Schrijver van de maand Januari 2019 : Christopher C. Petersen. (+ winactie).

(Chris Hoksbergen)

Jullie mogen Christopher C. Petersen interviewen!!!! De leukste vraag op de Facebook groep ik hou van horror fantasy en spannende boeken wint een setje bladwijzers!
Dus stel een leuke vraag en win!
(Winnaar is bekend eind januari/ begin februari 2019).

Wie ben je?
Ik ben Chris, maar ik schrijf mijn Young-Adult boeken onder het pseudoniem Christopher C. Petersen.

Wat heb je geschreven?
De Weerling Trilogie is mijn eerste trilogie, hiervan komt binnenkort het tweede deel uit: Chaos. Deze trilogie is een Young-Adult Fantasy trilogie, over een jongen, Levi, die ontdekt dat hij een ‘weerling’ is, iemand die in een dier kan veranderen. Samen met een aantal vrienden ontdekt hij dat een kwaadaardige edelman een machtsgreep wil plegen en probeert hij dat te voorkomen. Spanning en sensatie, je snapt het wel.

Waar gaat je volgende boek over?
Aan het einde van boek 1 is het verhaal nog lang niet afgelopen, maar begint de strijd eigenlijk pas echt. Een groot deel daarvan gaan we zien in deel 2. Het boek heet ‘chaos’ en dat is wat de hoofdpersonages hard proberen te voorkomen.

Wanneer komt je volgende boek uit?
De Weerling deel 2: Chaos komt uit richting het eind van Februari, houd daarvoor mijn Facebookpagina in de gaten! Het eerste hoofdstuk is te lezen op:

https://www.smashwords.com/books/view/916737

Boek 1 is te koop bij bol.com.

Advertenties

Voorproefje : Onmenselijk Verliefd- Jorien Cohrs

Hoofdstuk 1

Ik zit in de auto en staar naar de voorruit. Dat sterretje moet echt gerepareerd worden; Jim heeft het nog steeds niet laten doen. Ik denk aan gisteravond en voel weer die knoop in mijn maag. Hij had het zo goed voorbereid; precies zoals ik het in mijn hoofd had bedacht. Hij had mijn favoriete restaurant gebeld en verteld dat hij me nog vóór het dessert ten huwelijk zou vragen. Al het personeel zat in het complot en ze hadden de muziek perfect uitgezocht. En toen: zijn lieve woorden, die lieve blik van hem toen hij op zijn knieën ging… Echt, het was goud waard. Zoiets maak je maar één keer in je leven mee. Tenminste, dat is de bedoeling volgens mij. Maar toen ik ja zei, voelde het niet goed. En ook al was dat gevoel er maar even; voor het eerst in al die jaren samen met Jim was er iets in mijn buik en hart wat zei: “Dit moment hoort anders te voelen dan het nu doet.”
Ik hoor getoeter en schrik. Het stoplicht is op groen gesprongen. Ik kijk in mijn spiegel en zie een boze bestuurder die naar me wuift dat ik moet doorrijden. Van schrik laat ik de motor een paar keer afslaan. Ik raak in paniek. Oké Sophie-Ann: adem in, adem uit en probeer het dan nog een keer. Gelukkig start de auto meteen en nu laat ik mijn koppeling rustig opkomen. Sorry!! Ik wuif terug naar de auto achter mij en denk aan Jim. Ik ben in de war. Sinds het aanzoek is er iets in mij wat niet goed voelt.
Ik rijd terug naar huis en bereid me alvast geestelijk voor op ons verlovingsfeestje. Ik parkeer voor de deur en zie Jim staan in de keuken. Ook het feestje was al gepland. Na zijn aanzoek gingen we samen naar huis. Hij had het huis van tevoren versierd en vertelde me dat het verlovingsfeestje de volgende avond zou zijn, vanavond dus. Hij vertelde ook dat hij alles al had geregeld. Ik hoef dus voor de verandering niks meer zelf te doen en kan nu helemaal genieten van onze verloving.
Ik draai de autosleutel om en betrap mezelf op het gevoel dat ik niet wil uitstappen.

Zodra ik binnenkom, word ik enthousiast begroet door Budd. Ik ga op m’n knieën zitten en aai zijn lieve koppie.
“Hé lieverd, daar ben je eindelijk!”
Ik kijk op en kijk recht in het gezicht van Jim. Ik zie zijn gelukkige blik, zijn verliefde ogen. Hij trekt me overeind en houdt me stevig vast. “Heb je zin in vanavond?,” vraagt hij.
“Tuurlijk,‘’ zeg ik, met mijn grootste gemaakte glimlach.
Echt: de liefde die ik voor hem voel, is oprecht. En we zijn al samen sinds de middelbare school, dus we zijn toe aan de volgende stap. Althans, dat dacht ik…
Ik geef Jim een kus en ren gauw naar boven. Vanaf de trap roep ik dat ik nog even op bed ga liggen en daarna in bad ga. Hij lacht naar me en zegt dat hij verdergaat met het opruimen van de boodschappen. Vanaf de trap zie ik dat hij heel veel boodschappen heeft gehaald. Hij heeft echt zijn best gedaan voor dit verlovingsfeest. Hij heeft het allemaal zelf gepland en georganiseerd. Het enige wat ík hoef te doen, is genieten. Van alle aandacht, mijn familie, alle andere mensen en vooral van hem.
Maar toch… Het feest, de verloving; de hele situatie maakt me duizelig. Waarom voel ik me niet gelukkig, in elk geval niet gelukkig genoeg? Ik kijk vanaf de trap nogmaals naar de keuken en zie de jongen staan die mij gelukkig hoort te maken. In gedachten loop ik naar onze slaapkamer en daar pak m’n telefoon en bel ik mama.
Ze neemt meteen op: “Lieverd, al thuis? Papa, je zus en ik staan op het punt om te vertrekken richting jullie.”
Ik zucht en antwoord: “Ik ga nog even liggen en daarna in bad. Jim laat jullie wel binnen. Tot zo!”
“Ann, lieverd? Wat is er aan de hand? Na gisteravond had ik toch wel verwacht dat je blij zou zijn? je hebt maanden zitten vissen naar zijn verrassing; dit is toch wat je wilde? Ja toch, lieverd?”
Ik denk terug aan het telefoongesprek direct na het aanzoek. Ik belde mijn ouders op om te vertellen dat Jim op zijn knieën was gegaan. Hun oorverdovende geschreeuw deed me beseffen dat zij al wisten van de verrassing. Mama was zó enthousiast en zó gelukkig dat ik niet wilde beginnen met: “Ja, het voelde toch niet zoals het zou moeten voelen…”. Mijn moeder is echt van de oude stempel. Jong trouwen, kids, een gelukkig leven leiden en vooral niet je vuile was buitenhangen, als je begrijpt wat ik bedoel.
“Ik voel me prima, mam. Gewoon een beetje moe.”
Ze lacht en zegt dat ook dit erbij hoort. Het gevoel van onzekerheid en de twijfels. “Dit is allemaal heel normaal.”
“Tuurlijk,” zeg ik. “Tot zo.”
Ik hang op, loop richting de spiegel en kijk mezelf streng aan. “Ik zou je een schop onder je kont moeten geven, Ann. Je gaat nu gewoon even lekker liggen en daarna lekker in een heet bad. Je trekt je mooiste jurk aan en gaat genieten van je avond! Van je vrienden, je familie en vooral van je verloofde! Hij is het echt waard. Geloof jezelf nou maar.” Ik glimlach breeduit naar mezelf. Als ik even later op bed lig, doezel ik meteen weg.

Ik zit weer in de auto en sta voor het stoplicht. Het regent keihard. Ik kijk in mijn binnenspiegel en herken mezelf nauwelijks: mijn huid is erg bleek. Achter me wordt er getoeterd dat ik moet doorrijden. Ik kijk in mijn spiegel en wuif: sorry! Maar ik kom niet vooruit. Mijn auto doet het niet. Ik probeer hem te starten, en nog eens, maar er gebeurt niets. Ik raak in paniek… Inmiddels is achter mij een hele stoet auto’s aan het toeteren en boos aan het zijn omdat ik stilsta. Wat moet ik doen? Ik kan niks. Ik probeer de auto nog een paar keer te starten, maar tevergeefs. Ik stap uit en sta in de stromende regen. Ik ga naast mijn auto staan en zie de andere auto’s langs me heen rijden. Er wordt gescholden en gewuifd omdat ik de boel ophoud. Net als ik weer wil instappen, stopt er een auto naast me. Het raam gaat omlaag en ik hoor: “Heb je misschien hulp nodig?” Ik draai me om en kijk naar de onbekende auto.

“Ann! Ann! Lig je lekker?” Mijn zusje staat naast mijn bed te grinniken. “Er is een feestje dat op je wacht.”
Ik schrik als ik op mijn telefoon kijk. Ik heb bijna een uur geslapen. Bizar. Alwéér die levensechte droom… Ik word meteen weer met de realiteit geconfronteerd. Ik kijk mijn zusje aan: “Nik, is mama beneden?”
“Ja, zal ik even vragen of ze naar boven komt?”
“Graag,” zeg ik, terwijl ik opsta. Ik wil even met mijn moeder praten over mijn onderbuikgevoel. Ook wil ik het met haar hebben over de droom die steeds terugkomt; ik heb haar daarover al eerder verteld. Mama heeft een tijdje geleden een cursus gevolgd over het lezen van tarotkaarten en over wat dromen kunnen betekenen. Misschien staan mijn gevoel en die droom wel met elkaar in verbinding.
Mama stapt de slaapkamer binnen en ziet aan mijn gezicht dat er iets is. “Ann, lieverd. Wat is er aan de hand?” Ze gaat op de rand van het bed zitten.
Ik sta inmiddels voor de spiegel en vertel haar wat ik voelde tijdens het aanzoek. “Mam, sinds Jim het aanzoek heeft gedaan, is er iets in mijn lichaam wat gewoon niet goed voelt. Er is een knoop ontstaan in mijn maag en ik weet gewoon niet waarom. Ik bedoel: ik ben toch altijd gelukkig met Jim? Ik weet dat we snel zijn gaan samenwonen, maar dat wilde ik omdat ik gewoon niet zoals mijn vriendinnen ben. Ik hoef niet jaren te feesten en verschillende jongens te daten. Dat zit niet in me.”
Ik snik zachtjes en mama loopt naar me toe. “Lieverd, maak je nou geen zorgen. Het komt echt allemaal wel goed. Jij en Jim zijn echt voor elkaar gemaakt; de twijfels en de onzekerheid horen erbij. Toen hij het aanzoek deed, werd het voor jou waarschijnlijk écht serieus en sindsdien twijfel je. Je praat het jezelf aan, Ann. Echt, geloof je moeder nou maar. Het komt echt goed.” Ze veegt de tranen van mijn wang en loopt naar het raam. “Weet je, Ann… Elk meisje heeft weleens twijfels over de relatie waarin ze zit, of over de keuzes die ze maakt. Maar ik geloof in het lot, net zo sterk als ik in jou en Jim geloof.”
Ik loop naar haar toe en sla mijn armen om haar heen. “Mam, ik weet dat je het allemaal goed bedoelt, maar het voelt gewoon anders dan het zou moeten voelen.” Ik kijk in haar bruine ogen. “Mam, ik heb weer zo’n droom gehad.”
Ze draait zich van me weg en vraagt: “Wanneer?”
Ik vertel dat ik was weggedoezeld en dat de droom toen is teruggekomen.
De houding van mijn moeder verandert. Ze glimlacht: “Ann, die droom is niks meer dan de weerspiegeling van wat jij zelf wilt zien.” Haar toon is koud en anders dan ik gewend ben.
‘’Maar mam, ik weet dat die droom iets betekent! Ik voel aan alles in mijn lichaam dat het ergens mee te maken heeft. Waarom voel ik me anders zo?”
Ze kijkt me aan en zegt: “Ann, ik wil dat je lekker even gaat douchen, je jurk aantrekt en naar beneden komt. De mensen wachten op je en Jim ook.”
“Mam, serieus? Ga je nou net doen alsof ik niks heb gezegd?”
Ze draait zich om en loopt mijn slaapkamer uit.
Ik blijf alleen achter en kan niet geloven dat mijn moeder gewoon is weggelopen.

Het feest is inmiddels in volle gang en iedereen vermaakt zich prima. Ook ik vermaak me; ik voel me beter dan ik had verwacht. Jim staat naast me en vertelt liefdevol aan iedereen dat hij zo blij is met deze verloving. Hij wilde me vorig jaar tijdens de zomervakantie al ten huwelijk vragen, maar twijfelde toen omdat ik nog een jaar naar school moest. Maar nu ik net mijn diploma heb behaald, is het tijd voor de volgende stap.
Ik lach lief naar iedereen en knik vrolijk met de woorden van Jim mee. Ik geef hem een kus op zijn wang en gebaar naar mijn vriendin Mel dat we naar buiten gaan. Ze loopt naar de tuin en ik volg haar.
Buiten is het donker en koud. Ik sla mijn armen om mezelf heen en Mel lacht. “Wat een feestje heeft-ie georganiseerd hè? Wist je echt helemaal nergens van?”
Ik probeer me groot te houden en lach. “Ja, hij heeft zich al maanden voorbereid op dit moment en hij heeft het echt goed gedaan.” Ik probeer zo gelukkig mogelijk over te komen en lach als een boer met kiespijn.
“Ann… Serieus? Denk je nou echt dat ik niet doorheb dat mijn beste vriendin zich ontzettend kut voelt?”
Ik kijk haar aan en stort in. Ik huil en stotter en door al mijn gesnotter heen zeg ik: “Oh Mel, sinds het aanzoek is die droom weer terug. En hij was vandaag intenser dan ooit. Ik kan het gewoon niet van me afzetten. Ik kan gewoon niet van die verloving genieten, zoals het hoort.”
Mel staat naast me en houdt me stevig vast. “Ah, liefje! Jij kunt toch helemaal niks aan die dromen doen?”
Ik huil: “Nee, dat weet ik ook wel. Maar ik probeerde er net met mijn moeder over te praten en die negeerde het volkomen.”
“Ann, je weet dat je moeder het beste met je voor heeft. Ze wil je gewoon gelukkig zien en ze wil zéker niet dat je je toekomst laat afhangen van een droom die je af en toe hebt. Dat slaat ook nergens op; dat ben ik met haar eens.”
“Ik weet het, Mel. Ik stel me ook ontzettend aan en maak mezelf helemaal gek met waarschijnlijk niks.”
“Inderdaad Ann, laat die droom rusten. Die hoort gewoon bij jou en je gekke dromenwereld.” Mel lacht en veegt de tranen van mijn wangen. “Ga lekker genieten van je feestje en van Jim. Het komt uiteindelijk allemaal goed, echt!”
Ik kijk haar aan en lach. “Je hebt gelijk, Mel. Ik maak mezelf helemaal paranoïde met die gedachtes.” “Inderdaad. Nou, veeg je tranen af. We gaan binnen nog een wijntje halen.”
“Geef me even een minuutje en dan kom ik.”
Mel lacht lief naar me en loopt naar binnen. Ik blijf nog even in de tuin. Het begint zachtjes te regenen. Ik voel me verloren en bang. Iedereen die ik wil vertellen over mijn echte gevoel en over die rare droom die steeds maar terugkomt, luistert niet naar me. Ik praat mezelf moed in en herhaal de gesprekken met Mel en mam in mijn hoofd. “Ann, je maakt jezelf gek en je praat jezelf ook van alles aan. Kap ermee en ga genieten van deze tijd! En van je eigen feestje!”
Opeens schrik ik: ik hoor iets, vlak achter me. Ik draai me snel om en zie mijn zusje. Waarschijnlijk heeft zij het hele gesprek met Mel gehoord. Ik kijk haar boos aan. “Kon je niet even laten weten dat jij er ook stond?”
Nik kijkt me ongerust aan en zegt: “Ann, ik vind dat je wél wat met die droom moet doen hoor! Een droom die niet verandert en steeds terugkomt; dat moet iets betekenen, echt!”
Ik kijk mijn zusje aan en trek mijn wenkbrauw op. “Serieus, Nik? Wat weet jíj nou!” Ik heb meteen spijt van mijn woorden.
Ze kijkt me boos aan en wil weglopen, maar ik pak haar vast en zeg dat het me spijt. “Sorry, Nik. Zo was het niet bedoeld. Ik ben een beetje gestrest en dat moet ik niet op jou afreageren.”
Ze kijkt me aan en trekt zich los. “Weet je wat jij moet doen, Ann? Ga jij maar lekker het gelukkige huisvrouwtje spelen met je vriend en je hondje. Trouw, krijg kinderen en word oud – of niet. En luister vooral niet naar je onderbuikgevoelens. Dan spreken we elkaar over tien jaar nog een keer en dan kijken we of je nog steeds zo gelukkig bent!”
Ik kijk Nik boos aan en wil wat terugzeggen, maar voordat ik de kans krijg, is ze al naar binnen gestormd. Ik blijf achter en vraag mezelf af hoe het kan dat mijn zeventienjarige zusje mijn gevoelens wél serieus neemt.

Jim en ik liggen in bed. Het feest is al een tijdje afgelopen en ik blijf maar denken aan mijn zusje. Hoe kan het dat zij mij wél gelooft en dat zij wél denkt dat die droom iets te betekenen heeft? Ik pak mijn telefoon en tik een berichtje. “Lieve Nik. Sorry, sorry, sorry voor vanavond. Ik was gewoon gestrest, boos en bang. Je hebt gelijk: ik moet er iets mee doen. Zullen we morgen samen lunchen? XX Ann.” Ik druk op de verzendknop en hoor het fluitende geluid van het verzonden berichtje. Nu maar hopen dat ze hem niet meteen verwijdert.
Jim draait zich om en vraagt met wie ik zo laat nog contact heb. ‘’Ik stuurde Nik even een berichtje. Zij en ik hadden vanavond een kleine discussie in de tuin.”
“Waarover?”
“Gewoon over zusjesdingen. Je kent het wel: geharrewar over de bruidsmeisjesjurken en zo.” Ik lach en draai me om.
Jim wrijft zachtjes over mijn rug en lacht: “Wat zusjes gewoon horen te doen dus, haha. Jullie moeten maar snel een dagje inplannen zodat jullie de band een beetje kunnen versterken!”
Ik lach en antwoord: “Ja, dat moeten we zeker doen. Morgen hebben we een lunchafspraak staan.”
“Goed zo!”
Ik zeg tegen Jim dat ik moe ben en graag wil gaan slapen. Hij geeft me een kus en draait zich om. Ik wacht tot hij slaapt en pak mijn laptop erbij. Ik zoek op internet naar ‘droom betekenis’ en scrol door pagina’s vol informatie. Hier word ik niet wijzer van. Ik klap mijn laptop dicht, ga liggen en sluit mijn ogen. Als die droom nu maar niet terugkomt. Ik probeer schaapjes te tellen: één schaapje, twee schaapjes, drie schaapjes, vier schaapjes… Mijn gedachten dwalen af naar mijn moeder, Mel en Nik. Het gesprek met mijn moeder zit me ook niet lekker. Ik zal morgenochtend bij haar langsgaan om verhaal te halen. Ik wil graag weten waarom ze mijn droom volkomen negeerde. Het voelt gewoon allemaal niet goed. Dat onderbuikgevoel is te sterk. Ik draai me om en kijk naar Jim. Hij ligt rustig te slapen en lijkt zo gelukkig. Ik streel zijn blonde haren. Ik wil hem ook helemaal niet kwijt; ons leventje, dit geluk. Ik wil onze relatie ook helemaal niet op het spel zetten voor een droom of voor mijn gevoelens. Die zijn nergens op gebaseerd. Ik praat het mezelf allemaal aan. Ik spreek met mezelf af dat het afgelopen moet zijn met dit getwijfel. Ik ben gelukkig met Jim, mijn leven en mijn verloving. Ik ga ervan genieten en ik ga Jim gelukkig maken. Mijn droom kan wel een betekenis hebben, maar dat heeft allemaal met mezelf te maken. Het is wat ík ermee doe en wat ík mezelf aanpraat. Even later val ik in slaap.

De auto start niet. Ik wacht een minuutje en probeer het dan nog een keer. Ik raak in paniek, want inmiddels staat er een hele stoet met toeterende auto’s achter me. Ik word zenuwachtig en weet niet meer wat ik moet doen. Ik kijk in mijn binnenspiegel en zie dat mijn huid bleek is; héél bleek. Ik stap uit de auto en schreeuw om hulp. Inmiddels is mijn witte jurk helemaal doorweekt door de regen. Ik sta op de weg en niemand stapt uit om me te helpen. Ik schreeuw nogmaals om hulp, maar er is niemand die me hoort of helpt. Ik kan geen kant op. Het lijkt wel of mijn voeten zijn vastgeplakt op het wegdek. Ik sta hier maar en mijn jurk schijnt inmiddels helemaal door. Het regent zo hard dat ik letterlijk niks meer kan zien. Ik probeer een stap te zetten, maar het lukt me niet. Ik kom hier nooit meer weg, denk ik bij mezelf. Ik hoor alle toeterende auto’s, maar waar ís iedereen? Waarom stapt niemand uit? Waarom helpt niemand me? Ik kijk achter me en zie een auto langzaam naar me toe rijden. De auto is donker en ook de ramen zijn geblindeerd. Hij stopt naast me en het raampje gaat langzaam naar beneden. Ik probeer door de regen heen te kijken, maar het lukt me niet. Ik probeer om hulp te vragen, maar uit mijn mond komt geen geluid. Door de regen heen hoor ik een vragende mannenstem: “Heb je misschien hulp nodig?” Ik probeer een stap te zetten om te zien wie het is. Maar niks lukt; ik kan geen antwoord geven en ook geen stap zetten. Ik wil dat deze persoon uitstapt. Ik probeer hem uit te leggen dat ik niks kan doen en dat mijn voeten zitten vastgeplakt, maar uit mijn mond komt geen geluid. Ik wil schreeuwen, ik wil rennen, ik wil kijken wie er in de auto zit, maar ik kan niks. Mijn hele lichaam is verstijfd, alsof ik van steen ben. De auto staat nog steeds naast me, maar er is niemand die uitstapt. Ik voel me verloren en bang. Help me nou, alsjeblieft! Ik snik zachtjes en probeer omhoog te kijken. Het regent zó hard dat ik inmiddels helemaal onderkoeld ben. Langzaam verdwijnen de auto’s om me heen, maar de donkere auto blijft. Het regent en het stopt maar niet. Help me… Iemand. Alsjeblieft! Ik probeer in de donkere auto te kijken, maar het lukt niet…

Paul van Loon – De Griezelbus 3

In dit boek neemt Eddy C. Je mee naar de Andere Werkelijkheid door middel van Virtual Reality. Het is echt van deze tijd. Alleen is deze V.R net even te echt, voor de slachtoffers van P. Onnoval.

Op een schoolreisje naar een automuseum, besluiten een aantal leerlingen hun klas en meester stiekem te verlaten. Ze willen actie enngeen stoffige stilstaande auto’s meer zien. Ze komen bijnde Griezelbus terecht. Daar staat ze een bloedstollende rit, door de Andere werkelijkheid te wachten. Ze komen als bijstanders terecht in een verhaal van de schrijver of voelen wat het hoofdpersonage meemaakt. De Griezelbus wil ze niet meer laren gaan. Als de stroom uitvalt in het museum, wil de meester naar huis. Maar hij komt er opmhet nippertjenchter dat hij leerlingen mist…. De meester moet zijn leerlingen redden uit de de klauwen van meerdere monsters. En hij komt een van zijn oud leerlingen tegen, die hij al heel lang niet meer gezien had.

Wat op valt is dat de verhalen met een vorm van computer techniek te maken hebben, geesten en monsters. Met wraak.. neem je wraak of niet? En soms een koekje van eigen deeg. Niets gaat onbestraft. Het lot staat vast in deel 3. Vluchten kan niet meer!

En… het geeft ook een groot feitje prijs: Lezen is overleven!!! Als jij veel leest, heb je meer kennis in een geval van nood.. bijvoorbeeld een zombieaanval!

Vlot geschreven, leuke illustraties ennde vormgeving is prachtig.

Wederom heerlijk spannend en 5 dikke sterren *****

Voorproefje: Poldergruwel – Mark van Dijk

Op de boerderij heerste een doodse stilte. Alle dieren sliepen, terwijl in de verte de klok van de Dorpskerk twaalf uur sloeg.
Uit de meidentent scheen een zwak licht. Nadat Erik naar binnen was gegaan, hadden de meiden het niet meer over zijn verhaal gehad. Na wat gegeten te hebben, waren ze in een cirkel bij elkaar gaan zitten en de avond was voorbij gevlogen met vrolijk geroddel en meidenpraat. Er waren wel honderd dingen om elkaar te vertellen, maar één onderwerp werd zorgvuldig vermeden, tot Zoë er toch over begon.
‘Dat verhaal van Erik zal toch zeker wel onzin zijn?’ vroeg ze hoopvol.
‘Ik weet het niet,’ zei Inge. ‘Het kan best echt gebeurd zijn.’
‘Er gebeurden wel meer gekke dingen in die tijd,’ zei Kim. ‘Weten jullie dat mysterie nog van die verdwenen boerderij?’
‘Van dat schoolproject?’ vroeg Zoë. ‘Dat was toch nóg eerder? Ik dacht ergens in vijftienhonderd.’
‘Ja, zoiets. Dat was ook een gaaf verhaal,’ riep Esmee opgewonden. ‘Dat was ik al helemaal vergeten. Hoe zat dat ook alweer? Die boerderij was in één nacht helemaal door de aarde verzwolgen, toch?’
‘Yep,’ zei Kim. ‘Opgeslokt door een zinkput, met vrijgezelle boerin en dieren en al.’
‘Helemaal verdwenen, nooit meer iets van terug gevonden,’ mompelde Zoë.
‘Maar dat is nu geen mysterie meer,’ zei Inge. ‘Het kwam doordat er heel veel zeezout in het zand zat, dat oploste toen het ineens met grondwater in aanraking kwam.’
‘Ja, hè, hè,’ zei Esmee en schoot in de lach. ‘Dat weten ze nu, maar dat wisten ze toen toch niet. En trouwens, een boerderij die in één nacht helemaal verdwijnt zou nu nog steeds wereldnieuws zijn.’
‘Even iets anders,’ zei Zoë. ‘Hebben jullie ook gezien dat het volle maan is?’ Ze keek de andere meiden vragend aan.
Esmee haalde haar schouders op. ‘Ja, dat heb ik gezien. Wat geeft het? Of ben je soms toch een beetje bang door dat stomme verhaal van Erik?’ Ze zette haar handen in haar zij en keek haar tweelingzus brutaal aan.
‘Het is wel toevallig dat het net vanavond volle maan is,’ gaf Inge toe.
‘Ach joh, dat heeft die idioot van te voren geweten,’ zei Kim over haar broer.
Inge stond op van haar plaats en ritste de tent een klein stukje open. Met een bezorgd gezicht gluurde ze door de kleine kier naar buiten. ‘Het is in ieder geval niet mistig,’ meldde ze. ‘We moeten het er maar niet meer over hebben. Het was gewoon een onzinnig verhaal dat hij verzonnen heeft om ons bang te maken.’
Esmee grijnsde en zei: ‘Jij begint ook al bang te worden!’ Ze keek Inge verbaasd aan. ‘Ik had jou toch wel iets heldhaftiger ingeschat.’
‘Ik ben niet bang! Ik keek gewoon even of het al mistig werd.’ Inge haalde ongeïnteresseerd haar schouders op. ‘Laat die mist maar komen, hoor, wat mij betreft. Ik hou wel van een beetje avontuur.’
Kim schrok. ‘Dat moet je niet zeggen. Straks krijgen we ineens echt mist.’
‘Welnee, maak je nou maar niet zo druk,’ zei Esmee. ‘Het is gewoon een stom puberverhaaltje.’ Ze keek Kim aan en zei: ‘Bovendien zitten we nog steeds vlak voor de deur van je huis, dus wat kan ons nou gebeuren?’
‘Dat is waar,’ beaamde Kim. ‘We kunnen zo naar binnen rennen als het moet. We zijn zo veilig als het maar kan.’
‘Ik vind wel dat we dit niet zomaar over onze kant moeten laten gaan,’ zei Inge. ‘We laten ons aardig gek maken door die etterbak.’
‘Precies!’ riep Kim. ‘We moeten hem zijn plek maar eens leren.’
‘Als we hem nou morgen zelf eens bang maken?’ zei Zoë.
‘Ja, we laten hem schrikken,’ zei Inge.
‘En niet één keer, maar gewoon de hele dag lang,’ zei Kim. ‘Dat zal hem leren ons van die stomme verhalen te vertellen.’
‘Goed idee, zeg,’ zei Zoë. ‘Nu ik weet dat gerechtigheid zal zegevieren kan ik met een gerust hart in slaap vallen.’ Ze geeuwde en rekte zich uit.
Door de koele zomeravond begon het fris in de tent te worden. De meiden nestelden zich met hun kleding aan in hun slaapzak en begonnen hun wraakplannen te perfectioneren tot ze door de slaap werden overvallen.

Ineens schoot Inge in haar slaapzak overeind. Haar blauwe ogen stonden wijd open van de schrik. Langs de zijkant van de tent klonk vreemd geritsel. Ze kneep haar ogen tot spleetjes om iets in de pikdonkere tent te zien, maar tevergeefs. Het was te donker om ook maar iets te kunnen onderscheiden. Met tegenzin vroeg ze zich af of ze voorzichtig met een half oog buiten de tent moest kijken, om te zien wat het was, maar ze besloot meteen dat dit een waardeloos idee was. De anderen wakker maken en dán een kijkje nemen sprak haar veel meer aan, dus gaf ze voor de vorm een gilletje en liet zich over Kim vallen, die meteen wakker schrok.
‘Wat is er?’ vroeg Kim nijdig en veel te luid, waardoor Zoë en Esmee ook wakker werden.
‘Ik hoorde iets buiten de tent,’ zei Inge zacht.
‘Wat hoorde je dan?’ vroeg Zoë slaperig.
‘Weet ik niet. Ik hoorde gewoon iets geks.’
‘Zullen we kijken wat het is?’ vroeg Esmee opgewonden.
‘Ja, dág!’ zei Kim. ‘We zitten hier tegen de duinen aan. Het barst hier ’s nachts van de vossen.’ Ze klonk vastbesloten, maar Esmee was vliegensvlug uit haar slaapzak gekropen en had de rits van de tent al in haar vingers.
‘Ik heb nog nooit een vos gezien,’ zei ze. Langzaam trok ze de rits naar boven. In hetzelfde tempo zakte haar mond open. Niemand durfde meer iets te zeggen toen ze het zout in hun neuzen voelden branden. Onzeker staarden ze de dichte mist in en keken vervolgens naar elkaar. Zoë was de eerste die de stilte verbrak: ‘Oké, ik wil niet zeuren, maar nu ben ik echt bang.’
‘Ik ook,’ zei Kim.
De blikken van Inge en Esmee kruisten elkaar vluchtig, toen Esmee de grote Maglite zaklamp pakte.
‘We willen toch weten wat Inge net hoorde? Ik ga even kijken.’
‘Niemand wil dat weten, alleen jij,’ snauwde Zoë tegen haar zus.
‘Geen stomme geintjes uithalen,’ waarschuwde Kim.
‘Wees maar niet bang. Ik ga alleen even kijken. Er zal wel een egel of zoiets naast de tent lopen.’
Esmee zette een voet buiten de tent en speurde met de zaklamp de omgeving af.
‘Zie je iets?’ vroeg Kim.
‘Nee, het is veel te mistig om iets te zien.’ Esmee bleef twijfelend staan en draaide zich naar Inge. ‘Ga je mee, even kijken?’ vroeg ze hoopvol. ‘Ik heb nog nooit zo’n dichte mist gezien.’
‘Ben je nu toch bang?’ plaagde Zoë haar zus.
‘Misschien kunnen we beter met zijn allen gaan kijken,’ probeerde Inge.
Weinig enthousiast werden er onderling twijfelende blikken uitgewisseld. Met tegenzin kwam de rest ook overeind. Ze liepen voorzichtig achter Esmee aan en schuifelden één voor één de tent uit. Gespannen keken ze om zich heen. De krachtige bundel licht van de zaklamp bleek geen partij voor de dikke mist, zodat ze amper een meter zicht hadden. Voetje voor voetje liepen ze om de tent heen en hielden hun ogen op de grond gericht, maar er viel niets vreemds te bekennen.
Net toen Esmee de tent weer binnen wilde stappen, zag Kim, die achteraan liep, vanuit haar ooghoek iets schitteren.
‘Wacht, ik zie iets,’ zei Kim en pakte Zoë’s arm vast. Ze stond stil en keek in de richting waar de vreemde schittering was verschenen. In de verte brandde een klein en helderwit licht.
‘Zien jullie dat ook, daar in de verte?’ vroeg ze en wees in de goede richting.
De anderen tuurden door de dichte mist om ook een glimp van het schijnsel op te vangen.
‘Ik zie het ook!’ riep Zoë nerveus. ‘Wat kan het zijn?’
De kleine lichtbundel leek feller te worden, alsof het dichterbij kwam. Plotseling vervaagde de heldere witte kleur en ging langzaam over in een zacht gele tint. Het leek nu alsof het altijd geel geweest was. Door het fonkelen en de subtiele verandering die de kleur steeds onderging, bleven de meisjes gefascineerd naar de kleine lichtbron kijken. Nu werd het geel wazig en veranderde zelfs van vorm. De schittering leek zich uit te rekken en werd langzaam ovaal. Het waas verdween en ineens was de glinstering paars.
Zonder dat ze het zelf door hadden, pakten de meisjes elkaars hand vast.
De ovale, paarse gloed had steeds stil in de lucht gehangen, maar begon nu traag rondjes te draaien. Plotseling schoot het met een noodvaart op ze af en nog voordat iemand kon reageren, explodeerde het schijnsel in een enorme paarse flits, die de dichte nevel om hen heen volledig mee kleurde. Eén moment kon geen van hen ademen, alsof ze zich in een vacuüm bevonden. Kim probeerde te gillen, maar er kwam geen geluid. Even plotseling was de flits weer voorbij. Ze hapten naar lucht en zogen gretig de zoute zeelucht op, die nog nooit zo verfrissend had gevoeld. Met grote ogen en angstige gezichten keken ze elkaar aan, maar niemand durfde de stilte te verbreken.
Na een seconde of tien was het Esmee die haar rug rechtte en vroeg: ‘Wat was dat?’ Haar stem trilde een beetje.
‘Geen idee en ik wil het ook niet weten,’ zei Zoë.

“Eindelijk weer eens een fantasievol verhaal met alle ingrediënten: een dosis humor, fijne spanning en volop actie. Het verhaal prikkelt de verbeelding en voedt de fantasie. Iets wat je niet vaak meer tegenkomt.”
Helen Vreeswijk (auteur van onder andere Loverboys, Zwijgplicht en De Kick)

Sonn Franken- Dossier Doel

Dit boek schetst een verhaal dat zomaar de waarheid zou kunnen worden (of zijn). Denk jij er wel eensmover na wat er kan gebeuren , als het goed mis gaat met een kerncentrale? Het scenario dat Sonn op papier heeft gezet, zetmje aan het denken. En ik kreeg er de kriebels van. Want wat als?

In dit boek volg je een journalist, die zich vastbijt in zijn onderzoek naar de kerncentrale Doel. Er is vanalles mis en het blijft fout gaan. Diverse instanties willen het in de doofpot stoppen, maar Ben wil de waarheid boven water krijgen. En hij wil de mensen laten zien, hoe gevaarlijk het eigenlijk is.

Er gaan veel dingen mis, niet alleen met de kerncentrale zelf, maar ook de beveiliging is ver te zoeken. Een doel voor terroristen, zo vlak over de grens. Wat als zij hun kans grijpen? In dit boek gaat je grootste nachtmerrie werkelijkheid worden. En de mensen die het geheim willen houden, gaan over lijken. Niemand is meer veilig, zodra hij of zij in de geschiedenis van Doel gaat spitten. Jean-Pierre gaat dat aan den lijve ondervinden. De schoonmakers staan klaar om je te laten verdwijnen of weg te werken.

Het boek goed spannend en vlot geschreven. Ik vond het levensecht. En vond het een heel eng idee, dat een grote stad, niet meer veilig blijkt te zijn, voor mensen met slechte bedoelingen. Het is zo echt, dat je het voor je ziet. Je krijgt een heel andere kijk op die kerncentrales na het lezen van dit boek. Het lijkt ver van je bed te zijn. Maar het gevaar van Doel kan zo op je drempel staan.

Achterin staat een lijstje met incidenten, die zijn voortgekomen bij Doel. En dan denk je toch wel: waarom blijven we gebruikmaken, van deze techniek? Het loopt steeds op het nippertje goed af. Dit boek neemt je mee, naar de niet zo goede kant/ afloop. Knap geschreven. Een realistische thriller!

Ik geef het boek 4,5 sterren!

Ik ruim op en geef weg!!!!

Ik ruim op en geef weg!!!
Maak even goed duidelijk welke boeken je zou willen hebben.
Bij meer interesse in een boek ga ik lootjes maken.
Ze zijn 1 x gelezen. De meeste hebben recensie exemplaar stempels. Als je dat geen probleem vindt, dan kun je meedoen!

Let wel op: De verzendkosten van 1 of meer boeken.. die zijn voor jezelf.

Ik streef er naar meerdere mensen gelukkig te maken .

Duizend stukjes heeft een vlek aan de onderkant (niet in het boek).

Waneer ik lootjes trek weet ik nog niet. Mijn leven is onvoorspelbaar😉.

Meedoen bij het winbericht op Facebook groep ik hou van horror fantasy en spannende boeken!!!! (Alleen voor leden deze actie).

Voorproefje: Evolutie – Ursula Visser

hoofdstuk 1 (begin)

In het schijnsel van het felle licht zag ik de vrouw waaruit ik als eerste van de drieling was geboren. Ze huilde toen mijn broer en zus nauwelijks ademend ter wereld kwamen. Dokter Jefferson gaf de lichaampjes aan een zuster, die ze snel meenam. Troostend zei hij dat hij haar de aanblik van haar stikkende kinderen wilde besparen. De natuur selecteerde de sterkste: mij. Mijn zus en broer… Ik ben niet zoals zij.
Claire, de vrouw die mij gebaard had, liet duidelijk merken dat ze blij was dat ik leefde. Murmelde onverstaanbare woorden in mijn zwarte haar. Ik haatte haar, de mensen die mij dit aangedaan hadden en dit weerloze lichaam dat me gegeven was. De op kleine wormen lijkende aanhangsels van vingers; de blubberende nutteloze benen. Het feit dat ik mijn hoofd nauwelijks omhoog kon houden.
Vrouwen in witte jurken brabbelden tegen mij met hoge opgewonden stemmen en legden me in een bedje bij andere pasgeborenen. Ik schrok me wezenloos toen ik besefte dat ik er waarschijnlijk ook zo uitzag. Ze keken doelloos naar het plafond. Kwijlend, huilend. Ze konden niets, niet eens communiceren. Geloof me, ik heb van alles geprobeerd om een gesprek met hen te beginnen, er kwam geen zinnig geluid uit. De andere wezens konden niet zelfstandig bewegen. Het enige wat we gemeen bleken te hebben was ons hulpeloze lichaam.
Ik hoorde hier niet, het voelde zo afhankelijk. Ik zou moeten wachten tot de tijd juist was om degene te vinden die hiervoor verantwoordelijk was. Dan zou ik op zoek gaan naar mijn echte ouders.
Voordat mijn benen het zwakke lichaam konden dragen sprak ik al vloeiend. De vrouw die Claire werd genoemd gaf me genoeg te eten, baadde me iedere dag en zorgde ervoor dat ik warm bleef. Ze noemde me John Water.