Schrijver van de Maand

Veel schrijvers verdienen extra aandacht!

Dus hieronder ga je per maand de schrijver van de maand vinden!


September 2017

pen stewart

Ik ben, denk ik, een kunstenaar in hart en ziel, geen ontkomen aan.

Al toen ik pas 13 was, wilde ik al kunstenaar worden. Het duurde echter heel lang alvorens ik dat zelf ten volle kon accepteren, want het is allesbehalve de gemakkelijkste weg, en het leven duwde me eerst een volstrekt andere richting uit. Dat gaat beetje bij beetje, door voorvallen, keuzes, calamiteiten en/of opportuniteiten die op je pad komen.

En dan komt er opeens een dag dat je stilstaat, naar je leven kijkt, en de conclusie trekt dat je wel erg ver bent afgedwaald van wat jij nou eigenlijk wou doen, wou zijn. Dat je beseft dat het leven in deze maatschappij met al haar stereotype eisen en verwachtingen, je evengoed staat als een aardappelzak.

Het was een groot keerpunt, en een dat een pak praktische aanpassingen en offers vergde. Ik ging halftijds werken, bijvoorbeeld. Ik ging opnieuw studeren, en deze keer de richting die ik altijd al had willen doen: schilderkunst. En ik ging opleidingen volgen om mijn schrijven te verbeteren, omdat ik wist: dit is het, dit wil ik de rest van mijn leven blijven doen: kunst maken, verhalen schrijven die mensen in hun hart raken en hen doen nadenken over de wereld om hen heen, en die hen kunnen aanzetten hun visie over die wereld zelf bij te stellen, ten goede van hen en de mensen om hen heen.

Maar ook: verhalen die hen tezelfdertijd een goede tijd bezorgen vol avontuur en spanning, om hen ook even uit onze wereld te halen, die soms zo zwaar kan zijn om te dragen, zo stresserend. Zodat ze er met hernieuwde energie, én inzichten weer tegenaan kunnen.

 


Augustus 2017

Johan Klein Haneveld

Een carrière vol dinosauriërs

 

Geschreven door: Johan Klein Haneveld

 

Van het schrijven van mijn eerste boek herinner ik me helaas weinig meer. Maar goed, ik was toen nog maar acht jaar oud. Het was bovendien een non-fictie, getiteld ‘Fosielen en levende fosielen’. Kennelijk had ik eerst de inhoudsopgave opgesteld, met titels als: ‘Zit er  nog een dinosaurus in de Kongo?’ en ‘Is de buidelwolf uitgestorven?, en begon ik pas daarna aan het boek zelf, want dat ging over heel andere zaken. Zoals de ‘evolutieteorie van Chales Dawin’ en dat die fout was – zo had ik het immers in de kerk geleerd. Tegelijk tekende ik echter wel stambomen van het leven en een schema van de evolutie van landplanten. Vervolgens een pagina met schetsen van verschillende dinosaurussen, slangen en hagedissen en een dwarsdoorsnede van een vulkaan.

Op school kregen we regelmatig opstellen te schrijven. De opdracht bestond meestal uit een enkel woord of een zin. Ik weet nog dat ik ervoor koos een verhaal te schrijven op basis van de opdracht ‘Het grote geluk van domme Daan’ – Daan bleek daarin iemand te zijn die bij Loch Ness bivakkeerde om het mythische monster op de gevoelige plaat vast te kunnen leggen. Het schrijven van opstellen beviel me erg goed. Zo goed, dat ik het liefst vaker wilde doen dan een of twee keer per jaar. Toch duurde het even voor het kwartje viel dat ik ook thuis gewoon verhalen kon schrijven. Toen ik elf was zette ik mijn verhaal ‘De mosasaurus’ op papier. Hierin slaat in het Krijttijdperk een bliksem in zee in, waardoor een mosasaurus wordt verplaatst naar onze tijd en terecht komt in openluchtzwembad De Hoorn in Alphen aan den Rijn. Mijn tweede verhaal? Dat was ‘De Nessiteras rhobopteryx’ – over, jawel: het monster van Loch Ness.

Iets anders waar ik dat jaar mee begon was het zelf verzinnen van landen. In de KIJK (een tijdschrift dat ik toen elke maand las, samen met Grasduinen en Natuur en Techniek) las ik over geofictie – een hobby waarbij liefhebbers hun eigen landen bedenken, compleet met kaarten, geschiedenis, vlaggen, munten en ga zo maar door. Ik had uiteindelijke meerdere landen verzonnen, waaronder Kartaalmonland. Mijn door mijn enthousiasme aangestoken klasgenoten tekenden kaarten van hun eigen landen, maar ze waren niet zo enthousiast als ik. Ik schreef namelijk een hele geschiedenis van mijn land, vanaf de Middeleeuwen, compleet met troonopvolgingen en oorlogen, vanaf de eerste koning Kart, tot de invasies van het buurland Bolland. En ik beschreef uitvoerig de planten en dieren die in Kartaalmonland voorkwamen. Zo leefde in de bergen het zelden geobserveerde ‘Kartaalse monster’ – een wezen dat op mijn tekeningen wel erg veel weg had van een dinosaurus.

Toen ik op de middelbare school zat, stelde een vriendje voor om samen een boek te gaan schrijven. We zouden om de beurt een pagina schrijven. Ik had daar wel oren naar. Maar na twee pagina’s hield hij het voor gezien. Ikzelf had echter het verhaal al in mijn hoofd zitten, en schreef vrolijk door. Tegen die tijd had ik een typecursus gevolgd, wat het veel makkelijker maakte. De hoofdpersonen John en Cliff beleefden avonturen met op afstand bestuurde haaien, varanen en goudsmokkelaars. Een paar jaar later besloot ik opnieuw te beginnen. John werd Joost, een Japanse vrouw werd aan het gezelschap toegevoegd, en in hun eerste avontuur strotten ze neer op een eiland dat werd bevolkt door dinosauriërs en andere prehistorische wezens. De titel? ‘Het eiland der pterodactylen’. Er volgden in de serie twee boeken over haaien, een over olifanten, een over krokodillen en een over reuzenbidsprinkhanen uit de toekomst.

Er begint voor de aandachtige lezer waarschijnlijk een patroon te ontstaan. Ja, natuurlijk heb ik altijd het verlangen gehouden om een boek te schrijven over dinosauriërs. Ik ben namelijk nog altijd door ze gefascineerd, blijf op de hoogte van de nieuwste opgravingen en ontdekkingen, en ga erg graag naar natuurhistorische museums. Een origineel verhaal schrijven over dinosauriërs is echter nog niet zo makkelijk. Tijdreizen? Dat hebben zoveel schrijvers al gedaan. Andere planeten? Dat de evolutie daar gelijke paden had gevolgd als bij ons leek me onwaarschijnlijk. Klonen? Michael Crichton en Steven Spielberg hadden het gras al voor mijn voeten weggemaaid. Behalve een fanfictieverhaal waarbij Indiana Jones terechtkwam op de verloren wereld uit de boeken van Arthur Conan Doyle, maar waar de dieren lijken op die uit de Jurassic Park-film, richtte ik me daarom op andere onderwerpen. Gelukkig had en heb ik een brede interesse. ‘Neptunus’, dat ik begon te schrijven in 1998 toen ik 22 was, speelt zich af in een bij die planeet gestrand ruimteschip, waarbij er sprake lijkt te zijn van sabotage. In ‘Het wrak’ krijgen duikers te maken met een Queensland reuzenzeebaars. ‘De derde macht’ is gesitueerd op Mars, waarbij de terraformatie al een eindje op weg is: in de Marinerisvallei leven wolven. Uiteindelijk wist ik zelfs mijn zelf verzonnen Kartaalmonland in een boek te verwerken. ‘De Krakenvorst, boek 1: Keruga’ speelt zich voor een groot deel af in Kartaalmon, en de door mij zo vroeg al opgetekende geschiedenis, compleet met koning Kart en het agressieve buurland maken er deel van uit. Voor het Kartaalse monster had ik geen plek in het verhaal, maar wel voor een zeewezen met tentakels – en zeedieren spreken gelukkig ook tot mijn verbeelding.

Het bleef echter kriebelen. Toen ik las over wetenschappers die met behulp van genetische modificatie kippen wilden kweken met de eigenschappen van dinosauriërs, sloeg de vonk over. Ik begon met een kort verhaal over een man die wordt achtervolgd door een groep ‘raptors’. Hij ontsnapt aan ze door tegen een kilometers hoge wand op te klimmen. Wat blijkt? Hij bevindt zich aan de binnenkant van een uitgeholde asteroïde, en behalve de door mensen teruggefokte dino’s is er niets in leven gebleven … Dat bleek nog maar het begin, want waarom wilde die man zo’n holle asteroïde binnendringen? Wat hoopte hij er te vinden? Het groeide uit tot mijn novelle ‘Conquistador’, het titelverhaal van mijn eerste verhalenbundel. Een bundel die erg goede recensies heeft gekregen, waaronder vergelijkingen met schrijvers als Arthur C. Clarke en Isaac Asimov. Wat mij echter het meest bevredigt is dat ik een boek heb geschreven waarin dinosauriërs voorkomen. Er is in de bundel zelfs nog tweede een verhaal dat hint naar teruggebrachte oerwezens … Heb je hem nog niet gelezen? Je kunt hem bestellen bij Godijn Publishing, of bij Bol natuurlijk.

Dinosauriërs zullen helaas nog even ontbreken in mijn volgende boeken. Eerst verschijnt op 16 december ‘De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon’, het slot van mijn tweeluik, waarbij de toekomst van Kartaalmon op het spel staat en hoofdpersonen Tarid, Alecia en Frelik tot het uiterste beproefd zullen worden. Dan komt volgend jaar mei mijn tweede bundel uit bij het Boek10-project. Ik heb deze zomer een SF-roman geschreven die nu bij mijn uitgever ligt en ga dit jaar beginnen aan een Young Adult-trilogie (ook weer science fiction). Maar ondertussen blijven uitgestorven dieren mijn verbeelding prikkelen. En ooit, ooit, komen ze terug in mijn verhalen …

 


Juli 2017

Johanna Lime

 

  • Waarom kiest u voor een bepaald onderwerp?

De onderwerpen die in onze boeken naar voren komen, horen bij de verbeeldingswereld die we in de loop van de tijd hebben bedacht. De personages uit onze boeken kennen wij al langere tijd omdat we over hen sinds 1982 dagboeken hebben geschreven. Marjo schreef dagboeken van bepaalde personages en Dinie schreef dagboeken van andere personages. In onze boeken komt dat bij elkaar. De personages zijn als het ware al dagboekschrijvend gegroeid en ze groeien nog steeds. We hebben werelden voor hen bedacht met koninkrijken die bestaan uit vijf planeten. Werelden waarin goden en godinnen voorkomen die zich in allerlei manifestaties aan de mensen tonen en die de Avatars worden genoemd.

Een belangrijk gegeven is, dat de mensen van Aarde werden verbannen omdat ze voorspellingen deden van natuurrampen die ook echt plaatsvonden. Maar dat boek moeten we ooit nog eens gaan schrijven. De bannelingen van Aarde kwamen op een godenplaneet terecht, op Eibor Risoklany. Meer hierover is te lezen in ons scheppingsverhaal ‘De wording van Chyndyro.’ Dit verhaal is ons eerste korte verhaal van 2012 voor de Paul Harland Prijs en is, na verschillende keren herschrijven en verder uitwerken, nu een e-book op Smashwords. Zes draken scheppen Chyndyro in opdracht van de Avatars.

De vraag ‘Wat als?’ speelt natuurlijk een belangrijke rol voor ons als schrijfsters, want dit is de vraag die je nodig hebt bij fantasyverhalen. We gebruiken onderwerpen uit (bijzonder) nieuws en we verweven al onze interesses in onze boeken. Deze interesses zijn: astrologie, tarot, intuïtieve ontwikkeling, parapsychologie, RPG computergames en bordspellen, astronomie, symboliek, interesse in religies, sff films en dergelijke.

Wat als de Avatars een vloek over het volk uitspreken waardoor de macht die eerst bij vrouwen lag nu bij de mannen terechtkomt, of andersom. Wat krijg je dan voor een wereld? Welke problemen zijn er?

Wat als de magische dynastieën het weer niet met elkaar eens konden worden? Wat gebeurde er nadat Kamilia Arras in ons debuut Schimmenschuw van Chyndyro verdween? Kwam er echt een oorlog en welke gevolgen had die? Weten de magische families van vroeger nog wel dat ze een speciale gave van de goden hebben gekregen? Wat gebeurt er na ruim drie millennia nog met die magie?

Wat gebeurt er als de energie die voor de moderne techniek nodig is uit magie bestaat? Kun je zulke energie wel de baas blijven?

Het eerste deel van trilogie ‘De vergeten vloek’, ‘Sluimerend vuur’, gaat om dit soort vragen. We laten zien wat er in het koninkrijk Laskoro, dat bestaat uit de planeten Laskoro, Chyndyro, Sandyro, Cupiddo en Pseion, gebeurt wanneer de jongste prins zijn vader als koning op zal moeten volgen, in een tijd dat er schermutselingen in de ruimte plaatsvinden. De handelsvloot wordt aangevallen en wie de vijand is blijft lange tijd onbekend. Hoe verdedig je het volk tegen een onzichtbare vijand?

Ons eerste boek, Schimmenschuw, gaat over een meisje dat als enige geesten ziet en op school wordt gezien als een zonderling. Het verhaal is bedacht naast de verhalen uit de dagboeken die we al hadden. We moesten voor een wedstrijd een op zichzelf staand manuscript schrijven. Achteraf is dat goed geweest, want in Schimmenschuw worden de families geïntroduceerd die het belangrijkst zijn voor de werelden waarin de trilogie zich afspeelt. Schimmenschuw is mede geplot met elementen die grotendeels gebaseerd zijn op een computerspel dat we ooit fanatiek hebben gespeeld, maar daarbij moesten we de verhaallijn aanpassen aan het echte leven dat een middeleeuwse setting kreeg omdat het zich in het verleden afspeelt. De magische dynastieën en de soorten magie komen bij ons uit de astrologie waar sprake is van elementen en dynamiek.

 

  • Hebt u het verhaal van de boeken meegemaakt?

Ja, in onze dromen (denk ik). Aangezien we schrijfsters zijn van fantasy, komt het niet vaak voor dat de gebeurtenissen zich werkelijk voordoen. Hoewel er altijd autobiografische elementen in het verhaal sluipen. Kamilia werd op school gepest omdat ze anders was dan anderen. Dat herkennen Marjo en Dinie allebei.

Om over magie te kunnen schrijven, is het nodig om te weten welke natuurkrachten er zijn. Er is onderzoek nodig om te bedenken welk effect spreuken kunnen hebben. Bij fantasy moet het ongeloofwaardige geloofwaardig gemaakt worden. Daar moet je goed over nadenken, want wanneer het niet klopt, verliest de lezer zijn aandacht.

 

  • Schreef u als kind ook al veel verhalen?

Ja, Marjo schreef artikelen voor een geheim clubblaadje. Op haar negende won ze de derde prijs bij een opstellenwedstrijd van school. Van het prijzengeld kon ze een boekje kopen over ‘The Thunderbirds’ en dat was de aanleiding om te gaan fantaseren over werelden in de ruimte, want als ‘The Thunderbirds’ nu eens niet op een eiland gesitueerd waren maar op andere planeten? Het balletje ging rollen en de wereldbouw was een feit.

Dinie bedacht als kind veel verhalen, maar schreef ze (nog) niet op. Ze dacht er wel vaak over na, vooral toen ze met geschiedenisles op school leerde over alchemie. Ze zocht toen van alles over dit onderwerp op en wist binnen korte tijd al veel over de steen der wijzen en dergelijke. Bij een les in het voortgezet onderwijs werd zijdelings iets over Nostradamus losgelaten. Daar ging Dinie direct over lezen. Ze had ook veel belangstelling voor astronomie en droomde ervan dat te gaan studeren. Maar dat ging niet door. Wel kwam ze de opmerking tegen dat astrologie de moeder is van alle wetenschappen. Vandaar dat ze, samen met Marjo met wie ze in die tijd ook al veel optrok, astrologie ging bestuderen en van het een kwam het ander. Esoterie en psychologie volgden. Populair wetenschappelijk werk vonden we geweldig om te onderzoeken en in die tijd kwamen er op de tv natuurlijk ook series als Star Trek en later kwamen de films van Star Wars in de bioscoop, waardoor onze interesse in science fiction werd gewekt.

De kennis die we hebben opgedaan, speelt mee bij het bedenken van verhalen. Er is een bepaalde mate van kennis nodig om verder op door te fantaseren.

 

  • Hebt U zelf ook kinderen en vinden die het leuk dat U een boek hebt geschreven?

Wij hebben ervoor gekozen om als twee vrouwen samen te wonen en we hebben daarom geen kinderen. Het gezin waar Dinie deel van uitmaakte was op haar na overleden toen we serieus begonnen aan het schrijven van romans. Marjo’s jongste broer was ook al te vroeg gestorven. We denken dat Dinie’s ouders en haar broers en zus het erg leuk hadden gevonden wanneer ze hadden geweten dat ze ooit een boek zou schrijven. Marjo’s ouders zijn te oud om het echt goed te lezen, haar broer vindt het erg leuk. Hopelijk gaat neefje Charly de boeken ooit nog eens lezen, wanneer hij wat ouder is.

  • Maakt u de kaften zelf?

De kaften voor de e-books met korte verhalen die op Smashwords staan, maakt Marjo zelf.

De kaften van de romans worden bepaald door uitgeverij Zilverbron. Wij hebben wel suggesties aangereikt en de draak met de ruimte erachter zoals die Sluimerend vuur staat aan de uitgever voorgesteld, maar hij is toch nog iets anders geworden. We vinden de omslagen die Zilverbron voor ons maakt erg mooi.

 

  • Hebt u naast het schrijven nog een andere baan?

Nee, Dinie is op 1 september 2016 met pensioen gegaan en Marjo is al gauw daarna met vroegpensioen gegaan omdat het vinden van een nieuwe baan op haar leeftijd niet meer lukte. Sindsdien hebben we wel meer tijd voor schrijven dan in de tijd dat we beiden werkten, maar het is een uitdaging om ook echt de uren vrij te houden en daadwerkelijk aan de slag te gaan. Op het moment hebben we veel andere verplichtingen, zoals de mantelzorg aan Marjo’s ouders.

 

  • Denkt u dat u rijk wordt van schrijven?

Die hoop hadden we wel. Er verschenen verhalen over hoe rijk J.K. Rowling geworden was doordat ze Harry Potter schreef en we dachten dat het ons ook wel zou lukken, want onze verhalen zijn heel erg de moeite waard. Maar schrijven is een vak dat je met veel vallen en opstaan moet leren. Wanneer je een manuscript hebt, is het heel duur om je verhaal uit te geven in een heus boek. In Nederland is het voor ons godsonmogelijk gebleken om een goede traditionele uitgever te vinden voor een fantasyboek. Gelukkig is Zilverspoor er ook nog!

Je wordt niet rijk van schrijven. Je hebt alleen wel de voldoening dat het boek waar jij de auteur van bent in de bibliotheek op de boekenlijst staat en dat het te koop is voor wie dat wil. Verder moet je maar denken dat het een uit de hand gelopen hobby is. Een hobby kost immers altijd geld? Dat is bij schrijven ook zo. Misschien wordt het beter als we in de toekomst meer boeken op de markt krijgen.

We zijn er wel rijk van geworden wanneer je bedenkt dat we altijd al onze verhalen wilden openbaren aan de wereld om ons heen, dat dit ook werkelijk gebeurd is en nog steeds gebeurt. We willen graag dat lezers even uit de waan van alledag kunnen vluchten en in onze verbeeldingswereld vertoeven. Dat maakt het mooi, vooral wanneer ze ons vertellen via recensies of berichtjes wat ze ervan vonden. We snappen wel dat niet iedereen dezelfde smaak heeft, maar zijn erg blij als we gelijkgestemde zielen vinden die ons werk kunnen waarderen.

 

  • Wat ligt er op uw nachtkastje?

Dinie heeft geen nachtkastje. Onder haar hoofdkussen liggen een paar puzzelboekjes, waar ze voor het slapengaan even in puzzelt. Dat blijkt voor haar één van de manieren te zijn om in slaap te komen. Lezen doet ze meestal wanneer ze overdag een uurtje of zo niets anders te doen heeft.

Marjo heeft altijd een leesboek op de kast naast haar bed liggen, want ze doet mee aan de jaarlijkse leesuitdaging van Goodreads en/of Hebban. Op het moment ligt ‘Bloedengel’ van Roselynd Randolph daar, een heel spannend boek met een intrigerend thema. Marjo leest heel veel boeken die ze op Elfia, Keltfest, Castlefest en dergelijke evenementen heeft gekocht, veel ervan zijn van Zilverspoor. Wie denkt dat er geen goede Nederlandstalige fantasy, science fiction of horrorauteurs zijn, moet die boeken echt maar eens gaan lezen. Marjo vindt deze boeken echt heel goed en ze heeft heus wel vergelijkingsmateriaal. Het vooroordeel dat Nederlandse fantasy niets voorstelt moet nu maar eens overboord gegooid worden. Wat is er beter dan in je moedertaal te lezen?

 

  • Waar en wanneer schrijft u en hoeveel uur per week?

We schrijven in de woonkamer waar we achter onze laptops zitten. Soms komt er weinig van en is het een kwartier per dag, dat is vooral wanneer er veel zorgen zijn en onze aandacht nodig is bij problemen met de gezondheid van familieleden. Maar als we echt onze aandacht goed bij het schrijven kunnen houden, is het vaak vijf of meer uur per dag. De maanden van de NaNoWriMo (april, juli en november) zijn een fijne stok achter de deur om intensief aan schrijfprojecten te werken en ook de redactie van een roman geeft een heerlijk drukke tijd. Ook de verschillende korte verhalenwedstrijden met hun deadlines geven een extra prikkel. Wanneer er inspiratie nodig is en een brainstorm voor een kort verhaal of wanneer er nog veel geplot moet worden aan een roman, is het even wat lastiger om tot schrijven te komen.

 

  • Wat zijn uw hobby’s?

Dinie puzzelt graag (sudoku, tectonics, cryptogramman, breinbrekers) en houdt van computerspelletjes.

Marjo tekent op de computer en bewerkt foto’s.

Samen schrijven we en kijken we graag naar dvd’s.

 

Meer over Johanna Lime:

Websites: https://johannalime.wordpress.com/ ; https://schimmenschuw.wordpress.com/ ; https://devergetenvloek.wordpress.com/

Smashwords voor e-books of pdf van korte verhalen: https://www.smashwords.com/profile/view/JohannaLime2

Facebook: https://www.facebook.com/johannalime2/

Johanna Lime boeken in de online winkel van Zilverspoor:

https://www.artbooksshop.com/search/?search=Johanna+Lime

 

 


Juni 2017

sd1

Sophia Drenth

Schrijven overkomt me. De woorden zijn een onstuitbare kracht die me in hun greep houdt. De onderwerpen kiezen mij en ik heb daar verder weinig over te vertellen. Zo is Bloedwetten ontstaan naar aanleiding van een huiveringwekkende nachtmerrie.

In die droom werd ik door een groep monsterlijke figuren Ath’vacii gemaakt (geen idee op dat moment natuurlijk dat mijn ‘vampiers’ zo zouden gaan heten). Ik ervoer de gebeurtenissen alsof ze echt plaatsvonden: ik werd tegen mijn wil veranderd in het monster dat ik verafschuwde. Mij overkwam wat hoofdpersoon Roan Storm in Bloedwetten: Vonnis overkomt. De haat van degenen die van mij dat monster maakten was tastbaar en die haat was wederzijds. Boven alles regeerde het gevoel dat wat ze ook met me deden, ik het spel niet zou meespelen.

Uit die beelden werd het verhaal geboren over de hoerenzoon die het tot gerespecteerd politicus schopt, voortgedreven door een blinde wraakzucht. De man die het monster wordt dat hij verafschuwt en de wetten van de Ath’vacii naar zijn hand zet door zich alleen met zijn eigen bloed te voeden.

Zodra ik wakker schrok heb ik me koortsachtig aangekleed en ben gaan schrijven, terwijl ik dat al jaren niet meer had gedaan. En ik schreef net zolang door tot ik een boek (Bloedwetten: Vonnis) in handen had en nu is deel twee (Bloedwetten: Verlossing) vorige maand uitgekomen. Ook staan er diverse bronvertellingen in de planning, verhalen over hoe diverse bijfiguren uit Bloedwetten ertoe zijn gekomen om Ath’vacii te worden. De eerste daarvan (Zwart hart) is vorig jaar bij Quasis Uitgevers in de serie Splinters gepubliceerd.

Ik ben niet het soort schrijver dat schrijvend uit de baarmoeder is gekropen. Ook ben ik niet een fervent lezer. De eerste keer dat ik de schrijfdrang proefde en per se een verhaal wilde vertellen omdat ik alles tot in detail voor me zag en de emoties door me heen kolkten, was tijdens een opdracht op de lagere school toen ik een jaar of twaalf was. Voor een boek met een open eind moesten we een vervolg schrijven. Jammer genoeg weet ik niet meer welk boek dat was. Ik weet alleen nog dat het over twee broers ging, wezen volgens mij. Daarna heb ik jarenlang niets meer met schrijven gedaan, terwijl mijn verhaal tot het beste van de klas werd gekozen.

Pas op mijn zestiende heb ik het serieus opgepakt. Nadat ik de reeks Elric of Melniboné van Michael Moorcock las. Het was een eyeopener voor mij dat je fantasy kon schrijven maar daarin toch echte gevoelens en onderwerpen kan verwerken. Fantasy is voor mij een soort dekmantel die mij onbelemmerd laat schrijven over zaken die ertoe doen, zoals het voor andere schrijvers bijvoorbeeld bevrijdend is om onder pseudoniem te werken.

Naast schrijver ben ik selfpubber, omdat mij dit de mogelijkheid geeft om mijn werk voor het publiek beschikbaar te maken. Dat ik al met mijn sieraden op beurzen stond heeft het zeker gemakkelijker gemaakt om deze stap te nemen: gewoon mijn koopwaar een beetje indikken en mijn boeken erbij verkopen. Jaren geleden was ik opgehouden met schrijven omdat het me niet lukte bij een uitgeverij binnen te komen. Toen het schrijfvirus met volle kracht terugkeerde dankzij die nachtmerrie heb ik me lang afgevraagd wat ik ermee moest doen, want de kans om in het fonds van een grote uitgever te worden opgenomen was nog steeds enorm klein. Selfpubben en het eerste boek door middel van crowdfunding financieren bleek het antwoord.

Ik zal heel eerlijk zijn: hoewel selfpubben een groot avontuur is, kunnen bepaalde aspecten ervan me gestolen worden. Bakkeleien met drukkers bijvoorbeeld. Ik zou veel liever mijn energie volledig aan het schrijven wijden. Dat het selfpubben zo inspannend is komt ook doordat ik ervoor heb gekozen om de boeken op dezelfde wijze uit te geven zoals een ‘echte’ uitgever zou doen. Ik koop alle diensten in en dat kost een lieve duit, maar toch zou ik het niet anders willen. Het is wat mij betreft ondenkbaar om een halfbakken product op de markt te zetten. Maar het is een kostbare aangelegenheid en niet alleen op financieel vlak: het is een weg van vallen en opstaan en het wiel telkens weer opnieuw uitvinden.

Achter mensen aan hollen is dus niet mijn favoriete tijdverdrijf, maar lezers ontmoeten en op beurzen staan, waar ik over mijn werk kan vertellen, daar krijg ik geen genoeg van. Dat vind ik bijna even leuk als schrijven.

Momenteel ben ik met twee korte verhalen bezig die ik een paar dagen geleden nog niet zag aankomen. Tot mijn stomme verbazing hebben ze niets met Bloedwetten te maken. Het worden zeer waarschijnlijk inzendingen voor schrijfwedstrijden. Ik concentreer me momenteel op korter werk, omdat het schrijven en uitgeven van Bloedwetten: Vonnis een uitputtingsslag was. Het is het moeilijkste plot wat ik ooit heb geschreven en het hele boek lang is er weinig sprake van flow geweest. Ik ben er langer dan anderhalf jaar bijna dagelijks mee bezig geweest. Binnenkort zal ik aan de bronvertellingen van madame LaSoeur en de monsterlijke Ath’vacii Ravàn en Kushir beginnen. Ze zeuren namelijk mijn kop van mijn romp en ze hun zin geven is de enige manier om ze het zwijgen op te leggen.

Wil je meer lezen over Bloedwetten? Dat kan op www.bloedwetten.com. Daar kan je de eerste hoofdstukken van beide delen gratis lezen. Op mijn Facebookpagina blijf je op de hoogte van alle laatste nieuwtjes: https://www.facebook.com/Bloedwetten/

Geniet van de zomer, lieve mensen. Met een goed boek erbij of zo.

sd2

Een Bloedwetten-bronvertelling

Yan ontsnapt aan het juk van de witkoppen met het voornemen de Sahandran te vinden. Deze zogenaamde nachtsluipers kunnen tijden hun transformatie van mens naar monster elke vorm aannemen die ze willen. Zo zal hij eindelijk sterk genoeg worden om zijn moeder, zus en broers uit handen van de slavendrijvers te bevrijden. Maar Habu, de vervrongen god, heeft een bijzonder plan voor hem in petto.

Zwart hart verhaalt over de wording van de ongrijpbaarste Ath’vacii Ontdek hoe het noodlot Jean Darvas Collignon trof.


April 2017:

Arwen Mannens

  • Waarom kiest u voor een bepaald onderwerp?

Ik heb niet echt gekozen voor een onderwerp, maar ben in het verhaal gerold. Als kind schreef ik “jongerendrama” met specifieke onderwerpen (anorexia, borderline, autisme…). Toen ik zestien was wilde ik zelf een land creëren met een eigen cultuur, taal, godenrijk…

Net als vele tieners worstelde ik met wie ik was en wie ik wou zijn. Ik hoopte de “demonen” in mijn hoofd te bevechten met de orks en trollen in mijn verhalen. Ik ben vertrokken vanuit een herkenbare setting en bracht een onwetend meisje naar dat “nieuwe” land. Door de jaren heen is dat idee uit de hand gelopen en heb ik echt een hele wereld geschapen.

De meeste verhaallijnen waren oorspronkelijk dromen. Soms verlies ik me zo in een droom, dat ik wakker word en denk “dat moet ik in een verhaal verwerken”. Mijn favoriete droom die in mijn boek verweven werd is de scène in Hammons villa. Hij was zo levensecht dat ik nog steeds kriebels krijg als ik het stuk herlees.

  • Heeft u het verhaal van de boeken meegemaakt?

Gelukkig niet.

Illiyana is wel begonnen vanuit mijn eigen dagboek. Het eerste hoofdstuk komt daardoor misschien iets stroever over. Ik heb een periode uit mijn eigen leven genomen waarin ik kleine fantasie-elementen begon te verwerken. Dat herschreef ik dan keer op keer. Uiteindelijk is er niets meer overgebleven van het oorspronkelijke dagboek.

Ik ben al jaren gek van tatoeages, daarom nemen ze ook een prominente rol in in het verhaal. Twee van de tatoeages die ik voor mezelf ontworpen had, heb ik “afgestaan” aan mijn personages.

  • Schreef u als kind ook al veel verhalen?

Ik herinner het mij niet anders dan dat ik met pen en papier rondliep. Mijn eerste echte “boekje” van 128 A4’tjes schreef ik toen ik 11 jaar oud was.

  • Hebt U zelf ook kinderen en vinden die het leuk dat U een boek hebt geschreven?

Mijn zoon Kristan is 6 jaar oud. Ik lees hem al jaren elke avond voor als hij in bed ligt. Hij is gek op boeken als “Terra Fabula; het vergeten koninkrijk” (Peter De Willis) en “Het mysterie van de Poldergruwel” (Mark Van Dijk). Kristan heeft erg uitgekeken naar het boek “Thorian en Kristan”.

  • Maakt u de kaften zelf?

Nee.

De kaft van Illiyana werd gemaakt door wijlen Jos Weijmer. Marijke Van Leeuwen is er bijzonder goed in geslaagd om de twee andere covers te laten matchen.

  • Hebt u naast het schrijven nog een andere baan?

Ik bekijk schrijven als een uit de hand gelopen jeugddroom.

Ik werk als ambtenaar.

  • Denkt u dat u rijk wordt van schrijven?

Ik ben nuchter genoeg om te weten dat er veel mensen zijn met die droom en een deel van hen meer talent heeft dan ik. Schrijven heeft mij wel rijker gemaakt als mens omdat ik de laatste jaren veel boeiende personen heb leren kennen die mij als persoon naar een hoger niveau hebben getild. En nog belangrijker is dat ik mezelf heb ontdekt door op beurzen te staan en contact te hebben met de lezers van mijn boeken. Mijn zelfvertrouwen is veel groter geworden en ik heb vrienden gemaakt voor het leven.

  • Wat ligt er op uw nachtkastje?

Een TBR-stapel van meer dan honderd boeken… Door mijn werk, mijn schrijven en mijn zoontje heb ik amper tijd om te lezen. Als ik lees, zijn dat vooral boeken van de eigen uitgeverij.

Momenteel lees ik “Het zwarte hart” (Stephanie Garber), maar het kriebelt om “Hart van inkt” (Cornelia Funke) nog eens te lezen.

  • Waar en wanneer schrijft u en hoeveel uur per week?

Ik schreef vroeger overal en altijd. Ik had notitieboekjes naast bed, in handtassen, in mijn boekentas… Nu schrijf ik vooral in de kinderspeeltuin (de chaos brengt mij in zekere zin tot rust) en ’s avonds in de zetel onder mijn dekentje.

  • Wat zijn uw hobby’s?

Schrijven en tekenen zijn eigenlijk mijn enige hobby’s. Naast mijn werk en huishouden, ga ik 5 dagen per week met Kristan naar trainingen en jeugdbeweging. Er is tijd noch geld om zelf écht een hobby te beoefenen.


Maart 2017

shirley1

Shirley-Ann van Wingerden

Mijn naam is Shirley-Ann Benda. Ik ben moeder van een tiener en een puber. Ze vinden het allebei wel leuk dat ik schrijf, al denken ze er volgens mij erg weinig over na. Ik ben voor hen gewoon mama.

Mijn passies zijn: schrijven, tekenen, schilderen, lezen, muziek luisteren en naar concerten gaan. Niet noodzakelijk in die volgorde en sommige doe ik te weinig. Voorheen organiseerde ik ook jaarlijks een metal party in Baroeg Rotterdam. Door omstandigheden is dit echter gestopt. Maar organiseren is wel iets dat ik nog steeds erg leuk vind om te doen.

Fotograaf Peter Balkema van 24/7 Photo FX door Richard van der Laan Model Tessa Luites als Anne Sommer

Ik ben niet zo zeer schrijfster maar meer een storyteller die haar hersenspinsels, behalve met het geschreven woord, wil uitbeelden in beeld en geluid. Samen met FX specialist en goede vriend Richard van der Laan ben ik bezig met de voorbereidingen van een fotoshoot voor een wezen dat haar opwachting maakt in deel vier. Daarnaast zijn we de demonkant van Dion de Winter aan het uitwerken. Ik kan er nog niet zoveel over zeggen, maar wel dat we iedere keer een stapje verder willen gaan en ons voorgaande werk willen blijven verbeteren.

Op mijn laatste boekpresentatie heb ik een stuk van mijn droom kunnen realiseren. We hebben de lezers van Zwart Bloed even een middag kunnen onderdompelen in de wereld van mijn boeken door middel van beeld, geluid en muziek. De band Hessa speelde nummers die ze hadden geschreven naar aanleiding van mijn boeken en Richard heeft al een paar keer de ‘monsters’ uit mijn boeken in levenden lijve neer gezet en als het aan ons beiden ligt gaat dat zeker nog een paar keer gebeuren.

shirley2

Foto behorende bij o.a. deel 2, fotograaf Jasper Bouts. De vampieren Jackie, Marcus en Tanya.

Naast het schrijven werk ik als backoffice medewerkster bij een VvE Beheerder. Helaas levert het schrijven van boeken niet zoveel op als ik zou willen. Ze worden gelukkig wel heel veel gelezen, en dat is op zich al geweldig! Maar wie weet? Ik wil de boeken ooit laten vertalen en in het buitenland laten uitbrengen. Maar de eerste stap is de boeken als E-book uitgeven. Ik hoop dat dit jaar te kunnen doen.

De omslagen voor mijn boeken heb ik zelf ontworpen. Ik heb een idee in mijn hoofd en probeer dit vervolgens in beelden om te zetten. De omslag voor het vierde deel van Zwart Bloed zit dus al in grote lijnen in mijn hoofd, ik moet het alleen nog maken.

Op mijn nachtkastje ligt niet veel: de afstandsbediening voor de tv en het boek Mister Mercedes van Stephen King. Het boek vlot niet zo. Ik heb gewoon te weinig tijd om te lezen. Zeker sinds ik zelf ben gaan schrijven.

Ik was nooit van plan een griezelverhaal te schrijven. Ik kreeg namelijk zelf altijd nachtmerries van horror. It van Stephen King is me bijvoorbeeld altijd bijgebleven sinds ik het las op mijn zeventiende. Ik ben dan ook geen fan van clowns. Horrorfilms keek ik ook zo min mogelijk.
Nee, ik wilde een verhaal schrijven waarbij de lezer aan het einde tevreden en voldaan het boek dicht zou slaan. Maar als snel bleek dat ik niets te vertellen had. Mijn personages maken de dienst uit. Klinkt raar he? Sinds Dion de Winter zijn opwachting maakte in het eerste deel liep alles vanzelf. Ik weet zelf in grote lijnen hoe het verhaal zal gaan, maar wordt iedere keer toch weer verrast door de plotwendingen in het verhaal.
Personages waarvan ik verwacht dat ze het niet lang zullen volhouden, huppelen drie boeken later nog vrolijk rond, en personages waarvan ik denk dat ze een zeer belangrijke rol gaan spelen, sneuvelen soms al heel snel.

Het is leuk om over heel uiteenlopende karakters te schrijven. Om alle menselijke emoties te benutten en uit te buiten. Ik houd van tegenstellingen. Dus een held neerzetten met de nodige tekortkomingen in zijn karakter is veel interessanter als een superheld waarbij alles lukt. Het is ook veel geloofwaardiger. Net zoals een kneus neerzetten, die medelijden opwekt, maar eigenlijk helemaal niet zo sympathiek blijkt te zijn. Niemand is perfect, en mijn personages al zeker niet. Dat maakt ze zo boeiend.

Naast de Zwart Bloed serie heb ik meegewerkt aan vier bundels van Oostland Literair: 10 Schrijvers Gebundeld, Te Gek voor Woorden, Stil Leven en Passievol. Momenteel werk ik aan het vierde deel van Zwart Bloed en heb ik een aantal vrouwen gevonden die met me meewillen schrijven aan een verhaal over een groep vrouwen, wiens verhalen gebaseerd zijn op echte en soms schokkende levensverhalen.

zwartbloed1Fotograaf Titus David Heimann Beek van Creative Conspiracy https://www.facebook.com/cconspiracy/?fref=ts , De foto: hiervan is natuurlijk ook de FX door Richard gedaan. Model Larissa van der Tang.

Voor meer informatie De Facebookpagina van Zwart Bloed: https://www.facebook.com/ZwartBloedBoek/


Februari 2017

Tim Lommerse

Volgende week word ik 26.

Vorig jaar verschenen Het Lucifer dilemma, nu werk ik aan een cursus worldbuilding die binnenkort professioneel wordt uitgegeven. Daarin maak ik gebruik van de kennis uit mijn tweejarige research master, die ik vorig jaar afrondde.

Mijn scriptie ging over de wisselwerking tussen een fictionele wereld (in dit geval Discworld) en onze eigen wereld. Na de cursus staat er nog meer op de planning. Vorige week zijn de steigers van mijn website (www.worldbuilding.nl) hiervoor online gegaan. Dat is waar ik me de komende maanden vooral op ga richten: alle aspecten van worldbuilding, die in mijn master kort voorbij zijn gekomen, verder uitdiepen.

Op Facebook: Klik hier!!!!!

tim1v


************Recensie************

tim

Oskar is een man die zijn gezin heeft verloren. Hij heeft een nogal ongewoon beroep en heeft een afspraak met een nieuwe opdrachtgever. Fey is niet de doorsnee opdrachtgever / baas en meteen vanaf het begin krijg je een raar gevoel over deze man. Want wie (of wat) is hij nu echt? Oskar is door niemand minder dan Lucifer verkozen om zijn nieuwe vertegenwoordiger te worden. Maar hij wil ook uitvinden wat zijn zijn vrouw en zoon is overkomen. Dat laat hem maar niet los. Lucifers vorige vertegenwoordiger was judas, dat roept bij hem de nodige vragen op. Want wil hij wel net zo worden als Judas? Fey zijn vrouw Risha is mooi om te zien, maar zijn zij wel te vertrouwen?

Dit verhaal gaat over de strijd tussen goed en kwaad. En soms vraag je je af is dit nu het kwaad of gerechtigheid? Het zet je echt aan het denken. Want wat jij gerechtigheid kunt vinden…is voor de andere pure wraak. En de lijn tussen goed en kwaad kan soms dun zijn.

In dit boek neemt de schrijver je mee naar de 4de dimensie. Dat is een dimensie die wij normale mensen niet zien. Mentalisten kunnen het wel zien en gebruiken. Ze kunnen de Aether  gebruiken om dingen te veranderen, zichzelf te verdedigen of gebruiken het in een gevecht. Maar ook op de Vlakte is het een heel andere wereld dan wij gewend zijn. En je kunt er zeer vreemde wezens vinden.

Het verhaal is enorm origineel. Ik heb nog geen boek gelezen, waar dit me aan deed denken. Dus dat is echt heerlijk lezen. Want vaak denk je weleens, als je een boek leest: Hey, dat ken ik van dat boek, etc. Maar dat heb ik nu geen een enkele keer gehad. Het leest vlot en is moeilijk weg te leggen.

Het gebruik van de spaties zo af en toe kun je creatief noemen en sommige stukjes staan cursief gedrukt ( bij bepaalde personages, maar kan ook afhangen van de manier van communicatie, die de karakters gebruiken.

Dit verhaal geeft je een andere kijk op Lucifer, maar ook om de wereld om je heen. Stiekem hoop je toch dat de 4de dimensie echt is.

Het boek heeft eigenlijk een mix van veel dingen: Fantasy, Magie, bovennatuurlijk, thriller, vertrouwen, horror, vertrouwen, angst, dreiging van oorlog, liefde, haat en de vraag of het goede of het kwaad gaat overwinnen! Ik vind dit echt een bijzondere mix.

Ik kan niet wachten om nog meer te kunnen lezen van deze schrijver! Weer een nieuwe ontdekking! Ik had hoge verwachtingen van dit boek en ze zijn allemaal uitgekomen! Heerlijk!

Een karakter die ik echt prachtig beschreven vond en toch mijn favoriet was, dat is Mikel. Deze man heeft echt zijn hart op de goede plek. Hij heeft ook iets bijzonders, maar daarvoor moet je echt het boek lezen. Dan snap je wat ik bedoel. Dat ga ik niet verklappen. Hij heeft een plekje in mijn hart gekregen.

De cover is prachtig en die ogen! Het deed me echt denken aan Yellow Eyes. De demon uit Supernatural! Deze zag ik dus ook voor me. Het is erg beeldend geschreven, dus je fantasie gaat aan het werk en je ziet het verhaal tot leven komen. De titel past perfect bij het boek. Klopt als een bus!

Ik kan dan ook alleen maar 5***** geven. Het is gewoon een goed boek!!!!!!!

Tim’s tweede boek gaat verschijnen op Castlefest. Je kunt een exemplaar winnen, als je een foto maakt van Het Lucifer Dilemma op vakantie. Laat zien waar je het boek leest, en wie weet win jij wel. Maar een kleine waarschuwing: De dood waart rond, op Castlefest!!!!!!!!! Ga zeker even bij hem langs daar!

timtheo(Tim en Theo, elfia 2016)


Januari 2017

louise-1

Louise Flint

Ik kies voor een bepaald onderwerp, omdat ik een spannend verhaal wil schrijven, maar ook omdat ik de lezers wil laten nadenken. In dit geval koos ik voor een land waar mensen verbannen worden als ze lachen en zingen, of gedichten schrijven. Een land waar alleen het verstand telt, en waar mensen alleen nog marionetten zijn.

Alles wat ik schrijf, is een uitvergrote vorm van wat in sommige landen op de wereld nog steeds voorkomt. Bovendien is mijn hoofdpersoon geen standaard held, hij heeft geen roeping en is niet uitverkoren. Op die manier vecht hij ook tegen zijn eigen angst. En ook als hij steeds meer vijanden maakt, weigert hij op te geven. Waarom? Dat kan ik niet vertellen, want dan verklap ik te veel.

Gelukkig heb ik niet alles zelf meegemaakt, maar om alle gevoelens van de personages te kunnen beschrijven, verplaats ik me wel in iedereen. Bijvoorbeeld als ze bang zijn of een vriend verliezen. Dat is ook meteen wat schrijven heel intens en heel vermoeiend kan maken, maar op die manier kan ik ook mijn eigen emoties verwerken. In elk boek zit dus toch wel heel veel van mijzelf.

Als kind schreef ik ook al, al waren het toen vooral korte verhalen. Mijn dochter heeft niet alles wat ik schrijf gelezen, maar ze vind het wel leuk dat ik boeken schrijf. Af en toe laat ik haar proeflezen, omdat ze heel kritisch en eerlijk is.

Ze heeft ook meegekeken toen ik op zoek was naar een mooie kaft. De kaften maak ik niet zelf, maar de kaft van Hoeder van de Hagedis is wel samengesteld uit alle plaatjes die ik had uitgezocht. Het moest een beetje spannend en een beetje geheimzinnig worden, en ik geloof dat dat gelukt is.

Schrijven is niet mijn baan, in die zin dat ik kan leven van wat ik ermee verdien, maar het is mijn allergrootste hobby. Ik zou niet zonder schrijven kunnen en ik ben er zeker dertig uur in de week mee bezig.

Een andere hobby is natuurlijk lezen. Wat er nu op mijn nachtkastje ligt, is Drakenelfen; het Groene Licht, van Bernhard Hennen. Van hem wil ik nog veel meer boeken lezen.

louise2


December 2016

tt3

Tom Thys

Ik ben een geboren en getogen Antwerpenaar die van kindsbeen af gefascineerd is door het bovennatuurlijke, de duistere kant van de mens en angst. Geen enkele emotie is zo echt als angst. Mijn interesse voor het genre werd aangewakkerd door mijn moeder, die me als jongetje liet meekijken naar afleveringen van The X-Files. En ze nam me ook vaak mee naar de videotheek, waar ik me in de horrorhoek vergaapte aan adembenemende VHS-covers.

Toen ik ongeveer twintig was, is deze interesse uitgegroeid tot een ware passie. Door het televisieprogramma Filmnight Special (later Cult Night), dat gepresenteerd werd door regisseur Jan Verheyen, geraakte ik verknocht aan het kijken van horrorfilms. Ik verslond alles wat ik te pakken kreeg: blockbusters, B-films, stille films uit de jaren ’20, Amerikaanse films, maar ook Japanse horror en obscuur werk uit alle uithoeken van de wereld. Ik spijbelde regelmatig om thuis in het geniep horrorfilms te kunnen kijken. Of ik bezocht filmhuizen terwijl ik eigenlijk hoorde te studeren voor de examens. De drang viel gewoonweg niet te weerstaan.

Op een bepaald moment voelde ik de behoefte om over film te gaan schrijven. Ik ben toen als recensent begonnen en heb onder meer voor Schokkend Nieuws en It’s only a movie gewerkt. Sinds kort, na een pauze van enkele jaren, lever ik opnieuw bijdragen aan It’s only a movie. Onlangs verscheen het relaas over mijn zwerftocht doorheen de donkerste krochten van de cinema: http://www.itsonlyamovie.nl/waar-ligt-jouw-grens/

Door het kijken van al die films ben ik op een bepaald moment verzadigd geraakt. Daarmee bedoel ik dat ik het gevoel kreeg elke film gezien te hebben die ertoe deed. Daarom ben ik zelf scenario’s gaan verzinnen in de vorm van korte verhalen. Zo werd in 2014 “Volmaakt monster” gepubliceerd bij uitgeverij Zilverspoor. Deze bundel is een dwarsdoorsnede van de beste verhalen die ik in de vijf voorafgaande jaren schreef. In “Volmaakt monster” worden de grenzen van horror, magisch realisme, sciencefiction en alles wat daartussen ligt verkend, soms doordrenkt van zwartgallige humor, dan weer overladen met melancholie. Verschillende van deze verhalen wonnen prijzen en werden vertaald in het Engels.

Een dikke maand geleden verscheen mijn tweede boek: “Diabolik”. Opnieuw een verhalenbundel, maar helemaal anders dan “Volmaakt monster”, in die zin dat de verhalen door een gemeenschappelijk thema verbonden worden en ze zich ook grotendeels in en rond Antwerpen afspelen. Ik vond het belangrijk om dicht bij mezelf en mijn omgeving te blijven in dit boek. In “Diabolik” komen de personages in een neerwaartse spiraal van geweld, seks, middelenmisbruik en normvervaging terecht. Het is een nihilistisch werk waarin verschillende taboes sneuvelen. Kortom: een boek voor mensen met een stevige maag.

Ondertussen blijf ik schrijven in de genres horror, magisch realisme en new weird. Momenteel ben ik bezig met een derde verhalenbundel in de lijn van “Diabolik”. Ik ben namelijk nog lang niet uitverteld over de ondergang van Antwerpen en haar bewoners. Daarnaast zit ik in de laatste fase van een kinderboek met illustraties van Leslie Saurus (http://lesliesaurus.com/index.html). Je kan de komende jaren dus nog heel wat gruwelen van mij verwachten J. Wie van horror houdt, nodig ik trouwens graag uit op http://www.tomthys.com. Verschillende van mijn verhalen zijn daar gratis te lezen en je blijft ook op de hoogte van nieuws, publicaties en andere leuke dingen.


November 2016

natascha1

Natascha De Vries- Van Limpt

Waarom kiest u voor een bepaald onderwerp?

Pfoe, dat is geen makkelijke eerste vraag. Ik schrijf over onderwerpen die me fascineren. Laatst ontdekte ik bijvoorbeeld dat het thema ‘verraad’ in bijna alle verhalen die ik heb geschreven terugkomt. Ik ben me toen gaan afvragen hoe dat komt, want ik heb mijzelf nooit echt verraden gevoeld. Misschien dat het mij juist daardoor intrigeert, dat ik mij afvraag welke zaken er zouden kunnen meespelen mensen elkaar zoiets aandoen. Ik vind het leuk om over sociale relaties na te denken en daar mee te spelen.


Hebt u het verhaal van de boeken meegemaakt?

Nee, gelukkig niet haha. Een verhaal waarin een personage soortgelijke dingen meemaakt als ik zou erg saai zijn, dus ik fantaseer liever over personen die een wat spannender leven hebben.


 

Schreef u als kind ook al veel verhalen?

Opstel was altijd mijn lievelingsvak. Mijn eerste ‘boekje’ schreef ik in groep acht. Ik geloof dat het iets van 20 pagina’s telde. Vlak voordat ik naar de middelbare school ging, schreef ik mijn eerste lange verhaal en sindsdien zijn er veel bijgekomen.


Hebt U zelf ook kinderen en vinden die het leuk dat U een boek hebt geschreven?

Nee, nog niet.


Maakt u de kaften zelf?

Nee, dat laat ik over aan mensen die daar verstand van hebben, haha. Hoewel ik bij Luotisade wel afbeeldingen heb aangedragen die ik goed vond passen. De grafisch vormgever en de uitgever hebben er toen iets moois van gemaakt.


Hebt u naast het schrijven nog een andere baan?

Ik werk in een ziekenhuis als typiste voor verschillende afdelingen. Daarnaast volg ik de opleiding redacteur en loop ik stage bij uitgeverij Zilverbron/Zilverspoor. Het is de bedoeling dat ik daar na het afronden van mijn opleiding als redacteur aan de slag ga en ik vind dat een heerlijke combinatie met schrijven.


Denkt u dat u rijk wordt van schrijven?

Nee. Dat is slechts voor weinigen weggelegd. Misschien dat ik er over veertig jaar van kan leven, als ik hopelijk een flink aantal boeken heb uitgebracht, maar tot die tijd zal ik moeten bij sprokkelen en dat vind ik zo erg niet. Het is best een opgave om veertig uur per week te schrijven.


Wat ligt er op uw nachtkastje?

Op dit moment zit ik in een verbouwing en heb ik geen nachtkastje naast mijn bed staan.


Waar en wanneer schrijft u en hoeveel uur per week?

Ik schrijf vaak gewoon op de bank of achter mijn bureau. De dagen dat ik thuis kan werken probeer ik in ieder geval twee of drie uur te schrijven. Daarnaast schrijf ik ook ’s avonds nog wel een uurtje.


Wat zijn uw hobby’s?

Ik houd erg van reizen, van wandelen door de natuur en cultuur opsnuiven. Helaas laat mijn budget dat niet altijd toe. Verder kijk ik veel series en probeer ik de tijd te vinden om een boek te lezen, maar mijn meeste vrije tijd spendeer ik toch wel aan het schrijven van zowel fan ficties als gewone verhalen.

*****


Oktober 2016

lineke-1

Lineke Breukel

Van Tazzy begreep ik dat ik in oktober ’Schrijver van de maand’ ben.

Een hele eer en ook geweldig leuk, zeker omdat er een nieuwe trilogie aan het aankomen is. Deel 1 is bijna klaar, op de buitenkant na. Aan dat ontwerp wordt hard gewerkt door de uitgever en een ontwerper. De naam van de trilogie wil ik exclusief voor deze leesgroep verklappen: Ijsblauw.

Door verschillende fans van mijn boeken ben ik bij de diverse boekenleesgroepen geïntroduceerd en dat heeft mij zeker geen windeieren gelegd. Ik ben dan ook erg dankbaar voor het feit dat ik reclame mag maken voor mijn werk en nu een hele maand extra in de schijnwerpers sta.

Even iets over mijzelf.

Ik kom uit een schrijversnest, maar in eerste instantie heb ik daar niet veel aandacht aan besteed. Mijn opa en oom (Jan en Paul Nowee) waren de gezamenlijke schrijvers van de Arendsoogserie (64 boeken). Omdat mijn moeder de kunstacademie heeft gevolgd en portretschilder werd, heb ik mij echter vooral op beeldende kunst gericht als uitingsvorm van mijn emoties. Ik heb daarom na mijn opleiding aan de kunstacademie ook vooral geschilderd en getekend. Jaren later ben ik pas begonnen met schrijven omdat ik het eigenlijk niet kon laten en terugdenkend aan mijn jeugd, kan ik mij herinneren dat op school doorgaans werd gezegd dat bij een dictee iedereen minimaal een kantje moest schrijven… en Lineke maximaal tien kantjes.

Het schrijven zat dus toch in mijn genen. Het leven in Nederland was echter zo stressvol dat ik mijzelf nooit de tijd gunde om iets serieus op poten te zetten. Ik startte met projecten die ik zelden kon afmaken. Niet alleen door mijn overvolle dagschema, maar ook door een enorme innerlijke onrust. Zo begon ik te schrijven aan deel 1 van Vluchtspel in 2004, maar ben pas na onze emigratie in 2012 doorgegaan met dat manuscript.  Een jaar later kwam deel 1: Vluchtspel, Broederschap van de Jacht eindelijk op de markt. Net voor die publicatie heb ik nog even een boek geschreven over onze emigratie (Zweedse Buren), dat een vervolg kreeg, een krap jaar later (Rare jongens die Zweden).

Zweedse buren werd gelijk een bestseller en sindsdien worden er fantastische recensies geschreven over mijn boeken. (Edwin Lommers van Hebban heeft tot nu toe al mijn thrillers gerecenseerd).

lineke2

Sinds onze emigratie naar de bossen van Zweden zijn er zes boeken van mijn hand gepubliceerd en staan er alweer drie in de wachtrij waar ik bij voorbaat al een contract voor heb gekregen van mijn uitgever. Mijn inspiratie krijgt alle ruimte, hoewel ik mijn agenda hier ook steeds voller plan. De aard van het beestje, helaas, maar in ieder geval doe ik nu waar ik zin in heb.

Kijk bij Van Dorp Educatief, de fondsen Grenzenloos en Village naar mijn werk.

Nogmaals hartelijk dank voor de gelegenheid om wat meer over mijzelf te schrijven. Mochten jullie meer over mij willen weten, check dan Lineke in Sweden op Facebook of linekebreukel.nl op internet. Op youtube plaatsen wij regelmatig filmpjes over onze manier van leven in het Smålandse hoogland. De naam van ons kanaal is Dutchinnertouch.

Link naar:

https://www.bol.com/nl/c/boeken/lineke-breukel/10050342/index.html

 lineke-tijdbuigers

Vriendelijke groeten!

Lineke Breukel


September 2016

ann3

An Janssens

  • Waarom kiest u voor een bepaald onderwerp?

Ik kies niet voor een verhaal, het komt eerder spontaan in me op. Mijn nieuwste boek, Heksenhoeve, is bijvoorbeeld een bovennatuurlijke thriller. Ik heb geen moment gedacht: laat ik eens een detectiveverhaal schijven, dat verkoopt beter dan epische fantasy. De kern van het boek was gewoon iets waar ik al lang mee rondliep, en over de jaren heen is het verhaal steeds groter geworden tot het klaar was om geschreven te worden. Vanuit marketing-standpunt is het trouwens beter om als schrijver in je genre te blijven, maar kunst laat zich nu eenmaal niet dwingen.

  • Schreef u als kind ook al veel verhalen?

Ja hoor. Zolang ik me kan herinneren heb ik geschreven. Verhalen, prentenboeken, strips, comics, alles wat ik zelf graag las, heb ik uitgeprobeerd. Het enige wat ik nooit heb geschreven is een verhaal zonder fantasy-elementen, en ik verwacht ook niet dat ik dat ooit ga doen.

  •  Hebt u naast het schrijven nog een andere baan? Ik heb in Heksenhoeve veel meer tijd moeten stoppen dan in de vorige boeken, er gingen heel wat herschrijfrondes overheen voordat het goed was. Dat was onmogelijk geweest met een voltijdse baan.Ervan kunnen leven zou al leuk zijn, maar zelfs dat zit er niet in. Schrijven doe je omdat je moet, omdat de verhalen anders uit je barsten. Ik verdien heel goed als business analist en wanneer ik mensen vertel hoe weinig mijn boeken opbrengen, merken ze wel eens op dat ik gek ben om voor het schrijven een halftijds baan te laten liggen. Maar ik zou juist gek zijn om het niet te doen, om de geweldige kansen die ik bij l.s. krijg te laten liggen.
  • • Denkt u dat u rijk wordt van schrijven?
  • Ik ben business analist. Toen ik de Drakentrilogie schreef werkte ik nog voltijds, dat was heel zwaar. Ik doe redelijk wat aan sport en ik spreek graag af met vrienden, maar daar bleef nauwelijks tijd voor over. Het enige wat ik deed wat thuiskomen van het werk, schrijven en slapen. Momenteel werk ik halftijds, de hemel op aarde.

ann1

Maat u de covers zelf?

  • Ha, nee. Bij een grote uitgeverij als Luitingh-Sijthoff heb je daar als auteur weinig over te zeggen, hoewel dat verbetert naarmate je als schrijver meer ervaring hebt. Ik mag nu mijn titel zelf kiezen en ook de tekst op de achterkant komt grotendeels van mij 😉
  • Wat ligt er op uw nachtkastje?
  • Normaal gezien heel veel rommel, maar omdat ik net heb opgeruimd: mijn oude teddybeer en het boek waarin ik momenteel bezig ben (De weg van schaduw).
  • • Waar en wanneer schrijft u en hoeveel uur per week?
  • Ik schrijf in de keuken, de living, de bureau of op het terras, het maakt niet uit. Ik zou onmogelijk kunnen zeggen hoeveel uur ik schrijf, dat hangt ervan af hoe ver weg de deadline is en hoeveel zin ik erin heb. In ieder geval ben ik niet iemand die van ’s morgens tot ’s avonds bezig is. Ik werk snel en efficiënt, en de keerzijde daarvan is dat ik na een uur of zes helemaal ben opgebruikt.

• Wat zijn uw hobby’s?

Sporten heb ik al aangehaald, ik speel volleybal, badminton, ga zwemmen en wandel veel. Verder maak ik grote reizen, als dat meetelt als hobby. Vorig jaar ben ik in vier maanden van Indonesië naar China getrokken, het jaar daarvoor ben ik met de motor naar Indië gereden, en meer van dat. Eigenlijk hoog tijd om weer eens een reisje te maken.

ann3


Augustus 2016

joost1

 Joost Uitdehaag

  • Waarom kiest u voor fantasy? Mensen zeggen vaak dat het een vlucht is uit de werkelijkheid, al die fantastische boeken, maar daar geloof ik helemaal niets van. Ik hou van fantasy omdat het iets kan vertellen over wie we zijn en hoe we graag zouden willen zijn, los van de tijd of de plaats waarin we leven. Een soort tijdloze mythe, net als onze voorouders die vertelden. Met Fulia wilde ik graag een wereld scheppen waarin iedereen van elkaar vervreemd is, maar die dan toch weer samenkomt, schoorvoetend, omdat er geen andere keus is. Een wereld vol mensen die zich opofferen voor elkaar. Inclusief Fulia zelf, als leidster tegen wil en dank. Fantasy geeft je de gelegenheid om zo’n wereld helemaal op scherp te zetten: aan de rand van de afgrond of misschien daar zelfs een beetje overheen.
  • Hebt u het verhaal van de boeken meegemaakt?

Nee, niet echt. Het is fantasy uiteindelijk. Maar de plaatsen zijn wel geïnspireerd op plekken waar ik geweest ben. Verder heb ik geprobeerd het middeleeuwse leven zo authentiek mogelijk te maken, zodat het boek ‘echt’ aanvoelt

  • Schreef u als kind ook al veel verhalen?

Oh ja. Ik had een club waarvoor ik een krantje maakte waar ik feuilletons in schreef. Het was een verhaal geïnspireerd op Pim Pandoer, de schrik van de Imbosch. Later ging dat over in verhalen schrijven op mijn zolderkamertje. Het is gewoon zo’n heerlijke manier om de tijd door te komen

• Hebt U zelf ook kinderen en vinden die het leuk dat U een boek hebt geschreven?

Ik heb twee jongens. De een vindt het heel leuk en heeft het uitgelezen. De ander wacht op de film, zegt hij.

• Maakt u de kaften zelf?

Nee, dan zouden ze zeker niet zo mooi zijn. De tekeningen zijn van Sander van Zijl. De volgende keer dat je een cover van hem ziet, moet hem even écht goed bekijken. Hij weet ontzettend goed de juiste sfeer neer te zetten. Ik heb begrepen dat het steeds minder vaak voorkomt, dat er speciaal voor de cover getekend wordt. Meestal wordt een illustratie opgebouwd uit materiaal van het web, van stockfoto of zo.

  • Hebt u naast het schrijven nog een andere baan?

Jazeker, ik werk in het onderzoeksteam van een biotechbedrijf. Onderzoek doen heeft ook iets van een middeleeuwse queeste. Je moet van allerlei moeilijkheden overwinnen om uiteindelijk iets te ontdekken. Net als de ridders van de ronde tafel word ik daar zelf trouwens ook niet rijk van. Het is wel een mooie ervaring als je iets nieuws ontdekt; om iets te zien dat nog nooit iemand heeft gezien.

• Denkt u dat u rijk wordt van schrijven?

Haha. Grapje zeker. Mijn vader zegt altijd dat als je rijk wil worden, je een rijke vrouw moet trouwen. Ik denk dat schrijven meer een way of life is. Iets unieks vertellen, contact met lezers, dat maakt het leuk. De verkoop van boeken financiert de uitgave, de stands bij festivals en de reiskosten, zo moet je het zien. Tot ik definitief doorbreek natuurlijk.

  • Wat ligt er op uw nachtkastje?

Angel Fall van Susan Ee. Die is net uit. Wat me aansprak was dat ze ook begonnen is zonder grote uitgever achter zich. Verder ligt er nog het Rosie Project, daar heb ik hartelijk om gelachen. Echt goed boek. Vandaag is daar Fool’s Quest van Robin Hobb bovenop gekomen, die gaat mee op vakantie.

  • Waar en wanneer schrijft u en hoeveel uur per week?

Meestal schrijf ik ’s avonds en in de weekends en in de vakanties. Stiekem zijn dat toch wel tientallen uren per week. Zeker nu de kinderen wat groter zijn en hun eigen dingen doen kan ik vaker achterover leunen en schrijven.

• Wat zijn uw hobby’s?

Nou, schrijven eigenlijk. Verder buiten zijn. Boeken lezen en films kijken. Ik lees ook graag informatieve boeken over geschiedenis: Napoleon, de kruistochten, de ontdekkingsreizen, alles is prima eigenlijk. Laatste nog het boek gelezen Hoe de Noordzee ons vormde. Ik vind het fascinerend om te ontdekken dat bepaalde dingen die we vandaag doen een hele oude oorsprong hebben.

  • Wat vind je belangrijk in een boek?

Het moet bovenal spannend zijn, anders leest het niet lekker door. Daarnaast moet het ontroeren, vind ik, want verhalen draaien om emoties, niet om feiten. Ik vind het ook leuk als er meerdere lagen in een boek zitten, die je soms pas na herlezen ontdekt. Dat probeer ik ook in de Fulia-reeks te leggen. Voor de liefhebbers zit daar erg veel symboliek in, maar als je dat niet herkent, dan stoort het niet voor het verhaal.

  • Wat vind je het leukst om te schrijven?

Het leukste is als je dagen vastzit en dan ineens in een flow komt en alles wat je al die tijd wilde zeggen in één streep op papier zet. Vaak zijn dat de beste scenes, die daarna ook alle redactierondes overleven.

  • Schrijf je alleen?

De eerste opzet wel, en de tweede opzet ook. Daarna laat ik het aan vrienden lezen en proeflezers, mensen die niet om een eerlijke mening verlegen zitten. Daarna komt er redactie en eindredactie, soms meerdere rondes. Redacteurs en redactrices worden weinig bezongen in de schrijfwereld, maar zijn ongelooflijk belangrijk.

joost3

  • Waarom is uw boek zo speciaal?

Omdat het gaat over een vrouw die alles over heeft voor haar volk, ook al heeft ze daar misschien niet meteen zin in en is ze er niet de perfecte persoon voor. Ze kiest ervoor om haar lotsbestemming te aanvaarden. Haar omgeving is heel kritisch in het begin, maar naarmate het verhaal vordert neemt hun bewondering toe. Als lezer zul je dat ook hebben (hopelijk), dat je steeds meer met haar gaat meevoelen naarmate de serie vordert.

  • Wat voor boeken inspireren u?

Ik hou van middeleeuwse literatuur, zoals Beowulf en het Nibelungenlied. Omdat ze de wereld uit die tijd écht laten zien. Van JRR Tolkien heb ik als tiener ongelooflijk genoten, en later van George Martin. Verder Robin Hobb. Al die schrijvers hebben ongelooflijk authentieke werelden. Daarnaast houd ik van Hemingway, helemaal geen fantasy-auteur, maar hij kan ongelooflijk goed schrijven over liefde, leven en dood. Dat zijn ook bij uitstek fantasythema’s.

PS;In September komt Fulia 2 uit! Jaaaahhhhhh

joost2



 Juli 2016

joris1

J. Sharpe / Joris van Leeuwen

  • Waarom kiest u voor een bepaald onderwerp?

Dat doe ik niet, niet echt althans. Ik hou gewoon van bepaalde soort boeken en een wijs man heeft me ooit gezegd dat je moet schrijven over hetgeen je het meeste houdt en je zelf ook graag leest.

  • Hebt u het verhaal van de boeken meegemaakt?

Hahaha, gelukkig niet.

  • Schreef u als kind ook al veel verhalen?

Zeker. Van mijn 8ste tot mijn 10de heb ik op Madeira gewoond (een Portugees eiland) Ik las veel, maar mijn oma, die telkens boeken opstuurde, kon mijn leestempo niet bijhouden en op dat moment wat mijn Portugees te slecht om in die taal te lezen, dus begon ik zelf met schrijven.

  • Hebt U zelf ook kinderen en vinden die het leuk dat U een boek hebt geschreven?

*kijkt zoekend om zich heen* Nope, geen kinderen hier.

  • Maakt u de kaften zelf?

Nee, dat doet de vormgever van mijn uitgeverij. Maar dat is stomtoevallig tevens mijn vrouw, en dat is soms wel verdomd handig. Dit is echter pas sinds een tijdje en ze heeft, van mijn kaften, alleen het cover van mijn nieuwste boek, Eden, gemaakt.

  • Hebt u naast het schrijven nog een andere baan?

Ik toe eigenlijk teveel. Ik ben rijinstructeur, geef gitaarles en speel in een bandje.

  • Denkt u dat u rijk wordt van schrijven?

Hahaha Hell no. Een leuke bijverdienste, thats it.

  • Wat ligt er op uw nachtkastje?

Momenteel het nieuwe boek van Joe Hill, The Fireman. Goed boek!

  • Waar en wanneer schrijft u en hoeveel uur per week?

Thuis aan de eettafel. Dinsdag is mijn schrijfdag, maar meestal schrijf ik elke avond na het werk wel.

  • Wat zijn uw hobby’s?

Schrijven, lezen, gitaarspelen, motorrijden.

Over J. Sharpe:

  1. Sharpe – pseudoniem van Joris van Leeuwen(1986) – heeft verschillende mysterieuze thrillers, fantasy boeken en korte spannende (horror, fantasy en magisch realistische) verhalen geschreven.Zijn werk wordt regelmatig vergeleken met de werken van auteurs zoals o.a Stephen King, Dean Koontz en Peter Straub.

Hij staat erom bekend verschillende genres met elkaar te mixen. Zijn thrillers bevatten bijvoorbeeld vaak horror, sci-fi of fantasy elementen en andersom.

Sinds 2014 is J.Sharpe onderdeel van het GNM (Genootschap van Nederlandstalige misdaadauteurs)

Zijn boek Gebroken geheugen was genomineerd voor de Harland Awards Romanprijs 2016, voor het beste boek van het afgelopen jaar, waar het naast de nominatie tevens een eervolle vermelding kreeg voor buitengewone originaliteit.

Boeken: * Het web van Senora (suspense/thriller) * De Kettingen van Amarath (deel 1 van het Territoria tweeluik) (fantasy/thriller) * De Ring van Andor (deel 2 van het Territoria tweeluik) (fantasy/thriller) * Het meisje dat vlam kon vatten e.a.v (korte verhalen bundeltje) * Gebroken geheugen (supense/thriller) * Eden (apocalyptische thriller, verschijnt augustus 2016)

Over Eden:

Engelen: ze zijn onder ons. Ik kan het weten. Er zit er één in me gevangen. Maar het beeld dat je waarschijnlijk hebt over deze “helpers van God” is verkeerd, dat garandeer ik je. Het zijn maniakale klootzakken.

Anna Meisner ontwaakt, naakt en in de war, vastgebonden op een stoel in een donkere ruimte. Tegenover haar zit een vrouw die sprekend op haar lijkt. Met tranen in haar ogen zet de vrouw een pistool tegen haar slaap en schiet zichzelf dood. Anna wordt pas dagen later gevonden, onderkoeld en op sterven na dood. Maar als ze in het ziekenhuis wakker wordt, komt ze er achter dat de politie haar niet als slachtoffer ziet, maar als dader. Het is het begin van een reeks bizarre gebeurtenissen waar zij onderdeel van lijkt uit te maken en die het einde van de mensheid kan betekenen.

Kijk voor de trailer en meer informatie op http://www.jsharpebooks.com


Juni 2016

evi1

Evi Verhasselt

  • Waar haal je je inspiratie vandaan?

Van overal zo’n beetje. Soms zijn het de kleine dingen die iets bij me losmaken, zoals een opmerking die ik hoor op de tram, een affiche langs de kant van de weg, een berichtje op Facebook, een stukje muziek of een film. Vaak vergeet ik ook wat er alweer aan de bron lag van een idee eens het is uitgewerkt, omdat het dan helemaal niet meer lijkt op de oorspronkelijke inspiratiebron.

  • Hebt u het verhaal van de boeken meegemaakt?

Niet in de letterlijke zin natuurlijk, maar ik heb een levendige fantasie. Een reis met een vliegtuig naar Egypte liett zich bijvoorbeeld snel vertalen in een vlucht op een wolk boven de woestijn. En Aggie, de eekhoorn uit de Tranen van Tataneh, ontstond in een Londens park waar een brutale eekhoorn tegen me op klom om mijn broodje te stelen. Als je diep genoeg graaft in mijn verhalen, dan zie je dat er onder die dikke laag fantasie een heleboel realiteit verscholen zit.

  • Schreef je als kind ook al veel verhalen?

Haha! Jawel, ik schreef strips over op de muren van mijn slaapkamer toen ik een jaar of zeven was. Het echte schrijven is pas begonnen op mijn twaalfde. Ik herinner me dat moment nog heel goed. Ik zat namelijk op de bus naar school een magazine te lezen met daarin enkele hoofdstukken van een boek van Marc De Bel. Ik vond er niks aan en het leek me niet zo moeilijk om dat beter te doen. Later die week kocht ik me ergens een goedkoop schriftje en ben ik met schrijven begonnen. Het bleek lastiger dan ik dacht. Pas na aanhoudende positieve kritieken op de korte verhalen die ik online publiceerde, begon ik te beseffen dat ik mezelf een schrijver mocht noemen.

  • Heb je zelf ook kinderen en vinden die het leuk dat je een boek hebt geschreven?

Nee, ik heb geen kinderen, maar mijn jongere broers lezen allemaal graag Fantasy en kijken reikhalzend uit naar mijn volgende boek. Ik ben ook meter van de zoon van mijn beste vriendin, maar die is pas zes en dus nog een beetje te jong voor mijn verhalen. Hoewel, misschien kan ik hem binnenkort mijn sprookjes al beginnen voorlezen.

  • Maak je de kaften zelf?

Nee, ik ben een waardeloze tekenaar. Gelukkig zijn er mensen zoals Melchior van Rijn die prachtige kaften kunnen ontwerpen. Hij deed dat voor de Tranen van Tataneh en is nu druk bezig met de schetsen voor de Saffieren Troon, het eerste deel in een serie die ik De Laatste Erfgenaam gedoopt heb en dat binnenkort bij Celtica Publishing zal verschijnen.

  • Heb je naast het schrijven nog een andere baan?

Ja, ik werk fulltime als directiesecretaresse.

  • Denk je dat je rijk wordt van schrijven?

Ik ben nooit met schrijven begonnen met de bedoeling er geld mee te verdienen. Het was eerder iets dat ik MOEST doen, net als ademhalen. Als ik een tijdje niet schrijf word ik gek. Met het beetje geld dat ik eraan verdien kan ik net mijn kosten dekken. Ergens droom ik er wel van om op een dag genoeg te verdienen met mijn boeken, zodat ik mijn baan kan opzeggen en fulltime schrijven. Realistisch gezien is die kans echter klein.

  • Wat ligt er op je nachtkastje?

Een nachtlampje, een radiowekker en een hele stapel boeken die geduldig ligt te wachten tot ik uit mijn schrijfmodus ben: The Fall of Netherea van Jeffrey Debris, Op Stoom van Terry Pratchett, De Wereld van Riva van David & Leigh Eddings, De Heren van Gras van Sheri S. Tepper, De Wet van Staal van Brandon Sanderson en Volk van Terry Pratchett.

Op mijn andere nachtkastje staat een glas water naast een strip pijnstillers. Ik heb momenteel helaas last van een keelontsteking.

  • Waar en wanneer schrijf je en hoeveel uur per week?

Ik probeer elke dag te schrijven. Soms begin ik al op de bus, onderweg naar huis, en ga ik door na het eten, terwijl de tv op de achtergrond zijn verhaal doet. Dat lukt jammer genoeg niet altijd. Daarom hou ik zondag vrij, want dat is mijn vaste schrijfdag. Bij slecht weer zet ik me dan aan de tafel in de woonkamer, maar bij goed weer verhuis ik naar een koffiebar in de buurt (gelegen naast een kasteel) waar ik een prachtig zicht heb op de tuin. Ik probeer ook altijd iets bij me te hebben waarmee ik kan schrijven en van zodra ik ergens een half uurtje zit, haal ik dat dan ook boven. Dat kan ‘s avonds op café zijn, terwijl ik wacht op een vriendin, of tijdens het eten van een broodje na een middagje shoppen. Als ik alles optel, dan schrijf ik tussen tien en twaalf uur per week. Véél minder dan eigenlijk zou willen.

  • Wat zijn uw hobby’s?

Naast schrijven? Euh… ik kook weleens graag. Vooral de recepten van Jamie Olliver vind ik erg leuk om te maken. Ze zijn niet moeilijk en meestal verrassend lekker. En ik zing ook graag, al doe ik dat vooral onder de douche.

evi2


Mei 2016

ah1

Anthonie Holslag

  • Waarom kiest u voor een bepaald onderwerp?

Dat is afhankelijk van zoveel factoren. Mijn verhalen zijn duister (hoewel ik ook lichtere verhalen heb geschreven) en wat me altijd aantrekt is: waarom doen mensen de dingen die ze doen. Wat zijn hun drijfveren. En dan bedoel ik niet de drijfveren die we onszelf en elkaar wijs maken, maar de diepere drijfveren; degenen die we niet delen of beseffen. En zo kom ik ook tot mijn onderwerpen. In mijn verhaal “Een man op het ijs” (red: in het boek “Een bloedovergoten dageraad”), wilde ik een verhaal vertellen over iemand die een doel heeft, maar zich toch verloren voelt en eigenlijk het doel  – dat hem van veraf schitterend leek – nu verafschuwt. Hoe symboliseer je dit? Blinde ambitie? Maar ook de afkeer ervan? Tezamen met dit idee en beelden van nachtmerries, is toen dit verhaal tot stand gekomen.

De kerstboom is weer tot stand   gekomen omdat mijn zoontje in het tuincentrum in Osdorp aan me vroeg, toen we door zo een bos liepen gemaakt van nepkerstbomen “papa, zijn deze echt?” en ik automatisch antwoordde: “nee, natuurlijk niet”. Ik onmiddellijk de gedachte kreeg: wat als ze wel echt waren? Hoe zou een onzichtbare observant naar het leven en mensen kijken?

Zo zijn al mijn verhalen losse ideeën die ergens in mijn hoofd rondzwemmen en plotseling vaste contouren krijgen. Soms heb ik niet het idee dat ik het onderwerp kies, maar juist andersom. Zo stond ik ooit eens voor een rood licht die niet groen wilde worden en ik vroeg me af wat zou er gebeuren als de lichten nooit meer op groen zouden springen en bam, voordat ik het wist, had ik een verhaal in mijn hoofd, waar diverse ideeën samenkwamen. (Dit verhaal komt overigens in mijn aankomende boek “In het kille ochtendlicht”.)

Mijn onderwerpen zijn altijd verbonden met deze thema’s. Zo is er in mijn boek “Een bloedovergoten dageraad” een zombie verhaal, een verhaal over bezetenheid, over seriemoordenaars en veel en veel meer.

ah3

  • Hebt u het verhaal van de boeken meegemaakt?

Alle verhalen hebben een auto-biografisch element. Schrijvers die het tegendeel beweren, kijken niet diep genoeg in de spiegel. Sommige verhalen zijn ronduit auto-biografisch (zoals “Bloedvlekken” in “Een bloedovergoten dageraad”; waar ik een daad van geweld vanuit het oogpunt van de dader heb proberen te schrijven). Ik denk dat mijn laatste twee projecten in ieder geval het meest persoonlijke is dat ik ooit heb gemaakt. Mijn bundels “Een bloedovergoten dageraad” en “In het kille ochtendlicht” zijn een tweeluik gebaseerd op een voorval van zinloos geweld, waarbij ik het slachtoffer was. Ik had 4,5 jaar nachtmerries. Ik heb deze nachtmerries opgetekend (ook om ze onder controle te krijgen) en kon gaandeweg in mijn schrijven een verschuiving zien. Verhalen die over angst gingen en verhalen die meer gingen over het verwerken van angst en trauma. Dat zijn ook de bundels geworden. In  “Een bloedovergoten dageraad” staat angst centraal, terwijl “In het kille ochtendlicht” de verwerking en de rauwe werkelijkheid na zo een gebeurtenis centraal staat.

Ik houd er overigens van om mijn bundels niet slechts bundels te maken, maar meer een raamwerk van vertellingen waarvan de verhalen met elkaar verbonden zijn of elkaar doorkruizen. Zo verwijs ik continue naar verschillende verhalen, symbolen, thema’s en is er naast het verhaal zelf ook veel meta-fictie gaande.

Klopt het dat de royalty’s van “Een bloedovergoten dageraad” naar een goed doel gaat?

Ja, dat klopt. Dit was een boek waar ik niet aan wilde verdienen. (Zoals ook uit mijn voorwoord blijkt die te vinden is op mijn website.) Het was te persoonlijk. Dus heb ik gezocht naar een goed doel en dit heeft best nog wel voeten in de aarde gehad. Uiteindelijk is het Wartrauma geworden en gaat mijn geld naar een heel specifiek project, namelijk het behelpen van trauma van vrouwen en meisjes die door IS en Syrische soldaten zijn misbruikt en vaak via slavenhandel zijn ontsnapt. Zo wilde ik van een negatieve ervaring iets positiefs maken. En deze mensen hebben het nodig. Vaak hebben ze al geen stem en ik weet uit ervaring dat trauma en trauma verwerking vaak in stilte plaats vindt. Zo hoop ik ze een stem te geven.

Zie ook link: http://www.wartrauma.nl/iraq-yezidi-girls-and-women/

  • Schreef u als kind ook al veel verhalen?

Ik heb altijd verhalen geschreven. Ik denk alleen dat hoe ouder je wordt, hoe meer je als schrijver een eigen stem krijgt en hoe prominenter de obsessies worden die je bezig houden. Ik ben ook geen genre auteur. Zo is mijn laatste verhaal (red: “Meck en Holt”) voor het Boekenweek geschenk in Amsterdam Nieuw-West geenszins een griezelverhaal. Ik wilde een verhaal schrijven over iemand die een gevangene was van zichzelf; zijn emoties niet kon uiten. En deze ideeën doe je op door goed om je heen te kijken. Hoe zijn mensen? Wat doen ze? Een groot deel van schrijverschap is observeren.

  • Hebt U zelf ook kinderen en vinden die het leuk dat U een boek hebt geschreven?

Ik heb een zoontje. Hij weet dat ik boeken schrijf, maar mijn verhalen zijn te donker (zowel mijn fictie als mijn  non-fictie) om het hem te laten lezen. Nu tenminste…

 

  • Maakt u de kaften zelf?

Nee, dat is een heel andere tak van sport. Kaften maken is van wezenlijk belang, ze moeten het verhaal of de kern uitbeelden. Anderen zijn daar heel goed in.

  • Hebt u naast het schrijven nog een andere baan?

Ja, ik ben docent en werk ook als onderzoeker naar massaal geweld en identiteitsvorming. Je kunt dus zeggen dat mensen in het algemeen mijn interesse hebben.

  • Denkt u dat u rijk wordt van schrijven?

Kijk, iedere schrijver wilt genoeg verdienen om alleen maar te schrijven. Bijna niemand lukt dit. En degenen die het wel lukt zijn veelal geen niche schrijvers. Maar zeg nooit nooit. Ik ben geen genre schrijver. Dus er kan nog veel gebeuren: ook op Engelstalig vlak.

  • Wat ligt er op uw nachtkastje?

“De Twaalf” van Cronin en zit in een soort sci-fi periode op dit moment.

ah2

  • Waar en wanneer schrijft u en hoeveel uur per week?

’s Avonds, thuis en altijd twee of drie uur per dag. De laatste weken voornamelijk wetenschappelijke artikelen. Heb een aantal deadlines, hahaha.

  • Wat zijn uw hobby’s?

Lezen, schrijven, hahahahah, ik moet eerlijk bekennen dat ik de laatste jaren zo druk ben geweest. Met schrijven enerzijds, lezingen geven anderzijds, plus nog coachen dat ik merk dat ik het wat rustiger aan moet doen. Hoewel het jeukt, begrijp je. Ik ben bezig met een verhaal. En het is behoorlijk griezelig en past precies in mijn straatje… Ik schrijf het tussen de bedrijven door. Dat wordt het boek dat ik aan mijn zoon op ga dragen . Het gaat ook over hem, ons. Het ouderschap.


April 2016

Omslag concepten_selectie.indd

Dinie Bell

(geschreven door Dinie Bell)

Ik en mijn boeken.

Van jongs af aan ben ik gegrepen door het geschreven woord. Als mijn moeder me voorlas, hing ik aan haar lippen. En toen ik in de eerste klas van de lagere school, wat tegenwoordig groep 3 genoemd wordt, zelf leerde lezen, ging er een wereld voor me open. Lezen werd mijn grote passie. Ik verslond alles wat binnen mijn bereik kwam.

Elke week ging mijn moeder een middag met mij op bezoek bij mijn tante. Ook mijn jongere neefje las graag. Hij had alle boeken van De Kameleon. Zo gauw wij naar zijn kamer gestuurd werden om te spelen, greep ik daar een exemplaar uit de kast van die boekenreeks. Mijn verbazing was groot toen alle boeken op een keer verdwenen bleken te zijn. Op mijn vraag waar ze waren, antwoordde mijn neefje: ‘Die heb ik verstopt. Want als jij een boek hebt, zit je de hele middag te lezen en heb ik niks meer aan jou.’

Toen ik op de basisschool eenmaal goed had leren schrijven, besloot ik eens te proberen of ik zelf een verhaal kon verzinnen. Na dat verhaal volgden gedichtjes. Pas veel later, ik was toen zevenendertig, begon ik aan een boek. Denkend dat het niet goed genoeg zou zijn voor publicatie, belandde dat uiteindelijk in een kast.

Alsjeblieft Papa... Dinie Peels-Bell

Jaren later, ik zat inmiddels op een schilderclub, mestte ik die kast uit en kwam het manuscript tegen. Ik begon het te lezen en dacht : ‘Dit is toch eigenlijk niet slecht.’ Toen mijn medeschilders hoorden dat ik ooit een opzet voor een boek gemaakt had, vroegen ze of ze het mochten lezen. Het manuscript rouleerde onder de leden, die unaniem riepen dat ik er iets mee moest doen.

Ik paste het verhaal wat aan, verzon er enkele hoofdstukken bij en trok de stoute schoenen aan; Ik mailde het door naar een uitgever. Die liet me drie weken later weten dat hij het wilde uitgeven. Mijn familieroman ‘Alsjeblieft papa…’ is een verhaal over de tweelingzusjes Sonia en Sylvia, die opgroeien in een thuissituatie die gekenmerkt wordt door armoede en verwaarlozing. Met een angstige moeder die passief op de achtergrond blijft, zijn zij het slachtoffer van geestelijk en lichamelijk geweld en incest door hun asociale vader. De enige lichtpuntjes in hun leven bestaan uit de schilderlessen die hun oom van moederskant hen geeft en hun liefde voor muziek en dieren. De enkele malen dat ze kinderlijk onbezorgd zijn, is wanneer ze spelen met hun vriendin Lotte en haar mongoloïde broertje Jordy.

Intussen was ik begonnen aan een tweede boek. Daar zat een thrillerelement in, wat me op het idee bracht er ook echt een thriller van te maken. Tegen de tijd dat deze psychologische thriller met de werktitel ‘Wie ben je?’ klaar was, was de uitgeverij die mijn eerste boek uitgaf inmiddels opgeheven.

Ik postte een berichtje op diverse sociale media dat ik op zoek was naar een uitgever en werd al snel benaderd op LinkedIn door Maurice van Dijk van Uitgeverij Palmslag die me vroeg of hij het boek vrijblijvend mocht lezen. Binnen twee weken wist hij me blij te maken met de belofte het boek te publiceren. Hij was alleen niet weg van de titel. Samen verzonnen we wat andere titels, maar we werden het niet eens over wat nu de beste was. Maurice heeft er toen een wedstrijd van gemaakt. We hebben drie titels die we allebei goed vonden op de sociale media gepost en we hebben de lezers laten beslissen. Onder degenen die gekozen hadden voor de winnende titel werden enkele exemplaren van het boek verloot. ‘Achtervolgingsdrift’ was geboren. Deze thriller gaat over de onhandelbare en verwende zestienjarige Jeanne die in 1959 door haar vermogende vader naar een kostschool wordt gestuurd, wat het begin is van een reeks van onherstelbare gebeurtenissen die verstrekkende gevolgen heeft voor Jeanne’s familie in het hier en nu. De woedende Jeanne wil nooit meer naar huis. Om toch ergens te wonen, verleidt de kille, op seks en macht beluste puber de zachtaardige leraar Marius Chatrou om met haar te trouwen. Hun dochter José valt in haar puberteit als een blok voor een vier jaar oudere politieagent. Al snel na hun huwelijk blijkt hij echter niet de charmante man te zijn waar zij hem voor hield. Als hij haar tenslotte verlaat, kan ze alleen maar opgelucht zijn. Maar die opluchting is van korte duur als José totaal onverwacht slachtoffer wordt van stalking. Nadat ze een relatie krijgt met een vroegere jeugdvriend, neemt het stalken nog grimmiger vormen aan. Intussen ontdekt Marius dat Jeanne geheimen voor hem heeft. Als hij ze ontrafelt, blijkt de waarheid erger dan hij zich ooit had kunnen voorstellen. José komt er ten slotte op brute wijze achter wie haar stalkt. En ook zij had de verschrikkelijke waarheid uit het verleden die hiermee aan het licht komt nooit kunnen vermoeden.

cover (1)

Ik vond het schrijven van een thriller, met de verschillende plotwendingen en geheimen erin verwerkt, zo leuk, dat ik besloot daar in verder te gaan en anderhalf jaar na ‘Achtervolgingsdrift’ gaf Palmslag mijn thriller ‘Hysteria’ uit. Dit boek gaat over de familie Verbeek. In en rondom het gezin vinden talrijke, soms onverklaarbare verschrikkingen plaats. Op het moment dat Huib een eind wil maken aan zijn huwelijk omdat zijn echtgenote er een intieme relatie op na houdt met zijn beste vriend Ben, overlijdt zijn jongste dochter. De doodsoorzaak luidt ‘wiegendood’, maar is dat wel de juiste diagnose? Als na Huib ook Ben Trees verlaat, blijft ze achter met vier dochters die van elkaar verschillen als de dag van de nacht. Wanneer Trees weer een nieuwe liefde ontmoet in Edwin, krijgen zij een dochter, Anna. Is het toeval dat ook zij overlijdt? Jaren later, als de zusjes volwassen zijn en de liefdes van hun leven hebben ontmoet, zijn de moeilijkheden nog niet voorbij. Integendeel.

Eind 2015 verscheen ‘Knekelhuis’, waarin de nieuwe woning van de jonge auteur Lynn vanwege een dubbele moord die er in het verleden gepleegd is, bekend staat als spookhuis. Hoewel ze niet in geesten gelooft, heeft Lynn vanaf het moment dat ze de woning betrekt het gevoel dat ze er niet alleen is. Langzaam maar zeker begint ze dan ook te twijfelen aan haar opvatting. Waart het jonge, vermoorde echtpaar in Lynns huis rond? Of hebben de macabere gebeurtenissen te maken met haar buurman Mark, die heel charismatisch is en op wie Lynn op slag verliefd wordt, maar van wie de bewoners van het nabijgelegen dorp denken dat hij de moorden op zijn geweten heeft?

Momenteel ben ik bezig aan weer een spannend verhaal. En ik heb nog veel meer ideeën.

knekelhuis


 Maart 2016

Jeffrey Debris

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hoe kwam je op het idee, voor dit verhaal?

Ik teken ook vrij veel, vroeger wilde ik namelijk striptekenaar worden. Daarbij kwamen op een bepaald moment steeds twee thema’s steeds heel erg terug. Een mysterieus persoon in een gewaad en een vogelverschrikker. Uiteindelijk kreeg ik bij beide steeds meer een idee van wat hun achtergrond was en zo ben ik uiteindelijk aan het verhaal begonnen. Vandaar ook dat het boek begint met Grummus, die als soort vogelverschrikker aan een staak hangt.

Hoe kom je op de namen van de hoofdpersonen, en lijken ze op iemand uit je omgeving?

De namen zijn eigenlijk op heel natuurlijk wijze gegaan. Soms vond ik ze gewoon passen bij het type personage, andere keren zijn het verwijzingen of een knipoog naar mensen of dingen die ik echt ken en een aantal zijn niet door mijzelf verzonnen, maar door vrienden, die ik zelfs een personage cadeau heb gedaan voor in het boek.

Grummus en Räz zijn gebaseerd op mezelf, of eigenlijk delen van mijn eigen persoonlijkheid. Grummus is mijn emotionele deel die iedereen wil redden, kostte wat kost. Räz is het rationele deel van mijn persoonlijkheid die wel alles doet voor het grote goed, maar die best tien mensen zou opofferen, als er daardoor honderd in leven zouden blijven.

Hoe ging het schrijfproces in zijn werk (maak je aantekeningen, tabellen of heb je zelfs foto’s in je hoofd, of gebruik je foto’s van internet?

Dat ging eigenlijk gaandeweg. Ik heb tekeningen gemaakt van een aantal scenes. Ook heb ik een overzicht gemaakt van de elementen en hoe alle rassen hieraan verbonden zijn. Vanaf hoofdstuk 15 had ik een methode gevonden die ik erg fijn vind werken. Ik vat elk hoofdstuk samen in ongeveer vijf bulletpoints en die werk ik vervolgens uit naar zo’n twee A4tjes aan tekst.

Ik heb ook veel research gedaan, door op internet allerlei artikelen af te speuren en daar iets mee te doen. Meestal schrijf ik in de avond, dan heb ik de meeste en de beste ideeën en veel inspiratie. Soms is dat wel frustrerend als je de volgende dag weer naar je werk moet. 😉

Hoe lang schrijf je per dag,en hoelang heb je over dit boek gedaan?

Dat verschilt echt heel erg. Soms schrijf ik dagen niet, simpelweg omdat ik ook nog werk en andere verplichtingen heb. Ik heb over dit boek ruim drie jaar gedaan, maar deel twee verwacht ik sneller op papier te hebben. Als ik echt een dag flink wat tijd heb, dan schrijf ik ongeveer drie tot vier uur effectief, maar de rest van de tijd wordt dan besteed aan nadenken hoe het verhaal verder moet.

Wie heeft de cover gemaakt?

Peter Kapritsias. Hij is een fantastische ontwerper en is ook erg goed in het maken van concept art. Ik ben erg blij dat hij mijn wens precies op de juiste manier naar een geweldige cover heeft weten te vertalen. Gelukkig wil hij dit ook voor de andere twee delen nog gaan doen!

Wat vindt jij zelf het leukste van het boek?

Lastige vraag, maar ik denk dat ik dan voor Dune ga van Frank Herbert. Eigenlijk is dat voor mij zo’n invloedrijk boek geweest. Wat ik vooral bewonder is dat de wereld ook echt zo goed tot leven is gebracht. Het is ook een goede mix tussen science fiction en fantasy. Ik hoop dat dat mij ook is gelukt, ondanks dat mijn universum meerdere werelden beslaat.

Ben je op pad gegaan en heb je plaatsen bezocht om inspiratie op te doen, zo ja waar heen?

Ik ben niet echt op pad gegaan, maar inspiratie kun je overal uit halen. Ik heb wel bijzonder veel inspiratie gehaald uit mijn reis naar Schotland in 2013. Dat heeft uiteindelijk de planeet Caledon opgeleverd in het boek. Voor de rest haal ik mijn inspiratie uit heel veel dingen, ook regelmatig uit een glas goede whisky!

Hoe ziet je schrijfplaats eruit?

Een vrij strak wit bureau vol met inspiratie (troep). Een groot beeldscherm, fijn toetsenbord en een stel goede speakers waar ik altijd instrumentale muziek op afspeel als ik schrijf. Meestal zijn dat soundtracks van videogames of van films. Meestal het eerste. Ik denk dat veel mensen onderschatten hoe enorm mooi de muziek in videogames is, vooral de afgelopen tien jaar zijn er echt fantastische soundtracks uitgekomen

Wil je de lezers nog iets meegeven? (heeft het boek een boodschap etc).

Book I is in veel opzichten echt een opstap naar wat nog komen gaat, al heb ik wel mijn best gedaan er een net afgerond geheel van te maken. Ik hoop dat veel lezers de stijl van het boek ook aanspreekt, met alle verhaallijnen en hoe deze samenkomen

Vertel waar het over gaat………

The Fall of Netherea wordt verteld vanuit drie verschillende verhaallijnen, die uiteindelijk allemaal met elkaar te maken hebben. De hoofdverhaallijn gaat over de planeet Netherea, die aan het begin van het boek verwoest lijkt te raken. De complete vloot van de Xoron, het ras die Netherea zien als hun thuisplaneet, wordt op de benen gezet om de planeet te evacueren.

Doordat de planeet zo instabiel is, wordt ook de complete balans van de elementen verstoord en dat merkt Grummus, een jonge Scarowyn die bezig was met een test die alle Scarowyn moeten doorstaan als ze volwassen worden. Deze duurt honderd dagen, maar op de laatste dag wordt de balans verstoord en zit hij vast op de planeet Saridia, waar hij de test onderging. Aangezien hij tijdens de test de taak kreeg om te zorgen voor een peul met een Scarowyn embryo erin zit hij behoorlijk op hete kolen en wil hij kostte wat het kost van de planeet weg komen en terug naar huis, naar Wyngaya.

Ondertussen wordt door Chando Rombilius, hoofd van NanoTech Incorporated een team gevorm om een nieuw type android te bouwen voor een onbekende opdrachtgever. Het laatste teamhoofd had hij ontslagen door hem te ejecteren uit een luchtsluis. Nu is hij op zoek naar nieuw personeel.

Uiteindelijk hebben alle verhaallijnen met elkaar te maken en beïnvloeden ze elkaar.

Aangezien dit mijn debuut is, ben ik erg benieuwd of het verhaal mensen intrigeert. Ik heb er zelf bijzonder veel lol aan beleefd om het te schrijven en de andere delen ga ik ook zeker schrijven, ongeacht het succes van deel een. Het is gewoon iets dat ik moet doen, als schrijver.

Mocht je nog vragen hebben, dan beantwoord ik ze uiteraard graag! Om alvast een vraag te beantwoorden: Ik ben nog single! 😛

Biografie:

Jeffrey Debris (de Blieck, 1981) is geboren in Amsterdam, maar getogen in Uithoorn. Daar heeft hij het grootste deel van zijn leven gewoond. Na een korte periode van vijf jaar in Alphen aan den Rijn gewoond te hebben besloot hij toch maar weer terug te gaan naar het dorpje onder de rook van Amsterdam.

Jeffrey groeide op met de computer en speelde vooral graag games waarin het verhaal een belangrijke rol speelde. Ook wilde hij vroeger altijd striptekenaar worden; het creatieve zat bij hem al van jongs af aan in het bloed. Films als Star Wars, Blade Runner en andere science-fictionfilms en -series spraken telkens weer tot zijn verbeelding.

Vanaf het einde van zijn tienerjaren was Jeffrey veel bezig met muziek en werd uiteindelijk zanger van een metalband waar hij ook de songteksten voor schreef. Nadat zijn laatste band Polydrone uit elkaar viel, wilde hij het creatieve gat opvullen en begon aan het schrijven van een verhaal. Hierbij combineerde hij alles uit science fiction en fantasy wat hem aansprak uit deze twee werelden. Diep onderliggend zitten daarin nog maatschappijkritische en morele dilemma’s verwerkt, terwijl het verschil tussen goed en kwaad ook meer tinten grijs zijn.

Naast schrijven heeft Jeffrey nog veel andere hobby’s zoals videogames spelen, films kijken en muziek luisteren.

cover-front-final


Februari 2016

Terrence Lauerhohn

wegversperring

Biografie Terrence Lauerhohn

Terrence is geboren op 31 mei 1960 in een Brabantse wieg te ’s Hertogenbosch. Pas op 51 jarige leeftijd schreef hij zijn eerste roman, ‘Noptula’ (Science-fiction), die goede reviews ontving. Sindsdien zijn en worden een flink aantal kortverhalen van hem in genre-magazines en verhalenbundels gepubliceerd, waarvan verschillende zelfs in de USA.

Terrence houdt zich het liefst niet aan een bepaald genre binnen de verbeeldingsliteratuur, zodat zijn grenzeloze fantasie alle richtingen van het onwerkelijke kan inslaan. Het auteurschap blijkt zijn passie te zijn, ontdekte hij.

Zijn Dark-Fantasyroman, ‘De Negen Cirkels’ (Zilverbron) was een van zes genomineerde titels voor de Hebban Awards 2015, categorie Fantasy.

Eind 2015 publiceerde hij Wegversperring (Thriller-debuut), bij aquaZZ. Redactie/bemiddeling met uitgever, Ambilicious (tevens coach/literair agente).

Beide boeken hebben hoge beoordelingen ontvangen, van recensenten en lezers.

Website Terrence: www.123website.nl/lauerhohn

***************************************************************

negencirkels

INTERVIEW:

  • Waarom kiest u voor een bepaald onderwerp?

Ik laat me leiden door inspiratie. In mijn mapje ideeën zitten een hoop mogelijke verhalen, waar ik af en toe eens doorheen blader. Als ik aan één idee constant moet blijven denken en het inspireert me, dan begin ik aan het uitwerken van dat idee.

  • Hebt u het verhaal van de boeken meegemaakt?

Gelukkig heb ik het verhaal van mijn eerste boek (De negen cirkels) niet meegemaakt. Voor het tweede boek (Wegversperring) heb ik me wel laten leiden door een reis die ik in 1979 maakte door Nevada en Arizona, hoewel ik ook dat verhaal gelukkig niet zelf meemaakte.

  • Schreef u als kind ook al veel verhalen?

Nee, ik ben pas op mijn 51ste levensjaar begonnen met schrijven. Ik heb wel altijd heel veel gelezen.

  • Hebt U zelf ook kinderen en vinden die het leuk dat U een boek hebt geschreven?

Ik heb geen kinderen. Ik heb wel een hond, kat en een papegaai. Die kunnen helaas niet lezen, maar de papegaai vertelt me wel een hoop andere verhalen.

  • Maakt u de kaften zelf?

Ik heb de kaft voor Wegversperring zelf ontworpen, maar ik laat het ontwerpen eigenlijk liever over aan echte professionals.

  • Hebt u naast het schrijven nog een andere baan?

Nee. Ik ben dankzij een ziekte afgekeurd voor ander werk.

  • Denkt u dat u rijk wordt van schrijven?

Ik word niet rijk in mijn portemonnee, wel in mijn geest. Maar dat is me ook een hele hoop waard.

  • Wat ligt er op uw nachtkastje?

Het boek, Lege Steden van Jasper Polane, mijn medicijnen, en soms mijn kat.

  • Waar en wanneer schrijft u en hoeveel uur per week?

Ik schrijf altijd thuis, met alleen een beetje muziek op de achtergrond. Ik werk zo’n vijf a zes uur per dag aan mijn verhalen.

  • Wat zijn uw hobby’s?

Ik schrijf natuurlijk heel graag. Maar muziek maken in een coverband en tekenen vind ik ook heel erg leuk om te doen.

Website: http://www.123website.nl/lauerhohn

Twitter: @Lauerhohn

Facebook: https://www.facebook.com/Wegversperring-775549722555960/timeline/

https://www.facebook.com/negencirkels/?fref=ts

boektrailers: Wegversperring: https://www.youtube.com/watch?v=4uNO7eG3pmw

De negen cirkels: https://www.youtube.com/watch?v=Tv3sP2MSgtM


Januari 2016

Atalanta Nehmoura

  

Ciska Buisman - Atalanta Nèhmoura

Hallo allemaal, mijn naam is Atalanta Nèhmoura, eh, nou ja, het is niet de naam die mijn ouders mij gaven toen ik op 1 maart 1964 in het oude stadje Steenwijk werd geboren. Als Ciska (Franciska) Buisman schreef mijn vader mij in en ga ik normaal gesproken door het leven. Ergens in mijn kindertijd, zo rond mijn negende levensjaar, plopte de naam Atalanta Nèhmoura naar boven. Pas veel later ontdekte ik dat Atalanta een Griekse jageres was (Atalanta en de gouden appelen) en een prachtige vlinder.

Vanessa_atalanta

In mijn jeugd was ik nou niet echt het meisjes-type. Ik speelde met auto’s, genoot van allerlei avonturen samen met vriendjes en vriendinnen in de nieuwbouwwijken waarin ik gewoond heb of ik greep na schooltijd mijn vishengel en een stuk brood en zat dan uren aan het water.

Op mijn tiende verhuisde ons gezin naar Ermelo en woonde ik nog geen honderd meter van het bos en de hei. Het waren heerlijke jaren waarin ik door de wouden zwierf, hutten bouwde, vuur leerde maken, met mijn eigen boog door het struikgewas sloop en allerlei avonturen beleefde. Zo kwam ik de ene keer thuis met een hazelworm, dan weer met een nest jonge konijntjes, een groene specht jong, een ondervoede houtduif, een verdwaalde postduif, enz. Ik kon uren in de natuur doorbrengen. Zoals die keer dat een nest jonge sperwers vliegles kreeg en ik al liggend in het hoge heide gras met mijn verrekijker kon volgen hoe ze met elkaar allerlei aanval- en duikvluchten op elkaar uitvoerden. Het leken net vliegtuigjes die aan het stunten waren.

dragonbabygecomp

In die tijd ontstonden ook mijn eerste fantasieverhalen. Ik heb altijd gedacht dat ik ooit striptekenares zou worden van een SF-serie, maar ondanks dat ik redelijk kan tekenen, bleek het toch wel erg veel tijd in beslag te nemen en kun je in een tekening niet zoveel emotie kwijt als in een geschreven verhaal.

Toen ik redactielid van de schoolkrant van de Amersfoortse laboratorium school werd, was ik verkocht. In eerste instantie zou ik de illustraties verzorgen, maar al snel bleek dat er erg weinig kopij binnenkwam, daarom schreef ik ook allerlei artikelen en samen met een klasgenoot begon ik aan een detective verhaal.

wolv385gecom

Door mijn werk, studies en relatie belandden mijn ideeën in de kast. Tot september 1998…

Iedereen heeft in zijn leven van die crisismomenten. De mijne was in 98-99 Ik was niet happy in mijn werksituatie, maar als eigen ondernemer heb je vaak geen keus en is het doorbijten geblazen. Tijdens mijn vakantie in 1998 in de bergen van Oostenrijk ben ik op een rotsblok in het midden van een woeste bergbeek gaan mediteren. Op de vraag wat wil ik nu werkelijk wilde, kwam heel duidelijk het antwoord: SCHRIJVEN!!!

Ik wilde iets creëren, iets waarmee ik de diepste gevoelens van mensen kon raken, iets wat mensen vreugde zou geven en waar ik ook veel plezier aan zou beleven.

Ain deel1gecom

Eind ’98 begon ik aan een verhaal waarvan ik ooit wat kleine notities op een A4-tje had gemaakt. “Jonge prins slaat op de vlucht na de moord op zijn vader en gaat op zoek naar zijn verdwenen moeder.” Het was de bedoeling dat ik hiermee schrijfervaring ging opdoen.

In die periode werkte ik fulltime (zonder mijn partner) voor ons juweliersbedrijf, deed ik een deel van het goudsmidswerk en verzorgde ik de administratie van twee bedrijven. Kortom: het was dag en nacht werken. Het is een wonder dat ik in die tijd nog zoveel heb kunnen schrijven. Na 22:00, of soms nog later, zette ik het computerprogramma van boekhouding naar Word en schreef ik nog tot ca 0:30

Toen ik aan de kronieken van Ulriach de Waanzinnige begon had ik er nog geen idee van waar het naar toe zou gaan. Al snel kwam ik helemaal klem te zitten. De belangrijkste scène, waaromheen ik mijn verhaal bouwde, klopte van geen kant. Het ging om de het stuk waar Aïn zijn beide neven tegen het lijf loopt. Ik had dit deel na de ontmoeting met Elassar neergezet en dat was verre van logisch. Heel veel achtergrondinformatie was ook niet duidelijk. Ik besloot “kill your darling” te doen en haalde de scène eruit. Om dat het idee wel goed was, veranderde ik het stuk en plaatste het eerder in het verhaal. Wat er toen gebeurde zou je een wonder kunnen noemen. Alle puzzelstukjes vielen op hun plek. Ineens was het hele verhaal er. De wereld, de voorgeschiedenis, verschillende culturen, de onderliggende laag, waarom er zo’n haat tussen mensen en elfen was, de reden waarom Aïns moeder was vertrokken, en… er was genoeg voor zeker zeven boeken. Omdat de eerste twee delen om commerciële redenen door mijn vorige uitgever in vier delen zijn uitgegeven, worden het er nu negen.

Boek 2 - Drakenruitergecom

En toen kwam het volgende probleem: het vinden van een uitgever.

In 2007 kwam door een aantal gebeurtenissen het besef dat ik als schrijver nog heel veel moest leren en dat ik dat niet alleen kon. Gelukkig kwam ik in contact met Alex de Jong van Pure Fantasy en via hem met W.J. Maryson. Bij de laatste volgde ik schrijfweekenden en heb ik enorm veel geleerd. Daarnaast organiseerde Pure Fantasy regelmatig workshops en wedstrijden waar ik vaak aan meegedaan heb. Hieruit zijn o.a. een aantal korte verhalen ontstaan die in verhalenbundels zijn gepubliceerd, zoals: Onder de Schedelmaan, Verborgen achter de Horizon, Zee van verbeelding, Fantastisch strijdtoneel en PF 18+. Vol frisse moed begon ik aan het herschrijven en corrigeren van mijn manuscript en met succes. In maart 2012 verscheen het eerste deel van de kronieken van Ulriach de Waanzinnige bij BOF. In 2013 eindigde mijn manuscript “de Erfwachter” in de Luitingh manuscriptenwedstrijd in de top 5. Tegenwoordig leer ik veel van mijn proeflezers en eindredacteur. Want je bent nooit uitgeleerd.

Boek 3 -01 Kristalmagiergecompr

De karakters in mijn verhalen zijn meestal niet zwart/wit, want zo zit het leven niet in elkaar. Ze ontwikkelen zich, zijn niet per definitie goed of slecht, want dat is vaak afhankelijk van uit welk perspectief je het bekijkt en welke omstandigheden er meespelen. Ik vind het heerlijk om aan een lang verhaal te werken omdat ik daarin de verschillende karakters verder kan uitwerken of telkens één persoon er iets meer kan uitlichten. Ook is het een hele uitdaging om straks alle puzzelstukjes perfect in elkaar te laten passen, vooral omdat ik niet echt een plotter ben, maar eerder een scèneschrijver. (Ik zie alles als een film voor me)Voor deel 6 heb ik voor het eerst allemaal briefjes en een grote tijdbalk gemaakt. In de eerdere delen heb ik wel een tijdlijn en landkaart gebruikt.

Boek 4 -01 Eer&verraad

Ik probeer mijn verhalen levendig te maken en emoties bij de lezer los te peuteren. Je vindt er levendige vechtscènes, daarnaast ook een dosis humor en ontroering. De lezer maakt ook kennis met hele herkenbare dingen, zoals: vooroordelen, haat, hebzucht, machtsmisbruik, culturele verschillen en de belangrijkste deugden om het licht te laten zegevieren: liefde, vriendschap, vergeving, loyaliteit en moed.

Boek 5 -wolvenmeesteres 03gecompr

Hopelijk lukt het mij in de toekomst om meer tijd vrij te maken voor het schrijven, zodat de lezers kunnen genieten van de volgende avonturen van Aïn en zijn vrienden


December 2015

Kim Ten Tusscher

Hallo, mijn naam is Kim ten Tusscher. Ik ben al bijna 10 jaar actief als serieus schrijver en heb zes boeken op mijn naam staan. Het begon allemaal met Hydrhaga, daarna kwam de Lilith trilogie (Gebonden in Duister, Verbroken in Schemer en Geboren in Licht) en eerder dit jaar rondde ik met Prooi mijn tweeluik Jager & Prooi af. Die zes boeken tellen samen zo’n 2000 pagina’s. Niet gek als je bedenkt dat ik naast het schrijven ook nog drie en een halve dag werk en allerlei ander tijdverdrijf heb.

kimboeken

Hydrhaga schreef ik in eerste instantie voor mezelf, maar is uiteindelijk in herschreven vorm toch uitgegeven. Dat verhaal leerde me hoe verslavend schrijven is en ook dat ik er met hard werken best zou kunnen komen. Dus begon ik met het uitdenken van een omvangrijkere wereld; de wereld waarin de Lilith trilogie speelt, maar ook Jager & Prooi. Ook de serie waar ik nu aan werk, is gesitueerd in deze wereld. Het fijne is dat de basis van die wereld al staat – de natuurkundige regels, de belangrijkste culturen en religies, het magiesysteem – maar tegelijkertijd zijn er nog veel plekken die ik nog niet heb ontdekt en waar nog mooie verhalen verborgen liggen.

kim lillith

Meer over mijn verhalen kun je natuurlijk vinden op internet en mijn website, dus misschien is het leuker om te vertellen waarom ik fantasy schrijf. Het is niet zozeer de vrijheid van alles kunnen schrijven wat ik wil, want ik vind niet dat in dit genre alles zomaar mag. Zodra de eerste zin op papier staat, is de eerste wet van die wereld vastgesteld en daarna kun je alleen nog maar opnieuw beginnen of op die eerste regel voortborduren. En je begrijpt dat er in mijn geval – met een derde serie in dezelfde wereld – al heel veel regels en wetten door mezelf zijn opgelegd.

Eigenlijk was de keuze voor fantasy een logisch gevolg van mijn interesses in 2006. Ik was door de verfilming van The Lord of the Rings helemaal in de ban van fantasy festivals en de bijbehorende kostuums. Toen ik begon te schrijven was het dan ook logisch dat het fantasy zou zijn.

kimprooi

Maar er is meer wat ervoor zorgt dat ik fantasy blijf schrijven. Ik vind van alles van de echte wereld om mij heen. Vaak op kleine schaal, soms op grotere schaal. Niet dat ik overal tegen of voor ben, ik ben vaker genuanceerd. Nieuwsgierig noem ik het liever. Naar de mensen achter het nieuws dat ik op tv zie. Of naar de mensen over wie ik las in de geschiedenisboeken. Waarom culturen zijn zoals ze zijn en religies prediken wat ze prediken.

Maar ligt het dan niet voor de hand om juist over de echte wereld te schrijven? Ik vind van niet. Want als ik over de actualiteit zou schrijven, vul dan zelf maar in welke religies mijn personages zouden hebben. En daarmee zou de lezer al zijn objectiviteit hebben verloren nog voor hij het boek had opengeslagen. Dus als ik een lezer onbevangen naar de strijd wil laten kijken die gaande is in mijn wereld, dan is fantasy de beste keuze.

kimjager.jpg

Maar goed, daarnaast is het natuurlijk ook het genre bij uitstek om een heerlijk avontuurlijk verhaal te vertellen dat je mee sleurt van de eerste tot de laatste pagina. Ik nodig je uit om een kijkje te nemen op mijn website, waar je bijvoorbeeld de eerste pagina’s van mijn verhalen kunt lezen; www.kimtentusscher.com.

Liefs Kim


November 2015

Brad Winning (Alex De Jong)

alex1

‘Charmante boer’ put (ook) uit eigen ervaring

Brad Winning is het pseudoniem van schrijver en uitgever Alex de Jong (11-11-1967). In 2003 verscheen zijn De Raad van Zeven, het eerste deel van de (onafgeronde) Santoriaanse Kronieken, waarmee hij in dat jaar als eerste Nederlander de Elf Fantasy Award won (na Terry Goodkind en Robin Hobb). In de jaren daarna ontpopte Alex de Jong zich als organisator van vele activiteiten rondom de Nederlandse fantasy.

Zo verschenen het tijdschrift Pure Fantasy, de schrijfwedstrijd Unleash Award en het BoF Boekenbal om de fantasy vanuit het Nederlandse taalgebied te stimuleren (inmiddels allemaal opgeheven). Tot voor kort bestierde hij zijn eigen uitgeverij Books of Fantasy, maar inmiddels richt hij zich volledig op zijn eigen boeken. Recentelijk publiceerde hij Heksenjacht (epische fantasy), Ondergang (steampunk-fantasy) en Godendoder (Sword and Sorcery). Hij werkt op dit moment aan een zevental manuscripten, waaronder ook drie thrillers.

‘Sprookjes voor volwassenen’

‘Vreemd genoeg dacht ik vroeger altijd dat ik thrillerschrijver zou worden. Fantasy las ik niet, dat waren ‘sprookjes voor volwassenen’ en daar had ik niets mee. Pas als volwassene, toen ik zelf een fantasyboek had geschreven, realiseerde ik me dat ik als tiener al veelvuldig fantasy had gelezen en dat ik dat genre toch wel erg leuk vond. En ik dacht nog wel dat Robin Hobb (de Boeken van de Zieners) mijn eerste kennismaking met de fantasy was. Maar: ik las als tiener al de strips van Conan de barbaar en ik verslond de comics van John Carter, man van Mars. Kortom: fantasy zit er bij mij al van jongs af aan in…’

alex3

‘Ik mix graag’

‘Ik houd ervan om de niet-platgetreden paden te bewandelen. Steampunk, sword & sorcery, fantasy-detective; ik mix het allemaal graag. Maar dat gaat volledig onbewust. Ik heb geen vooropgezet plan om een bepaalde mix te maken; zoiets overkomt me, puur door het idee dat ik voor een verhaal heb. Zo is Ondergang ontstaan vanuit het idee dat een plaatje bij me opriep. Het plaatje was van een zeppelin in een kloof, dat werd nagekeken door duivelachtige creaturen. Voordat ik het wist had ik een idee voor een roman en tja, vanwege de zeppelin moest dat natuurlijk iets steampunkachtigs worden. De fantasy-detective Bloed & Eer werd ingegeven door het feit dat ik als tiener pockets met hardboiled detectives van mijn vader heb gelezen: Mike Hammer. Het idee: zuipende, rokende en altijd aan de grond zittende detective heeft het doorlopend aan de stok met zijn ex, de huisbaas en de plaatselijke misdaad. Hij neemt altijd de verkeerde klusjes aan want tja, hij blijft een ruwe bolster, blanke pit. Dat is mijn Sylvestre Curare, maar dan overgoten met een fantasysausje om het lekker te maken.’

Erotiek

‘Het schijnt dat mijn boeken/verhalen herkenbare ingrediënten hebben die het een Brad Winning boek maken. Collega en goede vriend Adrian Stone zei, na mijn fantasydetective te hebben gelezen, dat hij Sylvestre Curare, mijn hoofdpersoon, een boer vindt. Maar wel een hele charmante boer, net als de schrijver die dit personage had bedacht. ‘Typisch Alex/Brad’? Ik houd van het ruige, het ruwe. Ik schuw de platvloerse (schutting)taal en situaties niet en ben ik ook niet vies van een beetje erotiek. Mijn fantasy is wat volwassener dan doorsnee, denk ik. Ik zou dan ook geen kinderboek kunnen schrijven.’

Heksenjacht

‘Schrijven is voor tien procent inspiratie en voor negentig procent transpiratie. Laat ik mijn inzending voor de Luitingh Fantasy Schrijfwedstrijd als voorbeeld nemen: Heksenjacht. April 2011 had ik eens een hoofdstukje over orken geschreven, want tja, ik wilde nog eens een roman over deze lieden schrijven. Leek me leuk: onbehouwen vechtersbazen, veel moordpartijen, blood and gore… heerlijk. Toen werd het 11 november 2011 (mijn 44e verjaardag), diende de wedstrijd zich aan en dacht ik: daar ga ik aan meedoen. Vanaf dat moment werd het idee van de orken een heel ander idee, rolde er een mooie verhaallijn uit en wilde ik deze roman schrijven. Mensen die mij goed kennen (of die vrienden op Facebook zijn) weten dat ik in de komkommers werk. Seizoensarbeid van ’s ochtends zeven tot ’s middags twaalf. Maar in november kwam dat stil te liggen en dus zette ik nog steeds de wekker op zes uur, ging met een bak koffie achter de pc zitten en heb dat 45 dagen lang volgehouden. Iedere dag schreef ik minimaal tweeduizend woorden. Ook in de weekenden. Want: ik wilde in 45 dagen een manuscript van 90.000 woorden klaar hebben. Die 45 was niet alleen 45 maal 2.000 maakt 90.000, maar was ook magisch omdat ik het schreef in mijn 45e levensjaar. En dus, na precies 45 dagen schrijven, was het af. Nou ja… de kladversie. Je wilt niet weten wat de eindredacteur er allemaal nog aan heeft zitten sleutelen. Man, wat zag dat script rood! Maar ach, dat schijnt normaal te zijn.’

2016 is ‘Jaar van het boek’

‘Mijn pseudoniem Brad Winning is natuurlijk een woordgrapje, maar wel eentje met een diepere betekenis. Ik wil van schrijven mijn broodwinning maken. Laten we eerlijk zijn: de Nederlandstalige markt zal, binnen de fantasy, niemand een boterham als schrijver opleveren. Pas wanneer je naar het buitenland gaat, beginnen die kansen op ‘rijkdom’ toe te nemen.’

‘Op dit moment werk ik aan een erotische thriller. Of ik alles wat ik schrijf ook zelf heb meegemaakt?’ Brad lacht. ‘Zeker niet alles, wees gerust. En misschien ook weer wel. fantasie en werkelijkheid met elkaar verweven; heerlijk! Feit is dat ik (ook) put uit dingen die ik heb meegemaakt. Met dit boek, maar zeker ook met ieder ander boek. En bij fantasy natuurlijk wel weer minder dan bij de boeken die in het ‘nu’

spelen.’ Hij noemt als voorbeeld zijn verhalenbundel Kwade Geesten, maar ook de thrillerprojecten waaraan hij op dit moment werkt. ‘Naast de erotische thriller staat ook nog een psychologische thriller en een misdaadverhaal op het programma. 2016 wordt een extreem druk jaar voor mij als schrijver. Logisch, want het is het jaar van het boek.

alex22

(delen van dit interview zijn eerder verschenen op http://www.fantasywereld.nl)


Oktober 2015

Rik Raven

De naam is Raven, Rik Raven. Zal ik jullie eens wat vertellen? Ik ben de afgelopen maanden zo druk aan het werk geweest met schrijven en de bijkomende dingen om mijn laatste boek gepubliceerd te krijgen dat ik bijna de eer om Schrijver van de maand te zijn aan me voorbij moest laten gaan. Tazzy herinnerde me er op tijd aan en alleen omdat ik het zelf alsnog bijna was vergeten, sta ik hier niet al enkele dagen eerder. Ik was zelfs al druk aan het schrijven in mijn nieuwe boek toen ik er ineens aan dacht. Na een vloek opende ik een nieuw document en ik schreef:

Yes, ik ben een schrijver. Dank je, Tazzy, voor de kans om mij en mijn boeken op deze plek voor te mogen stellen. Ik heb nu drie boeken uitgegeven.

Bron http://www.rikraven.com/?page_id=147

rik bron

Zucht http://www.rikraven.com/?page_id=215

rik zucht

Recht http://www.rikraven.com/?page_id=1794

Rik recht

En nee, dat ging niet vanzelf. Het leven gaat wel vanzelf, en het is helemaal aan jezelf wat je er van maakt, ondanks tegenslag. Het valt me altijd op dat de biografieën van auteurs erg vaak beginnen over hun verlangen naar schrijven, dat ze al hun hele leven met schrijven bezig waren of dat ze altijd al schrijver hadden willen worden. Dus recalcitrant als ik altijd geweest ben, wilde ik dit dus niet zeggen.

Helaas … Helaas … Het is dus wel waar. Ik was vroeger ook altijd degene die de verhaaltjes verzon bij het Indiaantje spelen of – veel later – bij het spelen met de barbies. Of de kids dat soort spelletjes tegenwoordig nog doen, doet nu even niet ter zake … Ik wel. 😉

Op mijn zeventiende zat ik op de HAVO, ik rockte (en rookte wat) met mijn vrienden, reed paard, had een Puch Maxi en een goed leven totdat ik met mijn Puch van de weg werd gereden en in een coma terecht bleek te zijn gekomen.

Dat was het begin van een nieuw leven dat in weinig opzichten nog leek op dat wat ik leefde. Alles was anders, maar het ergste van alles was dit ik zelf was veranderd.

Groot probleem was dat ik er met mijn beschadigde hersenen zelf achter moest komen in hoeverre ik was veranderd en wat ik moest doen om hiermee om te kunnen gaan. Tegenwoordig zijn er therapieën en is er gelukkig begeleiding. Toen was er zelfs nog geen naam voor wat ik had, wat vreemd was, want het oplopen van een hersenbeschadiging is iets van alle tijden. In ieder geval duurde het twintig jaar voordat ik er door het lezen van De Donkere Toren van Stephen King achter kwam dat er verhalen in me verborgen zaten. Dat ze gewoon leken te hebben gewacht tot ik terug was. De verhalen.

Ik zei al dat het niet makkelijk is, ik verzwijg mijn nah voor niemand, maar ik ga er ook geen groot ding van maken. Het is zoals het is. Ik wil de verhalen schrijven die ik zelf graag zou willen lezen en ik houd van verhalen waarin niet alles is wat je denkt dat het zou kunnen zijn, ik houd van voorspelbare en onvoorspelbare einden … als het maar goed geschreven is. Ik houd namelijk ook van mooie woorden, van dubbele betekenissen, van sprekende metaforen, van het ontdekken van een derde laag in een dubbele laag.

Mijn nieuwste boek Recht is pas sinds eind september uit. Op mijn site heb ik een pagina van het boek aangemaakt en nu mag ik hopelijk binnenkort enkele recensies te kunnen toevoegen aan de pagina. Ben erg benieuwd.

http://www.rikraven.com http://www.facebook.com/rikraven


September 2015

Kim De Bruin

kim 2

Ik ben Kim de Bruin, geboren in Lelystad en opgegroeid in Amsterdam. Op mijn negende verhuisde het hele gezin naar Zaandam, waar ik begon met het schrijven van verhalen. Ik schreef van alles, maar fantasy was mijn favoriete genre. Met fantasy kon ik me helemaal laten gaan; geen grenzen. Niets is te gek.

Op de middelbare school had ik een beste vriendin met wie ik samen verhalen schreef. We konden het hele weekend bezig zijn met een verhaal.

Toen ik van de middelbare school kwam en begon met studeren, kreeg ik minder tijd om verhalen te schrijven. Mijn studie slokte veel van mijn tijd op.

Toch zat er een verhaal in mijn hoofd. Keer op keer speelde hetzelfde verhaal zich opnieuw af in mijn hoofd, als een soort film. Ik zag de hoofdpersonen voor me, ik zag de gebeurtenissen in grote lijnen voor me, maar geen locatie en ook nog geen namen.

Op een gegeven moment kreeg ik de kans om alles op papier te zetten met een deadline voor wanneer het af moest zijn. Samen met een paar vriendin ging ik mee doen met Nanowrimo (National Novel Writing Month). In de maand november proberen mensen een verhaal te schrijven van minimaal 50 000 woorden. Ik ging aan de slag met namen bedenken. Dat vind ik altijd het moeilijkst van het beginnen aan een nieuw verhaal of het introduceren van nieuwe personages. Ik heb een bepaald beeld bij een naam en dat beeld moet kloppen met het soort persoon dat het personage in het verhaal zal zijn.

Toen ik de namen had, moest ik een locatie verzinnen. Persoonlijk hou ik van de natuur. Een bos of het strand vind ik beiden een heerlijke plek om tijd door te brengen. Ik kon niet kiezen, dus besloot ik beide plekken in mijn verhaal terug te laten komen.

Nadat ik namen en locaties vast had gesteld, besefte ik me dat ik nog nooit zoveel energie gestoken had in het beginnen van een verhaal. Ik wist dat dit verhaal het waard zou zijn, want het drong zichzelf op in mijn hoofd.

En voor het eerst zou dit ook geen fantasy verhaal worden. Dit werd een down-to-earth hard verhaal.

kim1

Zo begon ik te schrijven aan At Summer’s End. Ik had nooit kunnen bedenken dat ik versteld zou staan van hoe snel het verhaal uit mijn vingers kwam. Ik begon met typen en kon niet meer stoppen. Ik zag op een gegeven moment mijn laptop niet meer, maar ik zat helemaal in de wereld van Lynn, de hoofdpersoon uit mijn verhaal. Het ging allemaal zelfs zo snel, dat ik in twee weken het hele verhaal af had. En vaak besluit ik halverwege een verhaal van alles te veranderen. Ik gooi het roer volledig om, om zo een hele andere kant op te gaan. Met At Summer’s End bleef ik me vasthouden aan het originele plan:

Lynn is vijftien jaar en kiest ervoor om bij haar vader te gaan wonen, nadat haar ouders gescheiden zijn. Lynn’s vader heeft een nieuwe vrouw gevonden en dat nieuwe huwelijk zorgt ervoor dat Lynn er twee broers en een zusje bij krijgt. Met de haar jongste stiefbroertje en stiefzusje, Robin en Leigh, kan Lynn het prima vinden. Maar de oudere stiefbroer, Brandon, gunt Lynn geen blik. Hij praat niet met haar en negeert haar grotendeels. Lynn komt tot de conclusie dat hij een echte zak moet zijn. Waarom zou hij zich anders zo gedragen tegenover haar?

Op een dag, als Lynn met haar vriend een dagje op het strand doorbrengt, komt de grootste nachtmerrie van elk meisje uit. Lynn trekt zich terug van de buitenwereld en bouwt een muur om zichzelf heen.

Dit verandert als ze iemand in huis gitaar hoort spelen. Ze volgt het geluid en komt uit bij de kamer van Brandon. Ongevraagd gaat ze naar binnen. Brandon wordt hier kwaad om en zo komen familiegeheimen aan het licht. Brandon gedraagt zich als een zak om een goede reden. Maar waarom gedraagt Lynn zich opeens zo compleet anders? Ze wil er niet over praten. Niet met Brandon, met niemand. Maar hij geeft niet zomaar op.

Lynn is een vijftienjarig meisje dat probeert te overleven in een wereld waarin na de zomer nooit meer hetzelfde zal zijn…

Ik vond het interessant om vanuit het oogpunt van Lynn te schrijven, maar soms was het ook zwaar. Ik ging zo op in het verhaal, dat ik alles voelde wat Lynn voelde. Ik gebruikte gebeurtenissen uit mijn eigen leven, gaf er een dramatische draai aan en soms moest ik ook even een paar minuten de tijd nemen om weer tot mezelf te komen.

Ik besloot Lynn ook een paar van mijn persoonlijkheidstrekken te geven. Ietwat verlegen, maar spontaan in de buurt van bekende mensen. En vooral erg gevoelig.

Een ander hoofdpersoon, en waarschijnlijk mijn favoriete personage uit de hele serie, is toch Brandon. Hij gedraagt zich als een zak, maar eigenlijk heeft hij een enorm groot hart. Hij heeft zijn eigen ellende meegemaakt in de achttien jaren die hij er al op heeft zitten. Hij doet de dingen die hij doet met een reden. Maar ook hij is zorgzaam. Hij ziet Lynns gedrag veranderen en kan het niet meer negeren op het moment dat hij zich open heeft gesteld tegenover haar.

Als ik aan lezers vraag wat ze van het boek vonden, of als lezers zelf naar me toekomen om hun bevindingen te delen, hoor ik altijd dat Brandon de favoriete personage is en dat het vreselijk is waar de personages allemaal doorheen gaan. Meerdere mensen vertelde me zelfs dat ze moesten huilen bij het einde van het boek. Dit is voor mij een compliment. Het is me gelukt om mijn gevoelens zo op papier te zetten, dat andere mensen het ook voelen.

Mensen vragen weleens hoe ik op mijn ideeën kom en was ik niet bang om zware onderwerpen uitvoerig te beschrijven in mijn verhaal? En dan denk ik alleen maar aan de woorden van mijn grote voorbeeld, Virginia Andrews: “Mijn verhalen zijn niet bizar. De werkelijkheid is bizar.”

Ik heb ook deel 2 en deel 3 klaar liggen, omdat ik wist dat At Summer’s End niet maar één boek kon zijn. Het verhaal was voor Lynn en Brandon nog niet afgelopen en lezers hadden dit ook door, want ze vroegen of er andere delen komen. Op een goede dag hoop ik dat de uitgever bijdraait en ook de andere twee delen uitgeeft.

Voor nu is deel 1 te verkrijgen bij uitgeverij Letterrijn en op bol.com.


Augustus 2015

Silvia Rietdijk

silviasvm2

(geschreven door Silvia Rietdijk)

In de ijzig koude nacht van 21 december 1969 werd ik geboren. Achter de duinen van het vissersdorp Ter Heijde aan zee, in het huisje van mijn overgrootmoeder. Ik kwam zo snel ter wereld dat de verloskundige nog niet aanwezig was. De straten waren bedekt met een flinke laag ijzel en spek en spek glad. Bijna niemand waagde zich de deur uit. En een telefoon was niet in het huisje van mijn overgrootmoeder aanwezig. (Elk jaar op mijn verjaardag werd het verhaal van die bar koude vriesnacht weer verteld. De mensen schaatsten in de ochtend gewoon voorbij op straat! Werkelijk waar! Zo eindigde het vertelsel steevast.) Mijn vader ving me op bij mijn geboorte. Hij was zo beduusd en overrompeld dat hij uitriep: “Het is een jongen! Nee…nee, een meissie!”

silviasvm1

Dit meissie groeide op tussen de glazen kassen van het Westland. Ze bleek een dromer te zijn. Een gevoelige, fantasievolle dromer, met een gezond portie nuchterheid. Opgroeiend in een familie van hardwerkende arbeiders- “Handen uit de mouwen. Er moet brood op de plank!”- kon die nuchterheid ook zeker niet ontbreken. Het hield me met beide benen op de grond, ook op de momenten dat mijn geest als een vogel naar andere werelden vloog. Op weg naar de verhalen die daar te vinden waren. Griezelverhalen vond ik vooral heel spannend. Als kind verzon ik al de meest fantastische monsters. Hoe griezeliger, hoe beter. Hoe kan het ook anders als je zoveel fantasie hebt en opgroeit in een dorpje dat “Monster” heet? Dat was dan ook een veelgehoorde grap in mijn familie als reactie op mijn verhalen.

Voor mijn gevoel zijn die verhalen er altijd al geweest. Bij me. Om me heen. In me. Mijn ideeën die ik uit de droomwereld haal, groeien en komen tot bloei in samenwerking met heel veel andere elementen in mijn leven.

Zo haal ik veel inspiratie uit de natuur. Ik ben een echt natuurmens. Dol op bomen- mijn lievelingsboom is de treurwilg, er staat een prachtige vlakbij mijn huis, grootvader wilg- en daar ben ik regelmatig te vinden om onder zijn takken te staan dromen. Wandelen doe ik graag, in het bos, door de duinen, op het strand, bij de zee, dit brengt me tot rust. Net zo fijn vind ik staren naar een nachtelijke sterrenhemel om lekker bij weg te mijmeren. Mijn man noemt me al vanaf onze verkeringstijd liefkozend, “sterrenkijkertje”. In augustus zijn we twintig jaar getrouwd, en samen hebben we een zoon van negentien en dochter van zestien.

Naast mijn passie voor het verhalen-vertellen-op-papier, werk ik met veel liefde in de zorg. Ik verzorg ouderen met dementie. In de zorg is geen dag hetzelfde en het verzorgen van de oudere medemens is vol uitdaging en vol van…wonderlijke levensverhalen…

In mijn vrije tijd, als daar nog iets van over blijft na al mijn bezigheden, ben ik een regelrechte boekenverslindster, gek op films kijken en naar muziek luisteren. Daarin ben ik heel veelzijdig. Van klassieke muziek, filmmuziek, popmuziek, tot Within Temptation. En wat films en boeken betreft kan het, fantasy, thriller, horror, drama, tot informatief zijn. Als het de magie in mijn hart tot leven wekt, heeft het mijn interesse en boeit het me intens.

Een andere hobby van mij is het verzamelen van stenen en fossielen die ik zelf gevonden heb. Edelstenen zoals b.v. Amethist, Bergkristal en Rozenkwarts, maar ook doodgewone stenen, die in mijn ogen met hun bijzondere structuur of vorm hun eigen levensverhaal te vertellen hebben. In mijn huis vind je een diversiteit aan stenen die uit allerlei landen- o.a. Luxemburg, Duitsland, Zweden, Tsjechië, Kroatië, en Slovenië- komen, gevonden in grotten en bij

afgravingen. Ook fossielen van vissen, planten en versteende haaientanden kun je bij mij thuis vinden.

De Erfenis van het Steen-al kwam de titel heel spontaan, is dus zo vreemd niet, gezien mijn Stenenverzamelwoede. En wat dat betreft is, De Erfenis van het Steen nog maar het topje van de ijsberg… Het begin van een nieuwe-oude-wereld die niet te vatten is in één boek…

erfenis

Dit is een klein stukje van mijn leven in vogelvlucht. En ik eindig met mijn bekende:

“Verhalen zijn de bouwstenen van ons bestaan.”


Juli 2015

Susie Bosveld

susie2 susie 3

Susie Bosveld schrijfster van Sanctuary

Al mijn hele leven hou ik van schrijven. De een na de andere verhaal schreef ik maar belande weer in mijn la. Ik ken mijn zwakste punten en dat is taal. Ik ben doof geweest, Buitenlandse moeder en vader die moeite heeft met een brief te schrijven. In 2012 gooide mijn moeder en ik de roer om want onze leven en vooral van mijn moeder moest veranderen. Ze leed aan een zware depressie en had ook andere klachten, ze zag het leven niet meer zitten, wij woonde in een buurt waar veel overlast was en wij de gordijnen eens niet open durfde te doen. Ik was haar mantelzorger en kon dit niet meer aanzien. Elke telefoontje bang voor slecht nieuws of elke keer als je thuis kwam dat je opgelucht was dat alles in orde was. Ik schreef ons in voor een sociaal huurwoning want mijn moeder had ruim 12 inschrijfjaren. Elke week schreef ik ons in voor 2  huizen in de buurt van Nijmegen. Week na week weer de teleurstelling dat wij eens niet in de top 40 terecht kwamen. Op een dag werden wij gebeld, wij waren nummer 1 geworden op een huis in Didam want al de mensen van te voren hadden zich terug getrokken. Didam waar lag dat? En hadden wij ons eigen daarvoor ingeschreven. Wij besloten om toch de huis te bekijken. Wat was de schrik groot dat het niet de dorp Didam was. Maar de gehucht bij Didam, genaamd Nieuw Dijk. Door de postcode valt deze onder Didam. Wij zagen een twee onder een kap huis met grote tuin en de rest is geschiedenis. Wij voelde ons thuis in Nieuw Dijk en al gauw kon ik als postbezorger een baan krijgen.

Vol nieuwe moed leverde ik mijn manuscript in bij de eerste uitgever waar ik dacht dat ik een kans maakte omdat het een POD uitgever is, genaamd Boekscout. Maar als snel kreeg ik mijn manuscript terug. Mooi verhaal teveel fouten. Daar was ik al bang voor maar ik had geen geld voor een bedrijf in te huren. Wij zaten bij de voedselbank maar toch was deze berg een wat niet te hoog was. Ik verkocht wat spullen , verzamelde een bedrag bij elkaar, leende wat geld en zette een oproep op marktplaats. Het duurde bijna een jaar, maar ik kreeg mijn manuscript geredigeerd terug. Ik stuurde het weer op naar Boekscout en binnen 2 maanden kwam mijn boek Sanctuary uit. Sanctuary is een YA boek over een jongen vrouw die erachter komt dat er nog een hele andere wereld op aarde bestaat waar maar enkele van weten. De enigste wat ze wilt is haar moeder en dieren weer in haar leven te krijgen en daarvoor gaat ze heel ver.

Net als de hoofdpersoon in mijn boek spelen dieren in mijn leven ook een grote rol. Onze huis heeft een grote bijgebouw wat ik voor mijn katten ombouwde tot kattenverblijf met eraan een grote katten ren van 25 vierkante meter. Ik werkte als vrijwilliger in een asiel waar ook katten kwamen van de dierenambulance. Op een dag werd een hele oude kat van ruim 17 , extreem dun en slechte nieren binnen gebracht. Zijn volgende reis naar de kattenhemel was al in zicht. Maar wij konden niet over de hart laten gaan dat dit in een asiel gebeurde en hij mocht bij ons wonen. Zo ontstond  Catssanctuary. Al gauw kwamen er nog een paar oudjes bij en een kat die mishandeld was. Nu hebben wij een groep van 20 katten (met onze katten erbij). Meeste hebben wat. Gelukkig hebben wij een goede dierenarts en de dieren hebben een eigen rekening. Soms is het moeilijk want 20 is onze maximale aantal maar ik krijg regelmatig noodoproepen van mensen binnen. Ook moet je regelmatig katten begeleiden naar hun laatste reis naar de kattenhemel. Dit went nooit en elke keer neemt het een stukje van je ziel weg.

In Oktober heb ik mijn eigen winkel geopend in tweedehandse spullen. Donaties voor de winkel gaat naar de katten toe. Op dit moment word mijn tweede boek Tijdloos nagekeken op spelfouten en zins opbouw. Ik verleg mijn grenzen en mijn volgende wens is dat deze boek uitkomt bij een gewone uitgever. Dat mijn boek ook te kopen is in winkels en niet alleen via mijn winkel, boekscout en Bol.com.

Het is nu nog steeds vechten elke maand maar de laatste 3 jaren is veel veranderd, vooral positief.

Ik kan nog niet leven van mijn winkel, ook een grote droom van mijn. Als kind zei ik al, ik wil schrijfster worden, een eigen winkel en dieren redden. Wij leven nu van een bijstand loon. Maar ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. O ja , ook al moet mijn tweede boek nog uitkomen , ik ben bezig met mijn derde boek. Een klant van mijn winkel gaat mij ook bijles Nederlands geven maar gericht op mijn eigen fouten.

susie1


Juni 2015

Eline Gielen

elinejuni2015elinejuni2015b

Geschreven door Eline zelf.

Af en toe blader ik door mijn verhalenschriftje uit groep 7/8. Er staan korte stukjes in die duidelijk rond een bepaalde opdracht zijn geschreven. Boven de verhaaltjes staan lijstjes met willekeurige woorden, waaromheen de basisschoolversie van mij een avontuur moest verzinnen. Een eind verderop, op één van de laatste pagina’s, heb ik duidelijk de vrije hand gekregen. Hier geen woordenlijst of inleidende opdracht, maar een zelfverzonnen verhaal over het ontstaan van de sterren.

Wanneer ik terugkijk, vermoed ik dat bij dit verhaal mijn liefde voor fantasy is ontstaan. Het creëren van een eigen, al dan niet magische, wereld heeft sindsdien mijn interesse gehad. Ik vind het heerlijk om aan tafel te gaan zitten en in het wilde weg vage ideeën neer te pennen. Zo is in de zomer van 2011 ook mijn (bijna voltooide) trilogie Het Licht van de Stervende Maan ontstaan. Hoewel ik bij zo’n ontvouwende verhaallijn altijd de neiging krijg meteen te gaan schrijven, heb ik bij deze trilogie voor het eerst een stap terug gedaan. Tot dan toe schreef ik namelijk altijd zonder vastomlijnd plan, iets dat voor sommige schrijvers prima lijkt te werken, maar bij mij steevast resulteerde in een ontwarbare knoop van plotwendingen en personages. Dit keer wilde ik mijn verhaal niet halverwege laten verzanden. Ruim een jaar lang ben ik af en aan (het was mijn examenjaar) bezig geweest met het uitdenken van landen, politiek, cultuur en religie. Vervolgens heb ik mijn personages als pionnen op het speelbord van die wereld geplaatst en hun karakters aangepast aan de omgeving waarin ik ze geboren heb laten worden. Pas toen ik deze stevige basis had gelegd, ben ik begonnen met schrijven.

Inmiddels ben ik begonnen aan het derde deel van de trilogie. Door mijn studie kunstgeschiedenis ben ik de afgelopen jaren vooral een (zomer)vakantieschrijver geweest. Mijn eerder uitgewerkte plan werpt zeker zijn vruchten af: doordat ik de draad niet snel kwijt raak, kan ik in vakanties een heel eind komen. Ik heb goede hoop dat mijn trilogie tegen september afgerond zal zijn.

En wat als ik de laatste punt heb gezet? Het is een veilige én leuke keuze om nog even in mijn wereld Avylìn te blijven hangen, maar ik ken het gevaar van ‘gedwongen’ vervolgen. Het is mijn droom om één of meerdere historische romans te schrijven. Ook de liefde voor geschiedenis stamt nog uit mijn basisschooltijd, toen ik de boeken van Thea Beckman, Simone van der Vlugt en anderen verslond. Voor het schrijven van een boek met een historische achtergrond is echter heel wat onderzoek nodig, iets wat het fantasygenre in zekere mate ook vereist, maar dan op een geheel ander niveau. Vanuit mijn studie heb ik de mogelijkheden onderzoek te verrichten naar een interessant onderwerp. Wellicht dat ik na mijn tweejarige master van het fantasypad afwijk op zoek naar historie. Maar het is waarschijnlijker dat dit tweede pad parallel aan het eerste verschijnt, zodat ik met de ene voet in het karrenspoor van de fantasy stap, terwijl ik met de andere naar een grotere realiteit tast. Hoe dan ook zal ik mijn denkbeeldige pen, die altijd en overal aantekeningen maakt, nooit kunnen neerleggen.

Voor informatie over de trilogie Het Licht van de Stervende Maan:

www.elinegielen.nl

http://zilverbron.com/auteurs/eline-gielen.html

https://www.facebook.com/hetlichtvaneenstervendemaan



Mei 2015
Terrence Lauerhohn

terrence

 • Waarom kiest u voor een bepaald onderwerp?

Ik kies voor een onderwerp als het mij inspireert. Het kan echt van alles zijn. Ik schrijf nu Fantasy, Sciencefiction en Horror, maar ik sluit niet uit dat ik daarbij nog Thrillers ga schrijven, want die interesseren me ook heel veel.

• Hebt u het verhaal van de boeken meegemaakt?

Gelukkig niet. Ik hou wel van warmte, maar in de hel is die me iets te veel van het goede. Ik verwerk wel persoonlijke ervaringen in mijn verhalen.

• Schreef u als kind ook al veel verhalen?

Ik schreef heel graag opstellen op school, maar ik ben pas op mijn 51ste levensjaar verhalen gaan schrijven. Nu kan en wil ik daar niet meer mee stoppen.

• Hebt U zelf ook kinderen en vinden die het leuk dat U een boek hebt geschreven?

Ik heb geen kinderen, maar mijn verhalen zijn niet geschikt voor kinderen, zeker niet voor de kleinsten. Ik hou namelijk van nogal heftige onderwerpen, die ik ook heftig wil laten.

• Maakt u de kaften zelf?

Ik ben van huis uit wel vormgever, maar ik laat het ontwerpen van omslagen liever aan betere vormgevers over.

• Hebt u naast het schrijven nog een andere baan?

Nee. Ik stort me volledig op het schrijven nadat ik door  gezondheidsredenen ben afgekeurd voor reguliere arbeid.

• Denkt u dat u rijk wordt van schrijven?

Rijk van geest wel, niet rijk in de portemonnee. Het eerste vind ik stukken belangrijker dan het tweede, hoewel ik het tweede niet af zal slaan, mocht het ooit uitkomen.

• Wat ligt er op uw nachtkastje?

Het boek Bloedrood morgenzwart, van Sophia Drenth, een aansteker (ik rook), mijn horloge en medicijnen.

• Waar en wanneer schrijft u en hoeveel uur per week?

Ik schrijf elke dag, van een uur of 8 ‘s morgens, tot een uur of 5 ‘s middags. Dan  ben ik te moe om me nog voldoende te kunnen concentreren op het verhaal waaraan ik bezig ben.

• Wat zijn uw hobby’s?

Schrijven, (rock)muziek maken en in een bandje spelen, tekenen.



April 2015

Martijn Adelmund

martijn adelmund

(foto: Tamara Reijers)

Geschreven door: Martijn Adelmund

Auteur van de maand april is Martijn Adelmund, stadsdichter van Wageningen en genreschrijver,

bijvoorbeeld van de award-winnende young adult fantasy roman Heksenwaan. Om te beginnen een korte introductie.

Waarom ben je gaan schrijven? Ik wijt het altijd aan mijn familie aan vaders kant. De Adelmunds kwamen oorspronkelijk uit de grensstreek bij Duitsland. Generaties lang van gemengde huwelijken, Nederlanders en Duitsers, kwamen in onze familie voor. De Tweede Wereldoorlog trok een pijnlijke streep  door de familie. Er zijn in die tijd vreemde zaken voorgevallen, waar amper over gesproken werd. In zo’n sfeer van mysteries ben ik opgegroeid.

Komt daar ook je mysteries-reeks uit voort? Je bedoelt de verhalenbundels die ik deed verschijnen tussen 2005 en 2009? Jazeker. In elk deel van de reeks zit wel een verhaal over de oorlog, maar ik doe het niet overduidelijk. Het is een thema waar ik zelf ook niet aan toe ben in mijn romans. Niet direct in ieder geval. Heksenwaan en Heksenkind hebben wel als centrale thema’s ‘vervolging’ en ‘onderduiken’ – maar dat is heel indirect allemaal.

Kunnen we binnenkort nog meer verwachten in de heksenreeks? Jazeker. Ik schreef pas nog een heel nieuw verhaal in die wereld, vanuit een andere hoofdpersoon. Het heet ‘In de vouwen van de werkelijkheid’. Luitingh brengt het deze maand nog uit in hun gratis tijdschrift Eclyps. Dat was echt heel leuk om te doen, zeker omdat ik weet welke rol dit personage later nog gaat krijgen in de reeks. Iris Compiet heeft het ook weer prachtig geïllustreerd.

 #auteurvandemaand

Teaser van Heksenwaan en Heksenkind: https://www.youtube.com/watch?v=F5kQW5lH0W0

heksenwaan heksenkind

Martijn Adelmund over inspiratie ‘Waar haal je je inspiratie vandaan?’ is zo’n beetje de meest gestelde vraag aan elke schrijver. Terecht, want niets is zo boeiend als de wonderlijke wisselwerking tussen fantasie en werkelijkheid. Hier een kleine greep uit elementen die ik bewust of onbewust heb toegevoegd aan mijn jeugdroman ‘De toverlantaarn’ (2010). Het boek is nu niet meer leverbaar en eigenlijk vind ik dat niet zo erg, omdat ik het onder pseudoniem heb geschreven. Het was de eerste samenwerking tussen Iris Compiet en mijzelf – nog voordat we ons The Grim Collective gingen noemen. Meer over ons collectief vind je op http://www.grimcollective.com

Kroon_Spokenjagers_Front

  1. De begraafplaats om de hoek Ik woon vlak bij een oude begraafplaats (gesticht 1668), in het hartje van de stad Wageningen. De sobere, verweerde stenen zijn bedekt door een laag mos en de dodenakker is omheind door een gietijzeren hek. Het is een griezelig en romantisch plekje, dat verscholen ligt tussen de huizen. Het kerkhof van Elzenveer – de fantasieversie van Wageningen – is zo uitgestrekt dat je er kunt verdwalen. Iris Compiet heeft het prachtig getekend.

het-kerkhof-om-de-hoek

  2. De vloeren in mijn huis Ik heb iets met zwart-wit geblokte vloeren. Overal waar ik gewoond heb, lag geblokt zeil en nu in de oude stadsboerderij aan de Veerstraat is de keuken op die manier betegeld. Ook dit komt in ‘De toverlantaarn’, in de keuken van het oude veerhuis, de Wolfswaard. Dit soort patronen vind je ook veel in kerken, omdat het symbool staat voor de eeuwige strijd tussen licht en duisternis. Het spookhuis uit de roman bestaat echt, en staat ongeveer drie kilometer van waar ik woon, in de uiterwaarden, vlak bij de rivier de Rijn.

de-keukenvloer 

3.  Gezichten in het hout Terwijl ik schreef aan ‘De toverlantaarn’ was ik het huis aan het verbouwen, net als de aannemer in het spookhuis de Wolfswaard. Onze klusjesman stond model voor aannemer Gerrit, die in de roman op een nogal nare manier om het leven komt. Hij heeft in driekwart van ons huis een prachtige houten vloer gelegd waar – zo bleek bij het olieën – allerlei vreemde en soms enge gezichten in te zien waren.

gezichten-in-de-vloer

Martijn Adelmund verzamelt spookverhalen die zich afspelen in Nederland.
In bijgaande afbeelding heeft hij de verhalen in de provincie Gelderland in beeld gebracht.
Heb jij ook een spookverhaal met een aanwijsbare plek waar het zich afspeelt, of heb je ergens iets vreemds meegemaakt? Deel het in de comments op facebook!



kaart



MAART 2015

Schrijver van de Maand: Pepper Kay

pepper-kay-home2

Geschreven door: Pepper Kay/ Liesbeth Korsman

Hoe het begon

In tegenstelling tot veel andere auteurs, was het nooit mijn ambitie om verhalen te schrijven. Ik kan me dan ook niet herinneren dat ik dit vroeger ooit deed. Zelfs van de opstellen op school weet ik niets meer. Misschien heb ik er wel nooit een gemaakt …

Voor mij begon het spontaan, abrupt, van het ene moment op het andere. Op 4 augustus 2010 besloot ik een boek te gaan schrijven. Zomaar. En het moest een fantasy-verhaal worden, want dat vond ik heerlijk om te lezen.

Na een halfjaar had ik een epistel van ruim 650 pagina’s. Vol met stijlfouten, want van perspectieven, anders dan in de zin van wat je vooruitzichten waren, had ik nog nooit gehoord. Laat staan van perspectiefwisselingen. Als compleet onwetende op schrijftechnisch gebied had ik toch het lef om het verhaal naar verschillende uitgeverijen te sturen. Van sommigen kreeg ik tips en adviezen, maar er was er ook een die het verhaal ronduit saai noemde. Dat was even slikken.

Ik heb er drie dagen buikpijn van gehad. Na die drie dagen pakte ik de analyse van die uitgever er nog eens bij en moest toegeven: hij had gelijk. Kon ik iets met de dingen die in de analyse waren gezegd? Dat moest, want inmiddels had het schrijfvirus bij mij toegeslagen. Ik wilde meer, maar ik twijfelde over die fantasy. Was dat wel mijn ding? Diep van binnen wist ik dat dit niet zo was. Zet mij in een wereld met magie en ik zou volstrekt hulpeloos zijn. Ik heb iets tastbaars nodig, iets … aards?

Boeken Pepper Kay

Geleidelijk aan begon ik met het schrijven van mijn volgende verhaal. Gaandeweg werd het me duidelijk: het moest niet alleen maar aards worden. Nee, het moest science fiction worden. Vol met technische en wetenschappelijke snufjes. Vol met dieren die wij hier op aarde niet kennen. Het moest een universum vol met bewoonde planeten worden. Sommige met grappige, lieve bewoners. Andere met ronduit gevaarlijke. En ik wist het: het moest over een interstellair privédetective gaan die voor haar werk door dat uitgestrekte universum zou reizen. Kit Guardner was geboren.

Tijdens het schrijven van dat eerste verhaal heb ik Kit heel goed leren kennen. Ik heb haar zien opgroeien van klein meisje tot volwassen vrouw. Heb haar gevolgd tijdens haar studiejaren, tot ze besloot samen met haar broer het detectivebureau Guardner Investigations te gaan runnen. En ik ben stille getuige van de opdrachten die ze uitvoert.

De feiten

De Kit Guardner-verhalen:

ID-crisis (april 2013) – de eerste Kit Guardner-SciFi. Alhoewel het destijds als tweede boek is uitgebracht.

Slangenkuil (juli 2012) – de tweede Kit Guardner-SciFi.

Vuurstorm (augustus 2014) – de derde Kit Guardner-SciFi

Doodvonnis (???) – de vierde Kit Guardner-SciFi waarmee ik op dit moment druk bezig ben. Ik hoop dit verhaal nog dit jaar te kunnen uitbrengen.

pepper 3 pepper2 pepper4

En dan is er nog het buitenbeentje:

Drakenbloed (april 2014). Het is dit verhaal waarmee ik destijds in 2010 ben begonnen. Alleen had het toen een andere titel. Met alles wat ik heb geleerd tijdens het schrijven van de KG-boeken en de opmerkingen en suggesties van mijn redacteur(s), heb ik dit verhaal in de loop van 2013 uit de kast gehaald en onderhanden genomen. Het zal altijd een speciaal plekje in mijn hart hebben, want mede dankzij Skeira (de draak die in het verhaal voorkomt) heb ik de liefde voor het schrijven ontdekt.

pepper1

Wil je meer weten over Pepper Kay en haar verhalen? Ga dan naar www.pepperkay.com. Je vindt er een facts-sheet met informatie over Kit Guardner en je kunt er previews van alle boeken lezen. Je kunt natuurlijk ook via deze rubriek van Tazzy vragen aan mij stellen. Ik beantwoord ze graag!

pepper


Schrijver van de Maand Februari 2015

geschreven door: Marc Lommert

mark

Mijn naam is Marc Lommert, ik ben 30 jaar en woon sinds kort in het centrum van Utrecht. Ik ben gymdocent op het speciaal basisonderwijs en in mijn vrije tijd sport ik graag; momenteel train ik heel wat af voor een Ironman triatlon in mei 2015. Ik ben een enorme natuurliefhebber en zie drie weken met een rugzak door de bergen wandelen dan ook als mijn ideale vakantie. Best veel interesses dus, maar heel lang behoorden boeken niet tot die interesses. Want om heel eerlijk te zeggen, ben ik nooit echt een schrijver geweest. Op de lagere school had ik een hekel aan opstellen en op de middelbare school luidde mijn samenvatting van één van de mooiste en gecompliceerdste boeken ooit, De Groene Mijl van Stephen King: Er worden twee meisjes vermoord. Inderdaad… Ze hadden mijn interesse gewoon niet, die boeken.

Tot ik zes jaar geleden op het zuidereiland van Nieuw Zeeland aan het kamperen was. Ik had net The Lord of the Rings uit en was overweldigd door de diepgang van het verhaal in combinatie met de schoonheid van de Nieuw Zeelandse natuur. Met mijn hoofd nog half in Middle Earth en mijn vriendin diep verzonken in haar eigen boek, concludeerde ik op een krukje in de zon dat ik toch ook wel zo’n boek kon schrijven?

In de zes hierop volgende jaren is het verhaal geëxplodeerd en inmiddels besteed ik meer tijd aan de voltooiing van mijn fantasyreeks Drie Werelden dan aan mijn werk als gymdocent. De Eerste Wereld beschrijft het begin van het verhaal dat zich afspeelt op een fictieve wereld Leëvion genaamd.

Schrijven is voor mij gewoon een hobby, maar wel eentje waar ik ontzettend veel plezier aan beleef. En eentje waar ik, afgaand op de eerste reacties op De Eerste Wereld, mensen nog mee kan raken ook. Dus toch een schrijver. Wie had dat gedacht…

Informatie over mij en mijn boek is te vinden op onder andere mijn facebookpagina, op bol.com en op verschillende boekensites zoals Hebban en Goodreads.

http://www.facebook.com/marclommertauteur http://www.bol.com/nl/p/drie-werelden-de-eerste-wereld/9200000036394185/

mark2mark3

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s