Esmeralda van Belle – Ordo Entia: Openbaring

Dit boek keek ik al een hele tijd naar uit. Het klonk namelijk helemaal als mijn ding… en dat is het ook echt!

Het verhaal begint met een mysterieuze brief ( als Harry Potter fan, werd ik hier meteen al blij van). Jeroen wordt In deze brief uitgenodigd voor een vreemde ontmoeting, midden in de nacht. Hij weet niet wat hij er van moet denken, maar hij gaat toch. Hij komt dan in de wereld van zijn vader terecht. Zijn dood lijkt heel anders in elkaar te steken, dan hij aanvankelijk dacht. Zijn vader werkte voor Ordo Entia en nu wil deze geheime orde Jeroen ook inlijven. Zijn moeder wil er niets van hebben. Maar hij besluit het toch te doen. Hij krijgt les van de Orde en maakt vrienden en vijanden tijdens zijn studie. Hij komt de meest gevaarlijke en prachtige wezens tegen, in een voor hem nieuwe wereld. Hij leert ook veel dingen bij over zijn familie. Een aantal dingen had hij liever niet willen weten.

Het leest echt heel vlot, een echte pageturner. Vol met spanning en prachtige mythische wezens, die je zo voor je ziet, door het beeldend schrijven. Ik vond het heel jammer dat het boek uit was. Kijk nu dus heel erg uit, naar deel 2. Dit is echt een boek dat alles heeft wat ik zoek in een boek. Verbeelding, spanning, humor, fantasy, vriendschap, verraad en originaliteit! De sfeer in dit boek is krachtig, mysterieus en dat is ook het gevoel dat ik kreeg van Zweinstein. Dat is ook een wereld die voor de gewone mensen niet te zien is. Ik gebruik veel HP vergelijkingen, maar Ordo Entia is origineel op haar eigen manier. Maar het HP gevoel krijg ik niet zo snel in een boek. En dat is deze keer echt gelukt. Je zult er van smullen, dat beloof ik!

Als je dol bent op Fantastic Beasts, dan is dit boek een echte aanrader! In dit boek komen veel fabelwezens voor. Ordo Entia probeert ze te behouden en te beschermen. Maar er is ook een andere Orde. Zij vinden deze wezens te gevaarljk en vinden dat ze uitgeroeid moeten worden. 5 dikke sterren *****.

Advertenties

2019: een einde en een nieuw begin!!!!

Ik ga dit jaar iets minder bloggen. Dat deed ik al door omstandigheden. Mijn nieuwe jaar begon met pure horror. Mijn cavia Puck raakte haar oog kwijt. Ze kwam de operatie goed door. Maar kreeg daarna een ontsteking in de wond. Mijn en haar leven bestond de eerste weken van 2019 dus uit medicijnen schema’s en voedings schema’s om haar op de been te krijgen. Haar hechtingen gingen eruit op 17 januari en ze was officieel genezen. Het leven met 1 oog ging al weken goed. Ook zonder de medicijnen. Maar ze ging maar niet eten. Viel veel af. Ondanks het bijvoeren en dat ze enorm heeft gevochten om bij ons te blijven, kneep ze er op 18 januari tussenuit. Dat gaf een klap, omdat we nog hoop hadden dat ze weer zelf zou gaan eten. Ik heb haar heel lang vastgehouden en wist dat ik haar los moest laten. Ze was op. En dat is heel wrang, omdat ze zo graag bij ons wou blijven. Maar het mocht niet.

Een paar dagen later kreeg ik prachtig nieuws. Ik heb een baan! Bij de plaatselijke boekenwinkel. My natural habitat. Ik begin in februari. Ik ben hier echt zo blij mee. Daarom is 2019 ook een nieuw begin voor mij.

In 2018 veel hoogtepunten gehad, maar ook de nodige dieptepunten. 2019 begon dus ook zo. Ik zal Puck altijd blijven missen. En ik blijf bloggen. Alleen plan ik alles in, op een dag dat ik er alle tijd voor heb. Lezen doe ik ook iets minder. Ik lees dus niets of weinig als ik moe ben. En dat ik moe was, zal iedereen begrijpen. Maar ik heb gewoon minder tijd om te lezen en daar ben ik gewoon eerlijk in. Maar ermee stoppen doe ik nooit. Het is mijn favoriete manier van ontspanning.

Ik kan nu weer naar de toekomst kijken.

Nieuwe baan. 2 nieuwe knotsgekke cavia’s, die Puck ook missen. Mooie evenementen op het programma: 2 × DCC en waarschijnlijk ook 2x Boek10 (als ik vrij krijg natuurlijk).

Vandaag is mijn vrije dag. Ik blijf de komende maanden nog post lopen. Heb het overlegd met leidinggevende en heb iets meer vrijheid gekregen. Ik vind mijn rondje lopen namelijk erg fijn. En ze vinden niet snel een vervangster voor zo’n grote wijk. Dus ik blijf. Maar het kan zomaar zijn, dat ik het van de zomer op zeg. Ik zie het wel. Voor nu geniet ik er nog van, het buiten zijn en bewegen.

Fijne dag!

Voorproefje: Poldergruwel – Mark van Dijk

Op de boerderij heerste een doodse stilte. Alle dieren sliepen, terwijl in de verte de klok van de Dorpskerk twaalf uur sloeg.
Uit de meidentent scheen een zwak licht. Nadat Erik naar binnen was gegaan, hadden de meiden het niet meer over zijn verhaal gehad. Na wat gegeten te hebben, waren ze in een cirkel bij elkaar gaan zitten en de avond was voorbij gevlogen met vrolijk geroddel en meidenpraat. Er waren wel honderd dingen om elkaar te vertellen, maar één onderwerp werd zorgvuldig vermeden, tot Zoë er toch over begon.
‘Dat verhaal van Erik zal toch zeker wel onzin zijn?’ vroeg ze hoopvol.
‘Ik weet het niet,’ zei Inge. ‘Het kan best echt gebeurd zijn.’
‘Er gebeurden wel meer gekke dingen in die tijd,’ zei Kim. ‘Weten jullie dat mysterie nog van die verdwenen boerderij?’
‘Van dat schoolproject?’ vroeg Zoë. ‘Dat was toch nóg eerder? Ik dacht ergens in vijftienhonderd.’
‘Ja, zoiets. Dat was ook een gaaf verhaal,’ riep Esmee opgewonden. ‘Dat was ik al helemaal vergeten. Hoe zat dat ook alweer? Die boerderij was in één nacht helemaal door de aarde verzwolgen, toch?’
‘Yep,’ zei Kim. ‘Opgeslokt door een zinkput, met vrijgezelle boerin en dieren en al.’
‘Helemaal verdwenen, nooit meer iets van terug gevonden,’ mompelde Zoë.
‘Maar dat is nu geen mysterie meer,’ zei Inge. ‘Het kwam doordat er heel veel zeezout in het zand zat, dat oploste toen het ineens met grondwater in aanraking kwam.’
‘Ja, hè, hè,’ zei Esmee en schoot in de lach. ‘Dat weten ze nu, maar dat wisten ze toen toch niet. En trouwens, een boerderij die in één nacht helemaal verdwijnt zou nu nog steeds wereldnieuws zijn.’
‘Even iets anders,’ zei Zoë. ‘Hebben jullie ook gezien dat het volle maan is?’ Ze keek de andere meiden vragend aan.
Esmee haalde haar schouders op. ‘Ja, dat heb ik gezien. Wat geeft het? Of ben je soms toch een beetje bang door dat stomme verhaal van Erik?’ Ze zette haar handen in haar zij en keek haar tweelingzus brutaal aan.
‘Het is wel toevallig dat het net vanavond volle maan is,’ gaf Inge toe.
‘Ach joh, dat heeft die idioot van te voren geweten,’ zei Kim over haar broer.
Inge stond op van haar plaats en ritste de tent een klein stukje open. Met een bezorgd gezicht gluurde ze door de kleine kier naar buiten. ‘Het is in ieder geval niet mistig,’ meldde ze. ‘We moeten het er maar niet meer over hebben. Het was gewoon een onzinnig verhaal dat hij verzonnen heeft om ons bang te maken.’
Esmee grijnsde en zei: ‘Jij begint ook al bang te worden!’ Ze keek Inge verbaasd aan. ‘Ik had jou toch wel iets heldhaftiger ingeschat.’
‘Ik ben niet bang! Ik keek gewoon even of het al mistig werd.’ Inge haalde ongeïnteresseerd haar schouders op. ‘Laat die mist maar komen, hoor, wat mij betreft. Ik hou wel van een beetje avontuur.’
Kim schrok. ‘Dat moet je niet zeggen. Straks krijgen we ineens echt mist.’
‘Welnee, maak je nou maar niet zo druk,’ zei Esmee. ‘Het is gewoon een stom puberverhaaltje.’ Ze keek Kim aan en zei: ‘Bovendien zitten we nog steeds vlak voor de deur van je huis, dus wat kan ons nou gebeuren?’
‘Dat is waar,’ beaamde Kim. ‘We kunnen zo naar binnen rennen als het moet. We zijn zo veilig als het maar kan.’
‘Ik vind wel dat we dit niet zomaar over onze kant moeten laten gaan,’ zei Inge. ‘We laten ons aardig gek maken door die etterbak.’
‘Precies!’ riep Kim. ‘We moeten hem zijn plek maar eens leren.’
‘Als we hem nou morgen zelf eens bang maken?’ zei Zoë.
‘Ja, we laten hem schrikken,’ zei Inge.
‘En niet één keer, maar gewoon de hele dag lang,’ zei Kim. ‘Dat zal hem leren ons van die stomme verhalen te vertellen.’
‘Goed idee, zeg,’ zei Zoë. ‘Nu ik weet dat gerechtigheid zal zegevieren kan ik met een gerust hart in slaap vallen.’ Ze geeuwde en rekte zich uit.
Door de koele zomeravond begon het fris in de tent te worden. De meiden nestelden zich met hun kleding aan in hun slaapzak en begonnen hun wraakplannen te perfectioneren tot ze door de slaap werden overvallen.

Ineens schoot Inge in haar slaapzak overeind. Haar blauwe ogen stonden wijd open van de schrik. Langs de zijkant van de tent klonk vreemd geritsel. Ze kneep haar ogen tot spleetjes om iets in de pikdonkere tent te zien, maar tevergeefs. Het was te donker om ook maar iets te kunnen onderscheiden. Met tegenzin vroeg ze zich af of ze voorzichtig met een half oog buiten de tent moest kijken, om te zien wat het was, maar ze besloot meteen dat dit een waardeloos idee was. De anderen wakker maken en dán een kijkje nemen sprak haar veel meer aan, dus gaf ze voor de vorm een gilletje en liet zich over Kim vallen, die meteen wakker schrok.
‘Wat is er?’ vroeg Kim nijdig en veel te luid, waardoor Zoë en Esmee ook wakker werden.
‘Ik hoorde iets buiten de tent,’ zei Inge zacht.
‘Wat hoorde je dan?’ vroeg Zoë slaperig.
‘Weet ik niet. Ik hoorde gewoon iets geks.’
‘Zullen we kijken wat het is?’ vroeg Esmee opgewonden.
‘Ja, dág!’ zei Kim. ‘We zitten hier tegen de duinen aan. Het barst hier ’s nachts van de vossen.’ Ze klonk vastbesloten, maar Esmee was vliegensvlug uit haar slaapzak gekropen en had de rits van de tent al in haar vingers.
‘Ik heb nog nooit een vos gezien,’ zei ze. Langzaam trok ze de rits naar boven. In hetzelfde tempo zakte haar mond open. Niemand durfde meer iets te zeggen toen ze het zout in hun neuzen voelden branden. Onzeker staarden ze de dichte mist in en keken vervolgens naar elkaar. Zoë was de eerste die de stilte verbrak: ‘Oké, ik wil niet zeuren, maar nu ben ik echt bang.’
‘Ik ook,’ zei Kim.
De blikken van Inge en Esmee kruisten elkaar vluchtig, toen Esmee de grote Maglite zaklamp pakte.
‘We willen toch weten wat Inge net hoorde? Ik ga even kijken.’
‘Niemand wil dat weten, alleen jij,’ snauwde Zoë tegen haar zus.
‘Geen stomme geintjes uithalen,’ waarschuwde Kim.
‘Wees maar niet bang. Ik ga alleen even kijken. Er zal wel een egel of zoiets naast de tent lopen.’
Esmee zette een voet buiten de tent en speurde met de zaklamp de omgeving af.
‘Zie je iets?’ vroeg Kim.
‘Nee, het is veel te mistig om iets te zien.’ Esmee bleef twijfelend staan en draaide zich naar Inge. ‘Ga je mee, even kijken?’ vroeg ze hoopvol. ‘Ik heb nog nooit zo’n dichte mist gezien.’
‘Ben je nu toch bang?’ plaagde Zoë haar zus.
‘Misschien kunnen we beter met zijn allen gaan kijken,’ probeerde Inge.
Weinig enthousiast werden er onderling twijfelende blikken uitgewisseld. Met tegenzin kwam de rest ook overeind. Ze liepen voorzichtig achter Esmee aan en schuifelden één voor één de tent uit. Gespannen keken ze om zich heen. De krachtige bundel licht van de zaklamp bleek geen partij voor de dikke mist, zodat ze amper een meter zicht hadden. Voetje voor voetje liepen ze om de tent heen en hielden hun ogen op de grond gericht, maar er viel niets vreemds te bekennen.
Net toen Esmee de tent weer binnen wilde stappen, zag Kim, die achteraan liep, vanuit haar ooghoek iets schitteren.
‘Wacht, ik zie iets,’ zei Kim en pakte Zoë’s arm vast. Ze stond stil en keek in de richting waar de vreemde schittering was verschenen. In de verte brandde een klein en helderwit licht.
‘Zien jullie dat ook, daar in de verte?’ vroeg ze en wees in de goede richting.
De anderen tuurden door de dichte mist om ook een glimp van het schijnsel op te vangen.
‘Ik zie het ook!’ riep Zoë nerveus. ‘Wat kan het zijn?’
De kleine lichtbundel leek feller te worden, alsof het dichterbij kwam. Plotseling vervaagde de heldere witte kleur en ging langzaam over in een zacht gele tint. Het leek nu alsof het altijd geel geweest was. Door het fonkelen en de subtiele verandering die de kleur steeds onderging, bleven de meisjes gefascineerd naar de kleine lichtbron kijken. Nu werd het geel wazig en veranderde zelfs van vorm. De schittering leek zich uit te rekken en werd langzaam ovaal. Het waas verdween en ineens was de glinstering paars.
Zonder dat ze het zelf door hadden, pakten de meisjes elkaars hand vast.
De ovale, paarse gloed had steeds stil in de lucht gehangen, maar begon nu traag rondjes te draaien. Plotseling schoot het met een noodvaart op ze af en nog voordat iemand kon reageren, explodeerde het schijnsel in een enorme paarse flits, die de dichte nevel om hen heen volledig mee kleurde. Eén moment kon geen van hen ademen, alsof ze zich in een vacuüm bevonden. Kim probeerde te gillen, maar er kwam geen geluid. Even plotseling was de flits weer voorbij. Ze hapten naar lucht en zogen gretig de zoute zeelucht op, die nog nooit zo verfrissend had gevoeld. Met grote ogen en angstige gezichten keken ze elkaar aan, maar niemand durfde de stilte te verbreken.
Na een seconde of tien was het Esmee die haar rug rechtte en vroeg: ‘Wat was dat?’ Haar stem trilde een beetje.
‘Geen idee en ik wil het ook niet weten,’ zei Zoë.

“Eindelijk weer eens een fantasievol verhaal met alle ingrediënten: een dosis humor, fijne spanning en volop actie. Het verhaal prikkelt de verbeelding en voedt de fantasie. Iets wat je niet vaak meer tegenkomt.”
Helen Vreeswijk (auteur van onder andere Loverboys, Zwijgplicht en De Kick)

Johanna Lime- De vergeten vloek: Deel 2 Smeulend venijn

1

Allereerst vind ik het heel triest en verdrietig, dat Dini in december is overleden. Zij was samen met Marjo, het schrijvende team achter Johanna Lime. Marjo gaat nu alleen verder. De serie wordt afgemaakt. Dat zou Dini ook gewild hebben.

Dit verhaal loopt een beetje gelijk op, met het eerste deel uit de serie. Alleen zie je nu de kant van Sylviana. Zij is kroonprinses en kan bijna niet wachten om het stokje van haar moeder over te nemen. Zij is namelijk heel anders en gaat de dingen heel anders aanpakken. Ze botst nogal met haar moeder. Totdat ze de troon overneemt moetmze eerst op zoek naar een aantal echtgenoten. Mannen sterven heel jong, vaak als ze nog jongens zijn. Het is een vloek dat op haar volk rust.

Maar er zijn kapers op de kust. Het verraad ligt dichterbij dan men denkt. Je eigen familie is niet eens meer te vertrouwen…..(tante) Helena wil niets liever dan een oorlog ontketenen. En ze bespeelt de mensen om zich heen erg goed. Ook zet ze haar eigen kinderen in, om haar plannetjes tot uitvoering te brengen. Ik kreeg echt een hekelmaan deze vrouw. En voelde juist medelijden met Sylviana.

Het is een boek over verraad, liefde, verdriet, verlies en vriendschap. Het is fantasy in een goede mix met sciencefiction. Niet echt in een hokje te stoppen. Het heeft spannende momenten, maar voor mij was het meer een verhaal dat inspeelde op je gevoelens.

Ik vond het eerste boek spannender. Dat had meer actie. Dit deel speelt ook meer in op de persoonlijke omstandigheden van de kroonprinses Sylviana. Haar leven is niet gemakkelijk. En dat raakt je gewoon, dat kan niet anders. Je wilt niét in haar schoenen staan. Ik wil graag weten hoe het verder gaat. Benieuwd!

Ik geef het een cijfer: 7,5 ( dat zijn 3.75 sterren. Rond ik af naar 4)

Voorproefje: Dragan Duma, Een onbreekbare band – Patty

* Een Onbreekbare Band speelt zich 330 jaar voor de Drägan Duma trilogie af en kan als stand-alone worden gelezen. Het is een verhaal over moeilijke keuzes, angst voor het onbekende, diepe banden aangaan en een wanhopige strijd om te overleven. *

Duisternis. Een angstaanjagende leegte waar geen einde aan lijkt te komen.
Mijn borstkas zwoegt op en neer; ik krijg bijna geen lucht! Het is alsof er een band om me heen is geslagen die steeds strakker wordt aangetrokken. De totale afwezigheid van licht en geluid is huiveringwekkend. IJskoude kettingen lijken me op mijn plaats vast te snoeren. Gevangen. Ik kom hier nooit meer weg.

Groen.
Groene schubben, groene vleugels.
Angst.
De kou kruipt in mijn botten.

Het duister verdrijft de vreemde beelden en gevoelens. Wat was dat? Net als de verstikkende atmosfeer van mijn omgeving voelde het angstaanjagend echt aan.
Een helder licht verblindt me en het gebrul van draken vult de lucht om me heen. Ik gluur door mijn wimpers en zie tot mijn verbazing een berglandschap voor ons opdoemen. Achter een hoge berg waar drägan ons vanaf de uitsteeksels begroeten, ligt een dorp, beschenen door het licht van de ondergaande zon. Is dit Dragon Stone? Hoe zijn we hier zo vlot gekomen?
O ja, de Poorten! Draken reizen via portalen door het Niets en duiken zo in een oogwenk ergens anders in Xydoyla op. Dus dat was die duisternis… Ik ril van top tot teen. Dat draken en hun ridders op deze manier reizen vind ik onbegrijpelijk.
Ataloth daalt rustig in cirkels naar beneden en landt op het plein voor de berg. Dat viel me alles mee, zeker na het abrupte vertrek. Bian tikt me op mijn schouder en gebaart me af te stappen. Gehoorzaam zwaai ik mijn been over Ataloths nek om achterwaarts naar beneden te klimmen. De sleep blijft echter aan de nekstekels van de draak hangen en ik verlies mijn evenwicht. Ik slaak een gil wanneer de sleep afscheurt en ik naar beneden stort.
Juvo krijst in mijn oor en klampt zich aan me vast.
Vlak voordat ik tegen de keien sla, word ik opgevangen door twee sterke armen. Opgelucht zet ik mijn voeten neer en kijk omhoog naar het gezicht van degene die me nog altijd stevig vasthoudt. Het is de jonge ridder met het vriendelijke gezicht. Hij heeft een karamelkleurige huid en mooie hazelnootkleurige ogen met pretlichtjes erin.
‘Bedankt’, fluister ik ademloos.
‘Graag gedaan. Het gebeurt niet elke dag dat er een mooie dame uit de lucht komt vallen’, zegt de jongen met een knipoog.
‘Zo kan die wel weer, Trench.’ Bian staat inmiddels naast me en zegt: ‘Ze is al laat, dus vooruit met de tjalika.’
Trench grijnst en neemt de tegenstribbelende mialou van me over. Met ferme passen loopt hij naar de enorme, houten deuren die in een opening van de berg hangen. Ataloth beweegt zijn kop in mijn richting en ik verstijf. De dräga is echt monsterlijk groot!
Bian geeft me een zetje tegen mijn schouder: ‘Kom op meid, er staat een leven op het spel.’ Zijn dringende toon zorgt ervoor dat ik in beweging kom. Ik schop mijn schoenen uit, til de gescheurde rok op en dribbel op blote voeten achter Trench aan.

In het schemerachtige gangenstelsel van de berg moet ik haast rennen om de twee mannen bij te houden. Ik vloek binnensmonds als ik mijn kleine teen tegen een stuk rots stoot. Tijd om stil te staan heb ik niet; Bian en Trench lopen stevig door en verdwijnen de volgende gang in. Ik volg ze de hoek om en blijf dan met bonzend hart staan.
De zwarte draak zwaait haar kop in mijn richting, opent haar muil en ik sla mijn handen voor mijn oren als haar gebrul weerkaatst tegen de stenen wanden.
Een onherkenbaar verbrand lichaam smeult nog na in het zand dat rood kleurt van het bloed…
Bian pakt mijn polsen beet en kijkt me doordringend aan. ‘Dit is niet het moment om te aarzelen. Je stapt nu met zelfvertrouwen en rechte rug het zand op, hoor je me? Draken ruiken angst en reageren er over het algemeen heftig op, dus zorg dat je jezelf onder controle hebt. Het drakenjong kiest jou. Ataloth heeft nog nooit een onterechte kandidaat aangewezen.’
Hoewel ik maximaal de helft begrijp van wat hij heeft gezegd, knik ik beduusd. Het drakenjong kiest mij? En dan? Moet ik die dan temmen of zo? Hoe doe je dat? De vragen kolken door mijn hoofd, maar Bian heeft zich alweer omgedraaid en gebaart me op te schieten.
Ik schuifel over het zand, dat tussen mijn tenen kriebelt, naar voren.
Gatver, nat! Met een vieze blik kijk ik naar mijn voet. Is dat … bloed?
Met een rommelend geluid zuigt de draak lucht in zijn longen, spert zijn bek open en spuwt een straal vuur uit. Ik hef mijn rechterarm beschermend voor mijn gezicht…
Verwoed probeer ik het bloed aan het zand af te vegen. Ik wil er niet aan denken dat ík straks gebroken en onbeweeglijk op de broedplaats lig.
De draak spant haar spieren aan om ons te bespringen. Tranen beginnen uit pure angst over mijn wangen te stromen.
Het zweet breekt me uit en ik wil niets liever dan rechtsomkeert maken; wegrennen alsof een Morbide me op de hielen zit. Wat doe ik hier?
Ik slik en maan mezelf tot kalmte, terugdenkend aan de woorden van Tarun. De moeder wil haar jongen beschermen. Ze is geen kwaadaardig monster, alleen een moeder. Het ei, dat is belangrijk. Daar moet ik me op focussen.
Ik neem de omgeving in me op. Daar! Tussen de voorpoten van de zwarte dräga ligt een eenzaam ei, omringd door de schalen van de reeds uitgekomen eieren.
Is het nu de bedoeling dat ik naar het ei loop? Nerveus hef ik mijn gezicht naar de moederdraak. Dat blijkt een vergissing; haar kop schiet naar voren en haar kaken klappen vlak voor mijn neus op elkaar. Van schrik zet ik een paar passen achteruit. Ik struikel en kom onelegant op mijn billen terecht.
De muil van de draak hangt vlak boven me, ik ruik het vuur in haar adem. Draken ruiken angst.
Ik probeer uit alle macht mijn razende hartslag onder controle te krijgen. Enerzijds ruiken zij de angst, anderzijds voelen zij dat je iets probeert te verbergen.
Hoe toon je geen angst als je doodsbang bent?
… met een misselijkmakende klap tegen een van de grote pilaren terecht. Hij blijft doodstil liggen.
Ik schud de onaangename herinnering van me af, zo ga ik niet eindigen!
De draak opent haar muil en ik kijk recht tegen de rijen vlijmscherpe tanden aan. Zonder na te denken zet ik mijn handen tegen haar onderkaak en duw zo hard ik kan. De draak trekt met een ruk haar kop weg en loert naar me. Zonder te knipperen staar ik naar het grote, oranje oog terwijl ik overeind krabbel.
Ik recht mijn rug en neem op de bluf een stap in de richting van het ei. Waarschuwend gegrom laat me aarzelen.
De stem van Castian duikt op uit mijn herinneringen: ‘Drägan kunnen dus gedachten lezen?’
Ik raap al mijn moed bij elkaar en richt me mentaal tot de zwarte dräga: Ik ben Feniksa Drakena, vrouwe van Slot Silverfang! Ataloth heeft me gestuurd om verbonden te worden.
Tjorks lachende gezicht verschijnt voor mijn geestesoog.
Ik wil tegen Morbiden vechten! voeg ik er in gedachten aan toe.
De draak houdt haar kop schuin. Heeft ze me begrepen, of denkt ze aan hoe gemakkelijk ze me op kan peuzelen?
Op hoop van zegen dan maar… Ik stap naar voren.
Tot mijn verbazing trekt de zwarte draak zich terug. Het ei begint woest te schommelen en barstjes verschijnen over het oppervlak. Gefascineerd zie ik hoe de scheuren groter en groter worden tot het ei openbarst en er een groen drakenjong op het zand belandt. Nog nat struikelt het over haar eigen poten. De vleugeltjes hangen opgevouwen en verfrommeld tegen haar zij aan gedrukt.
Zwijgend kijken we elkaar aan, mens en draak. Alles om me heen vervaagt. Alsof het er niets toe doet, alsof de rest van de wereld niet meer bestaat. Een onzichtbare bubbel waar alleen het groene drakenjong en ik in zitten.
Waar wacht je nog op? Ga naar haar toe!
Ik schrik me een ongeluk van de zware stem in mijn hoofd. Ataloth?
Mijn slapen steken en duizelig beweeg ik me in de richting van de kleine dräga.
Vlak voor haar blijf ik staan. Haar gele ogen met groene en blauwe stippels erin sprankelen van nieuwsgierigheid en ze snuft met haar natte snuit aan mijn hand. Opeens heb ik dubbele gevoelens; ik voel me verwonderd en tegelijk bevreesd. Het is een heel aparte gewaarwording, alsof ik uit twee personen besta.
‘Jij daar! Met je groene draak!’
Met moeite ruk ik mijn aandacht los van het prachtige schepseltje voor mij en richt me op. Een dame met een lange, blonde vlecht komt van achter de zwarte dräga tevoorschijn. Achter haar staan Bian en een onbekende man. Ze gebaren naar me.
‘Kom’, fluister ik tegen het draakje. Gehoorzaam volgt het wezentje me naar de blonde vrouw en de twee mannen.
Het drakenjong schuurt met haar kop langs mijn bovenbeen en ik krijg spontaan ontzettend honger. Afwezig streel ik over de geschubde kop en het beest begint zacht te brommen. Het is een aangenaam geluid dat door mijn vingertoppen trilt. Haar huid voelt zachter en gladder dan gedacht. Waarschijnlijk omdat ze nog zo jong is; de schubben van Ataloth zijn veel ruwer. Mijn maag trekt knorrend samen. Vreemd, zo lang is het nog niet geleden dat ik heb gegeten. Of wel?
Ik blijf voor de vrouw met de blonde vlecht staan. De man naast haar is lang, heeft felrood haar en donkerbruine ogen, die mij onderzoekend aankijken. Ik houd mijn adem in. In gedachten hoor ik hem roepen dat er een vergissing is gemaakt en dat het draakje dat zich tegen mijn been aan drukt iemand anders toebehoort. Tot mijn eigen verbazing spannen mijn spieren zich alsof ik bereid ben om voor het drakenjong te vechten.
De man zwijgt. Waarschijnlijk vraagt hij zich af waar ik opeens vandaan ben gekomen, Slot Silverfang ligt niet eens in het territorium van de Dragonstoneclan.
De vrouw met de vlecht pakt de kop van het groene draakje naast mij vast. ‘Jouw naam is Danaleth. Je bent een draak van de Drakenburcht van Dragon Stone.’ De ogen van het draakje gloeien op, waarna de vrouw haar loslaat.
‘Jullie leggen nu de Eed af die jullie voor altijd verbindt. Spreek, Silseba.’
De Eed? Welke eed? Zenuwachtig graaf ik in mijn geheugen naar iets wat Bian misschien tegen me gezegd heeft over een eed, maar ik vind niets.
De vrouw merkt mijn verwarring op en zegt in de Oorspronkelijke Taal: ‘Voor nu, voor altijd. Onze zielen verbonden. Samen zullen wij strijden voor vrijheid en veiligheid.’
De Eed der Verbondenheid! Sianna heeft me daar les over gegeven; het is de gelofte die de drakenridders uitspreken om hun ziel aan een dräga te verbinden. De oude woorden zijn doordrenkt met magie.
Ik lik langs mijn lippen om ze te bevochtigen en dreun de woorden op: ‘Fort toh, fort älfinia. Siëst slysma donren. Sielaya ekai siesta blädren fort libermay int tûstmay.’
Zodra het laatste woord over mijn tong rolt, vult mijn hoofd zich met kleuren en ik wankel als ze exploderen. Gedachten die niet van mij zijn dringen mijn geest binnen en duiken in mijn geheugen.
Herinneringen aan mijn jeugd flitsen op en de plaatjes van mensen die ik ken trekken in een razend tempo voorbij. Castian komt het vaakst langs; de band met mijn tweelingbroer is dan ook erg sterk. Ik mis hem nu al.
Gelijk voel ik een troostende aanwezigheid die me vreemd genoeg kalmeert. Mijn lichaam schokt terwijl de vreemde gedachtetentakels zich met mijn geest verstrengelen. Mijn huid begint te gloeien.
Dan klinkt een zachte stem: Feniksa? Niet verdrietig zijn, ik ben bij je.
Een gevoel van intense liefde en trouw overspoelt me. Het gegloei trekt zich langzaam terug uit mijn ledematen tot er een vonkje blijft branden op de plaats van mijn hart.
Aarzelend open ik mijn ogen en kijk het drakenjong naast me aan. Ik moet heftig slikken om de brok in mijn keel weg te krijgen. Ik ben verbonden met een draak!

Drägan Duma – Een Onbreekbare Band is verkrijgbaar bij alle (internet) boekhandels en natuurlijk op de site van Celtica Publishing: http://www.celtica-publishing.nl/opencart/Boeken/Young_adults/Een_Onbreekbare_Band

Blog op een laag pitje….

Ik heb er heel lang over nagedacht….

Maar ik moet nu eerlijk zijn, tegen mezelf en tegenover jullie.

Mijn online bezigheden staan al sinds begin December op een heel laag pitje.

Ik ben oververmoeid, grieperig, verkouden en overbezorgd. Lees echt bijna geen letter, de laatste tijd. Er liggen nog recensies op papier die ik nog moet uittypen… Maar ik heb er geen energie voor.

Het is tijd om voor mezelf, mijn familie en mijn huisdieren te kiezen.

Op sinterklaas dag werd Zoey heel erg ziek. Ze leek in het weekend op te knappen, maar overleed maandagochtend, geheel onverwachts nog. Ik was er kapot van. Ze was zo’n sterke cavia. Mijn cavia’s zijn mijn kinderen…. Toen het net een beetje begon in te dalen, dat ze er echt niet meer was, kreeg Puck een ontsteking in haar oog. Een week gedruppeld, maar op zondagavond ging het oog uitpuilen. Echt eng. Maandag (oudjaarsdag) naar de dierenarts, een spoedoperatie, haar oog moest eruit. De operatie stond al in de planning voor donderdag. Het oog was niet meer te redden. Maar het ging zo snel dat het er meteen uit moest!

Ik heb staan huilen als een klein kind. Moest haar achterlaten bij de dierenarts. Het wachten duurde ook zo lang…. oudjaarsavond kon ik haar weer ophalen. Ze had de operatie gehaald. Maar sliep nog zo diep…. in de auto dacht ik dat ze was overleden, helemaal in paniek. Eenmaal thuis krabbelde ze langzaam op… Medicijnen gegeven tot en met gisteren. Nu is het belangrijk dat ze zelf gaat eten. Ik geef haar wel nog een beetje krachtvoer met water af en toe. Ze knabbelt wel aan eten, maar als baasje zie je haar liever meteen gezond. Er zijn momenten dat ze helemaal fit lijkt. Vanmorgen riep ze me bijvoorbeeld. Als ik uit bed kom, doet ze dat altijd als ze in haar goede doen is.. Ze kwam zelfs eten halen. Maar heeft nog niet veel kracht. Zo’n litteken trekt natuurlijk ook bij het eten.

Ze doet het heel goed en ik ben trots op haar. Na het overlijden van Zoey, haar mama, ben ik op zoek gegaan naar een vriendinnetje. Had er ook 1 op het oog. Maar omdat ze last van haar oog had, dacht ik.. Ik zeg nee… Maar ik dacht dat gezelschap haar zou opvrolijken. Dus de kleine Bengel toch meegenomen. Ze vinden elkaar erg lief. 2 dagen na de operatie kwam ik erachter dat Bengel haar zusje Brownie nooit was opgehaald.. Haar ook geadopteerd. Ze zijn zo lief voor elkaar, deze 3 meisjes. Super! Ik lach veel om hun vrolijkheid.

Eerder dit jaar was ik Bikkel al kwijt. Ik was dus echt kapot in December. Ook omdat er veel mooie en lieve mensen zijn overleden in deze maand….

En ik slaap gewoon heel slecht. Dus lezen is er niet bij. Ik moet tot rust proberen te komen. Maar dat is moeilijk door de omstandigheden…

Ook mijn thuissituatie is niet helemaal fijn. Een vader die zo nu en dan op de seh belandt. 2x een ambulance ritje gehad. Mijn moeder gaat ook niet echt vooruit. Ze moet komende week weer naar de dokter.

2018 zat ons niet mee……

Maar nu moet ik vooral rust vinden, slaap inhalen en hopen dat Puck er weer helemaal bovenop komt….

Volgende week weer werken, misschien helpt de routine me weer. Maar rust nemen blijf ik doen.

Lezen zit er gewoon eventjes niet in. Sorry aan alle auteurs en uitgevers. Ik moet deze keuze maken. Het is moeilijk voor mij, om dit te doen.

Ik hoop dat alles snel weer goed gaat. Maar overhaast het zeker niet.

Voorproefje: Kwade Geest – Mark van Dijk

Proloog

‘Gefeliciteerd met je achttiende verjaardag, meid.’ Een man van middelbare leeftijd schudde de hand van een knappe, jonge meid, met een lief gezicht. Ze lachte, waardoor er een kuiltje in haar linkerwang te voorschijn kwam.
‘Dank u,’ zei ze. We zullen het huis netjes houden!’ Ze staarde naar de grond en veegde een blonde lok achter een van haar oren.
‘Kom nou maar mee,’ riep een andere meidenstem van dichtbij. ‘We zijn nog steeds niet klaar met de hapjes.’
Een donkerblond meisje kwam naast haar staan. ‘Pap, ga nou maar! We redden het hier echt wel. We willen alleen weten wanneer jullie terugkomen?’
De man fronste. ‘Morgenmiddag, rond een uur of twaalf. Tenminste… als je moeder een beetje opschiet, anders zijn we pas morgenmiddag weg.’

Een paar uur later was het feest in volle gang. De meeste gasten waren gekomen en er werd volop gelachen en gedronken. De twee hartsvriendinnen kwamen samen van de geïmproviseerde dansvloer in de tuin en liepen naar binnen.
‘Ik vind het echt onwijs lief van je ouders dat ik mijn verjaardag bij jou thuis mag vieren,’ zei Marcella, terwijl ze glimlachte.
‘Je weet toch hoe mijn ouders zijn?’ antwoordde Anouk. ‘En je had het moeilijk bij jouw ouders kunnen vieren.’
Marcella’s glimlach verflauwde. ‘Ja, dan hadden we wel iets meer bier mogen halen. Maar goed, wil jij nog wat drinken?’ Ze had vanavond geen zin om het verhaal over haar dronkenlap van een vader op te rakelen.
Anouk zag het en liet het onderwerp verder rusten. Hand in hand liepen ze naar de bar en schonken samen een nieuw mixje in.
‘Hé dames, spelen jullie mee?’ riep iemand achter hen. Beide meisjes draaiden zich om en zagen een jongen, die een houten spelbord in de lucht hield.
‘Wat heb je daar nou weer?’ riep Anouk terug.
‘Dat is dat bord dat we vorige maand in Amsterdam hebben gekocht,’ zei Marcella. ‘Ik heb hem meegenomen. Leek me wel grappig voor vanavond. Kom, we doen ook mee.’
Er werd nog ergens een jongen vandaan getrokken en nadat Marcella voor de sfeer het licht iets gedimd had, kropen ze met zijn vieren om het bord. De regels waren simpel en bekend. Alle vier lieten ze hun handen op het schuifje rusten, dat in het midden op het bord lag. Tegelijktijdig duwden ze het schuifje met de klok mee over het bord, in steeds groter wordende cirkels.
Eén van de jongens begon met het stellen van vragen die alleen met ja of nee beantwoord konden worden: ‘Is daar iemand?’
Er gebeurde niets.
‘Is daar iemand die met ons wil praten?’
Het schuifje op het bord begon te trillen en schoof langzaam naar “YES.”
Ze schoten allemaal in de lach, terwijl ieder er voor zich probeerde achter te komen wie van hen nou eigenlijk het schuifje bewoog.
‘Trouw ik later met een knappe man?’ vroeg Marcella.
Vliegensvlug schoof het schuifje naar “NO.”
Er werd weer gelachen. Ondertussen kwamen er steeds meer mensen om hen heen staan.
‘Dat wordt trouwen met een lelijke vent,’ riep één van de jongens aan het bord.
‘Ja, waarschijnlijk met jou!’ reageerde een toeschouwer.
Een luid gejoel barste los en de sfeer werd uitgelaten.
‘Blijven Marcella en ik altijd vriendinnen?’ vroeg Anouk.
Het schuifje maakte opnieuw een rondje over het bord en schoof ineens met een wilde beweging naar “NO.”
‘Nou, wie doet dat?’ zei Marcella, terwijl ze de groep rondkeek. ‘Dit is echt lullig!’
Het schuifje begon ruw heen en weer te schuiven tussen “YES” en “NO”. Plots begonnen de lichten te flikkeren en iedereen keek elkaar geschrokken aan.
‘Ik kan niet meer loslaten!’ gilde Anouk in paniek. In slechts één seconde veranderde alles in een chaos. Vanuit het niets begon de radio hard te spelen en het licht sneller te knipperen. De televisie sprong aan en uit. Aan en uit. Aan en uit.
‘Ik zit ook vast!’ riep Marcella bang.
Het feest viel stil en iedereen probeerde zo snel mogelijk het huis te verlaten, zonder zich verder over de vier spelers te bekommeren.
Hoewel de aantrekkingskracht van het schuifje bleef, lukte het één van de jongens om zichzelf los te rukken. Onmiddellijk werd hij met een enorme kracht door de kamer geslagen. Ergens vloog er een rij bloempotten van een plank en belandde met veel kabaal op de grond. Iedereen rende door elkaar en probeerde voor zichzelf een uitgang te vinden. De temperatuur in de kamer begon snel te dalen en héél even werd van iedereen de adem zichtbaar, alsof dit tafereel zich op een ijskoude winterdag voltrok, in plaats van op een prachtige zomeravond. De jongen die het bord had losgelaten rende naar de openstaande deur. Precies op het moment dat hij erdoor was, sloeg de deur met een luide klap dicht. Buiten begon de jongen hysterisch te krijsen.
Met veel pijn en moeite wisten Marcella en Anouk zich ook los te rukken van het bord. Tegelijkertijd vielen alle lichten uit en explodeerden er in de keuken en woonkamer overal lichtpeertjes. Er vloog een vitrinekast tegen één van de muren aan, waardoor overal glassplinters in het rond vlogen. De woonkamer en de keuken lagen bezaaid met scherven. Iedereen rende in paniek ergens anders naar toe. Het beeldscherm van de flatscreen televisie smolt weg, waardoor het plastic in taaie draden op de vloer droop. Vanuit de keuken vlogen borden en kopjes de kamer in en raakten verscheidene gasten tegen het hoofd. Met bebloede gezichten probeerden de laatst overgeblevenen een uitweg te vinden.
Anouk en Marcella keken verdwaasd naar het schouwspel om hen heen, toen hun aandacht ineens getrokken werd door een krassend geluid. Ze keken achterom en zagen hoe de eetkamertafel wild begon te schudden. Plots kwam de tafel los van de vloer en begon langzaam te zweven. Eenmaal in de lucht begon de tafel om zijn as te draaien, steeds sneller en sneller.
Doodsbang renden Anouk en Marcella naar de voordeur en probeerde deze wanhopig te openen, maar de deur zat muurvast. Toen leek al het geluid om hen heen weg te sterven. Gealarmeerd door het vreemde vacuüm waarin ze zich opeens leken te bevinden, keek Anouk opnieuw achterom. Ze zag nog net de zware, eikenhouten eettafel met grote snelheid op haar en Marcella afkomen. Pijlsnel draaide ze zich om. Ze wilde Marcella waarschuwen, maar er was geen tijd meer. De tafel sloeg met een enorme klap tegen haar rug. Alles om haar heen kleurde zwart.