Ontsnappen naar een andere werkelijkheid

De reden dat ik graag lees, is om te ontsnappen aan de werkelijkheid. Heerlijk wegdromen, je problemen vergeten…..

Helaas is dat nu net iets, dat ik niet echt kan. Ik wil ontsnappen, maar zit vast in de werkelijkheid.

Mijn jaar begon niet leuk, werd daarna een stuk zonniger door het vinden van een baan, om daarna weer de andere kant op te gaan.

Griep, oorpijn, voorhoofdsholteontsteking, vitamineD gebrek en nog meer ontstekingen hielden me in hun greep. Oververmoeidheid en steeds minder kunnen doen, met meer pijn.

Mijn huisarts vroeg me om alles op te schrijven. En uiteindelijk ben ik erachter, dat het al jaren, zo niet decennia sluimert….. Ik heb zeer waarschijnlijk een vorm van Reuma. De afspraak met de reumatoloog staat in de planning. Ze gaan uitzoeken wat ik precies heb. Ik vind het heel spannend. Aangezien ik het nu zelf ook accepteer, ligt de weg verder open. Jaren lang dacht ik, het is spierpijn, het zijn zwakke plekken of ik heb teveel gedaan. Ik ben gewoon iemand die slecht slaapt… Ik zit raar in elkaar. Ik maak een stomme beweging of ik heb gewoon last van het weer. Maar het is niet gewoon.

Ik ga mijn best doen om een balans te vinden. Ermee te leren leven en toch weer werk te vinden. Achter de geraniums zitten wil ik niet. (Tenzij het is om te lezen, zo nu en dan).

Mijn energie hervinden zou al veel schelen, dan kan ik weer lekker gaan wandelen en fietsen. Ik ben een buitenmens! En ik ben ook positief ingesteld, maar snap wel dat mensen depressief kunnen worden. Je wordt er ook moedeloos van. Want hoe gaat je toekomst eruit zien, hoe zal het er financieel gaan uitzien?

Het klinkt als sciencefiction, de toekomst. Maar het is dichterbij dan je denkt!

Ik lees nu dus wanneer ik er energie voor heb… en waar ik zin heb. Maar stoppen doe ik nooit. Het is even een andere werkelijkheid instappen en dat heb ik echt gewoon nodig. (En die momentjes, gaan hopelijk weer groeien).

Ik beloof jullie op de hoogte te houden.

Carpe Diem!

Tazzy

Advertenties

Schrijver van de maand April 2019: Garvin Pouw- Fantasy lifestyle

Garvin Pouw over: Fantasy lifestyle. (Over nerdzaken)

Voor mij is Fantasy altijd meer geweest dan slechts erover schrijven. Ik was ongeveer 17 jaar oud, toen ik een switch maakte van SF naar Fantasy. Voor die tijd was ik fanatiek verzamelaar van Transformer figuren, ik was dol op Startrek en Starwars, en kon heerlijk mijn ei kwijt binnen die franchises. Ik was redactielid en schreef voor de Nederlandse Startrek club ‘the flying Dutch’, en maakte daar zelfs een strip voor. Daarnaast tekende ik transformer fanfiction en vloog op mijn PC rond in een X-wing flightsimulator (Hoewel ik het liefste A-wing vloog).
Eigenlijk was de enige fantasy die in die tijd op mijn pad kwam het lezen van de boeken van Tolkien, maar blijkbaar was dat genoeg om plotseling het roer om te gooien en mijn eigen fantasywereld het leven in te blazen.
De switch van SF naar Fantasy was denk ik symbolisch voor een omwenteling in mijn psyche. Vanaf dat moment deed ik alles meer spiritueel en minder wetenschappelijk/ logica gericht.

Ik besloot emotie te verheffen boven het pragmatische. Ik werd een romanticus die liever tussen madeliefjes zat dan tussen robots en computers. Mijn eerste Valtada stripalbum is een prachtige weergave van die fase.

Het verhaal ging over een technisch hoog ontwikkeld personage dat met haar ruimteschip neerstortte op de middeleeuwse planeet Valtada en daar vriendschap sloot met een wilde krijgster. Gaandeweg die strips viel de SF achtergrond geheel weg, om ruim baan te maken voor de Fantasy wereld van Valtada. Tot op het punt dat het SF personage in het laatste album braaf vertrekt om Valtada zuiver te houden.
Ik was inmiddels 20 en helemaal in de ban van mijn zelfverzonnen wereld. Valtada was boven alles een natuurrijke planeet en ik besloot mijn leven in de echte wereld aan te passen om er zoveel mogelijk inspiratie voor op te doen. Ik koos mijn studieplaats op basis van de bossen in de omgeving ervan en heb heel wat gespijbeld om lange wandeltochten te faciliteren. Ik verruilde mijn Transformers-strips voor uitsluitend Valtadatekeningen en begon op mijn zolderkamertje met een interieurverbouwing om binnendeurs de schijn op te wekken dat ik in een kasteel woonde ipv een standaard westers woonhuis. Ik kocht replica zwaarden (waar ik totaal niet mee om kon gaan) en ging op paardrijden (waar ik ook al geen talent voor had).
Heel wat tijd ging op aan het bouwen van een decor dat de wereld voor mij meer speciaal maakte.

Mijn eerste eigen huis werd een enorm fantasy-bouwproject. In die tijd was het romanschrijven vol in de plaats gekomen van het tekenen, maar ook op andere gebieden verplaatste ik mij altijd richting Fantasy. Ik heb in die jaren heel wat Warcraft gespeeld, een Fantasy game met een heel indrukwekkende verhaalachtergrond. Ik raakte ook bekend met de toen net in opkomst zijnde Fantasy-festivals. Eerst nog samen met mijn vader naar een EFF in het Archeon. Door de LOTR films kwam Fantasy enorm op in festivalvorm en ik ging er overal waar ik kon naartoe. Ik werd fan van bandjes als Omnia, Faun en Rapalje, en zocht hiervan de concerten op. De muziek en de sfeer van dit soort samenkomsten hielpen mij me in andere werelden te wanen en ze brachten mij tussen gelijkgestemde zielen. Dat bereikte een overtreffende trap toen ik het op mijn dertigste aandurfde om aan te sluiten bij een Larpgenootschap.

Bij Larp-Zwolle bracht ik enkele jaren door op vrijwel ieder evenement dat ze organiseerden, maar ik heb ook meegedaan aan de enorme LARPS die net over de grens in Duitsland worden georganiseerd. Ik figureerde en speelde en ik vond het heerlijk om mijzelf uit te dagen tot het spelen van een breed scala aan personages. Gewoon om het acteren te oefenen, maar ook om om mij heen te kijken vanuit andere referentiekaders (iets dat een romanschrijver absoluut niet mistaat).

LARP bleek voor mij een ideale researchvorm voor mijn boeken. Door zelf een weekend lang met je pijl en boog als een sluipmoordenaar door de struiken te dwalen, is absoluut een unieke ervaring. De trots, de adrenaline wanneer je moest ontsnappen… Het Larpen voegde heel wat voor mij toe. Het maakte me vrij op meerdere gebieden.
In die tijd leerde ik ook mede kennen, de eerste alcoholische drank die ik daadwerkelijk lustte. De gevolgen daarvan ga ik hier maar even niet bespreken. 😉
Ook op de Fantasyfestivals ontdekte ik nog steeds nieuwe dingen. Ik ben, geïnspireerd door de workshops daar, op Balfolkles gegaan te Nijmegen, waar ik al dansende mijn vrouw heb ontmoet.

Vanwege alle vreugde in de relatie kwam het Larpen helaas op een lager pitje te staan. De kosten werden te hoog en het gezinsleven maakt niet alles even goed meer mogelijk.
Wat die plaats innam werden de Greenthingz, misschien ken je ze wel? Die groene Goblins die de vuilnis opruimen op Castlefest en dergelijken? Wel, daar sloot ik me bij aan. Ik speelde rollen voor speurtochten en liet me inhuren als entertainment. Leuk, intensief werk, waar ik mijn theatrale ei wel in kwijt kon.

Maar nu? Nu ben ik een publicerend schrijver en zit ik, soms vaker dan mij lief is, achter de PC.
Gamen doe ik al heel lang niet meer, maar de muzieksmaak blijft Fantasy en we plannen onze vakanties altijd richting een sprookjesachtige bestemming.
We wonen in een Fantasyhuis zoals je in de Gelderlander hebt kunnen lezen, en van tijd tot tijd dossen we ons nog steeds uit om lekker gek te doen. Heb je Garvin Pouw weleens opgezocht op You-tube? We hebben heel wat Fantasy gerelateerde videoclips online staan.Als het even kan, doen we nog steeds ieder Fantasyfestival aan waar we kunnen komen. Vaak nu om boeken te verkopen, maar evenwel in Duitsland als bezoekers, gewoon omdat we in het sfeertje thuishoren. Of liever gezegd, daar komen we het dichtste in de buurt bij de fictieve wereld waar we het liefste zijn!

Een artikel over zijn fantasy huis:

https://blendle.com/i/de-stentor—deventer/een-huis-waar-fantasie-tot-leven-komt/bnl-stentordeventerstad-20171027-8859691

Leuke videoclip:

Vlog 1:

Video van omroep Gelderland:

Winnen in April 2019: Sarah Dalton pakket!

Dit is een erg mooi boek. En deze maand, kun je het winnen via Facebook! Ik mag een exemplaar weggeven!

Samenvatting:
In het Groot-Brittannië van de toekomst is perfectie te koop. Rijke ouders laten door het Ministerie voor Genetische Perfectionering (G.E.P.) perfecte kinderen maken. Mensen zonder “schoon’ DNA zijn Onzuiver en worden als slaaf gebruikt.
Mina Hart is een vijftienjarig Onzuiver meisje met een geheim. Als ze met haar vader naar Regio 14 verhuist om een nieuwe start te maken, sluit ze al snel vriendschap met Angela en haar geadopteerde broer Daniel. Mina komt erachter dat Daniel ook geheimen heeft en dat zij een band delen die steeds sterker wordt.
Als Mina wordt geconfronteerd met de arrestatie van een Onzuivere klasgenoot, bewerkstelligd door hun wrede lerares, wordt het voor Mina steeds duidelijker: dit is niet het leven wat zij wil leiden.
Haar leven wordt nog ingewikkelder als Sebastian, een G.E.P.-jongen, verliefd op haar wordt. Voor een Onzuivere is het een misdrijf om zich in te laten met een G.E.P..
Mina slaat op de vlucht samen met Daniel, Angela en Sebastian. Ze moet vechten voor zichzelf en de mensen die haar het meest dierbaar zijn.

Want niemand is waardeloos. Niemand is Onzuiver.

—————————————–

Wat zit er in het pakket ?

*Onzuiver- Het boek (nieuwe cover).

*Mok van de Hema met leuke tekst.

* 3 zakjes thee (in doosjes).

*Mascara wet & wild

*Een medaille voor de winnaar gevuld met wat lekkers :-).

*Bladwijzer met kralen en lint

————————–

Wil jij dit boek winnen?

Geef dan antwoord op de volgende vraag (bij het officiële winbericht op ik hou van horror fantasy en spannende boeken) en ga akkoord met de voorwaarden.

De vraag: Waarom wil jij dit boek lezen???

(ik doe graag mee= geen antwoord).

Voorwaarden: De verzendkosten zijn voor de winnaar. Ik verzend met DHL of postnl vanuit Nederland.

Deze actie loopt tot en met 30 april 2019. Om 22.00 sluit de pot. In de loop van volgende dagen, maak ik een winnaar bekend. Deze heeft 10 dagen de tijd om te reageren, daarna volgt een nieuwe winnaar etc etc.

SF maand: In de Rotterdamse Haven ( kort verhaal van Johan klein Haneveld)

In de Rotterdamse haven

Johan Klein Haneveld

Ik ging bijna opnieuw kopje onder. Uit alle macht sloeg ik met mijn benen, maar mijn linkervoet deed weinig anders meer dan trillen. Terwijl het lauwe water in mijn gezicht sloeg en mijn neus en mondholte vulde, stak ik mijn hand uit. Mijn vingers schraapten over roestig metaal: de boeg van het schip. Een plotselinge golf trok me erbij vandaan, maar tilde me vervolgens op en wierp me weer naar voren. Opnieuw tastte ik langs het schip. Ik bleef met mijn vingers hangen achter een richel, waar een ijzeren plaat boven op een andere was genageld. Het was alsof mijn arm uit de kom werd gerukt. Mijn lichaam sloeg tegen het schip met een dreun als een gongslag. Nu dreigde ik plotseling naar onderen te worden gesleurd, naar de schroef, die spiralen in het water sneed. Ik strekte ook mijn andere arm uit en verstevigde mijn greep. Ik kwam boven het oppervlak uit. Glibberige olie kleefde aan mijn voorhoofd en mijn wangen en ik zag niks anders dan regenboogkleuren, tot ik met mijn ogen knipperde. Een roestbruin oppervlak, met een glibberige, donkere aanslag zover het water reikte. Daarboven de blauwwitte lucht, zwanger van verdamping. Een gezicht verscheen in beeld, met twee opgetrokken schouders en omlaag hangende grijze lokken haar. Ik zag twee blauwe ogen, met aan weerszijden waaiers van rimpels, geplooide wangen die vroeger duidelijk een stuk boller waren geweest en op elkaar geknepen, gebarsten lippen. Een vezelig, kapot getrokken baardje tooide de kin van de man. Zijn blik toonde eerst verbazing, maar verduisterde al snel, en de spieren in zijn kaken leken zich te spannen.
‘Help,’ zei ik. Ik wist niet of hij me kon horen, maar ik had niet de kracht meer om te schreeuwen. Mijn greep op de boeg begon te verslappen. Elke golf die tegen mijn lichaam beukte, maakte dat mijn vingers verder weggleden. Water sproeide over mijn gezicht en prikte in mijn ogen. ‘Help me, alstublieft.’
De man verdween uit zicht. Ik voelde de trillingen van zijn voetstappen op het dek. Even schoot het door me heen dat hij zou proberen me af te schudden. Paniek kwam opzetten Toen stopte het ronken van de motor. Nu trok het water me de andere kant op. Mijn benen zwiepten onder me weg. Ik krabbelde verwoed langs de boeg, negeerde de splinters roest onder mijn nagels. Maar uiteindelijk moest ik loslaten. Ik trapte met mijn gezonde voet, zodat mijn hoofd weer door het oppervlak brak. Een grof geweven touw spetterde vlak naast mij, met een lus over mijn rechter arm. De man op het schip riep iets. Ik hoefde hem niet te verstaan om te begrijpen wat hij bedoelde. Met beide handen greep ik de kabel vast. Hij begon te trekken. Ik steeg op. Werd door het water losgelaten. Bereikte de reling. Voelde een hand onder mijn oksel en rolde het dek op. Het lukte me niet om overeind te blijven. Mijn voorhoofd bonkte op de metalen ondergrond.
‘Ze hebben je flink te pakken gehad,’ hoorde ik schuin boven me. De man klonk schor, alsof zijn stem net zo door de roest was aangetast als zijn schip. Ik draaide mijn nek, zodat ik met mijn wang op de grond lag, en stelde op hem scherp. Ik kon zijn leeftijd moeilijk schatten, maar hij leek ergens in de vijftig. Hij droeg een grijze broek die met een stevige riem bijeen werd gehouden en een glanzende plastic jas zonder mouwen, maar met capuchon. Onder zijn schouder hing een holster, maar ik zag geen wapen. Hij bekeek mij net zo kritisch als ik hem, zijn armen op zijn borst gekruist en ondertussen met duim en wijsvinger aan zijn kin pulkend. ‘Er is weinig over van je been. En ik zie ook gaten op je rug. Maar er zijn geen vitale onderdelen geraakt, anders was je niet zover gekomen.’
Ik onderzocht of ik energie genoeg had om te knikken, maar mijn reserves waren op. Ik had nauwelijks genoeg om mijn pink te bewegen. Het koste al moeite om naar de man op te blijven kijken. Even leek het alsof hij nog iets wilde zeggen. Toen schudde hij zijn hoofd. Hij stapte over mij heen. Ik hoorde het piepen van een deur die open ging. Vervolgens merkte ik het luide ploffen van een motor ergens beneden mij, de geur van biogas, gevolgd door de beweging van de stroperige lucht, terwijl het schip in beweging kwam. Ondertussen zoog ik als een spons de hitte van het dek in mij op. Hoewel de zon wat waterig was, had hij er al wel de hele dag op geschenen. Ik liet de warmte tot diep in mijn ledematen trekken.
Uiteindelijk probeerde ik opnieuw me te bewegen. Ik kon mezelf nu omhoog drukken, tot op mijn knieën. Voor me zag ik een stuurhut. Er zat geen glas meer in de ramen en ik hoorde mijn gastheer in zichzelf mompelen. Ik kroop naar voren en trok mezelf uiteindelijk overeind aan de deurpost. Zo kon ik over de reling van het schip kijken. Ik zag rijen kleine golfjes onder een glimmend vlies, het water vol grijze en bruine vlokken en geen spoor van leven. Roestende schoorstenen staken boven het oppervlak uit. Stellages van pijpen, half ingestort. De brug van een vrachtschip, met bovenop wat vergeeld gras, en in het raamkozijn een halfvergane vogel, met teer aan zijn veren. Onze boeggolf liet druppels opspatten tegen de obstakels, glinsterend als diamanten. Er was geen vloedlijn te zien, dus kennelijk stond het water nu op zijn hoogst. Bij eb zouden meer eilandjes van puin en roest droogvallen.
Toen ik een stap wilde zetten, begon mijn linker been te protesteren. Ik kon onmogelijk mijn gewicht erop laten rusten. Hinkend verplaatste ik me naar binnen, mijn kaken op elkaar geklemd. De vaart van de boot had voor een warme bries gezorgd, als een grote föhn. De oude man zat achter het stuurwiel op een stoel waarvan de bekleding grote slijtplekken vertoonde. Hij keek naar voren. Daar naderden de verdronken torens van Rotterdam, oprijzend naar de hemel. De meeste waren skeletten van staal of beton, op sommige waren nog vlakken van spiegelende ramen zichtbaar. We voeren voorbij een hoge pilaar, besmeurd met vuil. Ik zag in de verte een tweede zuil, rustend op twee benen, waar kabels vanaf hingen. Een gebouw rechts van ons was monolithisch zwart, en rees als een heerser boven de andere uit. Maar ook deze bleek aan de onderkant hol, open voor de zee, die haar golven gorgelend over een verlaten kantoorvloer liet rollen. Uit sommige gaten in de gebouwen groeiden struiken, of de ranken van een klimplant, maar de takken waren meestal dor, met slechts een paar levenskrachtige blaadjes. Behalve het kabbelen van het water was het in de stad bedrukkend stil als op een begraafplaats. Niets bewoog.
‘Je bent een taaie,’ zei de man plotseling. ‘Ik had niet gedacht dat je nog zou herstellen.’
Ik wist niet wat ik daarop moest zeggen. Hij wierp een blik over zijn schouder, zijn wenkbrauwen vragend opgetrokken. ‘Jouw soort komt gewoonlijk toch niet zo ver noordelijk?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Ik dacht het al,’ vervolgde hij, terwijl hij zich opnieuw op het roer richtte. ‘Zo snel stijgt de temperatuur nou ook weer niet. Dan ben je waarschijnlijk ontsnapt aan een van de reddingsploegen.’ Ik zag zijn schouders verstijven. ‘Ik wist dat ze ver gingen om kostbaarheden op te duiken, maar van slavernij had ik nog niet gehoord.’
‘Ik kom van het noorden,’ zei ik zacht. ‘De koepelstad.’
Met een ruk draaide hij zich om. De boot schokte. ‘Uit Amsterdam?’
Ik knikte.
‘Dan ben je …’ Hij aarzelde. Zijn blik gleed mijn lichaam langs, van boven naar beneden en weer terug. ‘Je zult in trek zijn geweest.’
‘Ze maakten me kapot,’ antwoordde ik.
Hij keek me aan, zijn blik donker. ‘Waar ze bang voor zijn, dat willen ze bezitten. Controleren.’
Ik knikte. Hij wist beter wat die mensen gedreven had, dan ik. De man moest iets in mijn gezicht hebben gelezen, want hij wees opzij naar een korte trap naar beneden en een houten deur. ‘In de kajuit kun je rusten. Ik zal kijken of ik ergens kan aanleggen.’
De zwakte had me bijna opnieuw overmand. Dankbaar daalde ik de treden af. Ik moest met mijn schouder de deur open duwen. In het vooronder brandde een kleine ledlamp, zonder kap. In het klinische licht zag ik tegen de wanden boeken achter plexiglas, sommige open met een gewicht op de bevlekte pagina’s, andere zorgvuldig in plastic gewikkeld. Stapels dossiermappen werden met trekkabels op hun plek gehouden en daartussen stonden juten zakken gevuld met vierkante spullen. Ik zag een bed met een opstaande rand, maar geen stoel of andere luxe. Het geluid van de motor was een ogenblik aangezwollen, maar nam nu weer af. Er klonken voetstappen, heen en weer, en vervolgens de trap af. Ik keek over mijn schouder.
De man fronste. ‘Dat je nog op je benen staat.’
‘Eén been,’ antwoordde ik. Mijn andere kon mijn gewicht nog steeds niet dragen.
Hij liep aan me voorbij en ging zelf op zijn bed zitten. Hij strekte zijn eigen been voor zich uit alsof hij spierpijn had. Vervolgens wreef hij over zijn voorhoofd, vlak boven zijn pluizige, grijze wenkbrauwen. ‘Ze zijn weer net zo kortzichtig,’ mompelde hij. Ik had het idee dat hij meer tegen zichzelf aan praatte dan tegen mij. ‘Eerst maar doorgaan met het stoken van brandstoffen en het kappen van bos. En niet stoppen, ook al werden ze gewaarschuwd. Bang dat een ander volk dan op ze vooruit ging lopen. Tot het evenwicht onherstelbaar was verstoord. En nu hetzelfde. Alsof de Aarde dadelijk weer zou kunnen afkoelen. Alsof we elk moment naar hier terug zouden kunnen. Alsof jullie geen recht hebben het in onze plaats te proberen.’
‘We zijn niet hetzelfde,’ zei ik.
‘En dat vinden ze niet eerlijk,’ antwoordde de man. ‘Niemand heeft hen gevraagd of jullie een goed idee waren.’ Hij keek op, vermoeid, zijn ogen diepe putten. ‘Ik wilde naar het noorden. Spitsbergen, Groenland, Siberië. Daar schijnt nog vruchtbare grond te wezen. Een vorm van beschaving.’
‘Dat zeiden ze in Amsterdam,’ fluisterde ik. ‘En ze lachten.’
‘Ik dacht al dat het weinig zin zou hebben.’ De schouders van de man bewogen als zuigers op en neer. Hij leek een beslissing te maken. ‘Vertel me waarmee ik je kan helpen.’
‘Ik heb weinig nodig. Schoon water. Koolstof. Sporenelementen.’
‘Je mag mijn kombuis plunderen.’
Ik zwaaide met het schip heen en weer. Mijn kapotte been protesteerde, maar ik behield mijn evenwicht. Het voorhoofd van mijn gastheer rimpelde. ‘Ik had gehoord dat jullie jezelf konden herstellen. Maar niet dat het zo snel kon gaan. Geen wonder dat ze zich bedreigd voelen.’ Zijn gezicht verstrakte. Ik zag zijn lippen bewegen. ‘Je kunt je verwondingen niet in Amsterdam hebben opgelopen,’ concludeerde hij na een paar seconden. ‘Dan zou je nu al wel weer heel zijn. Het is dichterbij gebeurd. Ze hebben je achtervolgd.’
Ik bleef hem aankijken. ‘Misschien hebben ze het opgegeven.’
“Dat doen ze niet zo snel.” Hij klemde zijn kaken opeen en duwde zichzelf overeind. Het was alsof hij zich door een kleverige barrière moest duwen. Kleine druppels glinsterden op zijn voorhoofd. ‘Ik ga naar boven. Pak jij ondertussen wat je nodig hebt. Ik heb plastic tassen genoeg.’
De kombuis was klein en ik moest me voorover buigen. Een paar blikken zonder labels, met de inhoud er met viltstift op geschreven. Kannen met water, met een zweempje geur van desinfectiemiddelen. Bladen gedroogd zeewier. Het zou me weer even verder helpen. Ik propte alles in een tas met bruine plekken – kennelijk ooit uit de zee gevist. Voetstappen naar voren en naar achteren over de lengte van het schip. Steeds sneller. De deur van de stuurhut klapperde. Toen klonk zijn stem van boven bij de trap. ‘Je moet je haasten.’
De klim omhoog was moeilijk, met één hand vol, en de andere op de touwleuning. De man pakte me bij mijn arm en hielp me de laatste treden op. In de holster onder zijn oksel zag ik de kolf van een pistool. Hij beet op zijn onderlip. ‘Je kunt jezelf nog niet redden, zo te zien.’
Ik schudde mijn hoofd, zelf ook teleurgesteld. Maar het zou niet lang meer duren. Hinkend volgde ik hem het dek op. We lagen in de schaduw van een torenflat, maar toch voelde het duidelijk warmer dan in het vooronder. Stof dwarrelde uit de lege raamopeningen op ons neer. Mijn gastheer kuchte. Hij wees over zee, tussen twee andere skeletten van gebouwen door. ‘Ik zag zo-even drie boten voorbijkomen.’ Hij praatte snel, terwijl zijn ogen onrustig de horizon afzochten. ‘Ze hebben ons niet gezien. Maar als ze dadelijk terugvaren, zullen ze wel beter kijken.’
‘Ik wilde je niet in gevaar brengen,’ merkte ik op. Ik liet mijn schouders hangen.
De man wuifde met zijn hand. ‘Ik heb je zelf aan boord gehaald. Terwijl ik eigenlijk alles hier achter wilde laten. Dat krijg je ervan. Heb je voldoende om het te kunnen redden?’
Ik wees naar de tas. Hij klopte me op mijn schouder, behoorlijk hard. ‘Dan is het tijd om van boord te gaan.’
‘Hier?’ Ik keek omhoog. De flat leek boven ons over te hangen, alsof hij elk moment voorover kon storten en ons begraven. Waar ik vandaan kwam bouwden we niet zo hoog. We leefden onder de open hemel, badend in de zon, onze voeten in het water. Geen zorgen. De ruïnes van de steden –bakkend in de zon- vermeden we liever.
De man knikte. Hij pulkte weer aan zijn baard en liet zijn blik van mij afdwalen naar het water. Het middaglicht schiep rode en blauwe glimmers op de golven. Was er een zwarte spikkel zichtbaar, die zich langzaam leek voort te bewegen? ‘Het is zo ver.’
Een van de lege ramen bevond zich op onze hoogte. In de sponning hingen nog twee glaspunten, maar de rest was helemaal weggebroken. Binnen zag ik bleke mossen wuiven in de golven van de wind. Er stonden archiefkasten, twee tafels waarvan het tafelblad was ingezakt en een kantoorstoel op zijn kant, de zitting grijs van het stof. Ik leunde naar voren en zette mijn handen op het kozijn. Een golf deed het schip onder mij bewegen. Ik zette me af. Eerst ging mijn bovenlichaam naar binnen. Mijn gezonde voet trapte nog tegen de reling van het schip. Vervolgens gleed ik verder, mijn gewonde been schokkend en trillend. Ik viel op mijn schouder en maakte een halve koprol. Ik klemde mijn kaken op elkaar om te voorkomen dat ik zou schreeuwen.
Moeizaam duwde ik mezelf overeind en met mijn vrije hand veegde ik het vuil van mijn lichaam. Toen ik opkeek, zag ik mijn gastheer niet meer. De motor van de boot sloeg aan en het dek begon te verschuiven. Eerst langzaam, maar al snel zag ik de achtersteven en het tot schuim gemalen water. Ik stak mijn hoofd naar buiten. Door het achterste raam van de stuurhut kon ik het silhouet van de oude man onderscheiden. Hij keek niet meer om. Het schip begon te draaien, met de neus naar de twee gebouwen toe. Daar tussenin waren nu duidelijk drie snel naderende boten te zien, met erachter een mist met regenbogen. Mijn gastheer voer hen tegemoet.
Signalen uit mijn vingers maakten me ervan bewust dat ik het kozijn wel heel stevig omklemde. Alleen met bewuste aandacht kon ik ze losmaken. Ik dwong mezelf achteruit te lopen, de duisternis van de ruïne in. De mechanische geluiden van buiten vervaagden. Ik hoorde alleen het klotsen van water van de verdieping onder mij.
Nog verder trok ik mij terug, bij het raam vandaan. Er klonk een knal, die echode tussen de torens. Nog een. Ik hield me stil. Luisterde, maar hoorde niets meer. Er waren drie schepen naar me op zoek geweest. Kwam de derde nu mijn kant uit? Of had hij genoeg aan een boot met boeken en mappen? Ik tastte achter me. Een deurklink. Voorzichtig duwde ik de deur open, zorgend dat ik geen geluid maakte. Van achter mij viel licht genoeg om de wit betegelde ruimte te kunnen onderscheiden. Een prullenbak met stof op het deksel. Een drooggevallen toiletpot. En een spiegel.
En daarin zag ik mezelf. Mijn gezicht was androgyn, zonder rimpels, de kin glad. Mijn ogen waren wijd open en knipperden niet. Mijn huid was groen en glom als kunststof, mijn haar was dik en golvend. Ik stond rechtop als een standbeeld, zonder enige trilling, zelfs mijn borst volledig stil. Ik was een androïde. Gemaakt met de meest hoogstaande biotechnologie van voor de overstromingen. In staat om warmte en zonlicht om te zetten in energie en beschadigingen aan het eigen lichaam te herstellen. Niet gevoelig voor straling, hitte of vervuiling, en nooit ziek. Voorzien van een brein met de mogelijkheid zichzelf te kopiëren en dus een eigen, onafhankelijke vorm van leven. Ik trok de deur achter me dicht en het beeld in de spiegel verdween. Ik was opnieuw alleen met mezelf.
Onder de wasbak zakte ik door mijn hurken. Ik schoof mijn tas onder mijn knieën en maakte me vervolgens klein, met mijn handen op mijn achterhoofd. Ik wachtte af wat er ging gebeuren.

Jorrit de Klerk -Revolte

Dit is het eerste deel in een serie van 5 boeken. Elk boek heeft een andere auteur. Ik was al heel lang nieuwsgierig naar dit sciencefiction project.

In dit boek ga je mee naar de wereld en het leven van Raik Minnema. Hij krijgt een promotie, waar hij helemaal door in de wolken is. Hij mag gaan werken in het management van de Vestakolonie in de asteroïden gordel. Het leven op aarde is niet meer wat het is geweest. De mensheid koloniseert nu onder andere een asteroïde.

Maar zijn droom lijkt een nachtmerrie te worden, als ze het contact met de Aarde verliezen en de werknemers in opstand komen. Hij zit vast op de asteroïde en moet hier vandaan zien te komen, maar hoe?

Freddie is een vrijgevochten piloot en is niet op haar mondje gevallen. Ze laat Raik ook merken wat ze van hem vindt. Máár zij is de énige, die hem kan helpen, omdat zij in het gezit is van een schip. Hij heeft namelijk een missie en dat is een tikkene tijdbom aan het worden. Gaat hij het op tijd redden? Je voelt de tijdsdruk.

De humor van Freddie is echt heel erg leuk. Ook heeft zij Fluffy, een robotpoes. Deze poes vond ik echt geweldig gaaf. Je moet het maar verzinnen. Fluffy speelt een vrij grote rol en de stukjes van deze mensenredder vond ik echt genieten. Een robot met voorkeuren.. of is het toch een ziel, wat haar stuurt? Het is iets om over na te dénken.

Wat erg fijn is, vind ik het feit dat het dichtbij huis voelt, omdat Raik Nederlands aanvoelt. Het schept snel een band, met zijn personage.

Het einde belooft nog veel meer, ik kijk er naar uit. Dit eerste boek was een spannende race tegen de klok. Verraad, vriendschap, vertouwen en technische snufjes om van te smullen.

De zwijgende aarde serie.. ik kijk alweer uit naar het volgende boek. Ik geef dit eerste deel 4****.

SF maand: Een eerste stap in science fiction + winactie!!!

Een eerste stap in science fiction.

Ik schrijf fantasy en science fiction. Twee genres die ver van elkaar afliggen. Of niet?

De reden dat ik ooit begonnen ben met het schrijven van science fiction is, dat ik altijd al benieuwd ben geweest waar wij als mensheid in de toekomst zouden zijn. Mijn eerste science fiction verhaal Terra Nova schreef ik met als doel om een kort verhaal van 4000 woorden te schrijven voor een bundel. Toch kon mijn fantasy hart het niet laten om toch een spoortje van dat genre achter te laten.

Uiteindelijk is het een van mijn best verkopende verhalen geworden.

Het idee voor Evolutie is ontstaan toen we op vakantie waren in Groot Brittannië. We reden in de bus langs een veld en ik dacht: wat zou er gebeuren als hier een ruimteschip zou landen? Het idee is uitgegroeid tot een boek van 304 bladzijden. In het verhaal wordt John Water geboren in een lichaam dat hem belemmerd te zijn wie hij is. Ook al is hij nog niet zeker wat dat is, want hij heeft eigenschappen die niet van deze wereld zijn.

Tijdens het schrijven van Evolutie heb ik technische stukken afgewisseld met het menselijke aspect, een balans van beiden dus.

Denk jij er ook wel eens over na waar wij als mens staan over honderd, of duizend jaar? Misschien is de wereld van Evolutie wel de toekomst voor de aarde…

Ben je nieuwsgierig geworden naar mijn science fiction verhalen? Doe dan mee met de winactie. Ik geef een gesigneerde paperback van Evolutie weg en een limitid edition minipaperback van Terra Nova.

(Je kunt meedoen, door op de Facebook groep ik hou van horror fantasy een reactie achter te laten, onder het winbericht!). Deze actie loopt een week. Op 22 maart trekt Ursula een winnaar,na 16.00 uur.

Warme groet,
Ursula Visser
http://www.ursulavisser.com

SF maand: Vreemde werelden, verre toekomsten

Vreemde werelden, verre toekomsten

Johan Klein Haneveld

Ik droomde er als kind vaak van bioloog te worden. Maar dan niet een in een laboratorium, maar een die in oerwouden doordringt of in grotten, en dan nog niet eerder ontdekte levensvormen aantreft. Ik las alles wat ik te pakken kon krijgen over het leven in de diepzee, of in woestijnen. Daarnaast trokken mij de omgevingen buiten onze planeet. Hoe zou het zijn om op Mars te lopen, of door de gasatmosfeer van Jupiter te vliegen? Hoe zou het leven eruitzien op planeten waar heel andere omstandigheden heersten dan op Aarde? De grote druk en het spaarzame voedsel in de diepzee zorgen al voor vreemd gevormde vissen en in grotten kropen en zwommen witte creaturen zonder ogen – moet je nagaan hoe bizar het leven zich elders zou hebben ontwikkeld! Of stel dat ik in de tijd kon reizen. Ik fantaseerde er graag over dat ik naar het tijdperk van de dinosauriërs terug kon. Maar de toekomst was ook fascinerend. Als de mens er niet meer was, hoe zouden levensvormen van nu dan verder evolueren? Het is al met al geen wonder dat ik geïnteresseerd raakte, niet alleen in de wetenschap, maar ook in het genre dat dit soort vragen stelt: de science fiction – fictie over wetenschap. En dat ik dit soort verhalen al snel zelf ging schrijven. Ondertussen kunnen jullie ze ook lezen, onder andere in de Ganymedes-bundels, in het kwartaalblad ‘Fantastische vertellingen’ en in ‘The Flying Dutch’. Mijn debuutroman ‘Neptunus’ is een SF-thriller over de eerste reis naar de gelijknamige planeet, met een tussenstop bij Saturnus. Het vervolg ‘De derde macht’ speelt zich af op Mars, waar twee grootmachten met elkaar in conflict raken. Hieronder een overzicht van wat er verder van mijn hand aan SF-verhalen is verschenen en wat er de komende tijd nog aankomt.

Conquistador
Mijn eerste verhalenbundel bevat twaalf verhalen die zich afspelen in hetzelfde universum. Het begint dicht bij huis, ergens in de komende eeuw, als de directeur van een groot bedrijf zijn bewustzijn in een nieuw lichaam laat overplaatsen. Vervolgens gaan de verhalen met grote sprongen voorwaarts in de tijd. In het titelverhaal, de novelle ‘Conquistador’, komt voor het eerst ontdekkingsreiziger Jonas Janquill voor, die zich verveelt nu het hele zonnestelsel in kaart is gebracht. Hij vermaakt zich door verlaten asteroïden te verkennen. In een daarvan vindt hij een spoor, dat speciaal voor hem achtergelaten lijkt te zijn. Er zijn groepsintelligenties, zelfbewuste Dysonbollen en ruimteschepen van lichtjaren lang. Uiteindelijk zijn we zo ver in de toekomst dat de sterren gedoofd zijn en zelfs de zwarte gaten verdampen. Ook maakt Jonas Janquill opnieuw zijn opwachting. Het verhaal ‘Valstrik’ won de eerste plek in de Trek Sagae-wedstrijd. De bundel verscheen in mei 2017 bij Godijn Publishing en is nog steeds te bestellen:
https://www.godijnpublishing.nl/galerij-en-webshop/verhalenbundels/boek10-7-conquistador/Het teken in de lucht .

Het teken in de lucht
In 2018 kwam mijn tweede bundel uit bij Godijn Publishing, ‘Het teken in de lucht’. Maar deze negen verhalen had ik al eerder geschreven, namelijk tussen 2008 en 2012. Ook deze horen bij elkaar en vormen eigenlijk een mozaïekroman. In het eerste verhaal zien de leden van de eerste expeditie op Mars de lichten op Aarde uitgaan. De menselijke beschaving is ten einde gekomen. Maar onder leiding van de mysterieuze ‘Autoriteit’ en zijn vertegenwoordigers vindt herstel plaats. Al snel zijn er mensen op Mars en op andere planeten. Ze worstelen met hun identiteit, schaamte en schijnbaar onvervulbare verlangens. Na een periode van duizend jaar blijkt niet iedereen even blij met de nieuwe gang van zaken en dreigt een oorlog uit te breken. In deze bundel bezoek je de oceaan onder het ijs van Europa, planeten met een hoge zwaartekracht, en uiteindelijk reis je met de hoofdpersonen mee naar het einde van de tijd … Ook ‘Het teken in de lucht’ kun je overal bestellen. Onder andere hier: https://www.godijnpublishing.nl/galerij-en-webshop/verhalenbundels/het-teken-in-de-lucht/ .

De afvallige ster
Veel SF-romans gaan over wetenschappelijke thema’s, of over oorlog tussen de sterren. Is het mogelijk, zo vroeg ik me af, om harde SF-ideeën zoals Dysonbollen, de natuur van een groepsbewustzijn en buitenaardse levensvormen, te combineren met diep persoonlijke ervaringen, zoals het opgroeien onder dominante ouderfiguren, of het omgaan met pesten en de gevolgen daarvan? Terwijl ik me met deze vraag bezighield, ontstond het idee voor ‘De afvallige ster’. In dit verhaal vindt politieagent Mogart Silvon in een sloppenwijk een opvallend teken. Hij volgt het spoor en komt uiteindelijk voor de grote godin Firona te staan. Die stuurt hem op weg, de ruimte in, om te ontdekken wat er is gebeurd met haar zoon. Ze heeft al vijftigduizend jaar geen contact met hem … Ondertussen groeit de jonge Salato op in een kleine kolonie op een andere planeet, onder leiding van robots. In de groep is hij echter het mikpunt van pesterijen. Het doel is dat hij met de anderen samen een groepsbewustzijn gaat vormen, maar of dat gaat lukken? Buitenaardse wezens, zogenoemde Eenogen, lijken roet in het eten te strooien … Dit boek bevat onder andere de meest grootschalige actiescènes die ik tot nu toe heb geschreven! Je kunt het overal bestellen, onder andere bij de uitgever: http://www.uitgeverijmacc.nl/product/de-afvallige-ster-johan-klein-haneveld/ .
Macc publiceerde ook de verhalenbundel ‘Verhalen vertellers’ met daarin onder andere mijn verhaal ‘Symbiose’: http://www.uitgeverijmacc.nl/product/verhalen-vertellers-diverse-auteurs/ .

De mens een sprinkhaan
Ook in 2019 komen er meerdere SF-boeken uit van mijn hand. Zo verschijnt in het tweede kwartaal bij de stichting Fantastische Vertellingen mijn mini-bundel ‘De mens een sprinkhaan’. Deze bundel combineert twee verhalen met een insectenthema. In ‘De soldaat die koningin wordt’ ontwaakt een man op een rolband, waar een indrukwekkende koningin zijn plek in de samenleving voor hem bepaalt. In ‘De sprinkhanen’ heeft een gemuteerde sprinkhanensoort al het land tot de grond toe kaalgevreten. Mensen overleven door hun kunstmatige pantsers, maar hun samenleving heeft ondertussen zelf ook iets kunstmatigs gekregen.

Plastic vriend
Uitgeverij Godijn Publishing is begonnen met het publiceren van kleine boekjes, zogenoemde Godijntjes. Ook ik heb er één geschreven en heb van de gelegenheid gebruik gemaakt het gloednieuwe Ziltpunkgenre eens te verkennen. In mijn Ziltpunknovelle staat Nederland onder water. Op vlotten en in flatgebouwen die boven water uitsteken wonen mensen die vissen naar plastic als bouwmateriaal voor hun 3D-printers. Een van die plasticvissers vindt op een dag iets bijzonders in zijn net. Het is het begin van een bijzondere vriendschap. ‘Plastic vriend’ verschijnt op 11 mei 2019 op de Boek10-dag en is daarna te koop bij de uitgever. Op dezelfde dag verschijnt de bundel ‘Onthullingen’ met verhalen van de Godijn-schrijvers, waaronder mijn eigen vertelling ‘Grafplaneet’. Ook het noemen waard is de bundel ‘Nachtwakers’. Hier staat geen verhaal van mij in, maar ik maakte deel uit van de jury die de inhoud selecteerde en er staan heel toffe SF-verhalen in! Allemaal warm aanbevolen natuurlijk!

De gevonden wereld
Al een paar jaar brengt Uitgeverij Macc in de zomer fantasyboeken uit die zich afspelen op Castlefest, een van de leukste fantasyfestivals van Nederland. Waar de eerste delen vooral een fantasysfeer hadden, grijpt de nieuwe trilogie terug op de eerste SF-schrijvers, Jules Verne, H.G. Wells en Arthur Conan Doyle. Ikzelf mag dit jaar de ‘Castlefestkronieken’ schrijven. In ‘De gevonden wereld’ wordt meesterspeurder Sherlock Holmes, die in het vorige deel op Castlefest arriveerde, met een nieuwe zaak geconfronteerd. Tegelijk ontdekken Castlefestbezoekers ongewenste gasten: vliegende reptielen die al miljoenen jaren uitgestorven zouden moeten zijn. En ook grotere dino’s bereiken de Keukenhof, net als de bekende, luidruchtige professor Challenger … Kom langs op Castlefest om het boek te kopen, of bestel het later!

IJsbrekers
Een gedeeld universum vind je in het buitenland vaker, denk aan de ‘Wildcards’ -serie van onder andere G.R.R. Martin, maar in Nederland is het nog nieuw. Ik werkte al mee aan de wold van Dizary met mijn novelle ‘Acmala’, maar nu komt uitgeverij Quasis met een nieuw project: ‘De zwijgende aarde’. Zes SF-schrijvers komen met vijf boeken in een gedeelde setting, waar het contact met de aarde voor tien jaar verbroken is en de kolonies zichzelf moeten zien te redden. Het eerste boek ‘Revolte’ van Jorrit de Klerk is net verschenen. Mijn boek ‘IJsbrekers’ wordt in november de hekkensluiter. Mijn verhaal speelt zich af onder het ijs van Europa, waar in zeemeermannen veranderde cyborgs hopen te ontsnappen aan hun onmenselijke behandeling terwijl een voortvluchtige misdadigster zich probeert te verschuilen voor haar achtervolgers … Je kunt al een abonnement nemen op de serie op: http://www.quasisshop.nl/9/de-zwijgende-aarde-abonnement/ . Dan krijg je in november vanzelf mijn boek thuisgestuurd.

De groene toren
Begin 2020 komt bij Macc deze korte SF-roman van mij uit. Het is een nieuwe versie van een verhaal dat ik oorspronkelijk schreef op 16-jarige leeftijd. Toen gooide ik het manuscript weg in een vlaag van religieuze verstandsverbijstering. Dat heeft me altijd dwars gezeten. Bovendien liet het verhaal me niet los. Daarom besloot ik het opnieuw op papier te zetten, nu met modernere thema’s en geloofwaardige karakters. Geïnspireerd door de dystopische verhalen van George Orwell, Aldous Huxley en Ray Bradbury schiep ik een samenleving waar de onderbuikgevoelens van de menigte de maat zijn van alles. Wie afwijkt van het gemiddelde maakt kans te worden gedegradeerd tot een werkeenheid …

Ruisreizigers
Er zit nog veel meer in de pijplijn, maar het is zo al een lange opsomming aan het worden. En sommige projecten zijn nog niet zeker. Wat ik al wel weet is dat Godijn Publishing in maart 2020 mijn derde verhalenbundel zal publiceren, ‘Ruisreizigers’. Dit is een verzameling van ‘verontrustende verhalen’, met daaronder Lovecraftiaanse horror, maar ook beklemmende science fiction …

Wil je niks missen van mijn huidige en toekomstige projecten? Volg me dan op Facebook of kijk op: http://johankleinhaneveld.blogspot.com/ .