand op een onleesbaar woord. ‘Als je wint mag jouw tag erbij. Extra glans!’
‘En als ik verlies?’ vroeg Edison.
‘De dooien staan daar.’ Bonzer wees naar de tegenoverliggende muur. ‘Daar zet ik je bij op.’
‘De baas zelf,’ zei Punkie vol ontzag. ‘Dat heeft eer! Megaglans!’
Ze stapten het enorme lawaai in, ontelbare stemmen die door de enorme grot galmden. De ingang lag bovenin de ruimte en keek van bovenaf op de Donderarena: een circuspiste met zand, overkoepeld met een ijzeren geraamte van staven en kippengaas. Scherpe metalen bladen staken op regelmatige afstand naar buiten als zwaarden. De schuin oplopende stenen wanden rondom de kooi waren bezet door een publiek van punkers, hun gekleurde haren een golvende lapjesdeken van zuurstok- en neontinten.
Het bericht over een nieuwe kampioen was niet alleen bij de Rovers aangekomen. Terwijl Edison de trap afdaalde kreeg ze de indruk dat alle ogen op haar gericht waren. Bendeleden aan weerszijden van de trap riepen haar toe: ‘Sta op, zus!’ en ‘Sta recht!’
Punkie had haar flink onder handen genomen. Ze had een blauwe spuitbus in haar haren leeggespoten en haar gezicht met zwarte oogschaduw en lippenstift bewerkt. Edison droeg een zwaar leren jack en een spijkerbroek zonder pijpen, met daaronder een paar van Punkie’s gescheurde kousen. Haar eigen laarzen waren glitter genoeg bevonden, maar hadden met de spuitbus een fluorescerend kleurtje gekregen.
Toen ze beneden kwamen vroeg Punkie: ‘Wat is je plan, zus?’
‘Ga je de Zwarte Rune mollen?’ vroeg Bonzer.
‘Als het meezit is dat niet nodig.’ Edison haalde de schakelaar van haar paraprojector om. Het apparaat sprong met een luid gezoem tot leven. Een ster van groene ethergie verscheen in de matrijs op haar borst. Ze draaide aan de knoppen om het gewicht van haar en Rune in te stellen. Hopelijk had hij hetzelfde postuur als de Rune die ze gekend had. ‘Ik hoef alleen bij hem in de buurt te komen en dit ding te activeren.’
‘Puike cyber!’ riep Punkie, enthousiast als altijd. ‘En dan gaan jij én Rune terug naar de toekomst?’
‘Zoiets, ja,’ zei Edison met een glimlach. Ze had Punkie gisteravond proberen uit te leggen waar ze vandaan kwam en hoewel het een slimme meid was, waren alternatieve werelden voor haar geen vanzelfsprekendheid. Tijdreizen begreep ze beter.
‘En als jullie foetsie zijn zullen de secondanten moeten opstaan,’ zei Bonzer. ‘Ik en Zwerker dus. Hij is een eitje.’
‘Zachtgekookt,’ bevestigde Punkie.
Edison probeerde door de tralies van de kooi naar de andere kant te kijken, maar ze kon Rune niet ontwaren.
Er klonk een toeter en ergens schreeuwde een man door een megafoon: ‘Het is tijd! De Duivels en de Rovers zullen strijden om de westgrens! De megakampioen tegen een groentje. Dit wordt glitter!’
Het applaus zwol aan tot een oorverdovend kabaal.
‘Oké, daar ga ik,’ zei Edison.
Punkie duwde een zaklamp in haar hand. In haar eigen wereld was deze grot waarschijnlijk donker en ze zou het licht hardnodig hebben. Punkie had haar een routebeschrijving naar buiten gegeven; hopelijk zou die in die andere versie begaanbaar zijn.
‘Zie ik je nog eens?’ vroeg Punkie.
Edison schonk haar een zonnige glimlach. ‘Ik kom terug.’
Ze stapte de arena in en het lawaai leek naar de achtergrond te verdwijnen. Ze had een heet gevoel in haar maag. De Rune die zij gekend had was verdwenen, meegenomen door de heraut van de Vorstin. Dat gebeurde in een ondergrondse kamer net als deze.
Zou ze hem herkennen? Hoe zou hij eruitzien? Wat voor man zou het zijn? Zou ze hem net zo aantrekkelijk vinden?
Nee dus.
De man die de kooi binnenstapte was Rune’s dubbelaar, daar was geen twijfel over mogelijk, maar hij zag er niet uit. Zijn wangen waren ingevallen en hij had donkere wallen onder zijn ogen. Zijn hoofd was voor de helft geschoren. De haren aan de andere kant waren lang en pikzwart geverfd. Zijn brede grijns miste een paar tanden. Het resultaat van heroïnegebruik, vermoedelijk.
Oké, niet aantrekkelijk. Mooi, dan kon ze zich beter op de missie concentreren. Hem grijpen en naar de Alixwereld duiken.
‘Je gaat eraan, zus,’ zei Rune. Hij knipte zijn stiletto open. ‘Denk niet dat ik me inhoud omdat je een kippetje bent!’
Edison flipte haar vlindermes open. Ze kon aan zijn houding zien dat hij gevechtstraining had gehad. Misschien had hij in het leger gezeten. Rune kon in ieder geval beter met dat mes omgaan dan de snotjongens die ze gisteren een lesje had geleerd. Ze zou vooral buiten zijn bereik moeten proberen te blijven en hopen dat hij een gat in zijn verdediging zou laten vallen.
Plotseling klonken er schoten. Het geratel van mitrailleurvuur. Applaus veranderde in geschreeuw. Angst en pijn.
Rune keek verbluft om.
Dit was haar kans. Hem nu vastgrijpen en de paraprojector activeren. Edison deed een stap naar voren en strekte haar arm uit.
‘Vredestichters!’ riep de Zwarte Rune boven het lawaai uit. ‘Ervandoor!’
Edison negeerde het lawaai, het geschreeuw, de mitrailleurschoten. Ze legde haar hand op zijn arm. Haar andere hand ging naar de knop.
‘Vlucht! Wegwezen, zus!’ riep Punkie achter haar. ‘Auw!’
Edison vloekte en draaide zich om. Punkie was de kooi in gerend en gestruikeld. Ze lag op haar buik in het zand en probeerde wanhopig weg te kruipen van het ding achter haar: een geraamte van metaal, met een sadistische grijns blinkende tanden en rode lichtgevende ogen. De vredestichter kwam met de stijve schokken van een robot de kooi in. Op zijn rechterarm was een roterend machinegeweer gemonteerd. Dat richtte hij op Punkie.
Edison aarzelde geen moment. Het was de Zwarte Rune of Punkie.
Ze dook naar de jonge vrouw met het roze haar. ‘Pak mijn hand!’
Overal om hen heen klonk geschreeuw. Pinkie stak haar hand uit. Er kwam geklik bij de robot achter haar vandaan. Edisons hand zocht de knop. Het geklik werd geratel toen het machineweer begon te vuren. Ze greep Pinkie en dook.
De Donderarena vervaagde en werd zwart.
*
De wereld bleef zwart. De grot was in deze wereld pikdonker. Het was er ook doodstil, totdat Punkie naast haar begon over te geven.
‘De misselijkheid duurt maar even,’ zei Edison. ‘Totdat je lichaam gewend is aan deze werkelijkheid.’
‘Drek, wat goor!’ Punkie spuugde een paar keer op de grond. ‘Wat was dat?’
‘Ik moest je meenemen naar mijn wereld.’ Edison knipte haar zaklamp aan en scheen de jonge vrouw in het bleke gezicht. ‘Anders had die robot je gedood.’
‘Het waren vredestichters,’ zei Punkie. ‘Cyborgs, gemaakt om te mollen. Uitroeiers.’
‘Ik denk dat niet veel van je vrienden het overleefd zullen hebben,’ zei Edison. ‘Het spijt me.’
Punkie haalde stoer haar schouders op, maar er stonden tranen in haar ogen. ‘Kan ik terug?’
‘Zodra de paraprojector is opgeladen, als je dat wilt.’ Edison stond op en scheen met de zaklamp in het rond. ‘Je kunt ook blijven. Misschien bevalt het je hier.’
Punkie knikte. ‘Mijn gangsters zijn dooien, gemold door de vredestichters. Ik heb niks om naar terug te gaan. Ik ben solo.’
Edison nam haar hand. ‘Hier niet. Hier ben ik er.’
‘Puik.’

EINDE

Boek van de maand: Heren van Twist—> een extra kort verhaal (deel 1)!

Deze maand is Heren van Twist, boek van de maand. Dat is een goede reden voor iets leuks!

Jasper schrijft een kort verhaal over mijn heldin Edison. Hier komt het eerste hoofdstuk! De rest volgt zsm. Hij is het nog aan het schrijven. Dus vandaag:Vers van de pers:hoofdstuk 1.

Jasper Polane
jasper@quasis.nl
CYBERSTAADT
door Jasper Polane

I. Cyberstaadt

De loodzware voetstappen van de looptank dreunden in een regelmatig tempo, nu en dan onderbroken door de schelle stem die uit de luidspreker schalde:

DE AVONDKLOK IS VAN KRACHT VAN ACHT UUR ’S AVONDS TOT VIER UUR IN DE OCHTEND! BLIJF BINNEN! DE POLITIE BESCHERMT DE DEMOCRATIE! WAAKZAAM EN DIENSTBAAR!

Aan weerskanten van de tank liepen politieagenten in volledige oproeruitrusting, bewapend met halfautomatische wapens. Hier schoot de politie met scherp.

Edison bleef ineengedoken achter het autowrak zitten en wachtte tot de zoeklichten haar voorbij waren. Toen haastte ze zich naar de donkere portiek van een winkel. Graffiti op de stalen rolluiken wensten de politie een gewelddadige dood toe. Auto’s in de straat waren slechts uitgebrande wrakken. Van de azuurblauwe en kanariegele neonreclames knipperde slechts een enkele letter.

Roestkleurige plekken op het asfalt lieten zien waar mensen op straat hadden liggen bloeden.
Edison veegde de blonde krullen uit haar gezicht. De paraprojector op haar borst zoemde zachtjes tijdens het opladen. Het zou nog een paar uur duren voordat hij opgeladen zou zijn en tot die tijd kon ze niet terug naar haar thuiswereld duiken. Zolang moest ze uit de schijnwerpers van de politie blijven.
De looptank sloeg een zijstraat in en de agenten volgden hem. Zodra ze uit het zicht waren stak Edison de straat over en ging een brede steeg in. Het schijnsel van de paraprojector baadde het straatje in turquoise licht. Tegen de muren lagen opengereten vuilniszakken, hun papier en plastic uitgekotst over de geplaveide weg. De zure stank van pis en kots hing in de lucht en er klonk geritsel van vluchtend ongedierte.

Misschien geen goed idee om met een felle schijnwerper rond te lopen.

Ze schakelde de paraprojector uit. Het betekende dat ze deze stad pas morgen kon verlaten, maar dat moest dan maar. Nu eerst een schuilplaats zoeken.
Het licht was nog niet uit of er werd schuin boven haar een zaklantaarn aangeknipt. Ze probeerde haar ogen met haar hand af te schermen voor de witte straal.
‘Kijk nou! Een kippetje!’
‘Tok tok tok!’
‘Lekker, lekker kippetje. Zin om een ei te leggen?’
Blijkbaar was niet ál het ongedierte gevlucht. Uit de schaduwen voor haar stapten vier mannen, jongens nog, met felgekleurde hanenkammen, leren jackie’s en gescheurde spijkerbroeken. Een van hen flipte met veel vertoon een vlindermes open en dicht. Nog een jongen liet zich van een balkon vallen en landde achter haar.
Stik, het zou eens niet zo zijn.
‘Kom op, jongens, laat me erlangs,’ zei Edison. ‘Ik heb geen zin in moeilijkheden. Het is al laat.’
‘Schijt aan de avondklok.’ De jongen spuugde op de grond. ‘Wij zijn Stalkers. Wij staan op!’
‘Wij staan récht!’
‘Je bent op ons terrein, kippetje. Je moet tol betalen.’
‘We zijn met vijf, dat past precies.’ De jongens grinnikten.
Zucht, vooruit dan maar weer. Edison sprong in actie. Een goedgerichte trap in het kruis schakelde de voorste uit. Hij liet zijn vouwmes vallen. Ze pakte het en sprong naar achter. De jongen naast haar greep mis en verloor zijn evenwicht. Ze trapte tegen zijn knie. Een schreeuw en hij was neer.
Edison flipte het vlindermes een paar keer. De drie jongens die nog stonden cirkelden om haar heen. Een van hen knipte een knipmes open en nam een dreigende houding aan.
Edison draaide naar hem toe en liet het mes nonchalant van de ene hand naar de ander buitelen. ‘Jongen, wat denk je nou? Ik heb zeker tien jaar meer ervaring met messen dan jij.’
De jongen met het knipmes aarzelde even, lang genoeg zodat Edison actie kon ondernemen. Een sprong bracht haar naast hem, buiten bereik van zijn mes. Voordat hij zich om kon draaien greep ze zijn arm. Ze plantte haar laars in zijn maag. Kuchend stortte hij op de grond en liet zijn mes vallen. Een elleboogstoot schakelde de volgende uit. Een lage trap handelde de laatste af.
Links van haar werd een putdeksel opgetild. Eronder was een zuurstokroze kleur te zien. Een vrouwenstem zei: ‘Hé, zus! Hierzo! Vlug, voordat de koppers komen!’
Meteen scheen een verblindend wit licht de steeg in.
HALT! LAAT JULLIE WAPENS VALLEN! LEG JE HANDEN IN JE NEK EN GA TEGEN DE MUUR STAAN!
‘Drek! De koppers!’ De bendeleden krabbelden op en vluchtten halsoverkop de steeg uit.
Edison aarzelde geen moment en rende naar de putdeksel.

*binnenkort meer*

Boek van de maand April 2018: Kimoh’ra van Dianne Arentsen

0

Eerst zal ik kort iets over mezelf vertellen. Ik ben getrouwd, moeder van drie kinderen en de auteur van Ithana en Kimoh’ra. Na het proberen van drie verschillende opleidingen (psychologie, verpleegkunde en informatica), besloot ik mijn kinderdroom weer op te pakken. Als kind was ik veel bezig met het verzinnen van verhalen en zei ik dat ik later schrijver wilde worden of stuntvrouw. Ik hou van activiteiten die zorgen voor veel adrenaline. Ik denk dat dat ergens ook wel terug te zien is in mijn boeken. Ik hou van veel vaart in een verhaal, veel actie en avontuur.
Ik schrijf voornamelijk als de kinderen op school zitten en in de weekenden. Op dit moment zit ik in een tussenfase. Ik heb net het vijfde en laatste deel van de serie afgeschreven en weet nog niet zo goed welk verhaal ik nu als eerste wil uitwerken. Ik heb meerdere ideeën liggen, maar twijfel nog welke ik wil oppakken. Deze tussenfase geeft wel de tijd om weer wat meer te gaan lezen.

Mijn inspiratie komt meestal vanzelf. De personages leiden het verhaal en ik schrijf met hen mee. De achtergrond (rassen, geschiedenis, wereldbouw) heeft veel denktijd gekost. Ik heb hier samen met mijn man veel tijd aan besteed. Dit doen we onder andere wanneer we op vakantie zijn, heerlijk met een wijntje in de zon! Ook door op Pinterest rond te kijken krijg ik ideeën. En soms doe ik het ook andersom: dan zoek ik afbeeldingen bij specifieke ideeën die ik in mijn hoofd heb.

Het boek Kimoh’ra is het vervolg op Ithana. Hierin wordt een nieuw personage geïntroduceerd: Kimoh’ra. Het verhaal van Ithana gaat ook verder in dit boek. Ik zal proberen wat over dit boek te vertellen zonder al te veel spoilers weg te geven van het eerste deel.
De serie speelt zich af in de wereld Sondar. In Sondar zijn zeven verschillende rassen, die zijn voortgekomen uit de Regenboogrivier, elk ras stamt af van een bepaalde kleur. Kimoh’ra is een safai en wordt ingehuurd voor het organiseren van feesten. Daar gaat ze stug mee door, ook al wordt Sondar steeds meer verscheurd door oorlog en geweld. Als er tijdens een van haar feesten een gevecht uitbreekt wordt Kimoh’ra door een wever meegenomen naar het Eiland Van Vuur. Vanaf dat moment verandert haar hele leven.
Kimoh’ra is een totaal ander personage dan Ithana. Waar Ithana hard en cynisch is, is Kimoh’ra juist meer open en gericht op wat anderen nodig hebben. Ze kan ook erg naïef zijn, ze wil alleen het goede zien en sluit zich af voor alles wat minder goed gaat.

De covers passen bij het verhaal en stralen heel goed de sfeer uit. Mijn schoonzusje Elena Crielaard heeft ze gemaakt. Ze heeft ook voor elk boek de hoofdpersonages uitgetekend. Wanneer je het boek bij mij bestelt, krijg je er gratis een boekenlegger van de hoofdpersonages bij. In Nederland zijn de verzendkosten gratis.

Wat ook nog een leuk feitje is. Speciaal voor het boek Kimoh’ra is er safai bier gebrouwen. Wanneer je het boek via mij bestelt en ophaalt, krijg je er ook nog een safai biertje bij.

Als je het leuk vindt om de flaptekst te lezen of extra informatie wilt weten over de personages en de boeken, neem dan een kijkje op mijn website: http://www.diannearentsen.nl

Boek van de maand : Maart 2018: Kartaalmon

0

De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon

Johan Klein Haneveld

Er zit een scène in ‘De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon’ die ik twintig jaar geleden verzon, tijdens mijn afstudeerstage aan de Universiteit Leiden waar ik Biomedische Wetenschappen studeerde. Ik werkte er in het Sylvius laboratorium op de afdeling Moleculaire biologie aan het Wilms’ Tumorsuppressor gen 1 (WT1). We hadden cellen waarin dat gen was aangezet en cellen waarin het was uitgezet. Daar isoleerde ik DNA uit, vermenigvuldigde het in een apparaat, en probeerde verschillen te vinden tussen de twee toestanden. Om die in beeld te brengen moest ik het DNA eerst koppelen met radioactieve merkers, vervolgens moest ik het scheiden in een gel, en die moest ik dan weer met een fotografische plaat in beeld brengen. Die plaat ontwikkelde ik vervolgens zelf in de donkere kamer. Nu ik erop terugkijk was het wel bijzonder: werken met radioactieve elementen (waarbij je heel zorgvuldig moet wezen) en vervolgens in het donker met fotografische platen bezig zijn. Het was beter dan achter een computer zitten.
Op het moment zelf zat ik echter tegen een overspannenheid aan. Dat lag niet alleen aan mijn stage, maar ook aan de druk die ik mezelf in mijn privé-leven oplegde. Ik kwam namelijk vanuit een strenge religieuze achtergrond en deed erg mijn best te leven op de manier die me daar geleerd werd. Dat betekende dat ik was gestopt met het lezen van spannende boeken, dat ik elke dag bijbelstudie deed en teksten uit het hoofd leerde en bovendien alle kerkdiensten bezocht waar ik maar bij kon zijn. Mijn tijd was van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat volgepland met allerlei activiteiten en ik wist tot anderhalf jaar in het voren welke boeken ik allemaal zou bestuderen en hoe lang ik daarmee bezig moest zijn. Als ik te weinig bladzijdes had gelezen op een dag viel ik in een gat, want dan moest ik mijn hele schema aanpassen. Zo’n leven is niet echt lang vol te houden. Ik begon slaapproblemen te krijgen en werd langzamerhand steeds prikkelbaarder. In het laboratorium maakte ik grapjes dat ik behoefte had aan ‘Vitamine V’ – maar vakantie hielp me niet, want ook mijn vrije dagen vulde ik al lang van te voren in.
Een van de weinige ontsnappingsmogelijkheden die ik had was de donkere kamer. Als je daar met je foto’s van gels bezig was mocht niemand je storen. Er mocht namelijk geen licht binnenkomen. Je was helemaal in het donker en het was stil. Weinig prikkels. Ik bleef er dan ook vaak langer dan strikt noodzakelijk, even helemaal afgesneden van de drukke wereld en haar verwachtingen. En in die rust verzon ik verhalen. Het bloed kruipt namelijk waar het niet gaan kan. Je kunt jezelf vertellen dat je van je geloof geen spannende boeken mag lezen of verhalen mag schrijven, maar het is deel van de menselijke natuur. Verbeelding laat zich niet tegenhouden. In mijn fantasie borrelden beelden op, complete avonturen. Een van die verhaalideeën ging over een reuzeninktvis, de kraak. Ik ben namelijk van jongs af gefascineerd door de zee, en over de legenden van boten die door vangarmen onder water worden getrokken. Mijn hoofdpersoon was een Vikingjongen (want de Vikingen vertelden elkaar al over het zeemonster, de Kraken). Ik verzon hoe hij na een aanval van de inktvis in een klein bootje overbleef, helemaal alleen. En hoe hij vervolgens met een zwaard overboord sprong om zich op het monster te storten. Het verzinnen van die scène gaf me veel plezier.
De donkere kamer was echter niet genoeg om een ‘burn out’ te voorkomen en in het voorjaar van 1998 stortte ik in. Een docente suggereerde me dat ik als ik van mijn stage thuiskwam een keer niet moest doen wat in mijn schema stond, maar dat ik bij mezelf moest nagaan wat ik op dat moment echt graag wilde. Al de eerste avond dat ik dat probeerde realiseerde ik me dat ik het liefst van alles wilde schrijven. Ik begon te werken aan ‘Neptunus’, dat uitgegeven werd in 2001. Tegen die tijd had ik ook al ‘De derde macht’ geschreven en ‘Het wrak’, dat in 2002 uitkwam als actieboek voor de maand van het spannende boek van de christelijke uitgevers. Ik was ondertussen zelf meer fantasyboeken gaan lezen en wilde me als schrijver ook eens aan dat genre wagen. Maar ga er maar eens aan staan een fantasyroman te verzinnen. Ik putte inspiratie uit verschillende bronnen. Bijvoorbeeld het land ‘Kartaalmonland’, dat ik als tiener al had verzonnen, compleet met eigen geschiedenis, en het idee van oude rassen met bijzondere gaven dat Stephen Lawhead in een van zijn boeken gebruikte maar in mijn ogen niet goed uitwerkte. En mijn oude idee van de reuzeninktvis. Want die was ik nog niet eerder in een fantasyboek tegengekomen. De scène uit ‘The fellowship of the ring’ met het monster uit het meer suggereerde dat een dergelijk wezen best kon werken in een boek.
Helaas zou het nog een tijdje duren, twaalf jaar ongeveer, voor ik het betreffende gedeelte zou kunnen schrijven. Want toen ik de eerste drie hoofdstukken van ‘De Krakenvorst, boek 1: Keruga’ op papier had staan, kreeg ik van mijn toenmalige uitgever te horen dat die het niet wilde uitbrengen. Dit omdat het manuscript wel wat kritiek bevatte op de georganiseerde kerk en de strenge interpretatie van de geschriften. Ik viel in een gat en dacht daarna dat ik mijn fantasie volledig kwijt was. Het duurde tot ik in 2012 ernstig ziek werd door een bacteriële infectie dat ik de knoop doorhakte en besloot dat wat anderen er ook van zouden vinden, ik door zou gaan met schrijven. Het eerste boek waar ik mee aan de slag ging, was natuurlijk ‘De Krakenvorst’. En in 2013 kon ik eindelijk beschrijven wat ik ooit in de donkere kamer had verzonnen, de scène met de jongen in een bootje, die door een reuzeninktvis wordt aangevallen. Het was wel een beetje raar dat iets dat al die tijd alleen maar had bestaan in mijn fantasie, opeens op papier terecht kwam. Maar uiteindelijk was ik er wel trots op. Het was in ‘De Krakenvorst’ nog spannender dan wat ik had verzonnen bij het ontwikkelen van de foto’s. Dat vind ik tenminste. Jullie mogen zelf beoordelen of ik gelijk heb. ‘De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon’ is nu uitgekomen en te bestellen bij de webshop van de uitgever (http://www.uitgeverijmacc.nl/product/krakenvorst-boek-2-kartaalmon/) of bij alle andere boekwinkels in Nederland.