Schrijver van de maand juni 2018: Melissa Skaye

Auteur van de maand juni bij de blog van ‘Ik hou van Horror, Fantasy en spannende boeken’. Daarvoor wil ik Tazzy heel hartelijk bedanken. Misschien wel zo netjes om mezelf even voor te stellen, voor degenen die mij niet kennen.
Officieel heet ik Melissa Bielsma-Schaaij, maar mijn auteursnaam is Melissa Skaye. Laten we wel zijn, dat ‘bekt’ toch even lekkerder op een omslag. Geboren op 4-4-1972 in Amsterdam. Vanaf mijn dertiende jaar woonachtig in Hoorn. Sinds 2-6-1995 getrouwd met Roger (spreek je uit als Rochee, maar iedereen noemt hem Roos) Onze eenentwintigjarige zoon heet Kylian en dochter Savenna is zeventien, bijna achttien. We hebben twee witte katten van vier jaar: Toby en Bobby. Toby is doof en trouwens ook dik, maar hij is dan ook echt onze theemuts. Bobby is een Maine Coone met een bruin en een blauw oog en een fantastische pluimstaart. Knappe kerels, vinden wij. Vissen hebben we ook, zowel in een vijver als in een aquarium.
In 2006 wilde ik niet alleen een fervent lezer zijn, het leek me geweldig om zelf te schrijven. Omdat ik van nature nogal onzeker ben, wist ik niet of ik het kon, maar mijn man spoorde me aan en zo ontstond de fantasyreeks Jeremy Jago. Bij uitgeverij Zilverspoor vind je in totaal vier delen en daarmee is de reeks volledig afgerond, waar ik trots en ontzettend blij mee ben. Dit alles is te danken aan Jos Weijmer, voormalig uitgever van Zilverspoor. Deel 4 is opgedragen aan Jos, die in april 2015 plotseling overleed. Jeremy zal voor mij altijd bijzonder blijven: met hem begon mijn schrijven, mijn enorme leerschool, maar door Jos heb ik de reeks kunnen afronden. In de volksmond zeggen we JJ, maar in mijn hart is het JJJ. Mocht je nieuwsgierig zijn naar Jeremy en het magische eiland Magistraal, is het raadzaam bij het eerste deel te beginnen. Even op volgorde, komt ie: 1: Het geheim van de Passage. 2: De kracht van Assingna. 3: De strijd om Gemini. 4: De erfenis van Lotus.
Daarmee eindigde het schrijven van fantasy. De reden was heel simpel: ik werd nav een kort thrillerverhaal door een uitgeverij benaderd met de vraag of ik een heel manuscript wilde schrijven. Dat leek me geweldig dus in 2009 ontstond de thriller Virtuele tango. Thrillers lagen me eigenlijk ook wel en tot op de dag van vandaag is dit mijn genre. De hoofdrollen zijn weggelegd voor rechercheur Sanne Philips: een stoere maar iets onzekere vrouw, en rechercheur Luca Borra: een lieve maar doortastende man van Italiaanse afkomst. Omdat ik in Hoorn woon, leek mij recherche Hoorn wel zo gemakkelijk als toneel van moord en ellende. Pas in deel 5 stap ik uit mijn comfortzone en reist de lezer een stukje verder dan ze van mij gewend zijn.
In 2010 stuurde ik het manuscript van deel 2, Verboden tranen, naar een proeflezer. Wederom met Sanne en Luca in de hoofdrol. De proeflezer vroeg: ‘Heb je dat bewust gedaan, weer een titel met een V en een T?’
Nee dus. Of toeval nu bestaat of niet, ik heb daar wel iets mee en zo werd de VT-reeks geboren. Het derde deel verscheen in 2016 en in 2017 volgde het vierde deel. In dit deel oogstte ik wat in deel 1 al was gezaaid: de verdwenen moeder van Sanne. Deel 5 zal in oktober 2018 het levenslicht zien.
Natuurlijk is het flink brainstormen als je je aan banden legt betreffende de V en de T. De meest maffe titels vlogen hier om tafel, de een hilarisch, de ander ronduit not done. Verzin het maar, je komt op de meest gekke titels. Even op volgorde wat het wel is geworden: 1: Virtuele tango. 2: Verboden tranen. 3: Verleden tijd. 4: Verminkte toekomst. 5: Verknipte tegenstander. Een titel voor deel 6 is er al, maar die verklap ik nog niet.
In de volksmond is het: VT1, VT2, VT3, VT4 en VT5. Ik ben nog steeds niet klaar met het duo en ook niet met paragnost Will de Jager, die vanaf VT2 ten tonele verscheen. Hij is nooit gekomen om recherchewerkzaamheden op te knappen (iets dat hij in Amsterdam wel deed) maar hij kwam speciaal voor Sanne. Zijn rol is alleen iets groter geworden dan aanvankelijk de bedoeling was, maar ik heb veel plezier met Will. Ik hou van het paranormale.
Tussen de VT-delen door heb ik ook de standalone thriller In onschuld geschreven. Hierin maak je kennis met Yara, die op een ochtend halfnaakt, maar ook bont en blauw in haar eigen achtertuin ontwaakt. Ze heeft geen idee van wat haar is overkomen en krijgt uiteindelijk hulp van een hypnotherapeut. Door hypnosesessies komt ze achter de schokkende waarheid. Dit boek is bij uitgeverij LetterRijn verschenen. Dit gaat ook op voor deel 4 en 5 van de VT-reeks. Op zich erg duidelijk als je naar alle omslagen kijkt. Deel 1,2 en 3 zijn bij een andere uitgeverij verschenen en hebben een heel ander jasje dan de opvolgende delen. Soms is het gewoon tijd om een andere weg in te slaan en dat is de reden van mijn uitgeverswissel. LetterRijn viel mij op door de ontzettend mooie omslagen. Ook zag ik de naam telkens voorbijkomen, hoorde ik positieve dingen, feitelijk hoorde ik precies dat waarnaar ik op zoek was in een uitgever.
In maart van dit jaar kwam Meedogenloos bij LetterRijn uit. Deze keiharde thriller heb ik samen met auteur J. Sharpe geschreven, onder Sharpe & Skaye. De samenwerking beviel zo goed (net als de reacties van lezers) dat we hebben besloten het samen nog eens te doen. Op dit moment zijn we beiden erg druk met eigen werk, maar zodra het kan zullen we onze krachten en enthousiasme weer bundelen.
Mijn verhaal in een notendop. Wil je nog meer over mij of mijn boeken weten? Op http://www.melissaskaye.nl ben je van harte welkom!
Hartelijks,
Melissa Skaye

Advertenties

Schrijver van de maand April 2018: Fiona Hack

0

Mijn naam is Fiona Hack. Ik ben schrijver van de maand. Een geweldige eer. Deze maand zal ik jullie kennis laten maken met verschillende projecten waar ik aan werk of heb gewerkt. Het schrijven is pas echt gaan leven sinds een jaar of twaalf geleden. Door de jaren heen heb ik altijd wel stukjes en gedichten geschreven. Ik was goed in het schrijven van opstellen. In de klas een echte dromer. Mijn fantasie werkt non stop.
Zo’n twaalf jaar geleden heb ik eindelijk een manuscript echt afgemaakt. Het is uitgegeven door een POD uitgeverij. Ik kende de weg in schrijversland nog niet. Mijn vrienden en kennissen hebben veel plezier beleefd aan het verhaal maar verder is het niet gekomen.
Ondertussen werd ik lid van een muziekvereniging waar ik vijf jaaruitvoeringen voorzag van invulling op toneel gebied. Een stuk is later uitgebracht door de Zeeuwse Dialectenvereniging als hoorspel. Het maandelijks muziekblad dat onder de leden wordt verspreid is lange tijd gevuld met een vervolgverhaal van mijn hand over het wel en wee in een dorp waar de mensen bijna allemaal een vreselijk geheim met zich meedragen. Hier hoop ik ooit een aansluitend verhaal van te maken.
Voor een lokale toneelgroep heb ik na beëindiging van mijn lidmaatschap bij de muziek een avondvullend toneelstuk gemaakt. Ik heb me rot gelachen! Heel leuk om te zien wat anderen met jouw ideeën doen. Het is opgenomen bij uitgeverij Vink, dus aan te schaffen aldaar.
Tja, daarna is het stil qua schrijven. Ik bedacht een manier om in contact te komen met andere schrijvers. Wie weet waar dat toe leidt. Ik heb een schrijfwedstrijd Zeeuwse verhalen uitgeroepen onder veel belangstelling van de lokale pers. Ik heb ruim honderd inzendingen te verwerken gekregen. Hiervan zijn twee bundels en een gedichtenbundel ontstaan. Later heb ik het herhaald voor kinderen en tieners en nog eens voor verhalen met thema pesten, scheiden en griezelverhalen.
Van het een is het ander gekomen. Omdat ik plots allerlei schrijvers in spe in mijn netwerk heb gekregen, is de volgende stap onvermijdelijk. Steeds meer auteurs hebben manuscripten gestuurd. Ik heb mijn uitgeverij De klimmende ster gestart om deze, in eerste instantie, Zeeuwse auteurs, een platform te geven.
Op dit moment ben ik mijn werkzaamheden aan het afbouwen. Mijn dagelijkse werk is fysiotherapeut. Mijn werksituatie is de laatste jaren veranderd. Ik heb minder tijd om de auteurs na uitgave bij te staan. Bovendien wil ik heel graag weer toekomen aan eigen werk. Er zijn diverse verhalen van mijn hand gepubliceerd in bundels en heb ik zelfs met een verhaal een trofee gewonnen. Toch begon het schrijven van een heel boek bij mij weer te kriebelen.
Per toeval is mij een mail onder ogen gekomen van Godijn Publishing en het BOEK10 project. Zij hebben mijn boek Nadja en Najib uitgegeven met thema uithuwelijken. Het is een verhaal voor jeugd vanaf acht jaar. Het is een avontuurlijk vertelt verhaal over een koninklijke tweeling waarbij het meisje stoer is en de zoon een stuk minder stoer. Toch moet de zoon koning wil, terwijl hij dat niet wil en mag het meisje niet zwaardvechten, meedenken of wat dan ook. Zij moet trouwen met een prins die ze niet aardig vindt. Dan zijn er nog een stel piraten die mee moeten helpen om de twee koninkrijken te verenigen. Beide koningen wiens kinderen met elkaar moeten trouwen hebben zo hun eigen reden om het huwelijk door te zetten. Dan is er ook nog een ontvoering en een onverwacht einde. Alles komt natuurlijk altijd goed.
Vorig jaar is Allard en de magische zuurstuk door Godijn uitgegeven. Ook weer een verhaal over anders zijn, jezelf willen zijn maar de mogelijkheid niet krijgen door ouders of een omgeving dat dit niet toestaat. Allard komt in een fantasiewereld terecht waar hij eindelijk de held kan zijn. Hij wordt gezien en op handen gedragen omdat hij de zuurstok bij de prinses weet te krijgen. Anders dan in de echte wereld waar hij twee belagers heeft en zo verlegen is dat zelfs zijn ouders vergeten dat hij er bestaat.
Eind dit jaar komt het boek Kabouter Speurneus De zaak van het verdwenen huisje. Een verhaal de kleine speurneuzen onder ons. Ilse de Slak is veel groter dan haar soortgenoten. Ze wordt narrig van alle commotie waar ze ook komt. Dieren struikelen over haar enorme slakkenhuis. Kleine insecten blijven kleven aan haar slijmspoor. Als ze dan ook nog een cocon van een blad afschuift is bij de dieren de maat vol. Ilse moet weg. Als zij, na een akkefietje met een stel mestkevers, wakker wordt is haar huisje verdwenen en ontstaat er voor haar een gevaarlijke situatie. Kan kabouter Speurneus dit mysterie oplossen? Wat is het motief van de dader om tot deze wandaad over te gaan dat Ilse bijna het leven kost?
Zoals je al merkt gaan mijn verhalen vaak over anders zijn, niet geaccepteerd worden, gepest worden en alles wat hiermee samenhangt. De verhalen zijn voor kinderen geschikt, maar geeft stof tot nadenken. Ook voor ouders die het voorlezen.
Na het volbrengen van dit project hoop ik een thriller te voltooien. De werktitel is Doodswens. Het vertelt het verhaal over een moeder met een kind dat ernstig gepest wordt door voornamelijk een meisje en haar moeder. Het is geïnspireerd op mijn verhaal en wat mijn dochter en ik hebben meegemaakt. Dit verhaal zal wederom stof tot nadenken geven en zal mij de mogelijkheid geven de situatie om te buigen naar iets positiefs. Iets dat mij in het echte leven nog steeds niet is gelukt. Gelukkig zit mijn dochter nu in de brugklas en gaat het goed met haar.

Schrijver van de maand Maart 2018 ( afsluiting ) : Nils Visser

0

Schrijver van de maand (afsluiting): Nils Visser

Die Staart van Maart
Maart roert zijn staart? Het is meer de heftige zwiep van een reusachtige krokodillen staart dan een vriendelijke kwispel. Hier aan de ‘zonnige’ zuidkust van Engeland heeft de winter lang doorgezet. Een ijskoude wind die dwars door alles heen waait, wit spul dat uit de lucht blijft dwarrelen, en mogenlijk zelfs een wit Paasfeest voor de boeg.
Dit betekent dat ik om de haverklap extra ben ingezet in diverse noodopvang centra, officieel voor mijn werk en onofficieel als vrijwilliger. Ik ben sinds februari nauwelijks thuis geweest, en als ik er dan eindelijk weer eens was, lag ik voornamelijk te maffen om het chronische slaapgebrek enigzins te compenseren. Hierdoor is helaas ook mijn intentie om flink veel te bloggen als auteur van de maand gesneuveld. Mijn oprechte excuses.
De woningnood is hier kritisch. Er worden nauwelijks woningen bijgebouwd in de sociale woningbouwsector , en veel van wat er was is verkocht in het kader van privatisering. Combineer dat met heftige bezuinigingen op allerlei andere sociale voorzieningen en het is helemaal feest. In Brighton hebben we meer dan twee honderd daklozen die op straat slapen, in het hele land loopt dat aantal op naar de tienduizend. Daarnaast zijn er honderduizenden mensen in tijdelijke woningen, waaronder 120,000 kinderen. “Tja, maar dan hebben ze immers een dak boven hun hoofd” gaat echt niet op. Hele gezinnen wonen met vier, vijf mensen, in 1 enkele kamer in bed & breakfasts. Hordes mensen worden in oude (van ellende uit elkaar vallende) panden gezet die slimme huurbazen nauwelijks onderhouden, maar waar ze wel al snel 250 euro per inwoner per week ontvangen. Er valt goed te verdienen aan massale ellende.
Als mens is het schrijnend om mee te maken. Elke dag wel weer een hartverscheurend verhaal, nieuwe ellende. En dan voor mij niet op een afstand, ik zit er nu dagelijks midden in. Dan is het ook wat moeilijker om te klagen dat je niet zo vaak thuis bent, je hebt immers een huis, en dat is al heel wat.
Ik weet ook hoe het is. In mijn eerste gastblog als auteur van de maand, had ik beloofd om nog te vertellen hoe ik in Engeland terecht ben gekomen. Ik kan dat kort houden. Het is verschrikkelijk clichematig. Een langdurige relatie (21 jaar) die op de klippen stuk liep, gevolgd door depressie, daardoor verlies van baan, daarna ook huis enzovoorts. Binnen een jaar van een comfortabele twee-verdieners bestaan met huisje, boompje, beestje, naar dakloosheid en werkeloosheid. Wham bam thank you ma’am. En dan na twintig jaar werk een klein fortuin te hebben betaald aan allerlei sociale voorzienings potjes, door grijnzende ambtenaren verteld worden dat mijn situatie net niet voldeed om ook aanspraak te kunnen maken op die voorzieningen. “Ja sorry, dat zijn de regeltjes”, de bekende smoes, maar dan wel de “tje(s)”, alsof het iets kleins en schattigs is, in plaats van iets dat alleen maar ellende aanricht.
Enfin, ik had op een ogenblik echt niets meer te verliezen. Wat ik nog had was een oude, inmiddels stoffige, droom om ooit nog een keer een boek te schrijven. Dus daar was ik maar mee begonnen. “Leuk,” was de gemiddelde reactie, gevolgd door “Wat verdient het?” of “Wanneer ga je weer normaal doen?” Dat laatste alleen al, was aanleiding om Nederland gedag te zeggen, en te gaan wonen in een land waar de gemiddelde reactie op het schrijver zijn is: “WAUW! Ben je single?”
Het had overigens ook met het schrijven te maken. Voor mijn eerste boeken had ik het graafschap Sussex gekozen als setting. Ik wist niets van boeken uitgeven, of marketing. Ik dacht, nogal naief, dat ik vrolijk op facebook zou roepen dat ik een boek had geschreven, en dat de rest vanzelf zou gaan, waarna ik weer aan het volgende boek kon beginnen. Na een noodgedwongen zelf-cursus boeken uitgeven, kwam ik er al snel achter dat het een hele boel geld kost om je boek aan de man te brengen, en dat de meest realistische optie was om mezelf vooral regionaal te promoten.
Enfin, ik weet dus hoe het is om dakloos te zijn, het gevoel van machteloosheid, het gevoel dat je niets meer waard bent, geen positieve contributie meer aan de maatschappij levert, enzovoorts. Het is verlammend en verstikkend. Ik heb mezelf er weer uit geworsteld, woon weer in een huis, heb een relatie met een mooie Engelse vrouw, en weer een baan. Kortom, ik ben weer “normaal” aan het doen, alhoewel uiteraard weer op mijn eigenaardige manier, want ik blijf schrijven, en voel me ook geroepen om me te blijven inzetten voor dakloze zaken. Ik heb hulp gehad van goede vrienden, zonder die hulp, besef ik maar al te goed, zat ik zelf nog in zak en as, dus nu is het mijn beurt om te helpen.
Als schrijver, is het natuurlijk razend interessant om allerlei 19de eeuwse toestanden van dichtbij mee te mogen maken. De grootschalige armoede die hier nu heerst is sinds de Victoriaanse tijd niet meer gezien, en dat tijdperk wordt ook nog eens versterkt door alle voormalige Victoriaanse pracht en praal van de stad Brighton.
Dat schijnt zeker door in mijn boeken, waarin sociale ongelijkheid en onrechtvaardigheid altijd een rol spelen, of het nu gaat om mijn Contemporary Fantasy series (Wyrde Woods), historische oorlogromans, of mijn allernieuwste genre: Steampunk.
Ik ben met dat genre begonnen omdat ik gevraagd was of ik iets wilde bijdragen aan een verzamelbundel van het Amerikaanse Writerpunk Press, in Seattle. Het moest gebaseerd zijn op een verhaal van Edgar Allan Poe, en een variant van steampunk zijn. Tot mijn grote plezier werd mijn bijdrage, ‘The Oval Sky Room’, gekozen voor publicatie in het boek Merely This and Nothing More (Edgar Allan Poe goes Punk). Dat boek is door recenten goed ontvangen, wordt nu in diverse scholen in Amerika gebruikt, en heeft ook een of andere Indie prijs gewonnen. Bij de recensies werd mijn verhaal, dat zich in Brighton afspeelt, ook specifiek genoemd:
“In…’The Oval Sky Room’, vindt een meisje die in armoede geboren is de mogenlijkheid tot redding door te poseren voor een rijke artiest in zijn luxe luchtschip…maar gevaar ligt op de loer. Dit verhaal is zo knap geschreven dat de pijn aan het einde zeer diep snijdt – ontzettend mooi uitgevoerd.”
Voor de eerstvolgende oproep van Writerpunk Press heb ik een nieuw verhaal aangeleverd, ‘The Rottingdean Rhyme’. Bijdrages aan What We’ve Unlearned, English Class Goes Punk, moesten gebaseerd zijn op schoolklassiekers, en ik had Rudyard Kipling geselecteerd. Kipling heeft een geweldig gedicht geschreven toen hij in Rottingdean, Sussex woonde, genaamd ‘A Smuggler’s Song’, gebaseerd op de vele smokkelaars tradities hier aan de kust.
Hier een klein stukje:
Five and twenty ponies,
Trotting through the dark –
Brandy for the Parson,
Baccy for the Clerk,
Laces for a lady;
Letters for a spy,
Watch the wall my darling,
While the Gentlemen go by!

Met dit verhaal heb ik de basis gelegd aan mijn eigen steampunk wereld. Smokkelen is hier eeuwen lang de normale gang van zaken geweest. In het dorp Rottingdean, bijvoorbeeld, zijn zo’n beetje alle huizen, kroegen en zelfs de kerk met elkaar verbonden door ondergrondse doorgangen en opslagruimtes. Het hele dorp deed dan ook mee. De kinderen werden ingezet als wachtposten, de volwassenen hielpen met sjouwen of de beveiliging, zelfs de dominee was betrokken. In het oude dialect van Sussex, kun je ook een hoop woorden aantreffen met een Franse of Nederlandse herkomst, simpelweg omdat men het maar al te goed kon vinden met de Franse en Nederlandse vissersboten die hier de kust aandeden. Mijn favoriete woord met Nederlandse herkomst is het woord “Shim(s)”, dat gebruikt werd i.p.v. “Ghost(s)”, gebaseerd uiteraard op het Nederlandse woord “Schim(men)”.
Aan het begin van de negentiende eeuw was de overheid dusdanig georganiseerd en voorzien van de meest moderne middelen, dat er een einde kwam aan deze oeroude traditie. Zo rond 1840 was het gedaan met de lucratieve ‘vrijhandel’. Maar wat, bedacht ik me, als men nou beschikking had gehad tot de steampunk luchtschepen? Die zouden ongetwijfeld goed gebruikt kunnen worden. Dat was de invalshoek van het verhaal ‘The Rottingdean Rhyme’, waarin we kennis maken met de fictieve Cap’n John Hawkeye, een beruchte smokkelaar uit Rottingdean, evenals zijn kleine dochtertje Alice, die als het ware de ‘vrijhandel’ met de paplepel ingegoten krijgt.
Van luchtschepen begreep ik weinig, behalve dat het me nogal onmogelijk leek om iets met een stoommachine de lucht in te krijgen. Dat maakt niet uit, werd me verzekerd, het is geen sci-fi waarin je tientallen bladzijdes moet wijden aan natuurkundige uitleg van de motoren die je ruimteschip voortstuwen. In steampunk kun je wat dat betreft je fantasie de loop laten. Daar ik altijd een flinke dosis realiteit in mijn fantasie gebruik, had ik er tenslotte voor gekozen om me te beroepen op vele plezierige dagen in Nivon zeilkampen, op de Friese meren. Stoommachines, natuurlijk, maar ook zeilen, en dan ben je toch op de wind aangewezen, en dat snap ik een beetje.
Dat dit me gelukt is, blijkt wel uit de woorden van een Amerikaanse recesent die schreef:
“…absoluut het beste gebruik van luchtschepen dat ik ooit gelezen heb. Als zeilster, ben ik bekend met het gebruik van windrichtingen op een horizontale vlakte – maar dit verhaal maakt het drie-dimensionaal, en gebruikt op een ogenblik alle variaties van windrichtingen en gedrag op een buitengewone manier.”
Doorbouwend op het success van die eerste twee verhalen, besloot ik om een eerste korte steampunk roman te schrijven. Alhoewel aangeduid als een “Sussex Steampunk Tale”, speelt het eerste deel van de series Time Flight Chronicles, zich geheel af in Nederland, en aan de titel Amster Damned, kunt U ook wel raden in welke stad. De hoofdpersoon is Alice, dochter van Captain John Hawkeye, inmiddels volwassen en toe aan haar eigen avonturen.
In mijn eerste gastblog vertelde ik dat ik schrijf voor de Engelstalige markt, en ook waarom. In Amster Damned, echter, zijn er ook Easter Eggs die puur voor de Nederlandse markt bestemd zijn. Een bijziende grachtenschipper die ‘Schele Nelis’ heet, bijvoorbeeld, komt er in voor en een Engelse lezer snapt verder niet waarom die naam grappig is, en zo zijn er nog wat referenties en mopjes. Speciaal voor Tazzy, heb ik er ook even in benoemd dat de ‘juggernaut’ klasse luchtslagschip “De Luchtgeus” gestationeerd was in Den Helder, nogal overbodig wellicht, maar dat vindt ik leuk.
Het boek is door experts heel positief ontvangen. Daarmee bedoel ik mensen die heel actief zijn in de steampunk wereld als schrijver, redacteur en recesent. Het wordt o.a. geprezen voor de bijzonder sterke karakterisering, en daarbij wordt ook specifiek benoemd dat het fijn is dat het een keer niet gaat om de besnorde steampunk gentleman, die gallant zijn kopje thee blijft drinken en zorgt dat zijn modieuze kleding keurig op orde blijft. De meeste karakters komen direct uit sloppenwijken, of arme vissersgezinnen die wat bijverdienen met de smokkel, en zo praten en gedragen ze zich ook.
Naast de kleurrijke karakters, wordt het boek ook geprezen voor een kwaliteit die ik heel bewust nastreefde, en in al mijn boeken te vinden is (zeer zeker ook de Wyrde Woods series), namelijk het presenteren van lokatie op een dusdanige wijze dat de lokatie in feite een karakter wordt in de verhalen, met voortdurende interactie tussen dit ‘karakter’ en andere personages. Ik ben van jongsafaan een zeer grote fan van de verhalen van Thomas Hardy (Tess of the D’Urbervilles, Far from the Madding Crowd, The Mayor of Casterbridge en Jude the Obscure), en die schrijver beheerste die stijl op een sublieme wijze, dus ik ben reusachtig trots dat ik een klein beetje in zijn voetsporen aan het wandelen ben.
Ik heb zeer onlangs een heel mooi compliment gehad van een beroeps steampunk recesent, die schreef: “Uit mijn collectie van bijna 1000 steampunk, cyberpunk en alternatieve Victoriaanse romans, behoord dit boek in de top tien.”
Ik liep te pronken als een trotse pauw, mag ik wel toegeven. Het is niet zomaar iets, dat je eerste steampunk boek door een kenner in de top tien wordt geplaatst, en het beloofd veel goeds voor de rest van de serie. Het grote en ambitieuze plan, is om een achttal boeken te schrijven, een voor elk land waar ik gewoond heb, waar ik bekend met de geuren, kleuren, gebruiken en eigenaardigheden. Het tweede deel zal Brightonesque genoemd worden, en daarna komt ook de rest aan de beurt.
Ook de Wyrde Woods series krijgt nog een aantal vervolgen, maar allereerst ben ik vereerd door de vraag of ik iets heel anders kan schrijven, namelijk een kinderboek over lokale dakloosheid, voor de groep Invisible Voices of Brighton & Hove, als onderdeel van het 2018 Brighton Fringe Festival. Daar ben ik nu druk mee bezig, meestal omringd door snurkende en ronkende daklozen in noodopvang centra, maar ja, dat is wel passend. Ik vindt het natuurlijk ook fantastisch om op deze manier betrokken te worden bij een groot lokaal cultureel evenement. Dat was immers een grote reden geweest om me in Sussex te vestigen, om me te kunnen profileren als regionale schrijver. Als participant aan de Fringe, het tweede grootste fringe festival in het Verenigd Koninkrijk na het beroemde Edinburgh Fringe, is me dat toch aardig aan het lukken. Dit boek gaat On Brighton Streets heten, en als het enigzins lukt, komt het in mei van dit jaar uit.

Foto: schrijver en vriendin bij de Clock Tower Street Kitchen, serveren van warme lunch aan daklozen.

Schrijver van de maand : Maart 2018: Nils Visser

0

MAART ROERT ZIJN STAART

Namaste,

Het was een hele eer om gevraagd te worden als Auteur van de Maand, en wat een mooie start van de lente, dacht ik destijds. Het is alleen vandaag in het graafschap Sussex moeilijk te bevatten dat de eerste lente maand begonnen is. Er ligt aardig wat sneeuw op de heuvel waar ik woon, een ijskoude wind waait dwars door winterkleding heen, en een nieuwe sneeuwstorm is zojuist begonnen.

Omdat ik hier in diverse daklozen projecten werk, sta ik op het rooster voor de noodopvang van zwervers vanavond. Dat geeft me ongeveer een uur de tijd om een introductie blog te schrijven…en ik was nog wel van plan om een spetterend introductie stuk in te leveren. Enfin, dat betekent in ieder geval dat ik niet ingewikkeld en langdradig ga doen, en da’s ook wel zo fijn.

Ik heet Nils Visser en ik ben geboren te Rotterdam in 1970, dus inmiddels 48 jaar oud. Dat is overigens voor mij moeilijker te bevatten dan de sneeuwstorm buiten, hier op de eerste dag van de lentemaand aan de zonnige zuidkust van Engeland. Hoe ik hier beland ben is nogal een verhaal.

Alhoewel mijn achternaam Nederlands is, ik er geboren ben en een Nederlands paspoort heb, ben ik slechts een gebrekkige Nederlander. Mijn ouders werkte in ontwikkelingssamenwerking, dus ik ben voor een groot deel elders opgegroeid. Mijn eerste bewuste herinneringen beginnen op de Centrale Vlakte van Thailand, waar mijn ‘normaal’ bestond uit het wonen in een hut op palen, omringd door een bananen plantage, een kokosboom plantage, en de rijstvelden. Mijn moeder had ooit een foto van het belangrijkste zandpad in het dorp, met daarop een olifant, een auto, en de dorpskinderen (waaronder ik). Wij stonden allemaal om die auto heen, auto’s zagen we zelden, olifanten elke dag.

Toen ik op mijn vijfde naar Nederland terug kwam, sprak ik Nederlands, Engels en Thai, en kon ook in die talen lezen. Vanuit het perspectief van de nieuwbouw wijken in Nieuwegein gezien, was ik een kleine wilde. Het heeft mijn ouders een tijdje gekost om me wijs te maken dat ons achtertuintje, zowel als die van de buren, vrienden en familie, niet geschikt waren om te poepen. Wist ik veel, zover mij bekend liep je de natuur in om daar je behoeften te doen, en dat piepkleine hokje in de gang vond ik maar niets. Als mijn klasgenoten de Indonesiërs of de versbakken Vietnamese vluchtelingen uitmaakte voor ‘spleetoog’ of ‘pinda’ ging ik op de vuist, ik had veel meer in gemeen met die mensen dan dat vreemde volk uit de provincie Utrecht. Mijn moeder moest naar school komen en kreeg kritiek dat ik al kon lezen, en wat schrijven ook al. Dat hoorde niet, dat was niet normaal. Mijn moeder moest overigens regelmatig naar school komen om mijn bestaan te verantwoorden. Ik denk overigens in het algemeen met veel plezier aan mijn schooltijd terug, waar dan ook. Ik had altijd de grootste lol, het was niet traumatisch of zo, ik paste er gewoon niet zo goed in. “Daar heb je hem weer met zijn Thailand,” heb ik vaak gehoord op de lagere school. Mocht mijn moeder weer op komen draven. Het was beter als ik niet meer over mijn referentiekader praatte, ik moest proberen om te assimileren. Normaal doen.

Enfin, U snapt het vast al, dat ‘normaal doen’ werd een hoofdthema in mijn leven, in ieder geval met betrekking tot Nederland. Hier in Engeland vinden ze het wel leuk als je een beetje gek bent/doet. Rond mijn negende was het me gelukt om me in ieder geval voor te doen als een normale Nederlander. Kort na het leren van dit kunststukje, werden we weer uitgezonden, in 1980, naar de hoofdstad van Nepal. Er volgden vier jaar Kathmandu en een internationale school. Daarna kort terug maar wel naar een internationale school, gevolgd door een jaartje in Oklahoma, in de VS, daarna twee jaar in Dar-Es-Salaam, in Tanzania, en vier jaar in de Engelse stad Canterbury. Hierna ook nog langere periodes in Zimbabwe, Egypte en Frankrijk. Gevolgd door bijna twintig jaar Nederland overigens, want ik was verliefd geworden en opeens was dat hele huisje, boompje, beestje en carriere gebeuren interessanter dan ik voorheen dacht.

Wat heeft dit nou precies met mijn schrijven te maken? Heel veel toch wel, meen ik zelf. Ik heb geleerd om de wereld uit heel veel perspectieven te bekijken, heb veel razend interessante mensen ontmoet, en nogal wat meegemaakt, zowel dingen die zeer aangenaam uiterst avontuurlijk waren (denk maar aan bergen, wilde rivieren, de savanna, parelwitte stranden aan de Indische Oceaan, krokodillen, tijgers, leeuwen enz.) als de wat meer nare kanten van het leven (en dood) op deze aardbol. Het zijn allemaal dingen die ik terug zie in mijn boeken, zowel de zes die ik geschreven en gepubliceerd heb, als de verhalen die nu in ontwikkeling zijn. Ik word vooral geprezen om hele diverse en toch realistische karakters, en die kracht in karakterisering (is dat een woord?) komt direct van de kunst om je in heel veel verschillende schoenen te kunnen plaatsen.

Het verklaart ook waarom ik hier nogal een vreemde eend in de bijt bent, want ik schrijf in het Engels. Niet omdat ik denk dat het chiq is of zo, maar simpelweg omdat het nooit in me opgekomen is om in Nederlands te schrijven. Zelfs gedurende die bijna twintig jaar in Nederland dacht en droomde ik in het Engels. Het is voor mij een hele vreemde ervaring om dit allemaal in het Nederlands op te schrijven, dus ik hoop dat het een beetje te lezen is. Helemaal omdat ik dusdanig probeer te formuleren om die akelige d/t te vermijden, ik snap daar dus werkelijk niets van, behalve dat het kennelijk door een schaap op een schip geimporteerd is.

Ik heb sinds ik heb leren lezen boeken bij de vleet verslonden. Voor mij is lezen even essentieel als eten, drinken, slapen enz. Als kind las ik veel jeugdboeken, en daar heb ik wel een Nederlandse achtergrond. Ik verslond alles van Tonke Dragt, maar met name Brief voor de Koning en het Geheim van het Wilde Woud heb ik tot eindeloos toe herlezen. Paul Biegel vond ik ook geweldig, evenals Scheepsjongens van Bontekoe, Slot op de Hoef, en Duco’s Gevleugelde Dromen.

Maar daarna? Op school leerde ik Britse en Amerikaanse literatuur liefhebben. Ik was weg van Shakespeare nadat ik had geleerd had hoe het gelezen moet worden, voornamelijk omdat hij een stiekeme viespeuk was, maar ook vanwege zijn bijzonder breed inzicht in het menselijke zijn. Thomas Hardy was de eerste schrijver die ik tegenkwam waar het mij om de knappe schrijftechniek te doen was. Tolkien en Lewis vanwege de eindeloze fantasie. Stephen King omdat die me destijds met zijn oude werk toch echt wel slapeloze nachten heeft bezorgd. Kinderschrijfster Susan Cooper en Neil Gaiman wegens het magische realisme dat ik erg bewonder. Bernard Cornwell omdat die machtig mooi een spannend avontuur kan neerzetten. Chaucer omdat hij een stiekeme viespeuk was en een geweldig gevoel voor humor had – Pratchett kwam dus ook op die lijst wegens de humor. Op latere leeftijd voegde ik Jo Rowling aan die lijst toe, omdat die eigenhandig hele generaties weer aan het lezen bracht, en natuurlijk ook omdat ik het als Slytherin (Zwadderich?) Quidditch Captain en Coach stiekem wel leuk vond dat Dreuzels van ons bestaan kwamen te weten.

Het is wellicht een vreemde combinatie van boeken en schrijvers als inspiratie, maar dat past dus wel bij mij, heel erg tot een beetje vreemd – maar wel lekker!

Ik ga me nu voorbereiden op een nacht in de opvang met 35 zwervers, in plaats van lekker warm met mijn vriendin in bed. U weet nog steeds niet hoe en waarom ik nu weer in Engeland beland ben. Dat krijgt U nog tegoed van mij, volgende keer. Ik heb mijzelf als het ware bijna letterlijk naar Engeland toe geschreven, dus dan komen die boeken uiteraard ook aan bod. Tot dan.

Schrijver van de maand Januari 2018: Susie Bosveld

0

Susie Bosveld
Al sinds ik een kind was, las en schreef ik graag. Ik kon eerder goed lezen dan goed praten. Pas toen de meeste van ons al korte woorden kon praten kwam bij mij alleen gelach uit. Ik was al kind goed in om op de juiste moment te lachen of andere emoties te tonen. Zo kwamen mijn ouders pas laat achter dat ik niet kon horen omdat ik niet ging praten.  Na een operatie bij de Radboud ziekenhuis kon ik weer uitstekend horen. Maar praten bleef achter. Ik heb de hele basisschool op speciaal onderwijs gezeten, toen al schreef ik graag, maar ik had wel een taalachterstand. Pas een paar jaar geleden heb ik een paar van mijn verhalen, die niet meer waren dan volgeschreven schriften uitgewerkt in een boek. Mijn eerste boek is in 2014 via een POD uitgever genaamd Boekscout uitgekomen. Mijn wens was om mijn eigen boek in mijn handen te hebben, meer niet. In 2016 is Tijdloos uitgekomen ook net als Sanctuary een fantasyboek.  En in 2017 is een boek over mijn kattenopvang uitgekomen.  De laatste jaren schrijf ik bijna elke dag.  Paar maanden geleden was ik even in Zevenaar na een boekenpresentatie geweest en ging daarna een ijsje eten met mijn moeder. Zei ik in een keer. Straks moet ik nog iemand vermoorden. Mijn moeder wist wat ik bedoelde maar de vrouw naast mij had een telefoon al gepakt. Gauw uitgelegd dat het voor een verhaal was. Sinds een paar maanden krijg ik ook elke vrijdag bijles van iemand die Nederlandse les heeft gegeven op universiteiten. Mijn droom is dat mijn volgende boek een Dystopia verhaal met SF invloeden uitgegeven wordt door een regulieren uitgever.  
Naast schrijven heb ik ook een particulieren kattenopvang met op dit moment 17 oude/wilde en probleemkatten.  In November hebben wij 3 wilde Roemeense kittens binnengekregen, moeder is vermoord op afschuwelijke wijzen. Deze 3 zijn gered,  ze waren 6 maanden oud maar nog kleiner dan een kitten van 3 maanden en zo bang voor alles. Het geeft zo een goed gevoel als ze voor het eerst spelen, spinnen en kitten zijn.  Ik ben ook mantelzorger voor mijn moeder en heb een website waar ik spullen op verkoop.  Door schrijven kan ik veel emotie,s kwijt. Ik gebruik ook veel dingen van mijn omgeving in mijn boeken.  Heerlijk om die vervelende altijd klagende……vrouw te verwerken in een personage,s , die wat gruwelijks meemaakt.  Tijden zijn op dit moment niet erg makkelijk ivm financieel omstandigheden ben ik na jaren gestopt met mijn winkel. Maar schrijven en ook lezen helpen mij door deze tijden.

Schrijver van de maand September 2017: Pen Stewart- De Boeken

0

 

 

Kun je een stukje schrijven over je boeken.

De afgelopen jaren heb ik twee verhalenbundels gepubliceerd en diverse korte verhalen. Zowel in  ‘Nanokanaries en Olifantenhersenen’, als in ‘Tijd M.A.N. Chine’ staan diverse korte verhalen en een novelle. De achtergronden en het ontstaan van al die verhalen hangen onlosmakelijk samen met de vele schrijfwedstrijden waaraan ik heb deelgenomen in de afgelopen vijf/zes jaar. Het zijn meestal de toppers uit die wedstrijden. Zo won het verhaal ‘Nanokanaries en olifantenhersenen’ de feniksprijs op de Harland Awards, enkel jaren terug. De novelle ‘De Distortiaanse linie’ werd dan weer vijfde op een YA schrijfwedstrijd in Nederland. Die novelle ben ik op dit moment samen met kunstenaar Marten Blom aan het bewerken tot een beeldroman: Distortia. Een geweldig leuk en artistiek project in samenwerking met uitgeverij Ambilicious.

Ondertussen schreef ik echter ook verder aan een fantasy-reeks, en ging ijverig op zoek naar een geschikte uitgever. Dat verliep niet bepaald van een leien dakje. Mijn manuscript ‘Wintercode’ stond ooit op de longlist van de Luitingh-manuscriptenwedstrijd, nu ongeveer vijf jaar geleden. Dat was een heel prille versie van het boek, waar nu eerlijk gezegd nauwelijks nog iets van is weer te vinden. Diverse uitgevers wilden “Wintercode” de afgelopen jaren uitgeven of hadden ernstige interesse om dat te doen. Toch kwam het telkens niet tot publicatie. Dat was aan diverse factoren te wijten. In verschillende gevallen was voor mij ‘de artistieke klik’ er niet, en vaak waren het betaaluitgevers, iets wat ik pertinent ben blijven weigeren. Ik wil mijn lezers de beste kwaliteit bieden, en die krijg je eigenlijk enkel bij een uitgever die vol op investeert in het boek om een lezerspubliek voor zich te winnen. Ik wou Wintercode dus enkel en alleen via een reguliere uitgever publiceren, die de nodige redactie liet doen, en dan bedoel ik échte redactie, zoals  een grote uitgeverij dat ook doet, en niet enkel wat tekstcorrectie.

En zo kwam ik na veel omzwervingen en vijf jaar zoeken uiteindelijk bij Jasper Polane terecht en Quasis Uitgevers. Een heel bewust klein blijvende uitgeverij die zich richt op absolute kwaliteit, zowel naar de lezer, als naar de auteur toe. En dat blijkt een ‘golden match’ te zijn. Door hun specifieke artistieke achtergrond begrepen Jasper en Petra Polane nog beter dan ik waar dit boek heen moest, en hoe het zich volstrekt kan onderscheiden van andere boeken. Zo ontstond wat ik ondertussen het ‘Wintercode kunstproject’ noem, een samensmelting van mijn schilderwerk en mijn schrijfwerk. Ik maakte meer dan twintig schilderijen voor Wintercode. De bedoeling daarbij was om zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven. Vaak zijn illustraties in fantasyboeken toch nog behoorlijk clichématig van opbouw en stijl en blijft men in ‘de Tolkien-vormgeving’ hangen. Elfen, draken, etc. Niets mis met Tolkien en de prachtige wereld die hij geschapen heeft, maar ik wil graag mezelf zijn. Ik schilder vrij impressionistisch, en zelfs expressionistisch, en dat zie je in de illustraties. Als je naar de covers van mijn verhalenbundels kijkt, en naar mijn splinter ‘Opgejaagd’, dan is het zo mooi om diezelfde, eigen karakteristieke stijl terug te zien in Wintercode. Het geeft een geheel eigen sfeer aan mijn boeken en verbind hen.

Schrijver van de maand September 2017: Pen Stewart- Even voorstellen.

0

 

 

pen stewart

Ik ben, denk ik, een kunstenaar in hart en ziel, geen ontkomen aan.

Al toen ik pas 13 was, wilde ik al kunstenaar worden. Het duurde echter heel lang alvorens ik dat zelf ten volle kon accepteren, want het is allesbehalve de gemakkelijkste weg, en het leven duwde me eerst een volstrekt andere richting uit. Dat gaat beetje bij beetje, door voorvallen, keuzes, calamiteiten en/of opportuniteiten die op je pad komen.

En dan komt er opeens een dag dat je stilstaat, naar je leven kijkt, en de conclusie trekt dat je wel erg ver bent afgedwaald van wat jij nou eigenlijk wou doen, wou zijn. Dat je beseft dat het leven in deze maatschappij met al haar stereotype eisen en verwachtingen, je evengoed staat als een aardappelzak.

Het was een groot keerpunt, en een dat een pak praktische aanpassingen en offers vergde. Ik ging halftijds werken, bijvoorbeeld. Ik ging opnieuw studeren, en deze keer de richting die ik altijd al had willen doen: schilderkunst. En ik ging opleidingen volgen om mijn schrijven te verbeteren, omdat ik wist: dit is het, dit wil ik de rest van mijn leven blijven doen: kunst maken, verhalen schrijven die mensen in hun hart raken en hen doen nadenken over de wereld om hen heen, en die hen kunnen aanzetten hun visie over die wereld zelf bij te stellen, ten goede van hen en de mensen om hen heen.

Maar ook: verhalen die hen tezelfdertijd een goede tijd bezorgen vol avontuur en spanning, om hen ook even uit onze wereld te halen, die soms zo zwaar kan zijn om te dragen, zo stresserend. Zodat ze er met hernieuwde energie, én inzichten weer tegenaan kunnen.